Het piemeltje

Het klassieke gevaar dat iedere staatsman, iedere politicus bedreigt is het best beschreven door Louis Ferdinand Céline in zijn Reis naar het einde van de nacht. De held, Bardamu, komt zijn oude vriend en Napoleon-kenner Parapine tegen. Ze drinken een paar pilsjes en dan komt het gesprek vanzelf op de Keizer. ‘Dat wist jij misschien niet’, zegt Parapine, ‘maar voor zijn generaals is het toen nog een heidens karwei geweest, hem ervan te weerhouden op de terugtocht naar Parijs even langs Warschau te gaan. Hij wilde zich nog ’s één keer goed laten pijpen door zijn Poolse liefje. Zo was hij nou, Napoleon, zelfs tijdens zijn grootste nederlagen en ellende. Niet serieus dus. Zelfs hij, het grote genie in de ogen van z’n lieve Joséphine!’
Er volgen een paar uitweidingen van algemener strekking en daarna komt Céline aan de essentie. ‘Dat is het enige waar we aan denken! In de wieg, in de kroeg, op de troon, in de wc. Overal! Overal! Ons piemeltje! Napoleon of geen Napoleon! Of je nou door je vrouw belazerd wordt of niet! Eerst ons pleziertje! Die vierhonderdduizend geberezineerde bezetenen kunnen tot aan hun pluim verzuipen, dacht de grote overwonnene. Als Napoleon nog maar ’s een punt kan zetten.’ (Vertaling E.Y. Kummer)
Ik heb dit citaat eerder gebruikt, in 1998, toen de speciale aanklager Kenneth Starr zijn triomfen vierde bij de verhoren van Bill Clinton. Het was in de eindfase van de Joegoslavische burgeroorlogen, die in zeven jaar aan tweehonderdduizend mensen het leven hadden gekost. Onder generaal Wesley Clark en diplomaat Richard Holbrook kwam de vrede in zicht. Voor de president alle reden om zijn aandacht bij de buitenlandse politiek te houden. Maar Clinton was ook een versierder. Hij had al een schandaal overleefd, een geheime vriendin gehad, Paula Jones, die hem later in een interview met Penthouse ‘a real pussy-eater’ had genoemd. En nu kwam Monica Lewinsky.
De president begon een verhouding met de 22-jarige stagiaire. Ze slaagde er niet in het avontuur geheim te houden, vertelde alles door de telefoon aan haar beste vriendin Linda Tripp. Die nam het op en stuurde de bandjes door naar Matt Drudge, die het materiaal op zijn website, het Drudge Report, zette. Het nieuwe schandaal was geboren. Drudge had al goede connecties met de media van Rupert Murdoch, eigenaar van Fox News en The New York Post. Een speciale aanklager, Kenneth Starr, moest het schandaal onderzoeken. De blauwe jurk van Monica werd in het laboratorium wetenschappelijk bestudeerd, en ja, er werden sporen van liefde gevonden. Het resultaat van al het gedoe was een boek, het Starr Report, gemeten naar het werk dat eraan ten grondslag ligt de duurste bestseller aller tijden. Ten slotte heeft Hustler, het seks/schandaalblad van Larry Flint, nog een fotomontage-reportage van Bill en Monica gemaakt. Niets werd aan de verbeelding overgelaten. Het mag een wonder heten dat de president het impeachment heeft overleefd.
Vroegere machthebbers hadden het gemakkelijker. Lodewijk XIV had Madame de Montespan als maîtresse. Ze maakte niet alleen de koning gelukkig, ze nam bovendien grote schrijvers in bescherming. Corneille en Racine hebben veel aan haar te danken gehad. Lodewijk XV had Madame de Pompadour, de beroemdste maîtresse uit de wereldgeschiedenis. Ook zij had in de literatuur haar vrienden: Diderot en Voltaire. Je kunt je afvragen wat er van de Verlichting terecht was gekomen als er toen geen maîtresses waren geweest.
In zijn La trahison des clercs, verschenen in 1928, wijt Julien Benda het ontstaan van de moderne dictaturen en massabewegingen in het algemeen aan de opkomst van de sensatiekranten. Die hebben weer een belangrijk deel van hun succes te danken aan het onthullen van schandalen. En ieder schandaal heeft een moralistische kern. Daar heeft iemand, een hoge piet, iets gedaan wat niet mag! Wat denkt die man wel! Een weldadige verontwaardiging maakt zich van de massa meester. Het schandaal is de traktatie der braven. Ze kunnen er niet genoeg van krijgen. Op de mestvaalt met die man!
Warren Harding, die Amerikaans president was van 1921 tot zijn dood in 1923, had het begrepen. Hij had een maîtresse. Als hij die ontving stond iemand van de geheime dienst op wacht om hem te waarschuwen als zijn vrouw in aantocht was, en dan verdween zijn Pompadour door een geheim achterdeurtje. Onze liberale minister van Defensie Sidney van den Bergh had het minder strategisch bekeken. In 1959 moest hij na een paar maanden aftreden nadat bekend was geworden dat hij een verhouding had met een getrouwde vrouw in Brazilië.
Slotsom: in deze overgeseksualiseerde cultuur kan voor een hooggeplaatste man verkeerd gebruik van het piemeltje tot de grootste narigheid leiden. De enige vraag is ten slotte of je de schuld van het oeverloos tumult moet leggen bij degene die de daad heeft verricht of bij de krachten die de misstap genadeloos in exploitatie nemen.