Het persoonlijke is publiek

In de deuropening verschijnt een vijftiger met de verzamelde argwaan die hij, neem ik aan, bezit jegens belastinginspecteurs, Jehova’s Getuigen en deurwaarders. Een stem: ‘Iemand wil u een bloemetje aanbieden omdat die ergens spijt van heeft.’ Ik blijk de richting van zijn argwaan fout geïnterpreteerd te hebben.

Hij kent het programma en zegt: ‘Als het van m'n ex-vriendin is, kan je ze meteen weer meenemen.’ Wij kijkers weten dat niet de ex maar een ouwe gabber RTL4 heeft ingeschakeld ter heling van een breuk. Maar we weten nu ook, gratis en voor niks, dat wat er tussen die kroegtijgers mis ging kinderspel is vergeleken bij de echte woede in ’s mans leven.
Terug naar het kleine leed in de versie van de schuldige, zoals we die hoorden voor de overval. Samen op vakantie naar Spanje. Komt hij 'een vrouwtje’ tegen. Je kent het wel - kan de beste overkomen. Ja toch - niet dan? Gaat-ie naar de gezamenlijke flat en vraagt z'n makker om de sleutel van de kluis waarin de poen zit, want de bloemetjes, waarvan hij nog niet weet dat hij ze later door RTL moet laten bezorgen, gaan buiten. Ja toch - niet dan? Geen probleem. Alleen, hij vergeet de sleutel terug te brengen. En verschijnt pas na drie dagen. (Ik word steeds nieuwsgieriger naar dat vrouwtje.) Die ander geen cent te makken gehad. Moest lenen van de hotelmanager. Einde vriendschap. Spijt, spijt, spijt. De versie van de gedupeerde blijkt nog iets pijnlijker. Hij was vanaf het begin beroerd geweest, wat de gescheiden kroeggang verklaart en verdomd alleen in een buitenland waarin slechts 'una cerbeza’ z'n taalschat vormde. Dus waren die drie 'en een halve’ dag extra zwaar.
Je zal het zelf maar wezen. Dat noemt zich vriend. De gezamenlijke terugreis moet moordend zijn geweest. Nooit meer gezien. Daarvoor altijd samen. Godlof accepteert hij het boeket en ze kunnen weer biljarten en vissen.
Televisie is de materie geworden paradox. Enerzijds werkend als kernsplitser die de samenleving atomiseert, mensen uiteenslingert in hun hokken en holen en die zo medeverantwoordelijk is voor de teloorgang van buurt- en verenigingsleven en voor ingrijpende vermindering van sociale contacten; anderzijds een forum voor steeds meer, steeds intiemer bekentenissen waarin de kijker zich al dan niet kan 'herkennen’ en/of begrepen voelen. In één aflevering van een praatprogramma worden meer geheimen en emoties openbaar dan echtelieden van 1935 tot 1975 elkaar toevertrouwden. En, tweede paradox, wat men niet tegen een ander durft zeggen ('ik houd van je’, 'het spijt me’), zegt men wel ten overstaan van een zaal vol publiek en een land vol kijkers. Daar is egotripperij bij; of de verwachting dat de ander onder de indruk is van of onder druk komt door de omvang van de stap; of de hoop dat Ten Brink en Tensen vermogen wat zij zelf niet kunnen. Maar haast altijd is er ook die bizarre paradox: het meest persoonlijke publiek maken, die ene bereiken middels miljoenen.
Het voorbeeld is onschuldig. Caroline Tensen helaas niet. Daarover later.