Het polen van de verliezers neemt wraak

Wereld Alzheimerdag is zondag in Polen op gepaste wijze gevierd. Ruim een derde van de kiezers bleek de periode voor 1989 niet te kunnen vergeten. Onverzoenlijke rechtse partijen protesteerden tegen de streep onder het verleden die de voormalige intellectuele oppositie na 1989 had getrokken, en wonnen daarmee fors. Zij wensen alsnog straf en politieke uitsluiting voor de communistische zondaars.

Deze rechtse partijen vertegenwoordigen het ‘tweede Polen’, het Polen van de verliezers van de hervormingen: laaggeschoolden, arbeiders in noodlijdende staatsbedrijven, provincialen en gepensioneerden. Dit Polen ziet de welvaart van de nieuwe elite als het gevolg van voosheid, hebzucht en corruptie. Het beschouwt de elite als on-Pools in haar hang naar exotisch eten, buitenlandse reizen en westers geld, en verwijt haar het schenden van Poolse waarden als patriottisme, katholicisme en de familie als hoeksteen van de samenleving. Bovendien wenst zij gelijke armoede voor allen.
Met de verkiezingswinst van rechts heeft het 'tweede Polen’ wraak genomen op de na 1989 heersende intellectuele ex-oppositie. De wraak moest worden uitgesteld door het ontbreken van een rechts alternatief; van de waaier van ruziënde rechtse splinterpartijtjes wist in de parlementsverkiezingen van 1993 vrijwel geen een de drempel van vijf procent te halen. Links kreeg toen de proteststemmen.
Lange tijd was Lech Walesa de belangrijkste spil van rechts. Hij was het symbool van rechts, maar speelde de partijtjes tegen elkaar uit. Walesa’s ster daalde echter vanwege zijn vaak onbegrijpelijke beslissingen. Met zijn vertrek als president bereikte rechts een dieptepunt: elk bindend symbool was nu verdwenen, uitgezonderd het inmiddels onherkenbaar veranderde vakverbond Solidariteit. Maar tevens verdween met Walesa’s macht de grote splijtzwam van rechts. In juni vorig jaar besloten meer dan dertig splintergroepen hun krachten te bundelen met Solidariteit, waarbij Solidariteit als grote broer de helft van het bestuur kreeg toegewezen. De resulterende AWS, de Kiesactie Solidariteit, wist vervolgens de eenheid te bewaren. Samen met de organisatorische kracht van de vakbond werd daarmee de basis gelegd voor de verkiezingszege: het tweede Polen had zijn langverwachte krachtige vertegenwoordiger. Daarmee is de terugkeer van de oude politieke stromingen (intellectuele oppositie, communisten, arbeidersoppositie) compleet.
Hoewel rechts de verkiezingen heeft gewonnen, is een deelname aan de regering onzeker. Het sluiten van een verbond met een coalitiepartner, waarschijnlijk de geminachte intellectuele ex-oppositie, betekent het inleveren van een flink deel van de onverzoenlijkheid. Onduidelijk is dan ook of de interne eenheid bewaard blijft als de ministersposten verdeeld worden. En tenslotte zal de beoogde toetreding van Polen tot de Navo en de EU forse beperkingen opleggen aan de speelruimte. De harde verkiezingstaal van rechts zal derhalve niet uitmonden in even hard beleid. Niettemin kent Polen weer een Alzheimer-vrij politiek leven.