Het politieke design

Het CDA reageert kribbig: ‘Het is allemaal heel aardig wat een art director uit de grachtengordel zegt, maar het gaat om de herkenbaarheid van de partij voor gewone mensen.’ Die ergernis is gewekt door vormgevers en reclamelui die zich onlangs vernietigend uitspraken over de vormgeving van Nederlandse verkiezingsaffiches. Alleen de affiches van GroenLinks deugden, vanwege de prominente rol van het beeld in hun affiches. De Nederlandse politiek is bang voor beelden, concludeerden de reclamemakers. En dat leidt tot een vormgeving waarin loze woorden de politieke boodschap moeten overbrengen.

Maar de politiek slaat terug. Philip van Praag, politicoloog, verwijt de vormgevers gebrek aan politieke kennis. ‘Door de coalitie-cultuur is beheersing in de Nederlandse politiek noodzakelijk. GroenLinks kan zich dergelijke affiches permitteren, maar de grotere partijen hebben een gedifferentieerde achterban waar ze rekening mee moeten houden.’ Zelfs Maarten van Poelgeest, campagneleider van GroenLinks, heeft begrip voor de positie van de vier potentiele coalitiepartners: 'Vormgevers kijken nu eenmaal met een andere blik naar die affiches. Markante vormgeving heeft altijd iets polariserends.’ En aan dat laatste ontbreekt het in de Nederlandse politiek.
Is een goed huwelijk tussen politiek en vormgeving uberhaupt mogelijk? Rob Schroder maakte vroeger affiches voor de CPN en het Groen Progressief Akkoord en is nog steeds een geengageerd vormgever. 'Het engagement onder de Nederlandse vormgevers is heel groot’, zegt hij, 'maar de partijpolitiek is niet meer interessant voor ze, omdat er steeds minder polarisatie is. De politiek zou visionairder moeten zijn.’ Dit verwijt hij trouwens ook GroenLinks: hun affiches geven geen visie op de toekomst, ze zeggen alleen dat het anders moet.
Ook de vormgever Marten Jongema spaart GroenLinks niet. Hij noemt de affiches zelfs 'politiek verwerpelijk’. De enorme foto van een golfterrein en de tekst 'Sommigen beweren dat Nederland vol is’ viel bij hem verkeerd. Onterecht wordt volgens Jongema gesuggereerd dat een groep mensen, namelijk de rijken, verantwoordelijk zou zijn voor het asielbeleid. Dit type vormgeving vindt hij weliswaar een aardige poging, maar toch niet veel meer dan 'een praatje bij het plaatje’. Het concept is geinspireerd op een veelgebruikte reclamemethode: een beeld dat op zich geen boodschap heeft, wordt gecombineerd met een tekst die er betekenis aan geeft. De foto mag dan wel het hele affiche beslaan, maar de tekst blijft het belangrijkste.
Maar raakt het affiche niet langzaamaan uit de tijd? De 'rode buurten’ waar het letterlijk rood zag van de affiches zijn verdwenen. Campagneleiders spreken over het affiche als 'folklore’. Philip van Praag: 'De vrije publiciteit bepaalt voor 99 procent de beeldvorming van partijen en hun lijsttrekkers. Een goede mediastrategie is daarom veel belangrijker dan de vormgeving van affiches.’ Waarom dan zo'n ophef? Juist die onbeduidende betekenis van het affiche zou het tot een vrijplaats kunnen maken voor uitdagende en geengageerde affichemakers. Marten Jongema: 'Als Lubbers in Nova wat verkeerd zegt, kost dat het CDA vier zetels. Met een affiche lukt je dat toch nooit.’ (marion wester)
Op de U-pagina van de Volkskrant vroegen vele lezers het zich de afgelopen weken vertwijfeld af: Hoe is het in godesnaam mogelijk dat CP'86 onbelemmerd rascistische boodschappen de ether in kan sturen? Oorzaak van hun ongerustheid zijn de tv-spotjes die CP'86 in de zendtijd voor politieke partijen uitzendt. Op suggestieve wijze combineert de partij hierin beelden van de neonazistische aanslagen in Duitsland en de begrafenis van de slachtoffers van Solingen met de tekst 'Voorkomen is beter dan genezen’. Of beelden van nietsvermoedende winkelende medelanders met de tekst: 'Er is dringend behoefte aan een terugkeerbeleid’. Eindigend in de onvermijdelijke climax: 'Eigen volk eerst.’ Een kreet die overigens al in 1992 door de Kiesraad werd verboden. CP'86 werd afgelopen maandag nog veroordeeld voor het gebruik van deze leuze in foldermateriaal. Maar tv-uitzendingen zijn kennelijk niet zo eenvoudig aan te pakken.
Bij het Landelijk Bureau Racismebestrijding in Utrecht zijn verschillende klachten binnengekomen over de spotjes. Het bureau onderzoekt de juridische mogelijkheden om ze aan te pakken, maar Olof Stomp ziet het somber in: 'De filmpjes zitten verraderlijk ingenieus in elkaar. Ze weten steeds beter langs de marges van de wet te kruipen om niet veroordeeld te worden.’ De spotjes zijn waarschijnlijk door een professional uit de eigen gelederen gemaakt. CP'86 meldt trots dat het een produktie in eigen beheer betreft. Het NOB- facilitair bedrijf zegt er niet aan te hebben meegewerkt; men krijgt de banden kant en klaar voor uitzending aangeleverd.
Het Commissariaat voor de Media dat de zendtijd verdeelt en de spotjes financiert, past vooraf geen toetsing toe. Het Commissariaat zegt wel regelmatig klachten te krijgen, maar heeft niet de bevoegdheid iets te doen. Alleen middels een civielrechterlijke procedure kan de klager achteraf zijn gelijk halen. Dat die procedure niet echt slagvaardig is, laat de lopende rechtszaak tegen Janmaat zien. Volgende maand wordt de leider van de CD wellicht veroordeeld voor discriminerende uitspraken die hij tussen 1989 en 1991 in de zendtijd voor politieke partijen deed. (marion wester)