Het oranjegevoel van maij

In Italie probeert de premier de publieke omroep de das om te doen. In de Bondsrepubliek zijn de media geinfiltreerd door door de christen- democraten betaalde broodschrijvers. In Belgie is het normaal dat een journalist door Z. M. de Koning op het matje wordt geroepen.
Nederland daarentegen heeft Hanja Maij-Weggen.

Moet je lezen wat zij allemaal in Het Parool beweerde over de kandidatuur van Ruud Lubbers, Europees onderkoning-in-hope: het is de schuld van de kranten dat haar partijgenoot straks uit de boot dreigt te vallen. ‘Jullie zingen met het buitenlandse toontje mee, het wordt allemaal keurig opgeschreven in Le Monde en de Suddeutsche Zeitung en vervolgens versterkt weergegeven in Nederlandse kranten. Ik zou het als journalist niet genomen hebben dat buitenlandse kranten lelijk over onze minister-president gaan schrijven. Dat zou een Franse journalist nooit hebben gedaan over een landgenoot en een Ierse journalist evenmin. Een beetje meer zelfvertrouwen en een beetje meer schwung zouden we in dit land wel kunnen gebruiken. Of het nou Lubbers is, Kok of Wiegel, we moeten vierkant achter hen gaan staan. Dit land moet leren voor zichzelf op te komen. Dat Oranjegevoel, dat mag toch?’
Die vrouw weet dus niet hoe een democratie in elkaar steekt. In elk geval heeft zij er geen idee van hoe een krant hoort te functioneren. Waarom zou welke Nederlander dan ook, journalist of niet- journalist, verplicht zijn de supranationale aspiraties van Lubbers te steunen? Misschien vind ik, als mondig staatsburger, dat wel een hele slechte politicus en prefereer ik - als ik over de benoeming al iets te vertellen zou hebben - een Fransman, een Spanjaard of desnoods die Belg die hem voorbij dreigt te draven.
Het is al niet in de haak dat ik als kiezer zo'n eng-nationalistische keuze moet doen als het om de samenstelling van het Europarlement gaat. Mis schien loopt er wel een leuke Brit of een robuuste Deen in Straatsburg rond, die eigenlijk mijn voorkeur heeft boven Peter Pex of Floris Wijsenbeek ('Hij is gespecialiseerd in de Europese vervoerspolitiek’), Johanna Boogerd-Quaak of Maartje van Putten ('Van Putten verwierf zich de afgelopen jaren bekendheid door haar inzet voor een minumum importprijs voor bananen’).
Maar Hanja Maij-Weggen is van mening dat ik mij door een Oranjegevoel moet laten leiden. Net als die arme NOS- verslaggever die zij op de verkiezingsavond de schuld ('Ook u!’) van die spectaculair lage opkomst gaf.
Trouwens, wij, de Nederlanders-in-het-algemeen-minus-die-vijfendertig-procent, werden door haar heftig beknord. De bevolking, constateerde de CDA-voorvrouwe met stroeve mond, was immers uit 'onkunde’ weggebleven.
'Het beste is dus dat de regering/ het volk afzet en /een ander volk kiest.’ (Bertolt Brecht)