Het non-event van de eeuw

De internationale pers heeft het er maar moeilijk mee. De Chinezen op straat weigeren te rouwen om de dood van Deng Xiaoping. ‘Hij was al 93!’ zeggen ze. En pas na enig aandringen: ‘Een groot leider is heengegaan.’
PEKING - ‘Hé, Lao Song, weet jij dat Deng Xiaoping dood is?’ roept de vrouw naar haar overbuurman. ‘Ja?’ zegt de oude Song, hij kijkt niet op of om, laadt zijn boodschappentas op zijn fiets en gaat naar de markt.

Toen in 1967 Mao Zedong ‘naar Marx ging’, kwam het openbare leven in de Volksrepubliek geheel tot stilstand. Veel Chinese burgers waren toen zo aangeslagen dat zij urenlang niets konden uitbrengen en zelfs de natuur was even van slag, want volgens de volksverhalen huilden de honden en de kikkers staakten hun gekwaak. Weliswaar was Deng Xiaoping een minder prominente en legendarische leider dan Mao, maar toch werd verwacht dat het volk heftig zou reageren op zijn sterven. Deng had tenslotte eigenhandig een einde gemaakt aan de hevigste excessen van het communistische regime en grote delen van het volk welvaart gebracht. Ondanks zijn aandeel in de slachting op het Plein van de Hemelse Vrede in juni 1989, werd Deng gerespecteerd door brede lagen van de bevolking.
Er is in Peking echter nauwelijks iets van de grote gebeurtenis te merken. Op de markten koesteren de kooplui zich in de bleke voorjaarszon, in de parken doen de mensen gewoon hun Tai Chi-oefeningen en in de restaurants is het business as usual. De mensen lijken nauwelijks geïnteresseerd, en als journalisten hun direct om een reactie op Dengs dood vragen, mompelen ze tot grote teleurstelling van de buitenlandse media emotieloos de gebruikelijke politiek correcte clichés: 'Een groot leider is heengegaan’, of: 'Het volk verenigt zich achter kameraad Jiang Zemin.’
Andrea Koppel, CNN’s bureauchef te Peking, probeerde nog iets van de situatie te maken. In de veronderstelling dat de Chinese kranten niet mochten uitkomen op de dag na Dengs dood, sprak zij vrome woorden over het gebrek aan persvrijheid. Maar toen de kranten met een paar uur vertraging in een gitzwarte opmaak alsnog verschenen, liep het Deng Xiaoping-verhaal snel verder leeg. De belangrijkste gebeurtenis in China sinds Mao Zedongs dood blijkt voorlopig niet het meest spectaculaire verhaal.
DE DOOD VAN Deng Xiaoping wordt in brede lagen van de bevolking vooral als een non-event gezien. Jiang Zemin, Deng Xiaopings beoogde politieke 'opvolger’, is al sinds 1989 partijleider en sinds 1992 president van de Volksrepubliek. Jiang is dus bepaald geen debutant en voor de Chinese bevolking betekent de dood van Deng dat, na acht jaar bescherming, de president nu eindelijk op eigen benen staat en zal moeten tonen dat hij ook zonder Dengs goedkeuring het politieke spectrum kan beheersen. Veel Chinezen verwachten echter voorlopig geen machtsstrijd, omdat Jiang jaren de tijd heeft gehad om zijn politieke positie te verstevigen. Bovendien is er geen andere serieuze kandidaat voor de positie van Grote Roerganger in zicht.
Misschien is het grootste nieuws rond Dengs dood dan toch de onverschilligheid van de man in de straat. Als ik een paar mensen vraag naar het waarom van het tamme volksvertoon reageert Li Yan, een jonge telefoonoperator, geamuseerd. 'Wat denk je dan’, zegt ze, 'dat de mensen huilend of juichend over straat gaan lopen? De man is 93 geworden! Bovendien is Dengs dood toch vooral een zaak van de grote politiek, niet voor de gewone mensen. Het gaat ons eigenlijk niets aan.’
Su Baolian, een kleine zakenman voegt daar aan toe: 'Deng was een politicus en ik hou niet van politiek. Ons land heeft het de laatste eeuw vreselijk moeilijk gehad en dat komt vooral door die politiek. De eerste vijftig jaar (van 1900 tot 1949) is China constant in oorlog geweest, was het niet met de Japanners dan was het wel met het eigen volk, en ook na de bevrijding (1949) hebben we eigenlijk vooral in chaos geleefd. Het gaat pas sinds begin jaren tachtig een beetje beter in dit land, alhoewel we in 1989 natuurlijk ook weer een vreselijke terugslag kregen. Dus mensen willen eigenlijk niets met de politiek te maken hebben. Natuurlijk maken de mensen zich wel bezorgd over de toekomst, maar ze praten er liever niet over.’
DE KLOOF TUSSEN de politiek en het gewone volk is in de periode-Deng enorm gegroeid. Tot grote opluchting van velen zijn de politieke leiders zich de afgelopen vijftien jaar aanmerkelijk minder met de dagelijkse gang van zaken in het land gaan bemoeien en is de bewegingsvrijheid van de burgers, zeker in vergelijking met de afgelopen decennia, enorm toegenomen. Zolang de burgers zich niet met de politiek bemoeien, kunnen de mensen binnen ruime maar arbitraire grenzen doen en laten wat ze willen, vooral op economisch gebied.
Alhoewel de regering zich er op beroemt dat een wijs bestuur de ongeëvenaarde economische ontwikkeling van de laatste jaren mogelijk heeft gemaakt, denkt het volk juist dat het gebrek aan economisch bestuur de economische opleving heeft veroorzaakt en dat het geheel te danken is aan de commerciële initiatieven van het volk. Twee vooraanstaande Amerikaanse sinologen formuleerden het eens als volgt: 'De Chinese regering doet of ze regeert en het volk doet of ze geregeerd wordt.’ In gesprekken met de Chinese burgers blijkt deze wonderlijke karakterisering maar wat waar.
Om de zorgvuldig bewaakte afstand tussen het publieke leven en de politiek in stand te houden, laat men zo min mogelijk ruimte voor politiek initiatief van de burgers. Van spontane volksacties worden de machthebbers altijd uitermate zenuwachtig en ongeorkestreerde uitingen van rouw - laat staan van vreugde - over het overlijden van een leider worden als uiterst gevaarlijk voor het politieke evenwicht gezien. In het verleden liepen volksuitingen van rouw maar al te vaak uit op protestdemonstraties tegen minder populaire partijleiders. De val van de Bende van Vier in 1976 werd ingeleid door massale rouwbetuigingen voor de immens populaire premier Zhou Enlai, en ook de opstand op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 begon met rouwbetuigingen, dit keer voor de partijleider Hu Xaobang. Toen op 21 februari een man een papieren krans voor Deng Xiaoping wilde neerleggen op het Plein van de Hemelse Vrede werd hij dan ook ogenblikkelijk, met krans en al, in een gereedstaande bus weggereden. 'Dat was dan ook wel goed dom van die man’, reageert Li Yan, 'iedereen weet toch dat dat heel gevaarlijk is. Die man moet dan ook wel heel erg stom zijn.’