Slavernij in Mauritanië

Het paradijs ligt onder de voet van de meester

Nederland viert deze maand dat het tweehonderd jaar geleden de slavenhandel afschafte. Toch leven wereldwijd dertig miljoen mensen nog geknecht. In Mauritanië doet een ex-slaaf mee aan de presidentsverkiezingen, met gevaar voor eigen leven.

Boutilimit oogt zoals je je een traditioneel woestijnstadje voorstelt: een kleine oase in het geel-oranje Saharazand, met een moordende zon erboven en slechts hier en daar wat schaduw van lage bomen en struiken. Het is een plek waar bijna niemand buiten Mauritanië ooit van heeft gehoord, en waar het leven voortkabbelt alsof de tijd er eeuwen heeft stilgestaan. Dat is in sommige opzichten ook zo. In ieder geval met betrekking tot slavernij. Want die bestaat in Boutilimit nog. Net als in de rest van Mauritanië.

Volgens een in oktober vorig jaar gepubliceerd rapport van de Australische mensenrechtenorganisatie Walk Free Foundation leeft zeker vier procent van alle Mauritaniërs in slavernij – het hoogste percentage ter wereld. De Walk Free Foundation definieert slavernij nog bijzonder eng ook. Volgens antislavernijorganisaties in Mauritanië, zoals S.O.S. Esclave en Initiative pour la Résurgence du movement Abolitioniste (ira), gaat het eerder om twintig procent van de bevolking. En het betreft de meest mensonterende vorm van slavernij.

Biram Dah Abeid, oprichter en voorzitter van ira, rekent voor dat een percentage van twintig neerkomt op zo’n zeshonderdduizend slaven in Mauritanië alleen. Dah Abeid deed vorige week voor het eerst mee aan de presidentiële verkiezingen in zijn land. Hij won die niet, zijn kandidaatstelling was niettemin een nieuwe, belangrijke stap in de strijd tegen slavernij.

Het is een moeizame strijd. Maar wel een die internationaal langzaamaan wat aandacht trekt. Zo werd in The New York Times bericht over de vreedzame sit-in die ira vorig jaar in Boutilimit organiseerde. De organisatie ontving op 9 september bericht van Noura. Het achttienjarige meisje stuurde ira een noodkreet waarin zij vertelde dat zij haar hele leven als slaaf had geleefd in Boutilimit: eerst als bezit van de meesters van haar slavenouders, en daarna, vanaf haar vierde, bij nieuwe meesters die haar hadden overgenomen en haar daarmee bij haar ouders hadden weggerukt. De dag voordat zij ira om hulp vroeg, was ze ontsnapt. Noura vertelde Dah Abeid dat ze tijdens haar leven in slavernij niet alleen gedwongen had moeten werken, maar dat zij ook lichamelijk was mishandeld en dat haar alle mensenrechten waren ontzegd.

ira besloot haar te helpen en juridisch bij te staan. De organisatie diende een aanklacht in tegen de familie die Noura veertien jaar lang als slaaf had gehouden. Maar de Mauritaanse instanties ondernamen weinig actie. Het was bepaald niet voor het eerst dat slavenhouders de hand boven het hoofd werd gehouden in Mauritanië. Het land mag dan in 2007 (als laatste land ter wereld) slavernij strafbaar hebben gesteld, tot op heden zijn veroordelingen spaarzaam. Wie wordt opgepakt, staat doorgaans binnen de kortste keren weer vrij buiten.

Initiative pour la Résurgence du movement Abolitioniste stelde in september vorig jaar dat haar sit-in net zo lang zou duren tot het recht zou zegevieren. Maar de politie greep in. Eerst werd volgens ooggetuigen de enige boom op het sit-in-plein omvergehaald, zodat de demonstranten de hele dag in de brandende zon moesten zitten. Vervolgens zorgde de politie van Boutilimit dat de aanvoer van water naar de sit-in nagenoeg onmogelijk werd. Toen zelfs dat niet leek te helpen, sloeg ze op 30 september de protestactie uiteen. Ze pakte verschillende ira-activisten op. Anderen belandden in het ziekenhuis.

Het tekent de risico’s die antislavernijactivisten in Mauritanië nemen. Niet voor niets mocht ira-voorzitter Dah Abeid afgelopen zomer in Ierland de Human Rights Defenders at Risk Award in ontvangst nemen. In december vorig jaar werd hem de prestigieuze United Nations Human Rights Prize toegekend. De relatief onbekende Dah Abeid trad daarmee toe tot een selecte groep wereldberoemde winnaars van die prijs, onder wie Nelson Mandela en de Pakistaanse Malala Yousafzai.

Dah Abeid loopt, als gezicht van de antislavernijprotesten in zijn land en nu dus presidentskandidaat, voortdurend gevaar. Hij kan in Mauritanië niet zonder beveiliging over straat. Ook thuis wordt hij door minstens twintig bewakers dag en nacht beschermd. Zij proeven zijn eten voor op gif. De aanslagen op zijn leven die al werden gepleegd mislukten vooral door hun toedoen. Het zijn de politieke, economische en geestelijke elites die het op Dah Abeid hebben gemunt, vertelde hij vorig jaar. ‘Want zij zijn het vooral die slaven houden.’ Slavernij zit diep in de maatschappelijke structuur van Mauritanië verankerd. Veel slavenhouders weigeren de eeuwenoude traditie op te geven.

Slavernij kan wereldwijd worden opgedeeld in verschillende vormen. Zo bestaat er gedwongen arbeid, die vaak moderne slavernij wordt genoemd. Onder moderne slavernij vallen ook kindslaven – soms als arbeidskrachten in fabrieken, soms als kindsoldaten –, geforceerde huwelijken, gedwongen prostitutie en mensenhandel. In Mauritanië, en in mindere mate ook in andere landen in West-Afrika, bestaat echter ook op grote schaal traditionele slavernij. Daarmee wordt een vorm van slavernij aangeduid die erfelijk bepaald is, die van moeder op kind wordt doorgegeven, een vorm van slavernij waaraan zonder medewerking van de meester nooit te ontkomen valt.

Voor moderne slavernij is internationaal al tijden redelijk veel aandacht. Van het bestaan van erfelijke slavernij weten veel mensen buiten West-Afrika nog steeds maar weinig. Moderne slavernij komt eens in de zoveel tijd in het nieuws. Bijvoorbeeld als uitlekt dat in Qatar paspoorten zijn afgepakt van bouwvakkers die de stadions voor het WK voetbal 2022 in elkaar moeten zetten; als in India of China een fabriek wordt ontmaskerd waar arbeiders worden gedwongen lange dagen te maken zonder salaris; of als in Nigeria moslimextremisten van Boko Haram enkele honderden meisjes ontvoeren. Alles bij elkaar gaat het volgens de Walk Free Foundation om 29,8 miljoen slaven wereldwijd.

Allemaal verschrikkelijk uiteraard, maar nergens zo mensonterend als in Mauritanië. Boubacar Ould Mohammed – destijds secretaris-generaal van S.O.S. Esclave – legde drie jaar terug in zijn onopvallende kantoor in hoofdstad Nouakchott al eens uit hoe erfelijke slavernij in Mauritanië werkt. ‘Je kunt de Mauritaanse samenleving zien als een soort kastensysteem’, vertelde hij. ‘Bovenaan staan de Bidane, de kaste van slavenhouders, hun huid is relatief blank. Zij zijn Moorse Berbers. Helemaal onderaan staan de Haratine. Hun huid is zonder uitzondering donker. Zij vormen de slavenkaste. Daartussenin vind je Berbers die geen slaven houden en zwarte Mauritaniërs die het geluk hebben gehad dat hun ouders in de afgelopen eeuwen nooit tot slaaf zijn gemaakt, de vrije zwarten.’

Wie in Mauritanië ter wereld komt als kind van een Haratine-moeder is per definitie zelf ook Haratine. Dat gaat al zo sinds de Arabieren honderden jaren geleden, al voor de opkomst van de trans-Atlantische slavenhandel, vanuit het Midden-Oosten en het Middellandse Zee-gebied naar het zuiden van de Sahara trokken om daar slaven buit te maken. De van deze middeleeuwse slaven afstammende Haratine-kinderen kunnen vandaag de dag nog altijd op feestjes door hun meesters als cadeau worden weggegeven. Vaak zien zij hun ouders daarna niet meer terug. Het weggeven van slavenkinderen gebeurt meestal rond trouwerijen. Slavenkinderen zijn een bizarre variant op het servies dat veel pasgetrouwde stellen in Nederland als huwelijksgeschenk ontvangen.

Haratine-kinderen kunnen vandaag de dag nog altijd op feestjes door hun meesters als cadeau worden weggegeven

De kinderen dienen de rest van hun leven in dienst te stellen van hun (nieuwe) Bidane-meesters, tenzij ze door hen worden vrijgelaten. Ze moeten van jongs af aan keihard werken, mogen niet naar school, niet buitenspelen en niet met andere kinderen omgaan. Ze mogen later niet zelf beslissen met wie ze willen trouwen. En ze kunnen niet alleen worden weggegeven, maar ook worden verkocht of verhuurd. ‘Knappe mannelijke slaven worden soms gecastreerd’, zegt Dah Abeid. ‘Dat moet ervoor zorgen dat hun meesteressen niet in de verleiding komen seks met hen te hebben.’ Seks met slaven is namelijk uitsluitend voorbehouden aan mannelijke meesters. Leeftijd speelt daarbij zelden een rol. ‘Bij ira vangen we vrouwen op die al vanaf hun achtste zijn verkracht. Niet alleen door hun meesters, maar ook door hun broers, neven en vrienden.’

De reden dat mannelijke meesters wel seks met vrouwelijke slaven mogen hebben, maar vrouwelijke meesteressen niet met hun mannelijke onderdanen ligt in de erfelijkheid die de slavernij in Mauritanië kenmerkt. ‘De slavenstatus wordt uitsluitend doorgegeven via de moeder’, zegt Dah Abeid. ‘Als vrouwelijke slaven worden bezwangerd door hun meesters is de vrucht van de verkrachting gewoon een slaaf. Maar als een meesteres zwanger zou worden van een van haar huisknechten zou dit betekenen dat zij de Bidane-bloedlijn van haar familie vervuilt.’ Haar kind zal dan immers wel deels Haratine-bloed hebben, maar geen Haratine meer zijn.

Deze ‘regels’ rondom traditionele slavernij stammen uit wat Dah Abeid ‘de slavernijcode’ noemt: een religieus boek, opgesteld door de Egyptenaar Cheikh Khalil in de negende eeuw na Christus. De code en de daarop voortbordurende werken zijn interpretaties van de islam die in islamitisch West-Afrika nog altijd her en der gehoor vinden. Niet in de laatste plaats in Mauritanië. ‘Zij vormen in mijn land de basis van de islamitische rechtspraak’, verzucht Dah Abeid. Doordat religieuze wetten in het streng islamitische Mauritanië in het dagelijks leven boven staatswetten gaan, maakt de strafbaarstelling van slavernij sinds 2007 volgens hem in de praktijk weinig verschil.

‘De Khalil-code is een heilig boek en genereert een antieke theorie die ook de slaven zelf mentaal ketent’, zegt hij. ‘De meeste slaven geloven door de quasi-religieuze component ook zelf dat zij hun meesters toebehoren. Doordat hun meesters en geestelijken hun keer op keer de code voorhouden, en doordat slaven geen opleiding mogen volgen, denken zij vaak eveneens dat slavernij normaal is.’ Het dienen van hun meesters wordt voor slaven zodoende een soort zesde pilaar van de islam. Naast de traditionele vijf, waaronder het vijf keer per dag bidden in de richting van Mekka en de opdracht minimaal één keer in het leven een bedevaart naar die heilige stad te ondernemen – iets wat slaven uiteraard juist weer niet is toegestaan. ‘Er bestaat een gezegde in Mauritanië dat stelt: het paradijs ligt onder de voet van de meester. Dat geloven veel slaven’, zegt Dah Abeid.

Het is voor slaven niet makkelijk zich los te maken van hun meesters, stelt de Britse organisatie Anti-Slavery International. Want zij mogen dan niet letterlijk geketend zijn, ze zijn wel volledig afhankelijk van hun meesters met betrekking tot voedsel, kleding en onderdak. Ook is het in een woestijnland als Mauritanië, zeker buiten de spaarzame steden, lastig wegrennen. Daar komt nog bij dat slaven die weten te ontsnappen slecht zijn voorbereid op een leven in de vrije wereld. Ould Mohammed zegt in zijn kantoor in Nouakchott: ‘Ze kunnen normaal gesproken niet lezen en schrijven en bezitten helemaal niets. Veel meisjes rest daardoor, eenmaal vrij, niets anders dan de prostitutie. Jongens mogen vaak al blij zijn als zij als simpele sjouwer aan de slag kunnen.’

En vrijgekomen slaven blijven indirect alsnog deels eigendom van voormalige meesters. Want het zijn de Bidane die het voor het zeggen hebben binnen politie en rechtspraak. Niet alleen wordt daarom zelden iemand veroordeeld voor het houden van slaven, het maakt ook dat voormalige meesters na verloop van tijd, vaak zonder veel moeite, de bezittingen van hun vroegere slaven kunnen opeisen via de rechtbank. Rechters malen er doorgaans niet om als slavenhouders vervalste eigendomspapieren als bewijs aanleveren om een door hun vroegere slaven nieuwverworven stukje land of andere bezittingen op te eisen. Op vrijgekomen slaven wordt bovendien in het dagelijks leven onverminderd neergekeken. ‘Voormalige slaven blijven in de publieke opinie leden van de slavenkaste’, stelt Anti-Slavery International, ‘en blijven daarmee gediscrimineerd.’

De enige oplossing is dan ook het probleem bij de wortel aan te pakken, meent Dah Abeid. Hij verbrandde in 2012 daarom openlijk op straat een Khalil-code. Hij werd gearresteerd. Maar de verbranding nam onder vrije Haratine (een kleine dertig procent van de bevolking) een hoop angst weg. ‘Tot dan toe durfden zij nauwelijks te demonstreren’, vertelt hij. ‘Ondertussen komen honderden, soms duizenden mensen af op onze bijeenkomsten. Wij proberen hun dan duidelijk te maken dat de Khalil-code niets van doen heeft met de werkelijke boodschap van de islam, dat zij voor hun rechten moeten opkomen én voor de rechten van Haratine die nog altijd in slavernij leven. Dat slaat aan. Er lijkt na de Arabische lente nu een Haratine-lente op komst.’

Opvallend genoeg lijkt juist het Westen, dat de mensenrechten zo hoog in het vaandel heeft, zich niet erg druk te maken om de slavernij in het West-Afrikaanse land. ‘Europa en de Verenigde Staten wensen de regering van Mauritanië te vriend te houden’, zegt Dah Abeid. ‘Vanwege de strijd tegen het internationale terrorisme.’ Het Westen ziet Mauritanië als potentieel broeinest van moslimterreur, met Algerije ten noordoosten en Mali ten zuidoosten. Beloften van de Mauritaanse regering om terrorisme hard te bestrijden, maken dat er weinig druk wordt uitgeoefend om werkelijk iets te doen aan de slavernij. Bovendien is de Mauritaanse president Mohamed Ould Abdel Aziz onderhandelaar voor de Afrikaanse Unie in het conflict in buurland Mali. Hij is dus niet iemand die de internationale gemeenschap voor de voeten wil lopen.

Maar dat is volgens Dah Abeid een pijnlijke fout. ‘Mauritanië is het Pakistan van West-Afrika’, zegt hij. ‘Intolerantie, xenofobie, slavernij en terrorisme gaan er hand in hand. Juist door slavernij te bestrijden, pak je ook de mensen aan die terrorisme en radicalisme in West-Afrika voeden.’ Met andere woorden: genezen is beter dan symptoombestrijding. Het wordt volgens hem hoog tijd dat Europa en de Verenigde Staten nadrukkelijker vragen gaan stellen aan Mauritanië, bijvoorbeeld via de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in Genève. ‘Laat de regering van Mauritanië maar keer op keer uitleggen wat er gaande is’, zegt hij. ‘Als de internationale druk toeneemt, zal ook binnen Mauritanië de bewustwording groeien. Nu kan de regering er nog gewoon het zwijgen toe doen.’

ira maakte in oktober, direct na de opgebroken sit-in in Boutilimit, in een verklaring op internet duidelijk zich niet zo makkelijk om de tuin te laten leiden. De demonstranten mochten dan in elkaar geslagen zijn en met traangas uit elkaar gedreven, de organisatie kondigde onmiddellijk nieuwe acties aan. Ze organiseerde in december een 150 kilometer lange protestmars van hoofdstad Nouakchott naar Boutilimit, opnieuw om aandacht te vragen voor het lot van Noura. Dah Abeid besloot zich, ondanks alle doodsbedreigingen, kandidaat te stellen voor het presidentschap. Met één centraal verkiezingspunt: alle slaven in zijn land bevrijden. Want, zo is zijn redenering, prestigieuze prijzen winnen in het buitenland is mooi, maar dat alleen maakt nog geen einde aan de massale mensenrechtenschendingen in zijn land.


Landen met slavernij

In alle 162 landen die de Walk Free Foundation onderzocht, trof ze slavernij aan. Dat schreef de organisatie in haar rapport eind vorig jaar. Ook in het Westen registreerde ze slavernij. Maar het zwaartepunt van het probleem ligt in India, China en de West-Afrikaanse regio. Procentueel de meeste slaven vond de organisatie in Mauritanië – levend in traditionele, erfelijk bepaalde slavernij. Tweede op de lijst bleek Haïti, waar kinderen uit arme families te werk worden gesteld bij rijkere gezinnen. De derde plek is voor Pakistan, waar vooral gedwongen huwelijken en gedwongen arbeid aan de orde van de dag zijn. Net als in India, waar bovendien seksuele slavernij veelvuldig voorkomt, bijvoorbeeld in de vorm van gedwongen prostitutie. De top-vijf werd gecomplementeerd door Nepal. Overigens komt traditionele, erfelijk bepaalde slavernij buiten Mauritanië ook in wisselende mate voor in landen als Mali, Tsjaad, Senegal, Burkina Faso, Niger, Nigeria, Ivoorkust, Togo en Benin.

Beeld: (1) Protest van IRA in Boutilimit (Samuel Aranda/Panos/HH). (2) Voormalig slaaf Noura Mint Mourada (Samuel Aranda/Panos/HH).