Historisch archief belicht

Het ontslagrecht volgens Ford

In 1903 begon Henry Ford met 311 arbeiders en een productie van 1708 auto’s. In 1917, het jaar van het artikel in De Groene Amsterdammer, rolden er meer dan driekwart miljoen exemplaren uit zijn fabrieken. Het geheim zat hem in de prijs. Het standaardmodel kostte slechts 345 dollar. Afbetaling in termijnen was mogelijk. Vertaald naar het lagere Nederlandse welvaartsniveau zou het volgens de Groene-auteur gaan om een bedrag tussen de 300 en 400 gulden. Een schijntje: ‘Steller dezes ontmoette leeraren, hoofdonderwijzers, bedienden in allerlei zaken, die een eigen auto hadden en zich verwonderden, dat menschen van overeenkomstige positie in ons land nog steeds genoegen hadden in de fiets “waarmee zij zich in hun jongen tijd vermaakt hadden”.’

De belangrijkste vernieuwingen die Ford doorvoerde lagen echter niet op technisch of financieel vlak. Ze waren organisatorisch van aard. De lopende band was weliswaar niet zijn uitvinding, maar de schaal waarop Ford deze introduceerde was uniek. Het verkortte de productietijd van een auto aanzienlijk. De arbeiders keken heel anders aan tegen die ‘vooruitgang’. Aanvankelijk keerden ze het bedrijf massaal de rug toe. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog was het personeelsverloop bij Ford enorm.

Flexibilisering en versoepeling van het ontslagrecht waren daarom wel het laatste waar Ford behoefte aan zou hebben gehad. Hij voerde het omgekeerde systeem in. De lonen werden drastisch verhoogd. Winstdeling moest voor meer loyaliteit zorgen. En bovenal: Ford garandeerde een baan voor het leven. ‘Niemand mag ontslagen worden (…) Voldoet een arbeider niet in een bepaalde afdeeling, dan wordt nauwkeurig onderzocht waar de fout ligt. Domheid wordt beschouwd als gebrek aan kennis en wordt verholpen door onderwijs; luiheid wordt opgevat als lichaamelijke of geestelijke ziekte en als zoodanig in een hospitaal of sanatorium genezen; brutaliteit wordt vermeden door als mensch tot mensch met de werklieden te spreken.’

Het zogenoemde Fordisme had zowel grote voordelen als flinke nadelen. Het bood werknemers zekerheid, een fatsoenlijk inkomen en zorg van de wieg tot het graf. Maar het was ook star. De betutteling was groot. Het personeel werd tot achter de voordeur in de gaten gehouden. Medewerkers van Ford die huisbezoeken aflegden controleerden zelfs of de arbeiders hun tanden goed poetsten. Ford zelf werd er in elk geval niet slechter op. Volgens de auteur verdiende hij aan dat in onze flexibele tijden als gedateerd en log beschouwde systeem ongeveer een miljoen dollar per week.

***

Bezoek het historisch archief van De Groene Amsterdammer en blader door de eerste 64 volledige jaargangen, van 1877 tot en met 1940. http://193.67.146.137/dga/