Het piept en het kraakt

Robodock bestond afgelopen weekeinde tien jaar. Het festival waar kunst en technologie samenkomen is weliswaar commerciëler geworden, maar haar kraak-roots trouw gebleven.

AMSTERDAM- Het terrein van de voormalige Amsterdamse Droogdok Maatschappij (ADM), onderdeel van het westelijke havengebied in Amsterdam, fungeert al sinds midden jaren ’80, toen het voor de eerste keer gekraakt, als broedplaats voor kunstenaars, levensgenieters en sociale outcasts. Althans, zo noemen de bewoners zichzelf. Niet iedereen staat er zo sympathiek tegenover. Ook de term werkschuw tuig valt regelmatig als er over het gebied gesproken wordt.

En er wordt veel over het ADM-terrein gesproken in Amsterdam. Al jaren hangt de bewoners ontruiming boven het hoofd. Het terrein is in handen van de erven van Bertus Luske, ooit een even bekende als louche vastgoedhandelaar in Amsterdam. Zij kunnen het niet eens worden met de gemeente en het havenbedrijf over een goede bestemming.

Ondertussen wordt er op het terrein gewoond in zelf gebouwde creaties en bootjes, veel geknutseld aan auto’s en gebouwd aan grote installaties. Ook de jaarlijkse bakbrommerraces zijn berucht.

En dan is er natuurlijk Robodock. Het festival is inmiddels uit de illegale hoek getrokken. Het is goed georganiseerd, met prijzige kaartjes (27,50 euro voor de zaterdag) en bier voor twee euro. Bovendien doen de mensen achter Robodock veel aan promotie: geen wildplakzuil in Amsterdam en omgeving wordt overgeslagen. Vorig jaar waren er 12.000 bezoekers. Dat aantal werd dit weekeinde overtroffen: 14.000 mensen kwamen langs.

Ondanks de commerciële insteek blijft het festival trouw aan haar kraak-roots. Er is enkel vegetarisch eten - vegetarische shoarma, echt waar - en de muziek beweegt zich tussen electropunk en drum and bass. Muziekgenres waarin het stampen van de industriële apparaten doorklinkt. Het vindt plaats op de NDSM-werf in Amsterdam, die garant staat voor de gure, industriële ambiance die zo goed bij het festival past. Overal staan enorme bouwwerken die vuur spuwen en harde knallen produceren.

Het festival doet nogal bombastisch aan. Alles is enorm, het is donker, er klinkt harde muziek en je wordt als bezoeker hier en daar voor de gek gehouden door de technologie. Zo kruipt er een enorme, op afstand bestuurbare muur door de ruimte die opeens achter je staat en je insluit. Door deze sfeer spreekt het festival alleen een zeer specifieke groep mensen aan: de elektronicafreaks, krakers, mensen met dreadlocks, allemaal tussen de 20 en de 40 jaar oud.

Robodock heeft grote ambities met zichzelf en wil graag als een serieus kunstfestival gezien worden. Misschien zou het daarom geen gek idee zijn om volgend jaar ook overdag het een en ander te organiseren om bijvoorbeeld kinderen, die toch ook graag naar Nemo gaan, en oudere mensen, die geen oordopjes in willen, te trekken. Wat betreft kunst en technologie heeft het festival echt wat te bieden. Juist nu het zich toch al commercieel heeft neergezet, zou het terecht zijn de kunstenaars de kans te geven om bij een groter publiek bekend te worden.