Het Onbekende Land

Roelof van Gelder, _Naar het aards paradijs: Het rusteloze leven van Jacob Roggeveen, ontdekker van Paaseiland, 1659-1729. _Balans, 335 blz., € 29,95

Voor de vroegmoderne Europeaan leek het zo logisch: als het noordelijk halfrond van de aarde bedekt was met grote landmassa’s, dan kon dat op het zuidelijk halfrond niet anders zijn. Goed, in de zestiende eeuw was dan wel Zuid-Amerika ontdekt en deels in kaart gebracht, en in de zeventiende eeuw stuitte men op het desolate Australië, maar wat men ten zuiden van de evenaar vond was vooral een eindeloze hoeveelheid water. De Mare Pacificum of Stille Zuidzee zou niet minder dan een derde van het aardoppervlak beslaan, en dat kon natuurlijk niet. Theologen waren ervan overtuigd dat Gods schepping volmaakt was, en een kenmerk van perfectie was symmetrie. Daarom moest er in het zuiden dus wel evenveel land zijn als in het noorden – God leverde immers geen broddelwerk. Maar ook de steeds talrijker wordende natuuronderzoekers waren ervan overtuigd dat er zoiets bestond als het Terra Australis Incognita oftewel Onbekende Zuidland, dat veel groter moest zijn dan het continent dat Australië werd genoemd. Het Zuidland zou zich uitstrekken van de Zuidpool tot Vuurland, Kaap de Goede Hoop en de Indonesische archipel. Als er hier niet evenveel land zou zijn als in het noorden, dan zou de aarde immers deerlijk uit balans raken, uit haar baan schieten en het heelal in worden geslingerd. Toch hadden de ontdekkingsreizigers uit de zestiende en zeventiende eeuw dit immense continent, dat vast onmetelijke rijkdommen zou herbergen, nooit gevonden. Wel waren verschillende eilandengroepen ontdekt, die ongetwijfeld voor de kust van het Zuidland lagen.

In 1676 verleenden de Staten-Generaal aan Arent Roggeveen een octrooi om de Stille Zuidzee te verkennen en lucratieve gebieden voor de Republiek in bezit te nemen. Roggeveen was een in Middelburg werkzame landmeter, cartograaf, uitgever, navigatiedocent, rederijker en wijnroeier, die tevens assistent-equipagemeester van de Zeeuwse admiraliteit was. Deze veelzijdige en ondernemende man, die een belangrijke rol speelde in het economische en culturele leven van Middelburg, had als lijfspreuk: ‘Niets is zo gewis als de mathesis.’ Ook hij was ervan overtuigd dat het Onbekende Zuidland eenvoudig móest bestaan.

Door allerlei omstandigheden kwam de expeditie niet van de grond, en drie jaar later overleed Arent Roggeveen. Zijn plan werd echter veertig jaar later weer opgepakt door zijn zoons Johan en Jacob, van wie de laatste in 1721 leiding gaf aan een door de West-Indische Compagnie gefinancierde tocht door de Stille Zuidzee. Ook nu werd het Onbekende Zuidland niet ontdekt, maar Jacob Roggeveen was wel de eerste Europeaan die voet op Samoa en Paaseiland zette. Dankzij de raadselachtige beelden op het laatste eiland heeft deze ontberingrijke tocht van Roggeveen altijd tot de verbeelding gesproken, al zijn hij en zijn mannen slechts één dag op Paaseiland geweest.

Uiteraard vormt de verliesgevende expeditie het belangrijkste deel van de boeiende biografie die Roelof van Gelder van Jacob Roggeveen heeft geschreven, niettemin is dit boek meer dan het verhaal van een onverschrokken zeevaarder. Evenals zijn vader was Jacob Roggeveen (1659-1729) een veelzijdig man, die naast zijn baan als notaris en belangrijk jurist bij de voc grote belangstelling had voor literatuur, filosofie en natuurwetenschappen.

Roggeveen moest niets hebben van de orthodoxe predikanten die van de Republiek een streng calvinistische natie wilden maken. Was zijn vader sterk beïnvloed door Descartes, Jacob Roggeveen raakte in de ban van de nog radicalere Spinoza, wiens geschriften volgens een tegenstander ‘in deze jeukerige eeuw om hare nieuwheid, byna in alle boekwinkels [werden] verkocht’. Omdat hij na verloop van tijd tot de conclusie kwam dat het hyperrationalistische en deterministische denken van Spinoza geen antwoord bood op de echte levensvragen werd hij een volgeling van Pontiaen van Hattem. Hoewel Van Hattem sterk beïnvloed was door Spinoza bleef hij geloven in een persoonlijke God en was volgens hem de mens de passieve uitvoerder van diens wil.

Voor orthodoxe gereformeerde theologen was de relatie met het denken van Spinoza al genoeg om het ‘hattemisme’ fel te bestrijden. Hierdoor kwam ook Jacob Roggeveen, die het vier­delige verzamelde werk van de in 1706 overleden Van Hattem uitgaf, zwaar in de problemen. Als bezorger van dit ‘snode gruwelboek’ was hij in de ogen van rechtzinnige predikanten en stadsbestuurders ‘een schadelijk mensch en besmettende zielepest’, zodat hij in 1719 uit Middelburg werd verbannen.

Dat het zo ver kwam lag deels ook aan het karakter van Roggeveen, die buitengewoon rechtlijnig en eigengereid was, en in de tijd dat hij in Batavia werkte voortdurend overhoop had gelegen met zijn collega’s en superieuren. Hoewel hij toen hij verbannen werd zestig jaar was en vermogend genoeg was om elders te rentenieren, besloot de rusteloze Roggeveen alsnog het oude plan van zijn vader uit te voeren. Nadat zijn carrière bij de voc doodgelopen was en zijn bemoeienissen met de filosofie en religie hem uit zijn geboortestad hadden verdreven, wilde hij naam maken als de grootste ontdekkingsreiziger sinds Columbus en het mysterieuze Zuidland in kaart brengen. Uiteraard vond hij dit niet, en een halve eeuw later zou James Cook aantonen dat de Franse ontdekkingsreiziger Amédee-François Frézier, die het Zuidland al in 1718 ‘een loutere hersenschim’ noemde, gelijk had gehad.

Wat het uiterst gedegen en leesbare boek van Van Gelder zo boeiend maakt, is dat het opnieuw duidelijk laat zien dat de intellec­tuele revolutie van de zeventiende en achttiende eeuw niet alleen een zaak was van filosofen en letterkundigen die achter hun schrijftafel radicaal nieuwe ideeën ontwikkelden, maar evenzeer van praktisch ingestelde geesten, die op basis van empirisch onderzoek en gewaagde ontdekkingsreizen veel mythen opruimden en een schat aan nieuwe informatie aandroegen. Hoewel Roggeveen het niet in alle opzichten met Spinoza eens was, behoorde ook hij tot wat Jonathan Israel de ‘Radicale Verlichting’ noemt.