Het ontzet van leiden

Weer neemt Leiden het voortouw in het verzet. Dit keer is het tegen de Koppelingswet, de grote administratieve ‘zuivering’ van al wat allochtoon en illegaal is in de diverse computerbestanden der bureaucratie. Rector-maginificus Willem Albert Wagenaar van de Leidse universiteit verklaarde manhaftig met geen haar te peinzen over medewerking aan deze operatie. Hij wenst ‘studenten niet op andere dan inhoudelijke gronden’ te selecteren. Wagenaar herinnerde ook aan de protestacties op de Leidse universiteit in 1940 en daarna. ‘Tijdens de Duitse bezetting ging zij voor in het verzet tegen het uitbannen van joodse leraren’, aldus Wagenaar afgelopen zaterdag 26 september in de Volkskrant.

Wagenaar stelt het uitselecteren van mogelijk ‘illegalen’ kennelijk moreel op één lijn met het uitleveren van de joden toen. Hetgeen - als het navolging zou vinden - kan uitmonden in een soort nationale inhaalmanoeuvre ten opzichte van de geschiedenis. Je vraagt je af waarom de andere universiteiten nog zo muisstil zijn. In Leiden was er inderdaad behoorlijk wat protest tegen het uitsluiten van joodse hoogleraren en andere docenten in 1940. Maar dat was elders wel anders.
Aan de Rijksuniversiteit Groningen bijvoorbeeld was de solidariteit ver te zoeken, zo bleek uit onlangs uit de archieven opgedolven notulen van het universiteitsleven aldaar. Tijdens een bijeenkomst van de Groningse studentenverenigingen op 26 november 1940 liet een vertegenwoordiger van het grote, gerenommeerde studentencorps Vindicat weten dat 'universiteiten en studentenverenigingen belangrijker zijn dan een paar mensen’. De Senatus illustrissimus studiosorum groningae van Vindicat ging zelfs over tot 'actie tegen iedere demonstratie met betrekking tot maatregelen tegen de joodsche docenten’.
Het is een loodzware erfenis die de RU Groningen ook nu nog met zich meetorst. Om zich daar enigszins van te bevrijden zit er maar één ding op: als de donder nu wel het Leidse voorbeeld volgen. Wordt men toch nog een beetje 'goed’.