Het piepeltje van de paus

Uitgeverij Veen spreekt van ‘een historische gebeurtenis’ terwijl er in werkelijkheid hoogstens sprake is van een curiosum. Tweehonderd pagina’s vrome pauselijke praatjes, waarin de auteur erin slaagt werkelijk niets wezenlijks mede te delen. In een prachtuitgave: hardcover, leeslint en de beste kwaliteit papier.

Johannes Paulus’ geloofsgenoot Gerard van het Reve, een andere katholieke auteur uit het Veen-fonds, zal scheel zien van jaloezie.
Op de pauselijke vermaningen ga ik niet in. Zij zijn aan mij niet besteed. Mijn belangstelling gaat primair niet naar mijn vakgenoot Vittorio Messori, de man die de paus mocht interviewen.
Mooie interviewer. Hij zond een aantal vragen in, waarop Johannes Paulus schriftelijk antwoord heeft gegeven. Mooie vragen. De interviewer besloot op voorhand ‘alle onderwerpen terzijde te schuiven van politieke, sociologische en ook clericale aard’. Dan blijft er niet zoveel over, behalve het verschijnsel dat het ook in het Vaticaan kan vriezen en kan dooien.
Mooie journalist. De man doet zijn handwerk in 'dankbaarheidjegens Hem, aan wie ik die verschuldigd ben, omdat Hij mij toestond dat werk aan te kunnen, dag in dag uit’.
Maar Hij heeft geen verstand van de verslaggeverij, anders waren al die honderden roomse bladen niet failliet gegaan en Zijn nederige dienaar lijkt mij ook niet zo'n journalistiek licht.
Vittorio Messori kreeg de kans van zijn leven: een interview met de paus is, hoe dan ook, iets wat je als journalist niet elke dag wordt gegund.
Wat deed de interviewer in spe? Hij begon op een katholieke manier te twijfelen. Was het wel gewenst dat de paus een interview toestond? 'Liep hij dan niet het gevaar dat zijn stem zou opgaan in het chaotisch achtergrondgedruis van een wereld die alles banaliseert en tot spektakel maakt, die over alles contrasterende meningen heeft en eindeloos kletst?’
om vervolgens de pen in wijwater te dopen. Ik parafraseer ’s mans wijze van journalistieke benadering. 'Vergeeft u mij, Heilige Vader, maar mijn eervolle soms ook zware taak houdt ook een respectvolle uitdaging in terzake van problemen die ook katholieken niet zonder bezorgdheid bezighouden. Dus als u het goed vindt wil ik profiterend van de vrijheid die u mij hebt gegeven, in de hoop dat u mij toe wilt staan, met de bedoeling van een eerbiedige prikkel (en daar ben ik u dankbaar voor) in deemoed de vraag te stellen…: Heiligheid, hebt u wel eens een aardige anekdote meegemaakt?’
Het boek is in twintig miljoen exemplaren op de markt gebracht. In Nederland valt het met geen vrachtwagens aan te slepen, begrijp ik uit de dagbladen. Terwijl het vorige boek van de H. Vader al binnen een half jaar bij De Slegte tussen de winkeldochters lag te verstoffen. Nu belegeren de lezers, jong en oud, gelovig en ongelovig, de kassa.
Het is mij een raadsel. Zelfs vrome katholieken moeten zich bij dit substantieloze gezalf toch te pletter vervelen, zou je denken. Maar onze Lieve Heer heeft nog steeds vreemde kostgangers en de wegen der pauselijke public relations zijn wonderbaar.