Woonzorgcomplex de Leyhoeve

Het ouderenparadijs

De bezuinigingen in de ouderenzorg leiden tot andere vormen van wonen en zorg. Een opvallende variant is de Leyhoeve, een hotelachtig complex aan de rand van Tilburg. Voor wie het kan betalen. De klant is er koning.

Tilburg, de Leyhoeve. Een tuinfeest met expositie is een van de vele activiteiten die voor bewoners wordt georganiseerd

Aan de rand van Tilburg, pal langs de afrit van de snelweg, staat een groot, opvallend nieuwbouwcomplex. In het midden een bordes met een brede trap, geflankeerd door twee symmetrisch gekrulde rolstoelbanen. Voor de trap klatert een fontein. De entree van ‘Woonlandschap de Leyhoeve’ roept associaties op met Het Loo. De zijvleugels doen dan weer denken aan de donjons van een middeleeuws kasteel. Achter deze voorgevel gaat een wooncomplex schuil van vier vleugels van vijf verdiepingen. Het telt tweehonderd luxeappartementen, een kleine tachtig ‘zorgsuites’ voor bewoners die kampen met dementie, drie restaurants, een bar, een bruin café, een winkel en een zwembad. De 55-plussers die hier wonen hoeven eigenlijk de deur niet meer uit. Zorg krijgen ze op hun kamer, die steeds aan hun conditie kan worden aangepast. Op de Leyhoeve kun je blijven wonen tot het eind. ‘Een glimp van de toekomst’ noemde toenmalig staatssecretaris Martin van Rijn (pvda) het gebouw bij de opening twee jaar geleden.

Op het terras, met uitzicht op het al even nieuwe en massieve Van der Valk-hotel, genieten vier vrouwen en een man van de namiddagse zon, en van het borreluurtje met korting tussen vier en vijf uur. Ze hebben een glaasje wit of rood voor hun neus. ‘Het is een feest om hier te wonen’, zegt Joke Schoenmakers-Mateijsen (85). Ze heeft een aantal goudkleurige kettingen om de hals, aan haar pols prijkt een parelarmband. Het wijntje is voorzichtig hoorbaar in haar stem. ‘Vanaf de eerste dag voelde ik me welkom: er zat altijd iemand om je te begroeten aan de receptie.’

Zij is hier ‘smoorverliefd’ geworden, onthult ze, op een medebewoner. ‘Weet je dat je een hele lieve opa hebt’, was haar openingszin, toen ze een knappe man van haar leeftijd met zijn kleinzoon zag spelen. Nu maken ze samen ritjes met de auto. ‘Naar Heusden bijvoorbeeld, dan gaan we uit eten.’ Haar vlam is op reis, maar later vandaag komt hij thuis. Schoenmakers heeft een flinke bos orchideeën op zijn bed klaargelegd. ‘De cardioloog zei al: “Wat straal je toch”’, glundert ze.

‘De meesten hier hebben een goed pensioen, en een eigen huis verkocht. Dat geld zitten we hier een beetje op te maken’, zegt Frans Vromans, die met zijn vrouw Jeanne ook aan het tafeltje zit. ‘Wij hadden een eigen horecabedrijf, dat we zeven jaar geleden van de hand hebben gedaan.’ Jeanne heeft alzheimer en parkinson, en zit in een rolstoel. Frans en Jeanne hebben samen een appartement, maar Jeanne kan daarnaast twee nachten per week terecht in een van de zorgsuites, waar intensieve begeleiding aanwezig is. ‘Als ik ga jeu-de-boulen en bridgen blijft ze daar slapen. Maar ook als ze thuis is, komt er binnen vijf minuten zorg als het nodig is.’ Wel zit hier overal een prijsje aan, tekent Frans aan. ‘Maar over de zorg zijn we honderd procent tevreden.’

De Leyhoeve is een van de antwoorden op de bezuinigingen in de ouderenzorg, ingezet door het kabinet-Rutte II. Sinds 2013 is de drempel voor een plek in het verzorgingstehuis stapsgewijs verhoogd. Het klassieke verzorgingstehuis is inmiddels zo goed als verdwenen. Alleen het verpleeghuis (voor ouderen die zeer intensieve zorg nodig hebben) bestaat nog. De overheid wil dat andere ouderen langer thuis blijven wonen, waar ze zo veel mogelijk verzorgd worden door mantelzorgers. Indien nodig vergoedt de gemeente professionele zorg aan huis. Maar dat ‘thuis’, dat kan natuurlijk ook een luxe woonzorgcomplex zijn.

Het complex is een schot in de roos: de Leyhoeve zit helemaal vol, en de bedenkers werken aan nieuwe vestigingen in andere plaatsen in het land. In Groningen is dit jaar een dependance met 285 appartementen geopend. Projectontwikkelaar Hendrik Roozen is met tien andere steden ‘in gesprek’. Hij wil als Tilburg en Groningen eenmaal goed lopen twee nieuwe Leyhoeves per jaar beginnen.

Hoe ziet nu die ‘glimp van de toekomst’ eruit? Wie de schuifdeuren boven aan de trap binnengaat, staat in een stijlvolle, zwart betegelde ruimte met pal in het midden een receptie, waarvan de achterzijde fungeert als bar. Glaswerk staat in een koperkleurige design-stellage. Achter de bar ligt een uitgestrekte ‘lounge’, met zithoekjes en tafels. Zachte salsamuziek vult de ruimte. In de open keuken, aan de linkerkant, sissen biefstukpuntjes in een wok. Metalen lampen zweven als ufo’s in de ruimte.

Ouderen en hun gasten kunnen kiezen: eten ze hier, of in de bruin gekleurde brasserie of de chique ‘fine dining’ verderop? Of wellicht met de kleinkinderen in het al even gestylede pizzarestaurant? Koffie drinken kan aan de tafels in de lounge. Voor een whisky of cognac zijn de leren fauteuils in het met boekenkasten omzoomde hoekje bij het namaakhaardvuur een mooie plek. Of wordt het een biertje rond het biljart van bruin café Hendriks? Voor een deel van de bewoners speelt het leven zich vrijwel volledig in en rond dit gebouw af: zonder auto of rijbewijs is de Tilburgse binnenstad ver weg.

De weloverwogen inrichting ademt de sfeer van een chic hotel: gezellig, maar wellicht een tikje onpersoonlijk. Onwillekeurig roept het gebouw associaties op met landerige hotelfilms als Lost in Translation. Maar vergelijk het met het gemiddelde verpleeghuis, en de Leyhoeve wint natuurlijk met overmacht. Voor wie het kan betalen, en het aangenaam vindt zijn oude dag te slijten in een ouderenresort, komt de Leyhoeve dicht bij het paradijs.

De keuze voor een hotelomgeving is een bewuste. Niet voor niets is Laurens van Rij bestuursvoorzitter van de Leyhoeve. Voordat hij tien jaar geleden werd aangetrokken om het idee vorm te geven, was hij de jongste hoteldirecteur van Nederland. In zijn Leyhoeve zijn ouderen definitief geen ‘patiënt’ of ‘cliënt’ meer, maar ‘gast’. Van Rij, met grijzend, naar achteren gekamd krulhaar en een jeugdig gezicht met stoppelbaardje, duidt op zijn LinkedIn-profiel zijn functie aan als ‘professioneel luisteraar’. Met projectontwikkelaar Hendrik Roozen zit hij aan een tafeltje in de buurt van de vierkante bar. ‘We zijn een officieel erkende zorginstelling. Maar zo presenteren we ons nergens’, vertelt Van Rij. ‘Bij ons is het: “Hoe laat wilt u morgen wakker worden?” in plaats van: “We komen u om tien uur douchen.” Niet zeven dagen in de week een boterham met pindakaas, maar: “Waar wilt u vandaag eten?” en: “Hoe ziet uw dag er vandaag uit?” We hebben tweeduizend diepte-interviews met ouderen gehad, daarop hebben wij ons plan gebaseerd. Mensen willen vooral hun eigen regie blijven voeren. En ze willen tot hun laatste dag betekenisvol zijn. Wij zijn onderdeel van een landelijke beweging om de zorg te veranderen.’

‘Waaraan zie je dat dit een zorgappartement is? Nergens aan? Dan zijn wij geslaagd’

Hendrik Roozen, naast hem, is de initiatiefnemer. De projectontwikkelaar heeft een Brabantse tongval en een relaxte oogopslag. De ziekte en het overlijden van zijn vader brachten hem op het idee om een commercieel zorgcentrum te beginnen. ‘Mijn vader moest naar een verpleegtehuis, en mijn moeder was er diep verdrietig over dat ze niet bij machte was hem bij zich te houden. Dan heb je lief en leed gedeeld, en word je alsnog gescheiden’, vertel hij. In zijn Leyhoeve wilde hij het voor echtparen mogelijk maken om bij elkaar te blijven. Al zijn veel van de bewoners nog lang niet hulpbehoevend, benadrukt Van Rij. ‘Hier wonen ook mensen van 55. De gemiddelde leeftijd is 68 jaar.’

Roozen en Van RIJ slaan op de begane grond een van de ‘avenues’ in. ‘Gang vonden we zo onvriendelijk’, zegt Roozen. Op de wand staan de tekst en de noten van het Wilhelmus. Op andere ‘avenues’ zijn bijvoorbeeld schilderijen van Monet of Van Gogh op de wand geprint. ‘De thema’s zijn gekozen door de bewoners’, zegt Roozen. De deur van een demonstratieappartement gaat open. De 120 vierkante meter zijn ingericht met een open keuken en een ruime zithoek in stemmig grijs. Iedere nieuwe bewoner kan zijn appartement volledig naar wens laten indelen. Roozen toont een glossy brochure, waarin een keur aan opties staat voor keukens, badkamers en vloeren – elk natuurlijk met een prijs. ‘1820 keuzes’, zegt Roozen trots.

‘Waaraan zie je dat dit een zorgappartement is?’ vraagt Van Rij in de woonkamer. ‘Nergens aan? Dan zijn wij geslaagd.’ Toch is het appartement klaar voor bewoners die tijdens hun verblijf hier gebreken krijgen. Deuropeningen zijn breed: voorbereid op rolstoelgebruik. In de slaapkamer gaat de rails van een tillift schuil onder een tape in de kleur van het plafond. Pas als de conditie van bewoners hem nodig maakt, wordt hij blootgelegd. Volgens Van Rij en Roozen kunnen echtparen in deze appartementen altijd samen blijven wonen. ‘We kunnen iedere vorm van zorg, behalve ziekenhuiszorg, op deze kamers geven’, stelt Van Rij.

Dat is de theorie. In de praktijk kan het de mantelzorgende partner natuurlijk te veel worden. De ander kan dan verhuizen naar een van de tachtig ‘zorgsuites’, waar de Leyhoeve verpleeghuiszorg verleent aan dementerende bewoners. Bewoners van de appartementen kunnen hier ook terecht voor dagopvang of tijdelijke zorg. Van Rij houdt een pasje bij de deur, en die zwiept open. ‘Dit is een van de weinige afdelingen voor dementerenden waar je altijd naar buiten kunt lopen, maar een sleutel nodig hebt om binnen te komen’, zegt hij triomfantelijk. ‘Af en toe loopt er een bewoner naar buiten. Nou, die komen we dan ergens in het gebouw tegen, en brengen we netjes terug.’

In een ‘huiskamer’ met een lichtblauw gestreept behang staat een walmende cake op het aanrecht. Andere huiskamers zijn gedecoreerd met rode rozen of Delftsblauwe visserstaferelen op het behang. Bij iedere huiskamer horen acht ‘suites’. De cake is gebakken door een van de ‘huisvaders’ of ‘huismoeders’: medewerkers met een hbo-opleiding buiten de zorg, die het zorgpersoneel bijstaan. ‘Het kunnen kinderjuffen, fysiotherapeuten of huisartsen zijn. Vaak hebben ze hobby’s waar ze iets mee kunnen doen met de bewoners, zoals schilderen of koken’, zegt Van Rij. In elke huiskamer zijn altijd twee mensen beschikbaar: een verpleegkundige en een ‘huisouder’. Op de gang is een ‘Wall of Happiness’, waarop medewerkers en familieleden hun ervaringen delen. Er staat een citaat van een bewoner op: ‘Och jongen, ik ben helemaal de weg kwijt. Maar ik vertrouw op jou, jij bent munne vriend.’

Toch klinkt al sinds de eerste plannen ook kritiek op het ‘woonlandschap’. Voor wie het kan betalen, is wonen hier een uitkomst. Maar wat gebeurt er met hen die dat niet kunnen, bijvoorbeeld ouderen die sociaal huren? Zij kunnen geen huis verkopen om hun verblijf in de Leyhoeve te bekostigen. ‘Ik ben niet blij met de Leyhoeve’, zegt het Tilburgse SP-gemeenteraadslid Nicolle van Hoof. ‘Het is een oplossing voor mensen met geld. Voor hen is er nu iets wat lijkt op het oude verzorgingstehuis, maar dan een waar je je volle portemonnee gebruikt om zorg in te kopen.’

De huren van de appartementen in de Leyhoeve beginnen bij 822 euro (inclusief servicekosten) voor de kleinste appartementen. Dat zijn er nog geen twintig. Een gemiddeld appartement in het complex kost 1410 euro per maand. Eigenlijk hadden Roozen en Van Rij een derde van de appartementen willen bestemmen voor de sociale sector, zeggen ze. Voor de kleinste appartementen zouden ze voor die doelgroep een lagere prijs rekenen: 710 euro, net onder de huurtoeslaggrens. Maar bij het intekenen meldde zich, volgens de initiatiefnemers, niemand met een inkomen dat laag genoeg was voor sociale huur. Misschien omdat de Leyhoeve zich in haar campagnes zo met luxe profileerde? ‘Ik weet het niet’, zegt Roozen. ‘Misschien schrikt het kasteelachtige gebouw mensen af.’ Blijkbaar willen groepen mensen met een verschillend inkomen toch bij elkaar zitten, concludeert Van Rij. ‘Mogelijk willen ze er niet mee geconfronteerd worden dat een ander biefstuk eet.’

De Leyhoeve biedt sinds dit jaar wel een deel van de zorgsuites aan voor lage inkomens; 25 suites worden op dezelfde manier als het reguliere verpleeghuis betaald en verdeeld. Voor de andere zestig gelden huren vanaf 1100 euro.

De kneep zit ’m vooral bij de groep die niet in aanmerking komt voor verpleeghuiszorg. Kijk bijvoorbeeld naar ouderen die vroeger werden ingedeeld in zorgzwaartepakket 3, en voorheen recht hadden op een plek in het verzorgingstehuis. Het gaat dan om ouderen die (volgens de toenmalige definitie van het ministerie van Volksgezondheid) ‘vanwege omvangrijke somatische problematiek’ behoefte hebben ‘aan begeleiding en vooral ook intensieve verzorging, in een beschutte woonomgeving’. Ze hebben ‘hulp nodig betreffende deelname aan het maatschappelijk leven, (…) uitvoeren van eenvoudige taken en dagelijkse routine. (…) Cliënten kunnen een kwetsbare gezondheid hebben vanwege een chronische ziekte die voortdurende verpleegkundige aandacht vereist.’

Deze ouderen moeten het nu met thuiszorg doen, zonder ‘beschutte woonomgeving’. En waar het kabinet-Rutte III na het zorgmanifest van Hugo Borst en Carin Gaemers wel extra geld vrijmaakt voor het verpleeghuis doet het kabinet dat niet voor de thuiszorg.

‘In het verpleeghuis kom je alleen nog terecht als je een gevaar bent voor jezelf’, stelt het Tilburgse SP-raadslid Van Hoof. ‘Maar er is een grote groep ouderen die iemand nodig hebben die af en toe vraagt of ze al gegeten hebben. Die een oogje in het zeil houdt, omdat ze soms vallen. Als je 96 bent, en alleen maar oud, versleten en wat vergeetachtig, is er geen woonvoorziening meer voor je. Het gaat om mensen die niet hard om hulp roepen, maar die op dit moment achter de geraniums wegzakken. Als er ook voor die mensen een oplossing zou zijn, zou ik geen probleem hebben met de Leyhoeve’, stelt Van Hoof.

‘Ik rijd een bestelbusje van tienduizend euro. Mijn buurman rijdt een Mercedes van vijftigduizend euro. Mensen die geld hebben kunnen zich dingen veroorloven. Dat is hoe de maatschappij het wil’, zegt Kees Theeuwes, voormalig algemeen directeur van de Leyhoeve. Theeuwes vertrok in 2016 vanwege ‘een verschil van inzicht’ met de raad van bestuur. Hij was eerder directeur in de reguliere ouderenzorg, maar de veranderingen daar om bewoners meer vrijheid te geven, gingen hem te langzaam. ‘De zorg was wel goed georganiseerd, maar er was weinig aandacht voor de rest van het leven: lekker eten, sfeer, dat soort zaken. Je zou bijvoorbeeld je hond mee moeten kunnen nemen naar een zorgcentrum. Of er een bak friet moeten kunnen halen als je daar zin in hebt. Dat soort simpele dingen. “Leef uw leven”, dat is bij de Leyhoeve het motto’, zegt Theeuwes.

‘De babyboomers die nu oud worden, willen eigen regie houden. Tegelijkertijd wil de overheid niet alles meer regelen’

Volgens Theeuwes is het ‘enigszins spijtig’ dat niet iedereen zich een plek in de Leyhoeve kan veroorloven. Maar ook thuis krijgen mensen zorg: uit de pot van de Wmo, de Wet maatschappelijke ondersteuning. Op dezelfde manier wordt de zorg in de appartementen van de Leyhoeve vergoed. Voor wat betreft ‘wonen’ is er dus een verschil, voor wat betreft ‘zorg’ niet, redeneert Theeuwes. Hij volgt de gedachtegang van het kabinet bij de bezuinigingsoperatie op ouderenzorg: door ‘wonen’ en ‘zorg’ te scheiden, werd het mogelijk het wonen van ouderen te dereguleren, zonder dat dat ten koste hoefde te gaan van zorg.

Wel is het in de Leyhoeve mogelijk om extra hulp in te huren, boven op de zorg waar een oudere recht op heeft. Toen Theeuwes directeur was, deden ‘een tiental’ bewoners dat. ‘Ze betalen voor wat extra aandacht, of om iemand mee boodschappen te laten doen.’ De prijzen die gelden zijn volgens de Leyhoeve door de Nederlandse Zorgautoriteit vastgesteld. Het gaat dan om 53,33 euro per uur voor extra persoonlijke verzorging, of 85,49 euro per uur voor gespecialiseerde verpleging. En al vergoedt de overheid in de Leyhoeve dezelfde zorg als daarbuiten, toch is het leven in het complex niet te vergelijken met dat in een huisje in een wijk. In de Leyhoeve is het wonen beschermd, met faciliteiten binnen handbereik, zoals vroeger in het verzorgingstehuis. Bewoners letten op elkaar en onderhouden sociale contacten.

Bert Koetsenruijter in de Leyhoeve – ‘Als ge toch alleen bent, dan gaode hier biljarten of koffie drinken’

Bert Koetsenruijter springt met een klein hupje met een been op de hoek van het biljart om een moeilijke bal te kunnen raken. Hij grijpt meestal tijdens de lunch zijn kans, als het in bruin café Hendriks rustig is. Zijn groene vest valt lang over zijn overhemd en broek. ‘In de stad bende maor alleen, en hier bende niet alleen’, zegt hij in kernachtig Tilburgs. ‘En als ge toch alleen bent, dan gaode hier biljarten of koffie drinken. Ik ga ook wel eens wat eten in het restaurant.’ Hij schuift gewoon aan bij anderen, om nieuwe mensen te leren kennen. Inmiddels heeft zich een groepje van vier mannen rond de biljarttafel verzameld, de keus in de aanslag. ‘Doe rustig aan, Bert’, zegt een van hen. De anderen lachen. Koetsenruijter laat zich zo snel niet wegjagen. Hij speelt nog een paar minuten door, en loopt dan rustig naar zijn appartement. Thuiszorg krijgt hij niet. Zelf zorg inhuren vindt hij niet nodig. ‘Als ge oew mond hier opendoet, kost het geld.’ Maar zolang hij nog goed ter been is, bevalt het leven hem hier prima.

Op zijn balkon kijkt hij uit over het Tilburgse Leijpark, dat achter het complex ligt. ‘Als er iets bij de kiosk voor de ingang te doen is – een muziekoptreden – kan ik het raam open zetten en pik ik een stukje mee.’ Dan wijst hij de andere kant op. Tussen een woest plukje bomen en een stuk braakliggend terrein ligt een klein, aangeharkt minituintje met een conifeer en wat planten. Koetsenruijter mocht het aanleggen ‘van de leiding’, in het zicht van zijn appartement. Hij heeft er de as van zijn vrouw uitgestrooid.

Op de begane grond haalt Corry Hoogsteden (81) haar post op. Ze draagt een perzikkleurig vest en kijkt met een onverschrokken blik de wereld in. Onderweg naar haar appartement moppert ze tegen een poster met de aankondiging van een activiteit in de ‘fine dining’. ‘Wat nou, pianorecital. Twee mensen die net zijn afgestudeerd. Ik ken ze helemaal niet’, moppert ze. ‘Het ziet er hier misschien prachtig uit, maar ik vind het niets. Geen sfeer. Mijn dochter heeft een grachtenpand in Amsterdam waar nog een huurder in zit. Zodra die weg is, ga ik daarheen.’

Het was haar man die hierheen wilde, vertelt ze. Samen kozen ze voor de nodige extra’s voor hun appartement in de Leyhoeve. De serre op het balkon kostte tienduizend euro. De haard zeventienhonderd euro. De keuken tienduizend, vertelt ze. Maar haar echtgenoot overleed kort voor de verhuizing. Nu is het appartement van 140 vierkante meter, met twee slaapkamers en twee badkamers, veel te groot voor haar. Op een foto aan de muur staat haar oude, vrijstaande huis: een ruim optrekje, witgeverfd, met bruine luifels, beukenhaagjes, een boomgaard en een vlaggenmast op het gazon. Het bevalt haar niet om tussen de oude mensen te wonen. Haar buurvrouw vindt het leuk. Die doet vrijwilligerswerk in de zorgsuites, bij de ouderen met dementie. ‘Ik zou het niet kunnen’, verzucht Hoogsteden. ‘Toen ik er een paar zag lopen, met die rollators…’ Haar gezicht vertrekt van afgrijzen.

Sommige ouderen zijn niet op hun plek in een woonzorgcomplex, of het nu een ‘ouderwets’ verzorgingshuis is of een ‘moderne’ Leyhoeve. Hen helpt Kees Penninx met zijn bedrijf ActivAge met het opzetten van een eigen woongemeenschap. ‘Deze ontwikkeling hing in de lucht’, zegt Penninx over de veranderingen in de zorg. ‘Juist de babyboomers die nu oud worden, willen graag eigen regie over het leven houden. Tegelijkertijd heb je de overheid die niet alles meer wil regelen.’ De initiatieven waarbij Penninx betrokken is, zijn minder massaal dan de Leyhoeve. ‘Laat duizend bloemen bloeien’, zegt hij over het Tilburgse complex. ‘De Leyhoeve is een oplossing voor de groep die niet in staat is om onder eigen regie iets te ontwikkelen. Dan is het prima dat er een kant-en-klaar aanbod op de markt is. Op het gebied van “hospitality” zijn dit soort ondernemers vaak erg goed.’

Maar Penninx gelooft meer in zelforganisatie. ‘Bij grootschaligheid moet je oppassen dat je niet alsnog aanbodgericht wordt. Je ziet dit soort complexen, net als vroeger de zorgcentra, verrijzen aan de rand van de stad. Veel ouderen willen dat niet: die willen dichter bij voorzieningen wonen.’

Ook Penninx is bezorgd over ouderen met een smalle beurs. ‘Dat een grote groep dit niet kan betalen, is een probleem. Ook zij willen graag gemeenschappelijk wonen. Woningcorporaties en gemeenten zijn zich daarvan onvoldoende bewust.’ Volgens Penninx zijn er tussen de driehonderd en zeshonderd woongemeenschappen voor ouderen. Bij grofweg de helft zijn woningcorporaties betrokken. Maar de laatste jaren komen er volgens Penninx nauwelijks van dit soort ‘sociale-huurgemeenschappen’ bij. Juist nu het verzorgingshuis is weggevallen, lijkt ook de ontwikkeling van alternatieve woonvormen volgens Penninx vooral een zaak van ouderen die het zelf kunnen betalen.

‘Corporaties zijn, vanwege alle schandalen, huiverig voor dit soort projecten’, zegt hij. ‘Voor ouderen met minder geld ligt het stil – juist nu je mag verwachten dat de vraag enorm zal stijgen. Mensen missen zo de kans op een rijk sociaal leven, waarin ze tot op hoge leeftijd actief blijven. Vereenzaming wordt dan een groot probleem.’

Marga (67) en Wiebe (66) van Iersel zitten op een bank in de lounge van de Leyhoeve, met allebei een glas wijn. Of ze hier wonen? ‘Ik moet er niet aan denken’, zegt Marga. ‘Te chique. Te steriel.’ Ze trekt een vies gezicht. ‘Nee, wij blijven lekker in onze jaren-dertigwoning met een erker.’ Ze zijn wel stamgasten van de horeca in de Leyhoeve. Ze sluiten hun wandelingen met hun hondje in het Leijpark graag hier af.

Aan een verpleeghuis moet Marga trouwens ook niet denken. ‘Als je die ziet… Het personeel kan daar niets aan doen hoor, het is dat verrekte kabinetsbeleid’, verzucht ze. ‘Tja, als het echt zou moeten, dan kom ik misschien liever naar hier dan naar een verpleeghuis.’


Laurens van Rij is inmiddels teruggetreden als bestuursvoorzitter en richt zich nu op nieuwe Leyhoeve-locaties. Jeanne Vromans is vorige maand overleden