President Trump

Het Poetin-paradigma

De landen die zij leiden verschillen als dag en nacht. Maar Donald Trump en Vladimir Poetin vertonen opmerkelijke overeenkomsten. Niet alleen dat ze liegen en een kort lontje hebben.

De afgelopen tijd zijn de zorgen over een of andere heimelijke alliantie tussen Donald Trump en Vladimir Poetin geëxplodeerd. Zo is er de aankomende president, met zijn ogenschijnlijk heilige ontzag voor de Russische leider. Zo zijn er de nieuwe topfunctionarissen die Trump heeft benoemd, met hun ongebruikelijke banden met Rusland: als nationaal veiligheidsadviseur luitenant-generaal Mike Flynn, die Poetin heeft ontmoet en betaalde opdrachten heeft vervuld voor een door het Kremlin gesteund televisiestation; en als minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson, bestuursvoorzitter van ExxonMobil, die in Rusland voor miljarden dollars aan zaken heeft gedaan en een prijs van Poetin in ontvangst heeft mogen nemen. En dan is er nog de onthulling, door de cia, dat Rusland actief tussenbeide zou kunnen zijn gekomen in de Amerikaanse verkiezingen om Trump verkozen te krijgen.

Poetin zou uiteraard zo zijn redenen kunnen hebben om Trump als president te willen zien – niet in de laatste plaats de klaarblijkelijke scepsis van Trump ten aanzien van de Navo, en het feit dat hij zich niet heeft verzet tegen de Russische militaire interventies in Oekraïne en Syrië. Maar een belangrijker connectie tussen beide mannen is wellicht hun soortgelijke interpretatie van het concept leiderschap, die vrijwel zeker iedere vriendschap die tussen hen zou kunnen (zijn) ontstaan zal overleven.

Medium anp 48378869
9 november 2016. Iraakse sol- daten in Arbid, onder Mosul, zien Trump zijn dankwoord uitspreken na het winnen van de verkiezingen. Premier Haider al-Abadi hoopt op blij- vende samenwerking in het bestrijden van jihadisten © Ahmad Al-Rubaye / AFP / ANP

Tijdens zijn campagne heeft Donald Trump herhaaldelijk zijn bewondering geuit voor de manier waarop Poetin regeert. ‘Die man heeft een heel sterke greep op zijn land’, zei Trump op een bepaald moment. ‘Hij is veel meer een leider dan onze president ooit een leider is geweest.’ Dat onthulde veel over de manier waarop Trump tegen het presidentschap aankijkt – hij lijkt te geloven dat effectiviteit wordt afgemeten aan de mate waarin een leider zijn land ‘controleert’. Maar wat betekent dit in de praktijk? In welke mate kan Poetin inzicht verschaffen in Trumps machtsbegrip?

Er is nog steeds veel wat we niet weten over de manier waarop Trump zal regeren. Maar in de eerste twee maanden na zijn verkiezing heeft zich een aantal karakteristieke patronen afgetekend – die leerzame overeenkomsten vertonen met de stijl die Poetin vele jaren heeft beoefend. Hier zijn er een paar:

***

Liegen is de boodschap

Het is niet alleen zo dat zowel Poetin als Trump liegt, ze liegen ook op dezelfde manier en met hetzelfde doel voor ogen: schaamteloos, om de macht over de waarheid zelf tot uitdrukking te brengen. Neem bijvoorbeeld Poetins uitspraken over Oekraïne. In maart 2014 beweerde hij dat zich geen Russische troepen op de zojuist geannexeerde Krim bevonden; een maand later bevestigde hij dat er wel degelijk Russische troepen aanwezig waren geweest. Gedurende heel 2014 en 2015 heeft hij herhaaldelijk ontkend dat er Russische troepen in het oosten van Oekraïne vochten; in 2016 gaf hij zonder veel omhaal toe dat zij daar wél waren.

In beide gevallen koos Poetin ervoor om te liegen, ondanks duidelijke en overtuigende bewijzen van het tegendeel, en in beide gevallen waren de daaropvolgende, waarheidsgetrouwe uitspraken niet onder dwang tot stand gekomen: het waren trotse, zelfs opschepperige bevestigingen, uitgesproken op een moment dat het hem uitkwam. Ze communiceerden allebei dezelfde boodschap: de macht van Poetin is gelegen in zijn vermogen te zeggen wat hij wil en wanneer hij dat wil, ongeacht de feiten. Hij is president van zijn land en koning van de realiteit.

Trump heeft soortgelijk gedrag aan de dag gelegd, schijnbaar om dezelfde reden: als hij beweert dat hij geen uitspraken heeft gedaan waarvan kan worden bewezen dat hij ze wél heeft gedaan, of als hij beweert dat het feit dat miljoenen mensen illegaal hebben gestemd hem de ‘popular vote’ heeft gekost, zijn dat geen makkelijk te weerleggen feitelijke beweringen – hij eist er de controle over de werkelijkheid zelf mee op. Degenen die zich verbazen over Trumps tweets over verkiezingsfraude, omdat ze lijken op slecht-verliezer-gedrag van de kant van de winnaar, of over zijn terloopse afwijzing van de bevindingen van de cia over Russische inmenging – in strijd met de opinie van veel toonaangevende Republikeinen – slaan de plank mis: Trump demonstreerde louter dat hij kon zeggen wat hij wilde, juist omdat hij de verkiezingen had gewonnen.

Zowel Trump als Poetin gebruikt taal voornamelijk voor het communiceren van macht, en niet van feiten of opinies: het gaat niet om wat de woorden betekenen, maar om wie ze uitspreekt en wanneer. Dit maakt het onmogelijk om met hen te onderhandelen, en voor journalisten heel lastig om over hen te schrijven. Na de verkiezingen waren veel Amerikaanse journalisten ten einde raad, niet alleen omdat een vreselijke kandidaat had gewonnen, maar ook omdat zijn overwinning een veroordeling van hun werk leek in te houden. Al het ‘fact-checking’ in de wereld, al het goed-gedocumenteerde aan de kaak stellen van de hypocrisie, alle inspanningen die gingen zitten in de onthullingen door The Washington Post over het flagrante misbruik van de Trump Foundation, of in het verkrijgen door The New York Times van de belastingaangifte van Trump van twintig jaar geleden, en in de uitmuntende begeleidende berichtgeving, wisten Trump niet uit het Witte Huis te houden. Het voelde alsof we een wereld waren binnengetreden waarin de media geen taak meer hadden, of waarin de relevantie van de media als controle-orgaan van de macht volledig was geneutraliseerd.

Na de verkiezingen is het vermogen van de media om hun werk te doen zelfs nog verder ondermijnd. Het standaardmodel in de berichtgeving vereist dat journalisten de aanstaande president in ieder nieuwsverhaal dat over hem gaat ook zelf aan het woord laten. Daarom hebben we nu een reeks verhalen waarin tegenover de gerapporteerde feiten een geciteerde tweet staat, waarin die feiten worden ontkend of weersproken. Zelfs een op feiten gebaseerd verhaal kan niet langer naar buiten worden gebracht zonder een onmiddellijke aanvechting daarvan, vervat in het nieuwsverhaal zelf – en zonder aan te tonen dat Trump opnieuw gebruik heeft gemaakt van zijn macht om te zeggen wat hij wil, ongeacht de feiten, wanneer hij dat wil, ongeacht de conventies, en hoe hij dat wil, ongeacht de logica en de Engelse taal.

Het is tijd om de inzet te verhogen: het gaat niet langer om de feiten, maar om de waarheid. Met een president die liegt teneinde macht uit te stralen, is ‘fact-checking’ inderdaad nutteloos als dat het hele verhaal is. De media moeten een manier vinden om het grotere verhaal te vertellen – het verhaal óver de leugens, liever dan het verhaal van de leugens; en het machtsverhaal, dat door de leugens wordt verdonkeremaand. Voor gevestigde media met een lange institutionele geschiedenis is dit zelfs nog lastiger dan het klinkt. De objectieve stijl in de Amerikaanse journalistiek betekent vaak dat niets kan worden beweerd tenzij het afkomstig is van iemand in een positie van gezag.

Laten we Oekraïne opnieuw als voorbeeld nemen: Amerikaanse dagbladen hebben geaarzeld de oorlog een oorlog te noemen, omdat de Amerikaanse regering het geen oorlog noemde. Uitdrukkingen als ‘militair avonturisme’ en ‘opstand’ moesten de plaats innemen van de waarheid. Maar als we niet bereid zijn in een wereld te leven die niet alleen ‘post-fact’ is, maar ook ‘post-truth’, zullen journalisten in het strijdperk moeten treden tegen de aanstaande president door niet alleen zijn leugens, maar ook de waarheden van andere mensen te belichten.

Zowel Poetin als Trump liegt schaamteloos, om de macht over de waarheid zelf tot uitdrukking te brengen
***

De media zijn de spiegel

Trump heeft net als Poetin aantoonbaar een dunne huid en een kort lontje als hij wordt bekritiseerd door journalisten. Trump heeft ook duidelijk gemaakt dat zijn regering minder open en minder toegankelijk voor de pers zal zijn dan die van zijn voorgangers. Maar wellicht het belangrijkste inzicht kwam van de site Buzzfeed, die de tweets van Trump een heel jaar lang heeft geanalyseerd om te kijken waar de nieuwe president zijn informatie vandaan haalt. Het blijkt dat Trumps geestelijke universum wordt gedomineerd door Breitbart. Secundaire invloeden zijn afkomstig van een stuk of vijftien andere kanalen, waaronder The Washington Post en The Washington Examiner, Politico en Fox News, de Daily Mail en de New York Post. Kleine rollen zijn weggelegd voor wat een volkomen willekeurige selectie van andere media-organisaties lijkt te zijn.

Medium anp 6684710
Poetin laat zien wie er werkelijk de baas is © Danil Semyonov/ AFP/ ANP

Trump blijkt een kijk op de wereld gepresenteerd te krijgen die niet alleen enorm verschilt van die van de ‘progressieve zeepbel’, maar ook van die van de meerderheid der Amerikanen: enerzijds lijkt The New York Times in zijn wereld niet voor te komen, anderzijds geldt dat ook voor de televisie-omroepen en, naar het schijnt, cnn. Er is geen reden om aan te nemen dat Trump hier verandering in zal brengen als hij president is. Hij heeft al een opmerkelijk gebrek aan belangstelling aan de dag gelegd voor de dagelijkse bulletins van de inlichtingendiensten en het ministerie van Buitenlandse Zaken, hun expertise heeft hij al volledig genegeerd in zijn aanvankelijke contacten met buitenlandse leiders. En de ultieme minachting die hij tentoon heeft gespreid voor de fbi (tijdens de campagne) en de cia (sinds de onthullingen over de bevindingen over Rusland en de verkiezingen) duidt erop dat hij erop zal staan slechts zoveel van de wereld te willen zien als hem uitkomt, door een prisma dat hem bevalt.

De geschiedenis van Poetins relaties met Russische nieuwsorganisaties is extreem: hij is zijn presidentschap ooit begonnen met de overname van alle televisiezenders en is de media sindsdien aan allerlei restricties blijven onderwerpen. Trump zal niet in staat zijn anno 2017 in de Verenigde Staten een dergelijke controle over de media uit te oefenen. Maar zijn nieuwsconsumptie is vergelijkbaar met die van Poetin. Een deel van Poetins gedrag kan worden verklaard door het feit dat hij al zestien jaar lang louter naar zijn eigen televisiekanalen kijkt. Ik geloof dat dit was wat de Duitse bondskanselier Angela Merkel in 2014 bedoelde toen zij na een telefoongesprek met Poetin vertwijfeld zei dat hij ‘in een andere werkelijkheid’ leefde. Trump begint zijn presidentschap terwijl hij al naar Trump TV kijkt: hij creëert voor zichzelf het dilemma van een geïsoleerde dictator, ook al is hij geen (of nog geen) dictator. Het zal niet lang duren voordat Merkel in de gelegenheid zal zijn treurig commentaar te leveren op de relatie met de werkelijkheid van de nieuwe Amerikaanse president.

***

De leiding nemen over een saaie wereld

De vastgoedmagnaat en de kgb-agent delen een specifieke karaktertrek: ze lijken allebei lui te zijn, en ongeïnteresseerd in de wereld die ze willen domineren. Van Poetin, zelf een voormalige inlichtingenman, is niet bekend dat hij inlichtingenrapporten naast zich neerlegt, maar hij geeft er de voorkeur aan informatie in kleine hoeveelheden tot zich te nemen, en in grote letters. Hij maakt geen gebruik van een computer. Op zeldzame uitzonderingen na besteedt hij weinig tijd aan de voorbereiding van vergaderingen, en hij woont er ook weinig bij. Maar hij maakt wel graag grote publieke gebaren, die dikwijls in strijd zijn met het gevestigde beleid.

Tijdens de financiële crisis van 2008 bemoeide hij zich bijvoorbeeld in het openbaar met de zaken van een van Ruslands grootste metaalbedrijven, door de eigenaar van het concern persoonlijk opdracht te geven plannen te schrappen voor het sluiten van een fabriek. Dit soort interventies dienen voornamelijk om te laten zien wie er werkelijk de baas is.

Poetins imitator Trump bedient zich van Twitter en niet van televisie, maar zijn gebaren richting Carrier, het bedrijf uit Indiana dat hij er met dreigementen en smeergeld toe heeft gebracht het aantal banen dat naar Mexico zou worden verplaatst (enigszins) te verminderen, of jegens Boeing, via de opzegging van een contract dat niet lijkt te bestaan, dienen hetzelfde doel: ze moeten aantonen dat Trump de baas is. Zulke acties hebben wellicht geen meetbare gevolgen voor het beleid, maar kunnen ondermijnend werken voor het vrije ondernemerschap, de civil society en de bestuurscultuur. In Rusland hebben de jaren van sporadisch micromanagement ertoe geleid dat de regering disfunctioneel en corrupt is geworden: zaken gebeuren niet meer, tenzij het hoofd van een dienst of de president zelf tussenbeide komt.

Het leiderschap van Trump, in de vorm van grillige bemoeizucht, zal waarschijnlijk niet zo’n verwoestend effect hebben op het dagelijks functioneren van de Amerikaanse staatsinstellingen. Maar het kan wel leiden tot een nieuwe cultuur van vermijding en vriendjespolitiek. Degenen die zaken voor elkaar willen krijgen, buiten de wispelturige president om, zullen waarschijnlijk hun best doen onzichtbaar te blijven. Zij zullen hem paaien en het hem mogelijk maken vast te houden aan de illusie dat hij een verschil maakt. (Een soortgelijk fenomeen kon worden waargenomen bij het Defense Intelligence Agency onder het leiderschap van Mike Flynn, de aankomende nationale veiligheidsadviseur van Trump: Dana Priest heeft in The New Yorker geschreven dat zich ‘een parallelle machtsstructuur ontwikkelde’ bij de dienst om het functioneren ervan in stand te houden.)

Hoe dit in zijn werk gaat werd gedemonstreerd tijdens het interview van Time Magazine met Trump voor het ‘person of the year’-coververhaal: ‘Reince Priebus, de nieuwe stafchef van het Witte Huis, kwam de kamer binnen. Terwijl de taperecorders al draaiden, begon Trump nieuwe instructies uit te vaardigen. “Hé, Reince, ik wil een lijst met bedrijven die hebben aangekondigd dat zij willen vertrekken”, riep hij. “Ik kan ze zelf wel even bellen. Vijf minuten elk. Ze vertrekken niet. Oké?” (…) [Priebus] begreep wat Trump probeerde te doen en glimlachte. “Het werkte de vorige keer”, zei hij tegen zijn baas.’

Anderzijds zal wie uit is op aandacht en ontwrichting op Trumps belangstelling kunnen rekenen, zoals Bob Dole, die achter het telefoontje van Trump met de president van Taiwan lijkt te hebben gezeten.

***

Eerder interesses dan prioriteiten

Pogingen om het proces te ontcijferen met behulp waarvan Trump zijn kabinet samenstelt, zijn over de gebruikelijke vraag gestruikeld: wat zijn de prioriteiten van de aanstaande president? Sommige benoemingen lijken te duiden op specifieke doelstellingen die Trump tijdens de campagne heeft gearticuleerd – zoals het intrekken van de Affordable Care Act, ook wel Obamacare genoemd (Tom Price als minister van Volksgezondheid), het opzeggen van het klimaatverdrag van Parijs (Scott Pruitt als hoofd van de milieudienst epa) – maar andere lijken juist weer in tegenspraak met zijn anti-establishmenthouding (Reince Priebus als chefstaf). Trump heeft echter net als Poetin noch standpunten noch prioriteiten: hij heeft een pure dorst naar macht, én hij heeft interesses.

Mannen als Poetin en Trump beschouwen zichzelf als allesbehalve ‘een ongelukje’

Hij is geïnteresseerd in het leger, wat de reden is dat hij generaals benoemt. Hij heeft vooral interesse getoond in de baan van minister van Buitenlandse Zaken, de tijd genomen om meerdere kandidaten te spreken en de spanning rond de benoeming hoog gehouden, totdat hij uiteindelijk bekendmaakte voor Tillerson te hebben gekozen. Maar hij is niet geïnteresseerd in het buitenlands beleid als zodanig, wat de reden is dat de post van Amerikaans ambassadeur bij de Verenigde Naties snel naar Nikki Haley is gegaan, de gouverneur van South Carolina, die geen enkele internationale ervaring heeft, evenmin als een geschiedenis van steun voor Trump. Dit is eveneens verwarrend: in de dagen onmiddellijk na de verkiezingen leek het erop dat Trump een kabinet aan het samenstellen was van mensen die loyaal zijn aan hem en zijn familie. Sindsdien zijn echter ook critici van Trump aangesteld, terwijl loyalisten als Rudy Giuliani aan de dijk zijn gezet. Maar Trump is gewoon Trump. Hij dumpt al tientallen jaren partners en aannemers.

De beste definitie van het soort staat dat Poetin heeft gebouwd, is afkomstig van de Hongaarse socioloog Bálint Magyar, die het een maffiastaat noemt: hij wordt als een familie gerund door een patriarch die geld, macht en gunsten uitdeelt. Magyar gebruikt het woord ‘familie’ in de betekenis van een groep mensen die al lang met elkaar omgaat; het is belangrijk dat je niet tot de familie kunt toetreden, tenzij je wordt uitgenodigd – ‘geadopteerd’, in de terminologie van Magyar – en dat je de familie niet vrijwillig kunt verlaten. In dit model is de familie gebaseerd op loyaliteit, niet op bloedverwantschap, maar Trump brengt ook letterlijk zijn familie naar het Witte Huis. Door een paar zorgvuldig gekozen mensen uit te nodigen op de terreinen die hem persoonlijk interesseren, kan hij een maffiastaat binnen de staat aan het bouwen zijn. Net als alle maffia’s wordt ook deze maffia vooral door hebzucht gemotiveerd.

De volledige term die Magyar gebruikt is ‘postcommunistische maffiastaat’, en hij betoogt dat die louter wortel kan schieten in de puinhopen van een totalitaire staat. Maar Trump zou de wereld de postdemocratische maffiastaat kunnen schenken. In dit model zal hij nog steeds de patriarch zijn die geld en macht verdeelt. De onmiddellijke kring rond de patriarch zal bestaan uit zijn feitelijke familie en een paar favorieten, zoals generaal Flynn. Zij zullen zich bezighouden met zaken die de president interesseren, en met de verrijking van zichzelf en hun bondgenoten. De buitenste ring zal zich bezighouden met zaken waarin Trump minder geïnteresseerd is. In praktische termen zal dit inhouden dat de establishment-Republikeinen in zijn kabinet een radicaal-conservatief plan zullen kunnen doorvoeren op vele beleidsterreinen, zonder veel ontzag voor de standpunten die Trump al of niet heeft, en dit zal de Republikeinse Partij tevreden stellen met een president die zij eigenlijk niet wilde.

***

Een president achter de vijandige linies

Veel van de leden van Trumps kabinet hebben één ding gemeen: zij verzetten zich tegen de missie van de diensten waaraan zij leiding moeten gaan geven. Op het ministerie van Huisvesting en Stedelijke Ontwikkeling komt een tegenstander van sociale woningbouw; op het ministerie van Onderwijs een vijand van openbare scholen; op het ministerie van Volksgezondheid een Congreslid dat af wil van de Affordable Care Act en Medicaid; op het ministerie van Sociale Zaken een functionaris die gekant is tegen arbeidersrechten; op het ministerie van Energie een voormalige gouverneur die het ministerie van Energie wil opheffen, en op het ministerie van Justitie een senator die ooit werd geweigerd als rechter en tegenstander is van burgerrechten die bescherming bieden aan minderheden.

Deze benoemingen zijn misschien niet allemaal in overeenstemming met de in vage bewoordingen geuite politieke standpunten van Trump, maar ze zijn wel duidelijk in overeenstemming met het kerngeloof dat hij deelt met veel van zijn kiezers en met Poetin: de overheid is de schuld van alles. Zelfs nadat Poetin president was geworden bleef hij verwijzen naar een denkbeeldige macht die het land te gronde zou richten. In augustus 2000, toen de kernonderzeeër Koersk voor de kust van Moermansk was gezonken, ging Poetin tekeer op een bijeenkomst van rouwende vrouwen en moeders van omgekomen zeelieden, terwijl hij het had over ‘degenen die het leger hebben geruïneerd’. Hij leek te zijn vergeten dat hij al een jaar lang president was; het leger was van hém.

Trump liet soortgelijke geluiden horen toen hij op de jongste cia-rapporten over Russische bemoeienis met de verkiezingen reageerde door over de inlichtingendienst te zeggen: ‘Dit zijn dezelfde mensen die beweerden dat Saddam Hoessein over massavernietigingswapens beschikte.’ Of neem zijn tweet in reactie op de kritiek op het Taiwanese telefoontje: ‘Interessant hoe de VS Taiwan voor miljarden dollars aan militaire uitrusting verkopen, terwijl ik geen felicitaties in ontvangst mag nemen.’ Het is alsof de VS tegelijkertijd wapens verkopen en Trump bekritiseren, terwijl hij zelf geen deel uitmaakt van de VS. Hij zal de overheid als vijand blijven zien, ook al geeft hij er zelf leiding aan. Toen de president beloofde ‘het moeras te zullen droogleggen’, bedoelde hij niet dat hij de overheid zou zuiveren, zodat zij het Amerikaanse volk beter zou kunnen dienen. Hij bedoelde dat hij de overheid zoals die momenteel in elkaar zit als fundamenteel fout beschouwt; zij is niet alleen de moeite niet waard om overeind te houden, maar klaar om te worden ontbonden en vernietigd.

***

De uitverkorene

Toen ik in 2012 een biografie van Poetin publiceerde, hadden sommige Amerikaanse recensenten kritiek op het boek, omdat erin werd gezegd dat Poetin louter een ‘gewone man’ was ‘waarin kiezers konden zien wat ze ook maar in hem wilden zien’. Ik betoogde dat een ongekwalificeerde man met een beperkte intelligentie per ongeluk aan het hoofd van een kernmacht was komen te staan. Zoiets gebeurt gewoon niet, beweerden diverse recensenten. Toch gebeurt dat wél. De geschiedenis staat bol van de ongelukken, waarvan er sommige van doorslaggevende betekenis zijn geweest, maar we blijven eraan vasthouden dat gebeurtenissen een logisch verloop moeten hebben.

Niemand wil die logica liever zien dan mannen als Poetin en Trump, die zichzelf als allesbehalve ‘een ongelukje’ beschouwen. Maar als hun opkomst voorbeschikt was, ondanks hun gebrek aan kwalificaties, moet er een kracht in het spel zijn die sterker is dan welke politieke partij of welk kiesstelsel ook. Dat kan Gods wil zijn, de voorzienigheid, of hun aangeboren grootsheid: hoe dan ook, zij zijn uitverkorenen. De ongebruikelijke route die Trump heeft bewandeld naar een overwinning in het Electoral College bekrachtigt dit verhaal alleen maar, en suggereert dat er een reden moet zijn waarom hij op het punt staat president te worden. Hierdoor wordt ieder argument over zijn gebrek aan een mandaat van het volk betekenisloos. Niet alleen geniet hij ongekende macht, met Republikeinse meerderheden zo ver als het oog kan zien, hij voelt zich ook duidelijk begiftigd met macht.

Er moet uiteraard worden onderkend dat Poetin en Trump enorm verschillende achtergronden, ervaringen en manieren van doen hebben. De ene is zijn hele leven lang al naar de schijnwerpers op zoek geweest en heeft nog nooit voor de overheid gewerkt; de ander, een geheim agent voor de machtige inlichtingendienst van zijn land, heeft zich altijd aan de publiciteit onttrokken, totdat hij er niet meer onderuit kon. De een heeft een zeer beschermde en geprivilegieerde jeugd gehad, terwijl de ander honger heeft geleden en arm is geweest. De een communiceert via overdrijving en rauwe emoties, terwijl de ander zich altijd heeft beroemd op zijn gereserveerdheid. Bovendien zijn Trump en Poetin erfgenamen van enorm verschillende historische en politieke systemen. Zelfs Trump heeft erkend dat Rusland een ‘heel ander systeem heeft, dat ik niet zo graag mag’. Je kunt de overeenkomsten tussen hen niet gebruiken om te voorspellen wat er onder Trump met de VS en hun instellingen zal gebeuren.

Maar in beide gevallen zorgt het gevoel een ‘uitverkorene’ te zijn ervoor dat de grenzen tussen president en staat vervagen. Poetin stelt de oppositie tegen hem al lange tijd op één lijn met oppositie tegen de Russische staat zelf. Zijn perceptie van massabetogingen als vijandelijke acties komt op z’n minst ten dele voort uit deze verwarring. Trump, met zijn tweets over het ontnemen van het staatsburgerschap aan vlaggenverbranders, lijkt eenzelfde geestelijke weg te gaan bewandelen: hij denkt dat hij en de Verenigde Staten één en hetzelfde zijn, en dat hij het staatsburgerschap kan verlenen en intrekken.


Masha Gessen (Moskou, 1981) is een Russisch-Amerikaanse journaliste en schrijfster. Ze schreef boeken over Poetin (The Man without a Face: The Unlikely Rise of Vladimir Putin, 2012) en Pussy Riot en publiceert regelmatig in onder meer The New York Times, The Washington Post en The New Republic.

Dit stuk verscheen eerder in The New York Review of Books.