Het plezier van het eten

De laatste keer dat oud-literatuurprofessor Arthur Opp buiten kwam, was op 11 september 2001: ‘Ik werd zo eenzaam van het kijken naar het nieuws dat ik mijn deur opendeed, naar de bodem van mijn trap liep en ging zitten, met mijn hoofd in mijn handen, een uur lang.’ Sindsdien is hij de deur niet uit geweest – niet uit angst voor een terroristische aanslag of vanwege een trauma, maar omdat hij ruim 250 kilo weegt: bewegen is te moeilijk, en de schaamte is te groot.

Medium heft

In Heft, de tweede roman van de jonge Amerikaanse schrijfster Liz Moore, vertelt Arthur over die dag in een brief aan Charlene Turner, een studente waar hij bijna twintig jaar geleden verliefd op was. De liefde werd nooit geconsumeerd, maar leidde wel tot een correspondentie tussen de twee; een correspondentie waarin Arthur zichzelf en zijn leven beter voorspiegelde dan het was. Nu Charlene na een radiostilte van een jaar of wat weer contact opneemt, wil Arthur eerlijk vertellen hoe het ervoor staat: ‘Maar onverrassend genoeg was ik te bang om hem te versturen, en dus vertelde ik mezelf dat het een egoïstisch soort eerlijkheid was, het soort waar Charlene nu sowieso niet mee bekommerd hoefde te worden.’

Medium jeffrey stockbridge 095

Moore’s eerste roman, The Words of Every Song, was een mozaïekroman over de New Yorkse muziekindustrie waarin hoofdpersonages uit het ene hoofdstuk een bijrol speelden in het volgende. De muziekscene leent zich blijkbaar goed voor zo’n structuur – zie ook Jennifer Egans Bezoek van de knokploeg – misschien omdat ook de nummers op een muziekalbum in principe los van elkaar beluisterd kunnen worden en samen toch een geheel vormen waarvan de som groter is dan de delen. In Heft is het uitgangspunt hetzelfde, maar het aantal personages is gereduceerd tot twee: Arthur Opp, in Brooklyn, wordt als verteller afgewisseld met Kel Keller, een achttienjarige scholier uit Yonkers. De verbindende factor is Charlene: Kel is haar zoon. Kel gaat naar school in het chique Pells Landing, speelt honkbal en maakt zich zorgen over zijn moeder, die zich steeds verder in huis terugtrekt en een alcoholprobleem heeft. ‘I smell it on her’, vertelt Kel. ‘The bitter backtone of half-digested rum. The stink of never showering. When I am feeling gentle sometimes I cut her hair for her and her toenails.’

Arthur en Kel zijn allebei eenzaam, eenzaam, eenzaam – net als Charlene, en net als Yolanda, de schoonmaakster die Arthur besluit in te huren. Voor Arthur is eenzaamheid een permanente conditie die hij al van jongs af aan anticipeerde en waar hij maar halfhartig van hoopt er ooit uit te geraken: ‘It reminded me once again of the foolishness of always being hopeful through­out my life, & then always being let down, in one way or another’, zegt hij, wanneer Charlene na dat ene levensteken weer van de radar verdwijnt. Voor Kel, die populair is op school en voor wie honkbalscouts naar Pells Landing gaan, heeft de eenzaamheid met zijn gekke, teruggetrokken moeder te maken, maar ook met het feit dat hij in het milieu waarin hij zich begeeft eigenlijk niet thuishoort. Zijn moeder en hij doen boodschappen met voedselbonnen; zijn vrienden wonen in villa’s en hebben, bijvoorbeeld, een kast vol met knutselspullen voor schoolprojecten. Het huis van een rijke klasgenoot is ‘zo mooi en vol met kwetsbare spullen dat ik mezelf moet inhouden om ze niet één voor één te vernielen’. Arthurs uitdijende vetlaag en Kels allengs agressievere gedrag zijn manieren om die eenzaamheid te lijf te gaan, maar isoleren beide personages tegelijkertijd nog meer van de wereld.

Heft gaat over die eenzaamheid, en ook over de pogingen van zowel Arthur als Kel om eruit te komen – pogingen waarvoor Charlene ondanks zichzelf de trigger is. De plot is klein en Moore’s schrijfstijl bondig en weinig bloemrijk, maar dat maakt Heft niet minder mooi. De observaties en hulpeloosheid van Kel en Arthur zijn ontroerend, soms verrassend, soms ook herkenbaar. Dit is Arthur over eten: ‘People, when they eat, are very dear. The eager lips, the flapping jaws, the trembling release of control – the guilty glances at one’s companions or at strangers. The focus, the great focus of eating. The pleasure in it.’ Kel wil na de middelbare school professioneel honkballer worden: dat kan door te gaan studeren en spelen voor een universiteit, of door direct bij een major league-_club te gaan spelen. Zijn moeder en docenten zien hem graag voor een studie kiezen, maar Kel wil dat niet: ‘Ik ben bang dat als ik ergens niet met heel mijn hart achteraan ren, dat het dan wegglipt, om me te straffen.’ In _Heft leert Kel dat hij gebeurtenissen niet met magisch denken kan afdwingen, en leert Arthur dat hoop misschien foolish is, maar ook onontkoombaar; en dat mensen misschien toch geen communicerende vaten voor eenzaamheid zijn. Omdat Moore veel onuitgesproken, niet-ingelost, of gewoon achterwege laat, voelt Heft ondanks die levenslessen niet als een zelfhulpboek vermomd als roman: je weet, ook na de optimistische noot waarmee het verhaal eindigt, dat Arthur én Kel in de toekomst nog vaak, veel vaker, teleurgesteld zullen raken.


Liz Moore, Heft. W.W. Norton, 352 blz., € 22,99

Foto Liz Moore courtesy Jeffrey Stockbridge