Het Migrantenmuseum

Het (on)gewassen laken

Het laken was eigenlijk nog niet aan de beurt. Maar na de kleine rel in het museum, een klein opstootje waarover de kranten hebben bericht, leek het ons verstandig om het verhaal van het museumobject het ‘(on)gewassen laken’ eerder dan gepland te vertellen. De kranten schreven dat er een rel was ontstaan in het Migrantenmuseum, maar waarom de twee broers, gewapend met messen die ze in de binnenzakken van hun jassen hadden verstopt, ons object wilden kapotsnijden, dat konden de journalisten niet exact achterhalen.
Om een ingewikkeld verhaal zo simpel mogelijk te vertellen: de kwestie draait om de vraag of het Migrantenmuseum een complot beraamd heeft tegen mevrouw Nuriye. Mevrouw Nuriye is drie jaar geleden ter aarde besteld en voor haar overlijden sprak ik met haar. In dat gesprek kwamen we erachter dat ze de eerste vrouwelijke gastarbeider is die een bruiloft vierde in Nederland.
Ze was ontroerd toen ze over die bruiloft vertelde. De lieve vrouw, die door ziekte kleiner was geworden dan een vogel, vertelde, terwijl ze haar best deed om niet in tranen uit te barsten: ‘We hadden geen muziek, we hadden ook geen geld voor een echte zaal. De eigenaar van het koffiehuis had die zondag voor ons gereserveerd. Van onze Nederlandse buurvrouw leende ik haar bruidsjurk. Die paste niet, ik was te klein voor de jurk, maar toch voelde ik me een prinses. We waren met een stuk of dertig mensen en het enige wat we de hele nacht deden was de liedjes die we kenden samen zingen. Ik was gelukkig, maar mijn man was gelukkiger dan ik. Wat heeft die man toch veel gehouden van mij…’
Ik droeg het ‘migrantenmuseum’ toen al in mijn brein en vroeg haar om een object. Ze draaide zich om naar haar twee zonen – de jongens die afgelopen week het museum hebben aangevallen – en zei met een stem die zich voorbereidt op de dood: ‘Geef deze man het laken dat in mijn kist opgevouwen ligt. Niet dat hij dat museum van de grond krijgt, maar ik heb in mijn korte leven geleerd om nooit nooit te zeggen.’
De twee zonen met de dikke en korte O-benen kwamen drie dagen later naar mij toe en gaven me het laken. Hun ogen waren rood geworden van het langdurige huilen, want hun 87-jarige moeder had in de strijd met Magere Hein het onderspit gedolven. ‘Het laken van de huwelijksnacht van onze lieve papa en mama’, zei de een. ‘Allah hebbe hun zielen’, zei de ander.
Toen ik het laken een paar uur later openvouwde om het eens te bekijken voordat ik het weggooide, wist ik niet wat ik zag. Een laken dat overal witter was dan wit. Geenszins een textielproduct dat bewijs leverde voor het kuise gedrag van de bruid. Nergens een spoor van maagdelijkheid. Geen druppel bloed. Niets, noppes.
We hebben het laken keurig opgeborgen en drie jaar laten liggen. En toen het Migrantenmuseum eindelijk openging, kreeg het een mooie plek bij de saz. Mevrouw Nuriye had op haar bruiloft geen muziek, maar haar laken nu wel.
Het museum was nog geen drie maanden open en de twee zonen kwamen parmantig aanlopen om naar het laken van hun moeder te kijken. Net als ik wisten ze ook niet wat ze zagen. Het geschreeuw begon natuurlijk onmiddellijk. Daarna bedreigden ze ons. Een dag later kwamen ze met hun messen. En tegen de pers zeiden ze dat we het laken van hun moeder hadden gewassen. Ze noemden ons de vijanden van de cultuur van het moederland en beweerden dat we wel vaker dit soort complotten smeedden om hun mooie cultuur zwart te maken.
Kom naar het Migrantenmuseum en kijk naar dit laken, waarde lezer. Het laken van de vrouw die niet alleen de eerste bruiloft onder de gastarbeiders hield, maar ook de eerste voorvechter van vrouwenrechten was. En wees snel. Want ik heb de woede in de ogen van de twee zonen gezien. Het zal niet lang duren eer ze ons laken hebben gestolen. Ze zijn namelijk geoefend in stelen. Al heel veel eeuwen stelen ze levensvreugde bij vrouwen.