Het lot van de afvallige moslim

Het oordeel is aan Allah

Met zijn Comité voor Ex-moslims veroorzaakte Ehsan Jami drie jaar geleden veel opschudding. Het comité werd na een jaar al opgeheven. Maar dat betekent niet dat afvalligheid geen probleem meer is.

HET IS VRIJDAG half twee en het is druk bij de As Soennah-moskee in Den Haag. Over een half uur begint het gebed. De mannen - met baarden en in witte djellaba’s - gaan aan de voorkant naar binnen. Aan de achterkant is de ingang voor de vrouwen, zij gaan in het zwart gesluierd en sommigen duwen een buggy voor zich uit. As Soennah is gevestigd in een voormalig kantoorpand aan de Fruitweg en valt zonder minaretten niet op als gebedshuis. De salafistische moskee is een van de meest radicale in Nederland. Misschien niet de meest voor de hand liggende plek om naar afvallige moslims te zoeken, wél om te peilen hoe streng gelovige moslims denken over afvalligheid. Maar niemand wil antwoorden en binnen een paar minuten komt de bestuursvoorzitter Abdelhamid Taheri naar buiten. ‘Val onze mensen niet lastig met dit soort vragen. Zij komen om te bidden.’
Even later spreekt imam Fawaz Jneid de gelovigen toe. Zijn felle stem draagt tot ver buiten de moskee. Waar de imam zich zo druk over maakt, is niet te volgen. De uit Libanon afkomstige Fawaz preekt in het Arabisch. Na afloop laat hij via zijn tolk weten dat het over de economische crisis ging. 'We moeten als moslims onze verantwoordelijkheid nemen en onze bijdrage leveren aan het bestrijden van de crisis.’
Terug naar de afvalligheid. De imam zegt dat hij leukere onderwerpen kent, maar hij wil er toch enkele woorden aan wijden. 'In Nederland is vrijheid van godsdienst. Niemand wordt hier gedwongen om een geloof aan te hangen. Moslims ook niet. Wie in Nederland moslim is, is dat uit vrije wil en volle overtuiging.’
In islamitische landen zijn mensen minder vrij in hun keuze voor het geloof, erkent Fawaz. 'Maar in geen enkel land kunnen we in het hoofd van mensen kijken. Zolang afvalligen zich koest houden, is er niets aan de hand. Pas als ze in het openbaar de islam de rug toekeren, lopen ze het risico opgepakt te worden. Op het verkondigen van afvalligheid staat de doodstraf voor mannen, vrouwen gaan de gevangenis in. Een neef van me in Libanon heeft het geloof afgezworen en is communist geworden. Ik heb hem er met argumenten van proberen te overtuigen dat hij op het verkeerde pad is geraakt en dat de islam de enige waarheid is, maar hij was niet meer te redden.’ Op de vraag wat de imam van dat soort mensen vindt, verliest hij plotseling zijn zelfbeheersing en spuwt op de grond. Hij brengt zijn tolk daarmee even in verlegenheid, maar deze herpakt zich snel en zegt: 'Die mensen wil hij niet meer kennen. Maar het oordeel is uiteraard aan Allah.’
Even verderop doet Mohammed Azouagha, eigenaar van Multiculti Snack en Hapjes, goede zaken. Hij profiteert van de enorme toeloop naar de moskee; na de lange preek van Fawaz zijn de gelovigen hongerig. Ook de uitbater van de snackbar lijkt in eerste instantie heel liberaal over afvalligheid. 'In Nederland is iedereen vrij om wel of niet te geloven. Moslims, christenen en ongelovigen moeten met respect met elkaar omgaan.’ Maar als zijn eigen kinderen van hun geloof zouden vallen, blijkt hij minder tolerant. 'Dan zijn het mijn kinderen niet meer. De islam is het enige echte geloof. Wie in het licht van de waarheid leeft, kiest toch niet voor het duister van de leugen?’

HEBBEN MOSLIMS wel een keuze? Kinderen van moslims zijn automatisch zelf ook moslim. Volgens de soennah, de geloofstraditie, moet de vader de pasgeborene de adhaan, oproep tot gebed, in het rechteroor fluisteren en de iqama, een ander gebed, in het linkeroor. Zo zijn de eerste woorden die het kind hoort de woorden van tawhied, de eenheid van Allah. Een nieuwe moslim is geboren.
'En een nieuw mens is van zijn vrijheid van godsdienst beroofd’, vindt Michiel Hegener. Hij is journalist en schrijft onder meer kritische opiniestukken over de islam. In 2005 kwam zijn boek Vrijheid van godsdienst uit. In 2007 richtte hij samen met Ehsan Jami het Centraal Comité voor Ex-moslims op. 'In artikel 6 van de Grondwet garandeert de Nederlandse overheid ons vrijheid van godsdienst. Maar artikel 6 is een dode letter want in de praktijk belemmeren honderdduizenden Nederlanders ongestraft de godsdienstvrijheid van anderen. Dagelijks worden tientallen baby’s ingelijfd bij georganiseerde religies.’
Hegener is kritisch op alle geloven, maar de islam komt er bij hem het slechtste vanaf. 'Omdat dat geloof zo dwingend is. Moslims mogen niet openlijk breken met de islam, bijvoorbeeld om hindoe te worden, of boeddhist, christen of atheïst. Natuurlijk worden kinderen in christelijke gezinnen ook beïnvloed. Maar in het christelijke geloof zijn er bepaalde momenten - vormsel, belijdenis - waarop je kunt kiezen. Wie ervoor kiest om “eruit te stappen” kan het heel moeilijk krijgen, maar hoeft niet voor zijn leven te vrezen. Voor moslims ontbreekt dat keuzemoment en de islam is de enige religie waarbij afvalligheid nog steeds wordt gestraft.’ Volgens de sharia, de islamitische wet, staat op afvalligheid de doodstraf. Hegener: 'In streng islamitische staten geldt deze wet nog steeds. Maar tot een officiële veroordeling hoeft het vaak niet eens te komen. De afvallige wordt ook zonder rechterlijke uitspraak gelyncht door familie, buren of bekenden. De politie houdt zich afzijdig, het is immers de wil van Allah dat een afvallige wordt gestraft?’
In Nederland is dat allemaal niet aan de orde. Driekwart van de Nederlandse moslims vindt afvalligheid een persoonlijke keuze, was de uitkomst van een enquête van Nova uit 2007. Toch vond destijds zes procent dat tegen afvalligen geweld mag worden gebruikt en gaf een kwart van de ondervraagden aan dat zij het contact met afvalligen zouden verbreken. Geen doodstraf, maar wel sociaal doodverklaard.
'Een afvallige mag worden onterfd, kan de voogdij over zijn kinderen verliezen en als de partner nog wel gelovig is, kan hij eenzijdig het huwelijk laten ontbinden. Er zijn afvalligen die daarom niet eens aan hun partner durven te vertellen dat ze niet meer geloven’, zegt Hegener. Op websites als faithfreedom.org staan getuigenissen van ex-moslims die vaak alleen onder een schuilnaam hun verhaal durven doen. Ook in het baanbrekende boek Leaving Islam: Apostates Speak Out van Ibn Warraq uit 2003 (in 2008 verscheen de Nederlandse vertaling Weg uit de islam: Getuigenissen van afvalligen) komen ex-moslims aan het woord over hun worsteling om met de islam te breken. Wie hun verhalen leest, begrijpt dat velen de moed niet hebben om hun geloof openlijk af te vallen en ervoor kiezen om als Muslim In Name Only (mino) door het leven te gaan. 'Hoeveel mino’s er zijn, weten we niet. Maar dat het er veel zijn, staat wel vast’, stelt Hegener.
Hij vindt dat de Nederlandse overheid er meer aan zou moeten doen om een klimaat te scheppen waarin mino’s gemakkelijker ex-moslims zouden kunnen worden. 'Bijvoorbeeld door een Postbus 51-campagne te houden over de vrijheid van godsdienst. In godsdienstlessen op scholen zou dat aspect van vrijheid ook nadrukkelijk aandacht moeten krijgen.’
De uit Egypte afkomstige schrijfster Nahed Selim - bekend door kritische boeken over vrouwenrechten en de islam - vindt dat de overheid geen subsidie meer zou moeten geven aan moskeeën of andere religieuze instellingen waar moslims worden aangemoedigd om afvalligen te kwetsen. Zelf gelooft ze nog wel, maar op haar eigen manier. Naar de moskee gaat ze nooit. 'Dat zijn vreselijke oorden waar vrouwen slechter worden behandeld dan zwarten ten tijde van de apartheid.’ Ze wordt vanwege haar kritiek op de islam regelmatig bedreigd. 'Het wordt niet gepikt, zeker niet van een vrouw. Er zitten tijdens mijn lezingen vaak jonge moslims in de zaal die mij verbaal op een heel akelige manier aanvallen. Maar ik ga mijn eigen weg.’
Schrijver Hafid Bouazza, oorspronkelijk uit Noord-Marokko (Oujda), vond het verstikkend en onrechtvaardig dat zijn islamitische context ervoor zorgde dat hij ook automatisch als moslim werd bestempeld. Hij koos ervoor om luidkeels te laten horen dat hij niet in Allah of welke andere god dan ook gelooft. 'Rond mijn zestiende begon ik te twijfelen. Ik had het Arabisch onder de knie en kon de koran zelfstandig lezen en interpreteren, evenals de commentaren erop. Verder bad ik en bezocht ik de moskee sinds mijn elfde en mijn ervaringen in de gebedsplaats deden me huiveren van de hypocrisie die er heerste. De slaapverwekkende eredienst maakte het er niet beter op. De laatste vrijdag die ik op mijn zestiende in de moskee doorbracht, hoorde ik de imam preken: “De goede moslim wast zijn penis met zijn linkerhand.” Toen hield ik het voor gezien.’
Aanvankelijk betekende dat een breuk met zijn familie. 'Als je de islam verlaat, dan verlaat je je familie, was hun redenering. Emotionele chantage. Ik durf te wedden dat dit de enige reden is dat de meeste moslims zich nog steeds moslim noemen, vooral de jonge vrouwen.’ Bouazza vond het niet zo erg dat hij geen contact had met zijn familie. 'Ik had de kans om mij te ontplooien zonder schuldgevoel tegenover de familie en ik kan niet met al mijn familieleden goed opschieten. Dus tel uit je winst.’
Na twee jaar kwam het contact weer voorzichtig op gang. Maar dat betekende niet dat zijn familie zijn afvalligheid had geaccepteerd. 'De discussie rond mijn afvalligheid kwam weer op gang nadat ik op tv had verkondigd niet in God te geloven. Na de dood van mijn vader doen mijn moeder en mijn oudste zus weer pogingen om me terug te halen. Vermoeiend.’
Youssef Azghari, docent communicatie, cultuur en ethiek aan de Avans Hogeschool, komt net als Hafid Bouazza uit Oujda en begrijpt diens worsteling met het geloof. 'Ik heb het zelf ook een tijdje moeilijk gehad, vooral met de manier waarop mijn ouders de regels van de islam volgen. Ik ben niet iemand die klakkeloos dingen aanneemt, ik denk er zelf graag kritisch over na.’ Toch besloot hij moslim te willen blijven. 'Er zijn elementen in de islam waar ik moeite mee heb, maar dat is voor mij geen reden om het hele geloof overboord te gooien. Ik focus me liever op de mooie, spirituele kant. Daar krijg ik inspiratie van.’ Maar hij blijft kritisch. 'Je kunt beter een aantal kritische moslims aan boord houden, anders wordt ons geloof gekaapt door radicale moslims zoals de salafisten. Toen mijn zoontje werd geboren, heb ik de oproep tot gebed in zijn rechteroor gefluisterd. Maar ik wil wel dat hij als moslim stevig in de Nederlandse cultuur is geworteld. We vieren Sinterklaas en met Kerstmis staat er bij ons een kerstboom in de huiskamer. Mijn ouders vonden dat in het begin heel moeilijk, maar ze gaan het steeds beter begrijpen en vinden het stiekem ook wel gezellig.’

JE KUNT DUS kritisch zijn en toch moslim blijven, maar je kunt ook van je geloof vallen zonder de islam een trap na te geven. Dat was het signaal dat Peyman Jafari en Behnam Taebi wilden afgeven toen ze een dag voor de officiële start van het Comité voor Ex-moslims, op 11 september 2007, een verklaring aflegden in de El Ouma-moskee in Amsterdam: 'Als ex-moslims komen we op voor het recht om de islam te verlaten zonder geconfronteerd te worden met bedreiging of geweld. Maar de manier waarop Jami voor dit recht zegt op te willen komen, werkt contraproductief. Wij willen ons inzetten voor dialoog en samenwerking met moslims.’
Jafari en Taebi zijn afkomstig uit Iran. Jafari is politicoloog en Taebi doceert techniekfilosofie aan de TU Delft. 'Ik kom niet uit een streng-gelovig gezin’, zegt Taebi, 'maar de islam is wel het geloof waarmee ik ben opgegroeid. We woonden in Iran tegenover een moskee, maar ik kan me niet herinneren dat ik er ooit naar binnen ben gegaan om te bidden.’ Het gezin Taebi vluchtte naar Nederland en hij ging studeren. 'Ik begon te twijfelen aan het scheppingsverhaal uit de koran. Dat valt gewoonweg niet te rijmen met de wetenschap. Daarmee was voor mijzelf de kous af. Ik heb nooit enige kritiek gehad bij deze persoonlijke keuze. Ik heb nooit de behoefte gehad om mij nadrukkelijk te positioneren als ex-moslim. Je blijft na een scheiding toch ook niet de rest van je leven zeggen dat je de ex bent? Je gaat verder met je leven.’
Dat na het opheffen van het comité in 2008 de storm rondom afvalligheid weer net zo gemakkelijk is gaan liggen als zij was opgestoken, is volgens Taebi het bewijs dat er helemaal geen probleem is met afvalligheid in Nederland. Hij durft zelfs te stellen dat er in Iran ook niet zo veel problemen zijn. 'In de grote steden zijn talloze moslims die het niet zo nauw nemen met de regels, die niet bidden of vasten, maar drinken en flirten. Daar doet niemand moeilijk over, laat staan dat het in Nederland een probleem is. Het is door Jami destijds helemaal uit zijn verband gerukt.’
Damon Golriz denkt toch dat het nodig was, dat Comité voor Ex-moslims. 'Voordat Jami aandacht vroeg voor het taboe op afvalligheid in de moslimgemeenschap wist de gemiddelde Nederlander niet eens dat er een probleem was.’ Golriz was naast Jami het enige lid van het comité dat zich publiekelijk bekend durfde maken. 'Alleen dat gaf al aan dat er weldegelijk een probleem is.’ Mensen zoals Taebi hebben gemakkelijk praten, vindt Golriz. 'Zij bagatelliseren het probleem. Taebi komt uit een ongelovig gezin. In zijn sociale klasse is afvalligheid veel minder een probleem dan in het gelovige milieu.’ Golriz komt net als Taebi uit Iran en groeide ook op in een modern gezin. 'We waren wel moslims, maar mijn ouders lieten hun leven er niet door leiden. Er werd bij ons thuis meer gelezen dan alleen de koran. Mijn moeder is gek op poëzie en de wereldliteratuur.’
Maar buiten de huiskamer werd zijn leven bepaald door de strenge islamitische wetten van ayatollah Khomeini. Door de politieke ideeën van zijn vader moest het hele gezin het land uit vluchten. Ze kwamen per toeval in Nederland terecht, eerst in een asielzoekerscentrum. Daar werd het gezin Golriz met de nek aangekeken omdat zij sjiieten zijn en de meeste moslims in het opvangcentrum Somalische soennieten. Het gezin verhuisde naar een klein dorpje in Zuid-Holland waar Damon een fijne middelbare-schooltijd had. 'Ik was nog steeds zeer gelovig, dacht dat God ons met een reden naar Nederland had gestuurd.’ Tijdens zijn studie in Den Haag, waar hij alleen op kamers woonde, begon hij te twijfelen. 'Ik zag Afshin Ellian op tv, ook een Iraniër, die forse kritiek op de islam had, dat zette me aan het denken.’ Ook las hij de grote denkers uit de klassieke oudheid, die overal vraagtekens bij durfden te zetten. 'Ik besloot om de islam wetenschappelijk tegen het licht te houden en concludeerde dat er veel niet klopte. Mijn ouders vonden het moeilijk dat ik niet langer geloofde, maar respecteerden het. Ze vonden het wel eng toen ik er voor het comité mee naar buiten trad.’
Sinds hij bekendstaat als ex-moslim, merkt Golriz dat hij met argwaan wordt bekeken. 'Gisteren had ik nog een discussie met een meisje. Ze vroeg zich af waarom ik zonodig de vuile was van de islam buiten moest hangen. Ze veronderstelde dat ik dat alleen deed om mezelf te profileren en zo in de aandacht te komen in de media. Dat is de voornaamste kritiek die ik steeds krijg op mijn keuze om in de openbaarheid te treden over mijn afvalligheid. Ik zou wel eens willen weten hoe je kritisch kunt zijn op de islam, zonder meteen als profiteur in het Wilders-kamp te worden weggezet. Dat het voor veel moslims zo moeilijk is om kritisch naar hun eigen geloof te kijken, geeft aan dat er nog een lange weg is te gaan.’
Zo lang die weg nog niet is afgelegd, kiest Esra eieren voor haar geld. Het vijftienjarige meisje komt uit Turkije en woont nu zes jaar in de Schilderswijk. Ze draagt een hoofddoek en kan zich niet voorstellen dat er mensen zijn die de islam de rug toekeren. 'Het is het beste geloof, moslims zijn goede mensen, ze stelen niet’, somt ze eerst alle voordelen op. Daarna zegt ze plotseling praktisch: 'Je kunt in deze buurt ook maar beter zeggen dat je moslim bent, anders word je de hele dag door iedereen vuil aangekeken.’