Het ontploffende doolhof

Omstreeks deze tijd is het vijf jaar geleden dat de Syrische burgeroorlog uitbrak. Sindsdien zijn er 220.000 doden gevallen en vier miljoen mensen zijn gevlucht. Het aantal partijen dat op de een of andere manier bij de strijd betrokken is valt niet meer te overzien.

Een vredesconferentie die vorige week in Genève werd gehouden is voorlopig mislukt. Daarna hebben de Russen, bondgenoten van president Assad, opnieuw doelen in het gebied van zijn tegenstanders gebombardeerd waarbij ook burgerdoelen zijn geraakt. Nieuwe stromen vluchtelingen zijn het gevolg.

Vanaf het begin is de oorlog in Syrië meer dan een plaatselijk conflict geweest. De geloofsstrijd tussen sjiieten en soennieten speelt een belangrijke rol. Assad zelf is een alawiet, verwant aan de sjiieten. De varianten van de islam haten elkaar voldoende om een oorlog te beginnen. Dat is in Syrië in 2011 gebeurd. Andere partijen hebben zich in de strijd gemengd. Assad wordt ervan verdacht twee jaar geleden gifgas te hebben gebruikt. Zijn bondgenootschap met Moskou heeft de vrede geen goed gedaan. Maar belangrijker is dat deze chaotische burgeroorlog een vruchtbare omgeving voor Islamitische Staat en het jihadisme heeft doen ontstaan. De Syrische burgeroorlog exporteert terroristen en geradicaliseerde jongeren gaan er vechten. Zo beïnvloedt een Arabisch land aan de overkant van de Middellandse Zee de politieke verhoudingen in Europa. En het einde is niet in zicht.

Sterker: op het ogenblik lijkt Syrië een wereldramp zonder oplossing. Voorzover je daarvan kunt spreken speelt het de leidende rol in de versnelde chaotisering van het deel van de moslimwereld dat daarvoor vatbaar is. Eerst was het Afghanistan. Daarop volgde Irak dat nog steeds niet is hersteld van de dertien jaar geleden begonnen oorlog. Waarschijnlijk is IS tussen de puinhopen van Iraakse steden ontstaan. En nadat de chaos zich in Irak en Syrië had gevestigd begint nu Libië in staat van politieke ontbinding te raken.

Het Westen heeft maar één antwoord

Het Westen heeft op deze mondiale ramp praktisch maar één antwoord: bombarderen. Dat gebeurt onder leiding van Amerika en in welke mate het helpt weten we niet. We doen mee uit solidariteit. Zo laten ook onze F-16’s hun bommen op Irak vallen en binnenkort gaan er twee dat werk boven Syrië doen. Zal dat helpen? We hebben nu vijftien jaar ervaring met het bombarderen van islamitische doelen, van het Tora Bora-gebergte in Afghanistan tot de recente doelen in Syrië. Dat heeft bij elkaar meer dan een miljoen vluchtelingen opgeleverd terwijl de orde in de betrokken landen niet is hersteld.

Integendeel. De grote wereldmachten raken verder bij het warnet van conflicten betrokken. Dat Poetin zijn Syrische bondgenoot niet in de steek zou laten viel te voorzien. De Russische steun wordt nu opgevoerd met meer militaire hulp aan Assad. Dit betekent dat de bases Latakia en Tartana verder tot militaire steunpunten voor Rusland worden omgebouwd. Secretaris-generaal van de Navo Stoltenberg heeft voor deze uitbreiding van Moskou’s macht gewaarschuwd. Zal Poetin daarvan onder de indruk zijn?

Langzamerhand krijgt deze burgeroorlog een nieuw aspect. Syrië wordt ook tot een strijdtoneel van wereldmachten. De Russische annexatie van de Krim hebben we achter de rug. Oekraïne blijft het toneel van een onbesliste strijd. Poetin is een onberekenbare machthebber en de ervaring leert dat hij zich over het algemeen niet laat leiden door vreedzame bedoelingen. Door de recente ontwikkelingen groeit het risico dat het luchtruim boven Syrië tot frontgebied wordt. De confrontatie tussen een Nederlandse F-16 en een Russisch gevechtsvliegtuig is niet denkbeeldig. Wat zouden daar de gevolgen van kunnen zijn? Voor de voorstanders van deze militaire expeditie zou het een mooie taak zijn zich daarvan een beredeneerde voorstelling te maken en die aan het publiek te presenteren.