Het obscene geheim

Het postmoderne marxistische orakel Slavoj Zizek deed even Nederland aan. Een gesprek over het westerse genieten van het leed in Joegoslavie, bevrijdend masochisme en de economie van het menselijk verlangen.
ZONDAGMORGEN in De Balie. Buiten daalt motregen neer op het Kleine Gartmanplantsoen, binnen kraakt de logica luidruchtig in haar voegen. Slavoj Zizek, het denkbeest uit Ljubljana, heeft postgevat aan een hoektafeltje en spreekt met een collega- filosoof over zijn favoriete auteur, de psychoanalyticus en filosoof Jacques Lacan. Of liever gezegd: hij oreert, terwijl zijn tafelgenoot wanhopig probeert om iets in te brengen. Zizek bralt, slist, zweet en stottert, tekent kringeltjes en is voortdurend in gevecht met een haarlok die voor zijn ogen valt.

Sinds enkele jaren geldt hij als een fenomeen. In het vroegere Joegoslavie was hij eigenzinnig marxist, nu is hij een verklaard lacaniaan. Hij publiceert gemiddeld twee boeken per jaar en doet tussendoor als een rondreizend circus de westerse hoofdsteden aan. Zijn lezingen zijn ware happenings en na de eerste vrije verkiezingen in Slovenie werd hij door de minister van Wetenschap benoemd tot cultureel ambassadeur. Met zijn onorthodoxe cultuurkritiek - Zizek put met hetzelfde gemak uit het oeuvre van Hegel, Stephen King of Tom en Jerry - maakt hij furore aan de filosofische faculteiten van New York, Parijs en Leuven.
Zizek is in Amsterdam op uitnodiging van Press Now, de vereniging voor steun aan onafhankelijke media in voormalig Joegoslavie. De organisatie ruimde een hele avond voor hem in, waarvan hij ten volle gebruik maakte om te wijzen op de onbegrepen driften onder het oppervlak van ons ogenschijnlijk rationele wereldbeeld. Zijn stelling luidde dat wij weliswaar menen dat we ons van de grote ideologieen hebben bevrijd, maar dat het cynisme dat ervoor in de plaats kwam, evenzeer een ideologie is. Deze ‘cynische distantie’ is een bron van lust. Zelfs de gruwelen in voormalig Joegoslavie beschouwen we als geisoleerde verschijnselen die ons 'vreemd’ zijn en die 'hier’ niet kunnen optreden, terwijl we tegelijkertijd heimelijk genieten van de beelden die de media ons voorschotelen.
Een en ander in overeenstemming met Lacans theorie dat de ware bron van het menselijk genot altijd verborgen moet blijven, omdat deze anders onmiddellijk opdroogt. Het was geen stelling die er gemakkelijk in ging, temeer omdat Zizek met zijn ontembare decibellen elke serieuze tegenspraak onmogelijk maakte. Na afloop bleven sommige toehoorders zwijmelend in hun stoelen hangen, anderen vluchtten naar de foyer, walgend van deze zelfingenomen schreeuwlelijk. Reden genoeg om hem nader aan de tand te voelen.
AAN HET HOEKTAFELTJE wordt de collega onzacht gemaand om afscheid te nemen. Zizek wijst op zijn horloge en roept triomfantelijk: 'Klokslag twaalf! Ik ben er klaar voor!’ De ruiten rinkelen, stamgasten kijken geschrokken op. Breed lachend neemt de filosoof een slokje Coca-Cola: 'Stiptheid is een van mijn stalinistische trekjes. Respect voor het gezag trouwens ook. Begint u maar met uw verhoor.’
Meent u werkelijk dat de westerse toeschouwer geniet van het drama in voormalig Joegoslavie?
Zizek: 'Jazeker, en niet alleen van dat specifieke drama. We leven in een tijdperk van universele victimisering. We zijn in elke situatie op zoek naar het slachtoffer. Dat komt omdat ons proces van socialisatie, van verinnerlijking van regels en waarden, sinds enige decennia fundamenteel veranderd is. De overheersende vorm van subjectiviteit is niet langer die van de klassieke bourgeoisie - zelfbewust, hierarchisch, gebaseerd op verdringing - maar die van het pathologisch narcisme. Wij leren overgevoelig te zijn voor de Ander, voor alles en iedereen buiten onszelf, voor elke aanraking waardoor ons narcistisch evenwicht verstoord kan worden. We zijn geobsedeerd door alles wat ons kan beschadigen: vet, cafeine en ziekten, maar ook door gevoelsbanden, verlangens, angsten. Dat neemt extreme vormen aan. Toen ik onlangs in Minneapolis was, klaagden studenten daar hun hoogleraar aan wegens intimidatie. Wat was er gebeurd? De studenten hadden op de ochtend voor een examen een grap gemaakt. De hoogleraar had daar weliswaar om gelachen, maar niet luid en hartelijk genoeg, en dat vonden ze intimiderend. Ja, lacht u maar - en wees blij dat ik nu niet gekwetst ben!
Die nieuwe socialisatie betekent dus niet dat we normloos opgroeien, maar juist dat we aan striktere normen moeten voldoen. We worden niet langer geleid door verboden, maar door voorschriften. Genot, gezondheid en maatschappelijk succes zijn de nieuwe waarden die we onszelf opleggen. Maar daarbij stuiten we op de paradox die door Lacan is geformuleerd. Je kent die klassieke zin uit de Gebroeders Karamazov van Dostojevski: 'Als God niet bestaat, is alles toegestaan.’ Lacan zegt juist het tegenovergestelde: 'Als God niet bestaat, is alles verboden.’ Omdat God niet bestaat, stellen we onszelf onhaalbare eisen. Ons Uber-Ich dwingt ons om altijd maar gezond, gelukkig en succesvol te zijn en als dat niet lukt voelen we ons meteen diep schuldig. Dat is de paradox van de postmoderne subjectiviteit: alles mag, dus alles is verboden. In naam van de universele openheid wordt juist de schuld universeel. Vandaar dat we overal om ons heen medeslachtoffers zoeken.’
Maar dan identificeren we ons met die medeslachtoffers. Hoe kunt u dan volhouden dat we tegelijk van hun leed genieten?
'Die identificatie is een verraderlijk mechanisme. Lacan maakt hier een belangrijk onderscheid. Enerzijds is er sprake van wat hij noemt imaginaire identificatie: je identificeert je met de persoon in de voorstelling, in dit geval een oorlogsslachtoffer in Bosnie. Anderzijds is er de veel verfijndere symbolische identificatie: je identificeert je met de positie vanwaaruit de voorstelling wordt waargenomen. Bij het zien van beelden van Bosnische oorlogsslachtoffers voel je je goed, omdat je je identificeert met al die andere welvarende, veilig levende westerlingen die toekijken. Er ontstaat een soort medelijdend collectief, een gezamenlijke tevredenheid over het feit dat de ellende zich daar afspeelt en niet hier. Je identificeert je met die afstandelijke blik. Dat is het bedrieglijke aan het westerse medeleven met Sarajevo: de ramp is dichtbij genoeg om jezelf te zien als potentieel slachtoffer, maar ver genoeg van je bed om zeker te weten dat het jou niet zal overkomen. Veel van mijn pseudo-linkse vrienden in de Verenigde Staten identificeren zich op dezelfde manier met daklozen, een walgelijk spelletje, je kent dat wel, met gezeur als: “Zijn wij niet in wezen allemaal dakloos?”
Dat valse medeleven vereist ook een valse voorstelling van zaken, een weigering om mensen als volwaardige individuen te beschouwen. Eisenstein schrijft in een van zijn essays dat Chaplin in zijn films kinderen beroerd behandelt: hij schopt ze, slaat ze, houdt ze voor de gek. Volgens Eisenstein is dat het bewijs dat Chaplin kinderen als gelijken aanvaardt. Hij neemt ze serieus, omdat hij met ze omgaat zoals ze met elkaar omgaan. Zo zouden wij, als we ons echt zouden identificeren met de slachtoffers in voormalig Joegoslavie, de bijbehorende gevoelens van woede, angst en wraaklust moeten hebben. Maar we houden de vereiste afstand door de Balkan te mythologiseren.
Dat is misschien wel het meest weerzinwekkend aan de westerse houding. Het Westen ervaart zichzelf als verdeeld, bloedeloos en impotent en gaat op de Balkan op zoek naar blijken van een primitieve, tijdloze, diepgewortelde passie - een passie die zogenaamd 'vreemd’ is aan de westerling. De Balkan wordt voorgesteld als een gebied waar een tijdloze strijd wordt uitgevochten, hoewel de conflicten in voormalig Joegoslavie heel goed politiek en historisch te analyseren zijn. Bovendien maken ook politici en propagandisten op de Balkan zelf volop gebruik van die mythen en archetypen. Zo voeden de vooroordelen over de Balkan zichzelf.
Ik vraag me dan af: waarom leven zulke archetypen juist op dit moment weer op? Wie heeft ze nodig, en waarom? De psychoanalyse leert dat mythen altijd projecties op het verleden zijn van actuele libidineuze problemen. Daarom hield Freud zo van de Sherlock Holmes-verhalen. Ken je The Hound of the Baskervilles? In dat verhaal is sprake van een reusachtige hond die de buurt onveilig maakt. De clou is dat die hond slechts in de overlevering bestaat en dat de mythe nieuw leven is ingeblazen door een schurk die geen pottekijkers duldt. Dat is ook mijn simpele maar doeltreffende analyse van het Servische nationalisme. Het nationalisme werd nieuw leven ingeblazen door de oude communistische nomenklatoera, zodat die haar positie kon handhaven. De complete socialistische bureaucratie van weleer kon overleven in die vermomming.’
HOE KUNNEN WE die mythologisering en perverse identificatie ongedaan maken?
Zizek: 'Het probleem met verschijnselen als nationalisme en racisme is dat je ze wel rationeel kunt analyseren en weerleggen, maar dat ze niettemin operationeel blijven. Dat ze - in psychoanalytische termen - een fantasmatische fascinatie blijven uitoefenen. Neem bijvoorbeeld de Dirty Harry-films met Clint Eastwood. De eerste films uit die serie waren buitengewoon ruig en ongepolijst. De latere films zijn opeens politiek correct, met veel minder geweld, minder bondage en zelfs met een mespuntje feminisme erin. Maar toch blijft de kijker gefascineerd doordat het Dirty Harry-universum op de achtergrond aanwezig blijft. De fantasmatische betovering houdt aan. Lacan stelt dan ook dat een symptoom niet wordt opgeheven zodra het door middel van psychoanalyse is geduid, maar pas als de hele fantasie waarmee het is verbonden, onschadelijk is gemaakt. De patient moet de hele fantasiewereld waaraan hij zijn ziekelijke genot ontleent, het hele universum dat met zijn symptoom verbonden is, in kaart brengen.
Dat maakt het zo moeilijk om de nationalistische of racistische betovering te verbreken door middel van kritische analyse en reflectie, de klassieke strategie van de Verlichting. Ik betwijfel zelfs of we er ooit vanaf komen; de mens is nu eenmaal geen rationeel wezen. Maar je kunt wel proberen om racistische of etnocentrische fantasieen te ontkrachten door middel van overidentificatie. Fantasieen zijn operationeel zolang ze niet erkend, niet openbaar zijn. Zodra je ze aan het licht brengt, worden ze belachelijk. Dat deed de rockgroep Laibach, een soort post-punkgroep uit Slovenie die vaak werd afgedaan als neo-nazistisch of fascistisch, maar die juist uiterst subversief was. Laibach gebruikte in zijn optredens allerlei vage totalitaire symbolen en rituelen, sommige ontleend aan het nazisme, andere aan het stalinisme. Iedereen vroeg zich af of ze het meenden, maar de groep gaf nooit uitsluitsel. En juist daarom werden ze verketterd door rechts: ze brachten alle verborgen racistische, seksistische en gewelddadige fantasieen van rechts op het toneel en hielden zo de nationalisten een lachspiegel voor.
In Amerika heb je ook zulke subculturen, bijvoorbeeld onder zwarten die de hypocrisie van de politieke correctheid afwijzen en zichzelf niggers noemen. Je ziet het ook bij sadomasochistische lesbiennes, die zich bevrijden van de dwang van de patriarchale samenleving door de verborgen, perverse drijfveren op een theatrale manier uit te leven. Ken je Presentation de Sacher-Masoch van Gilles Deleuze? Daarin beweert hij zeer terecht dat sadomasochisme een misleidende term is. Sadisme draait om echt geweld, masochisme is theatraal en daarom bevrijdend. In een masochistische verhouding schrijft het slachtoffer het scenario. Sacher- Masoch zelf was geobsedeerd door het opstellen van contracten met vrouwen, waarin hij precies omschreef wat ze met hem moesten doen. Van prostituees hoor ik dezelfde verhalen: zelfs terwijl ze werden afgeranseld, onderhandelden de klanten over het aantal slagen, over de plaats waar ze geraakt wilden worden, en over extra betaling voor bijzondere handelingen. Niets gebeurde spontaan.
De Sade was trouwens zeer expliciet, hij schreef al zijn fantasieen volledig uit. Was De Sade een sadist? Volgens mij niet, omdat sadisme heimelijk is. Een sadist spreekt zijn ware verlangens en motieven niet uit. Zodra anderen dat voor hem doen, ervaart hij dat als subversief.’
ER BESTAAT DUS een verband tussen sadisme en autoriteit?
Zizek: 'Absoluut! Het een kan niet zonder het ander. Het ware sadistische universum is de Britse kostschool, waar naast het formele schoolsysteem een informeel circuit bestaat met onuitgesproken regels die bepalen wie wie mishandelt, seksueel uitbuit enzovoort. Alleen door die heimelijke lustbeleving kan het systeem zichzelf in stand houden. Zo'n parallel stelsel van onuitgesproken regels, zo'n obsceen geheim, vind je naast ieder openbaar stelsel van normen en waarden. En die regels moeten onuitgesproken blijven om een bron van genot te zijn. Elke ideologie steunt op zulke heimelijke genietingen.’
Welk informeel stelsel bestond er naast het vroegere communistische systeem in Oost- Europa?
'Het communisme steunde op het impliciete waardenstelsel van het nationalisme. Dat was al zo sinds de jaren dertig, toen Stalin het “socialisme in een land” afkondigde, en dat bleef zo toen het communisme Oost- Europa veroverde. Als je vroeger een hooggeplaatste Sloveense communist vroeg of hij werkelijk in het communisme geloofde, antwoorde hij: nee, maar als Sloveense nationalist ben ik van mening dat het communisme voorlopig het beste is voor mijn land. Dat was het obscene geheim dat het communisme altijd in zich droeg.’
'OVERIGENS WIL DAT niet zeggen dat de natiestaat een onuitroeibaar, eeuwig verschijnsel is. Volgens mij is de natiestaat een doorgangsstadium, een fenomeen van het eind van de vorige eeuw dat geleidelijk zijn betekenis verliest. De natiestaat kon ontstaan door het samenvallen van een economische bestaansbasis met een culturele en bestuurlijke eenheid, maar tegenwoordig verwijderen die twee zich weer van elkaar. Enerzijds ontstaat er een wereldmarkt, met transnationale bedreigingen zoals de milieucrisis, en transnationale bestuurseenheden zoals de Europese Unie. Anderzijds zien we, als antwoord daarop, het etnisch nationalisme dat een culturele identiteit wil afgrenzen. Strikt genomen is het etnisch nationalisme dus een zuiver postmodern verschijnsel: het schept specifieke identiteiten en daarmee specifieke markten voor het wereldkapitalisme. Net zoals het moslim-fundamentalisme of het christelijk fundamentalisme in de Verenigde Staten dat doen.’
Heeft het nationalisme de afgelopen honderd jaar een soortgelijke rol vervuld voor het liberalisme? Is het nationalisme ook het obscene geheim van het liberalisme?
'Daar ben ik van overtuigd. En nu de mondialisering toeslaat, komt de nationalistische geest uit de fles. Ik ben daar zeer pessimistisch over. Het grote probleem van vandaag is de maatschappelijke tweedeling tussen welvarende, goed opgeleide mensen die in de wereldeconomie zijn opgenomen, en mensen die in alle opzichten buiten de samenleving staan, voor wie geen rol meer is weggelegd. In de vroegere klassensamenleving had ook de onderste laag, het proletariaat, een eigen produktieve en politieke rol, maar de nieuwe onderklasse kan zich zelfs niet beroepen op die allerlaagste status. Dat verschijnsel doet zich overal voor: in rijke en arme landen, en in de steden, van Amsterdam tot Rio de Janeiro. Als reactie daarop gaan mensen hunkeren naar een verloren paradijs, een ongerepte samenleving. Die drang is bijna onweerstaanbaar. Zelfs wij, mijn oude politieke vrienden en ik - voor het gemak noem ik ons maar verongelijkt links -, zelfs wij hebben de neiging om het vroegere Bosnie te idealiseren als een vreedzame multiculturele dorpssamenleving. Terwijl er toch ook in Bosnie al in de jaren zestig en zeventig grote spanningen waren. Maar zo werkt de economie van het menselijk verlangen nu eenmaal. Zo, en nu moet ik naar Parijs, waar ik met mijn vrouw heb afgesproken.’
Gejaagd pakt Zizek zijn spullen bij elkaar. 'Trouwens, ik heb even genoeg van de politiek. Ik keer weer terug naar de filosofie.’ En met een vinger priemend in de lucht: 'Mijn volgende boek gaat over Schelling!’ Terwijl hij plaatsneemt in een taxi naar Schiphol, vult het plein zich langzaam met joelende, brallende en vlaggende Ajax- supporters die hun nationaal kampioenschap komen vieren. Het is nog lang onrustig in mijn hoofd.