Wagenaar stelt het uitselecteren van mogelijk ‘illegalen’ kennelijk moreel op één lijn met het uitleveren van de joden toen. Hetgeen - als het navolging zou vinden - kan uitmonden in een soort nationale inhaalmanoeuvre ten opzichte van de geschiedenis. Je vraagt je af waarom de andere universiteiten nog zo muisstil zijn. In Leiden was er inderdaad behoorlijk wat protest tegen het uitsluiten van joodse hoogleraren en andere docenten in 1940. Maar dat was elders wel anders.
Aan de Rijksuniversiteit Groningen bijvoorbeeld was de solidariteit ver te zoeken, zo bleek uit onlangs uit de archieven opgedolven notulen van het universiteitsleven aldaar. Tijdens een bijeenkomst van de Groningse studentenverenigingen op 26 november 1940 liet een vertegenwoordiger van het grote, gerenommeerde studentencorps Vindicat weten dat ‘universiteiten en studentenverenigingen belangrijker zijn dan een paar mensen’. De Senatus illustrissimus studiosorum groningae van Vindicat ging zelfs over tot ‘actie tegen iedere demonstratie met betrekking tot maatregelen tegen de joodsche docenten’.
Het is een loodzware erfenis die de RU Groningen ook nu nog met zich meetorst. Om zich daar enigszins van te bevrijden zit er maar één ding op: als de donder nu wel het Leidse voorbeeld volgen. Wordt men toch nog een beetje ‘goed’.