Het onbeschrijflijke

De schilderijen in de serie Place van Steven Aalders zijn zo gemaakt, met hun vormen en hun kleuren, dat er niets anders blijft dan een fijnzinnig evenwicht waar toch, tegelijkertijd, minieme en subtiele wisselingen plaatsvinden.

DE KALME EENVOUD, zo op het oog tenminste, van de vijf schilderijen van Steven Aalders die ik onlangs heb bekeken, is misschien wel bedrieglijk. Dat dacht ik. Zij vormen een samenhangende serie met de titel Place. Vervolgens worden de vierkante doeken onderscheiden door de monochrome kleur van hun oppervlak: Black, Brown, Beige, Grey, Ash. Langs de rand van het schilderij heeft de schilder vier balken geplaatst die, symmetrisch en regelmatig, een soort plek aangeven of afmeten waarnaar wij kijken, in het midden. De balken hebben de vier andere kleuren dan de kleur van het dragende vlak. Bij dragend grijs zijn ze dus zwart, bruin, beige en askleurig (witgrijs) zodat in elk schilderij alle vijf kleuren voorkomen. Omdat er een duidelijk maar subtiel verloop is in hun kleurgewicht, van het zwart naar de lichtste kleur, zilverwitte as, probeerde ik te zien of er in de plaatsing van de balken wellicht een ritmisch soort opeenvolging was te ontwaren. Bijna elk schilderij dat op of vanuit een geometrische orde is opgebouwd, verleidt altijd het oog ertoe om te gaan zoeken of er in de vormgeving niet allerlei slimme formele principes of wetmatigheden schuilgaan – net zo eigenlijk als bij het kijken naar de visuele trucages in een surrealistisch schilderij. Heb je dat ontdekt, dan is het schilderij opgelost, alsof het een vraagstuk was. Natuurlijk zijn er zulke werken gemaakt: door kunstenaars als Peter Struycken bijvoorbeeld of de onlangs besproken Richard Paul Lohse, die de ambitie hadden het proces van vormgeving strikt logisch te laten verlopen en zo probeerden de onzekerheden van intuïtie te ontlopen.
Maar hoe langer ik keek naar deze vijf schilderijen van Steven Aalders, hoe meer mij de discretie en de lichtheid begon op te vallen van de verschijning van die balken. Eigenlijk zijn ze er zo terughoudend mogelijk. Omdat ze niet aaneengesloten zijn, zie ik ze ook niet als begrenzing van het geheimzinnige middengebied waar steeds mijn blik blijft verwijlen. De minimale kleurcontrasten tussen de balken zijn ook zo zachtaardig en evenwichtig dat ze in het fluwelige oppervlak van het schilderij geen echte interruptie zijn. Eerder zijn ze geleidend. Misschien ook zijn ze te vergelijken met melodische akkoorden die een toon zetten.
Bij het kijken dan naar deze roerloze schilderijen, waarbij je niet precies kunt weten waarnaar je eigenlijk kijkt of moet kijken, moest ik denken aan de eerste regels van een klein gedicht van William Wordsworth – waarin hij ontroerd naar een vlinder kijkt:

I’ve watched you now a full half hour,
Self-poised upon that yellow flower;
And, little Butterfly! indeed
I know not if you sleep, or feed.

Wat ik zie in Steven Aalders’ schilderijen zie ik wel degelijk maar ik kan niet uitdrukken of beschrijven wat het is, evenmin als de dichter kon zeggen of de vlinder sliep of at, ook niet nadat hij het fragiele ding zo stil en geduldig had zitten bekijken. Omdat ik wil weten wat ik zie (dat is onze nieuwsgierige natuur) blijf ik maar kijken. Zo blijft mijn oog rusten in het middengebied van het schilderij dat een plek wordt van intieme roerloosheid, omgeven door die stille balken zoals we in een pauze in een melodie de stilte kunnen horen. Er wordt geen verhaal verteld: de schilderijen zijn zo gemaakt, met die vormen en die kleuren, dat er niets anders blijft dan een fijnzinnig evenwicht waar toch, tegelijkertijd, minieme wisselingen gebeuren in voornamelijk de verhoudingen tussen de kleuren of, zoals ik al zei, hun onderlinge gewicht. We kennen die kleuren maar toch verschijnen ze op elke grondkleur net weer iets anders, op een manier die ik niet kan beschrijven maar wel kan zien. De schilderijen laten dus letterlijk het onbeschrijflijke zien: dat maakt ze zo bijzonder.
Dit zichtbaar en ervaarbaar maken van wat je niet kunt benoemen is natuurlijk de unieke kwaliteit van alle goede beeldende kunst. Meestal lijkt dat alleen een bijverschijnsel: het Gezicht op Delft van Vermeer is, kun je denken, vooral wat het zegt, een beeld van die stad – maar het schilderij is pas fascinerend geworden door al die verfijnde schakeringen van kleur en effecten van lichtval die tot tussen de huizen zichtbaar zijn. Misschien zonder dat we ons ervan bewust zijn is het die chromatische levendigheid die ons de stad als zo stralend laat ervaren – zoveel meer dan een skyline of contour. Hoe iets onnavolgbaar geschilderd wordt, daarom gaat het, het onderwerp is alleen maar een beginpunt.

PS De schilderijen zijn nog tot 29 november te zien in het Mondriaanhuis in Amersfoort – vergezeld van sobere meubels van de architect-monnik Dom van der Laan en verder begeleid door vioolmuziek van Morton Feldman. Dit nobele ensemble is door Aalders zelf ingericht