Het oezbeekse model

Oezbekistan hield deze Kerst voor het eerst ‘vrije, pluralistische verkiezingen’. Onder het toeziend oog van westerse waarnemers. Guikje Roethof was een van hen en zag hoe de ‘democratische procedures’ hier de democratie de nek omdraaiden.

TASJKENT - In Oezbekistan zijn de omgangsvormen nog steeds des sovjets, zo bleek direct bij aankomst in Tasjkent. Het was drie uur in de morgen en zeer koud. Onderaan de vliegtuigtrap stonden twee bussen: een glanzend Japans model en een afgedankte stadsbus. Een groepje bullebakken in leren jassen bepaalde wie er voor een Vip-behandeling in aanmerking kwam. Toen twintig passagiers zich met de snauwende officials in het kleine busje hadden geperst, besloot de chauffeur van de grote bus ook meteen te vertrekken, de rest van de passagiers in de vrieskou achterlatend.
De confrontatie met een reeel bestaand socialisme roept tijdens de jaarwisseling 1994-1995 gemengde gevoelens op. Dit uitstervende systeem kan nog slechts in een paar reservaten worden beleefd en Oezbekistan is er een van. Het rondstappen in een communistisch domein valt nog het best te omschrijven als een politieke safari.
IK WORD OPGEHAALD door de directeur Protocol van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De heer Bachtiar Atabajev zal zich de komende drie dagen uitputtend bezighouden met mijn welbevinden. De regering, zo heet het, stelt veel prijs op de aanwezigheid van buitenlandse waarnemers bij de verkiezingen, want president Islam Karimov wenst een economische ontwikkeling naar westers model. Hij heeft dat ook te boek gesteld in Building the Future, Uzbekistan: Its Own Model for Transition to a Market Economy. Naar het typisch eigene aan het Oezbeekse model voor democratisering hoeven we niet lang te zoeken: dat ligt in het gegeven dat de oppositiepartijen Birlik en Erk zijn verboden.
Atabajev brengt mij de volgende dag naar een bijeenkomst waar de internationale waarnemers worden toegesproken door de president van het Nationale Verkiezingscomite. Deze verschaft ons, staand achter een microfoon in een grote gedecoreerde zaal, de noodzakelijke voorkennis: ‘Zevenhonderdduizend kiezers hebben de informatieavonden bijgewoond. Honderdduizend voerden bij een van die gelegenheden het woord. Er zijn zeshonderdvierendertig kandidaten die allemaal de kans hebben gehad zich in de media te manifesteren. Tachtigduizend mensen hebben een functie in een van de lokale verkiezingscommissies. In overeenstemming met onze nieuwe kieswet wijs ik erop dat zij geen van allen lid zijn van een politieke partij.’
Kortom, aan alle voorwaarden om van deze eerste meerpartijenverkiezingen voor het parlement van Oezbekistan een succes te maken, is voldaan, meent de spreker, alvorens uitvoerig stil te staan bij het hoge niveau van de kandidaten. 'Zeshonderdenvijf hebben een middelbare opleiding, negenennegentig een academische graad. Er zijn veel economen, juristen en ondernemers bij. De kandidaten zijn afkomstig uit vijftien verschillende bevolkingsgroepen.’
ALLE KANDIDATEN behoren tot de regeringspartij van president Karimov, het Volksdemocratische Front, of tot de door de president zelf in het leven geroepen oppositie: de Partij voor de Vooruitgang van het Vaderland. Maar deze beperking van de keuzevrijheid blijft die middag, bij het bespreken van de stembusprocedure, buiten beschouwing.
Net als in het voormalige Joegoslavie, waar de warlords vanwege hun vermogen tot lokale protectie gemakkelijk een plaats in een of ander vertegenwoordigend lichaam kunnen veroveren, blijkt ook in Oezbekistan de democratische procedure zelf de zwakke schakel van de democratie. Niet zozeer de president en zijn getrouwen, maar de kieswet schakelt de oppositie uit. Zo staat de sterke islamitische tegenbeweging buiten spel doordat partijvorming op basis van etnische of religieuze grondslag verboden is. De leiders van Birlik, die een jaar na de onafhankelijkheid in 1991 nog honderdduizenden aanhangers bezat, zijn in de afgelopen vijf jaar (de termijn in de kieswet) allen met de politie in aanraking geweest en mogen op grond van hun 'strafblad’ dus niet meedoen. Het kleinere Erk, wat vrijheid betekent, heeft nog geprobeerd om zich bij het ministerie van Justitie als legale partij te laten registreren, maar bleek niet te voldoen aan de wettelijke voorwaarden.
Vanwege de strategische ligging van de Centraal-Aziatische republieken Turkmenistan, Tadzjikistan, Kirgizi en Oezbekistan is vooral Amerika bereid een oogje toe te knijpen. De angst dat deze contreien in de Iraanse invloedsfeer terechtkomen, of dat dit deel van de voormalige Sovjetunie tot het Turkse achterland gaat behoren, prevaleert boven het vraagstuk van de mensenrechten. 'Met geld uit Iran zijn er in het afgelopen jaar dertigduizend moskeeen geopend in Oezbekistan’, zegt Sharon White van de Amerikaanse ambassade. 'De grote vraag is nu of dit netwerk tezijnertijd ook voor politieke doeleinden zal worden gebruikt.’
Op eerste kerstdag, de dag van de verkiezingen, ga ik vroeg op pad in gezelschap van twee Amerikaanse vrouwen die beiden wetenschappelijk onderzoek verrichten in Oezbekistan en de taal spreken. Of liever gezegd de talen, want het Russisch is door president Karimov als officiele taal inmiddels vervangen door het Oezbeeks en de belangrijkste minderheid in het land spreekt Tadzjieks. Ooit was Centraal-Azie het kruispunt tussen het Ottomaanse rijk en China. Een gebied met islamitische volkeren die verwant waren aan de Turken maar vaak Perzisch spraken. De onderdrukking van hun cultuur heeft hier niet een halve eeuw heeft geduurd, maar een half millennium. Welke krachten zullen losbarsten als de machthebbers de doos van Pandora op een kier zetten? Die vraag zal voorlopig onbeantwoord blijven, want van burgerlijke vrijheden is op dit moment nog geen sprake. Het had mij al enige moeite gekost om de heer Bachtiar Atabajev van het ministerie duidelijk te maken dat zijn aanwezigheid bij het waarnemen van de verkiezingen de objectiviteit zou verstoren. De chauffeur verstaat geen Engels, maar iets in zijn houding doet vermoeden dat hij de opdracht heeft gekregen zijn oren open te houden.
Het eerste stembureau dat we aandoen bevindt zich in de hal van een universiteitsgebouw te Tasjkent. We worden hartelijk ontvangen door het hoofd van de faculteit, een partijman ongetwijfeld, die geen functie heeft in het stemcomite maar wel de lakens uitdeelt. Min of meer toevallig ontdekken wij een deur naar de kelder waar een overbeladen banket staat opgesteld met verse broodjes, frisdranken, toffees, sigaretten en andere gesubsidieerde levensmiddelen. 'Nou ja, ik zag geen etenswaren die niet gewoon in de winkels te verkrijgen zijn’, zou Sharon White later over de verkiezingsbuffetten zeggen. Zij heeft er begrip voor dat de regering niet in een keer breekt met alle tradities.
Minder begrip heeft ze echter voor een andere traditie: het fenomeen van de family-voting. Overal waar we komen stuiten we op chaotische taferelen voor de stemhokjes. Veel mensen hebben drie of vier oproepkaarten bij zich. Ze ontvangen evenzovele stembiljetten, hoewel dat in strijd is met de kieswet. Rond het middaguur ligt het gemiddelde opkomstpercentage rond de tachtig procent. Het bewijs volgens de regering van president Karimov dat de eerste 'pluralistische’ verkiezingen in goede aarde zijn gevallen. Ook op de Amerikaanse ambassade denkt men aanvankelijk positief over deze hoge opkomst. Halverwege de dag wordt duidelijk dat het precies andersom is: hier is geen sprake van een recht om te kiezen of van een recht om de overheid te corrigeren, maar van een plicht tot legitimatie van de 'vrije verkiezingen’ die zo door het Westen op prijs worden gesteld.
VANDAAR OOK DE extensieve bemoeienis van het ministerie van Buitenlandse Zaken met het stembusritueel. Onder het mom van gebrek aan brandstof worden we aan het eind van de ochtend door de chauffeur teruggebracht naar Tasjkent en afgeleverd op het ministerie. Van een tocht naar het zuid-westen kan geen sprake zijn. En de heer Atabajev heeft lunchpauze. Na een oponthoud van drie uur kunnen we eindelijk vertrekken. We zullen onze waarneming voortzetten in de middelgrote plaats Gullesand. Maar ook daar krijgen we geen stembureau te zien; de chauffeur zet ons af voor het partijbureau. De burgemeester is op de hoogte gesteld van onze komst en hij wil ons in zijn chocoladekleurige Wolga door de stad rijden. Bij het tellen van de stemmen moet onze ploeg verstek laten gaan. Ter ere van ons heeft de burgemeester een feestmaal aangericht en het zou een affront zijn om zijn gastvrijheid te negeren.
De volgende avond zeg ik voor de Oezbeekse televisie dat dit geen vrije en eerlijke verkiezingen waren en dat een democratie niet alleen uit procedures bestaat, maar uit persvrijheid en vrijheid partijen te vormen. Later hoorde ik dat mijn verklaring de Oezbeekse huiskamers niet heeft bereikt.