De kraak-affaire uit 1932

Het Poolse enigma

Via de Enigma-machine codeerde het Duitse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn berichtenverkeer. De Duitsers wisten niet dat drie jonge Polen hun wondermachine al in 1932 hadden gekraakt. De affaire is nog altijd in nevelen gehuld.

IN DE LAATSTE dagen van december 1932 slaagden drie jonge Poolse wiskundigen — de 27-jarige Marian Rejewski, de 23-jarige Jerzy Rózycki en de 25-jarige Henryk Zygalski — er voor het eerst in een via de roemruchte Enigma-machine gecodeerd bericht van het Duitse leger volledig te ontcijferen. Zeven jaar later, op 25 juli 1939, droegen de Polen hun kennis van Enigma over aan de geallieerden. Dankzij de Polen was de Enigma-sectie van de Britse cryptologische dienst in Bletchley Park, onder leiding van de legendarische Alan Turing, in staat om systematisch al het berichtenverkeer van het Duitse leger af te tappen. Volgens Winston Churchill heeft dit de tijdsduur van de Tweede Wereldoorlog met twee tot drie jaar verkort. Alan West, de huidige chef van de Britse Secret Intelligence Service, voegde daaraan toe dat dit tevens als de grootste Poolse bijdrage aan het verslaan van Hitlers Derde Rijk kan worden beschouwd.

Die uitspraak deed West op 25 juli 1999 in Bletchley Park tijdens een tweedaags congres waarbij de Britten voor het eerst uitgebreid stilstonden bij de Poolse inbreng in het verhaal van Enigma. Het evenement in Bletchley Park, met lezingen van de Poolse historicus Józef Garlinski en huis-historicus John Gallawahk van Bletchley Park, vertegenwoordigde dan ook een ware omwenteling in de Britse houding.

Tot dan hadden de Britten vooral gezwegen over de Poolse bijdrage aan de ontsluiering van het Enigma-geheim. De Britse archieven hierover zijn nog altijd gesloten, terwijl vele originele documenten over de werkzaamheden van de Poolse inlichtingendiensten in Tweede Wereldoorlog vanwege hun ephemeral betekenis reeds kort na de oorlog door de Britse Inlichtingendienst werden vernietigd. Vorig jaar schreef Tony Blair zijn Poolse collega Buzek hierover aan. Volgens Blair zijn de documenten niet zoekgemaakt maar diffused. Een Pools-Engelse commissie moet dit jaar het raadsel rond Enigma en de verdwenen Poolse oorlogsarchieven ontsluieren. Zo nemen de raadselen rondom Enigma anno 2000 alleen maar toe.

In de Poolse krant Rzeczpospolita van 2 april jongstleden werd melding gemaakt van de diefstal uit het museum van Bletchley Park van een van de drie overgebleven replica’s van de Enigma-decodeermachine. Een ander exemplaar is onlangs gekocht door Mick Jagger, die als producent gemoeid is met een film over Enigma.


DAT DRIE JONGE, volkomen anonieme wiskundigen ergens in de oostelijke periferie van Europa het best beschermde geheim van de Führer wisten te breken, was niet geheel toeval. In de jaren twintig stond Polen bekend om het zeer hoge niveau van het academische wiskundeonderwijs. Met name in Poznan, Lviv en Krakow bloeide de wiskunde als nooit tevoren.

In 1929 voltooiden Marian Rejewski, Henryk Zygalski en Jerzy Rózycki hun studie cryptologie aan de Universiteit van Poznan. In september 1932 kregen ze een aanstelling bij de BS4 groep van het Bureau Cryptologie van de generale legerstaf te Warschau. Hun belangrijkste taak was het breken van het geheim van de Enigma-codeermachine, die zowel door de Duitse marine als door de Wehrmacht werd gebruikt. Deze Enigma-machine was oorspronkelijk een Nederlandse uitvinding.

In 1919 had de Nederlander Hugo Alexander Koch een door hem uitgevonden geheimschriftmachine laten patenteren. Dit patent werd gekocht door de Duitser Arthur Scherbius die soortgelijke apparatuur ontwikkelde. Scherbius bracht enige verbeteringen aan in Kochs ontwerp en startte in 1923 in zijn firma Chiffriermachinen Aktien Gesellschaft de productie van de zogenoemde Enigma. Deze machine was oorspronkelijk met name bedoeld voor de grote handelsondernemingen. Na enkele jaren echter toonden ook diverse onderdelen van het in razend tempo groeiende Duitse leger er belangstelling voor.

Deze ontwikkelingen werden op de voet gevolgd door de Franse inlichtingendiensten. In 1931 zocht kapitein Gustave Bertrand, chef van Section Decryptement (onderdeel van Service Renseignements), contact met het Poolse Bureau Cryptologie. Op zijn eerste bezoek aan Warschau bracht Bertrand uiterst waardevol materiaal mee. Het ging om de gegevens die door een geheim agent met de codenaam Asché zeer kunstig bij elkaar waren gesprokkeld. Deze Asché was de Duitse zakenman Hans Thilo Schmidt, broer van een Duitse militair die een hoge functie vervulde bij de Duitse cryptologische Chi-Dienst. Het dossier omvatte onder meer de gebruiksinstructies van de militaire uitvoering van Enigma en documenten betreffende de instelling van de machine. De Poolse dienst vergeleek deze informatie met zijn eigen uit 1929 daterende vondsten. De gegevens waren onder meer ontleend aan een exemplaar van Enigma waar de Poolse douane beslag op had weten te leggen zonder dat de Duitsers het in de gaten kregen.

In 1932 kreeg Asché nog meer belangrijke documenten in handen die via Bertrand in Warschau belandden. Het waren de tabellen met de coderingssleutels voor de in september en oktober te versturen radioberichten. Op dat moment waren de Poolse mathematici reeds aardig op weg het geheim van Enigma te ontrafelen.

Na circa vier maanden creatief omgaan met de nieuwste wiskundige theorieën, slaagde het Poolse team er in december 1932 in het Enigma-coderingssyteem te breken. Al in februari 1933 kon de Poolse firma AVA beginnen met het vervaardigen van vijftien Enigma-imitaties. Die waren dringend nodig want de cryptologische wedloop was inmiddels hoog opgelaaid. Vanaf 1936 volgden de door de Duitsers geïntroduceerde veranderingen in de constructie en het gebruik van de Enigma-machine elkaar in hoog tempo op.


ONDERTUSSEN DRONG Gustave Bertrand bij de Britse cryptologen van de Government Code and Cipher School aan op nauwere samenwerking met zowel de Fransen als de Polen. In het voorjaar van 1938, na de Anschluss van Oostenrijk, sprak hij daarover in Londen, echter zonder noemenswaardig resultaat.

Wellicht koesterden de Britten nog steeds de hoop hun eigen oplossingen te kunnen vinden. De tijd begon echter te dringen. Vanaf midden 1938 beschikte de Poolse geheime dienst over informatie dat zodra Duitsland klaar zou zijn voor de oorlog, het Enigma-coderingssysteem opnieuw een verandering zou ondergaan. En inderdaad, twee weken voor de conferentie in München onderging Enigma een radicale aanpassing: vanaf 15 september 1938 zou voor elk bericht een nieuwe coderingssleutel worden gehanteerd. Voor de cryptologen betekende dit een ramp. Desalniettemin lukte het de Polen opnieuw om daar iets op te verzinnen. Half oktober had Rejewski de wiskundige modellen al weer klaarliggen voor zijn nieuwe apparaat, de Bomba.

De Duitsers bleven met nieuwe verrassingen komen. Het werd steeds moeilijker er tijdig genoeg het juiste weerwoord op te vinden. Met veel moeite wist Bertrand in januari 1939 een trilaterale bijeenkomst van de vertegenwoordigers van de Franse, Poolse en de Britse cryptologische dienst in Parijs te organiseren. Na afloop was men somber gestemd. Het cryptologische onderzoek leek in een impasse te verkeren. Alles wees erop dat men zonder hulp van de conventionele spionage niet verder kon komen dan uitsluitend wat mathematische acrobatiek. Hieruit blijkt dat de Polen hun troefkaart toen nog steeds niet op tafel hadden gelegd.

Het was inmiddels duidelijk geworden dat Polen na Tsjechoslowakije het doelwit van Hitlers veroveringszucht zou worden. Polen werd aan de grenzen door een aanzwellende macht van Duitse divisies bedreigd. Het in militair opzicht zwakke Polen bleef veel belang hechten aan de beloften van steun uit Londen en Parijs. Tegen deze achtergrond besloot de Poolse legerleiding de informatie die tot op dat moment zo zorgvuldig was bewaakt, aan de geallieerden door te spelen.

Op 25 en 26 juli vond in Pyry, een plaatsje even buiten Warschau, een conferentie plaats die een geweldige invloed op het verloop van de oorlog zou hebben. De buitenlandse gasten werden getrakteerd op een demonstratie van een in Polen vervaardigd duplicaat van de Enigma. De volgende sensatie was de Bomba: een zestal op wasmachines lijkende kastjes van één meter twintig hoog die zes aan elkaar gekoppelde Enigma’s vertegenwoordigden. Dankzij de Bomba was men in staat de gecodeerde Enigma-berichten binnen twee uur te ontcijferen. Ten bewijze werd een boodschap voorgelezen die de SS diezelfde ochtend had verzonden. De gasten waren met stomheid geslagen.Twee weken later kon kapitein Bertrand zijn Poolse Enigma in Parijs in ontvangst nemen. In Londen werd de machine op 16 augustus aan professor Sandwich overhandigd.


OP 1 SEPTEMBER 1939 staken de Duitse tanks de Poolse grens over. Het Poolse Bureau Cryptologie kreeg op 6 september het bevel een gedeelte van zijn dossiers te vernietigen en richting oosten te evacueren. Dat was geen goed idee want op 17 september viel het Rode Leger Polen onverwacht aan. De jonge cryptologen vluchtten naar Roemenië en smokkelden twee Enigma-exemplaren mee. Het was zaak om ook dit land zo snel mogelijk te verlaten. De eerste poging om hierbij enige hulp te verkrijgen, via de Britse ambassade te Boekarest, mislukte jammerlijk. Via de Franse ambassade lukte het daarentegen wel. Voorzien van de benodigde papieren arriveerde het trio op 25 september heelhuids in Parijs.

Vanaf 20 oktober 1939 kon kolonel Bertrand vijftien Poolse cryptologen, onder wie Rejewski, Rózycki en Zygalski, aan het werk zetten in zijn cryptologisch centrum Bruno, gesitueerd in Gretz-Armanvillers, veertig kilometer ten zuidoosten van Parijs. Naast de Poolse kern (Equipe Z) werkten er achtenveertig Fransen en zeven Spanjaarden. Voor de Polen was het niet eenvoudig om in centrum Bruno de draad weer op te pakken. Het kostte veel inspanning om de berg aan gegevens louter uit hun geheugen te reconstrueren. Ze hadden immers al hun wetenschappelijke dossiers moeten vernietigen, inclusief de meest recente gegevens over de gebroken Enigma-sleutels.

Bruno beschikte slechts over drie Enigma-replica’s: het Poolse geschenk-exemplaar en de twee machines die door de Polen via Roemenië waren meegesmokkeld. Bertrand had weliswaar een bestelling bij een Franse firma voor veertig Enigma’s geplaatst maar deze werden niet eerder dan in mei 1940 afgeleverd.

In december 1939 brachten Bertrand en Langer een bezoek aan Londen om de taakverdeling tussen de Frans-Poolse cryptologische groep en de Britse Secret Intelligence Service (de wetenschappelijke spionagedienst onder leiding van Frederick Winterbotham, vanaf september gehuisvest in Bletchley Park) in detail te bespreken. De Britten konden goed overweg met de door de Polen geschonken schatkist aan wetenschappelijke informatie. Peter Calvocoressi, een van de chefs van Bletchley Park, schreef in 1977: ‘De Polen hebben ons niet alleen de door hen gemaakte Enigma’s geschonken, maar ook twee apparaten laten zien die het breken van Enigma-sleutels opzienbarend konden vergemakkelijken. Een ervan, genaamd Bomba, was in feite een soort elektromechanische computer. Later heeft dit apparaat in Engeland diverse verbeteringen ondergaan, zijn naam — The Bomb — bleef echter behouden.’


DANKZIJ DE samenwerking tussen Bruno en Bletchley Park wisten de Polen nog voor april 1940 de uiterst moeilijke Meteo-code van de Luftwaffe te breken. Dit bleek korte tijd later van groot belang: de Franse generale staf wist al vier dagen van tevoren dat Denemarken en Noorwegen zouden worden aangevallen en was bovendien op de hoogte van de geplande sterkte van de Wehrmacht. Tijdens de invasie in Noorwegen begin april wisten de mannen van Bruno in totaal 1150 Duitse radioberichten te onderscheppen. Diezelfde maand wisten ook de cryptologen in Bletchley Park voor het eerst Duitse berichten volledig te ontcijferen.

Begin mei, nog net voor de operatie Fall Gelb — Hitlers aanval op Nederland, België en Frankrijk — kenden de Fransen dankzij Bruno de aanstaande plannen van de Duitsers. Net voor de inval in Nederland op 10 mei voerden de Duitsers in hun Enigma-coderingssystemen opnieuw belangrijke veranderingen door. De Poolse cryptologen gaven hun zware taak echter niet op en al na tien dagen konden de ontcijferde berichten aan de Franse legerleiding worden doorgeseind.

Desondanks denderde Hitlers leger ontstuitbaar door West-Europa. Vanwege de precaire situatie in Frankrijk besloot Bertrand in juni om met Bruno uit te wijken. Vanaf 1 oktober 1940 ging de eenheid aan het werk in het onbezette Zuid-Frankrijk. Bertrand vond een geschikte locatie in Uzès, vlakbij Nîmes. In Cadix, hun volgende geheime schuilplaats, gingen de Polen en de Spanjaarden opnieuw aan de slag. Even later werd ook in Algiers een filiaal opgericht. Op 9 januari 1941, tijdens de terugreis van Algiers naar Uzès, verging het schip Lamoricière, met aan boord enkele Poolse cryptologen, onder wie ook Jerzy Rózycki.

In Cadix leverden de Polen alweer noemenswaardige prestaties: een zeer lastig, Zwitsers geheimschrift werd gekraakt en in totaal werden meer dan 4500 boodschappen onderschept, vooral afkomstig van de SS-Enigma’s. Vanaf de zomer van 1941 zaten er ook berichten tussen over de holocaust-slachtoffers in de bezette gebieden van de Sovjet-Unie. Een bericht van 27 augustus 1941 maakte melding van de executie van 5130 joden.

Het bureau bleef tot de herfst van 1942 in bedrijf. Maar in november van dat jaar restte niets anders dan opnieuw te vluchten. Marian Rejewski en Henryk Zygalski kwamen na een barre tocht via Italië, Frankrijk en Spanje op 30 juli 1943 aan in Groot-Brittannië.

Ondanks hun bijzondere verdiensten werden ze niet tot Blechley Park toegelaten. Zij zetten hun werk voort in de cryptologische eenheid die de Poolse legerstaf in Londen had opgericht en die wel in nauw contact met Turing c.s. stond. In het kader van operatie Ultra Secret ging Alan Turing door met het uitwerken van zijn nieuwe ideeën. Om de gecodeerde berichten van een nieuwe, zeer gecompliceerde Duitse Geheimschreibe-machine te kunnen lezen, ontwierp hij in december 1943 een nieuw apparaat, de Colossus. Later zou deze als de eerste elektronische computer worden bestempeld. In de zomer van 1944 stonden daar drie exemplaren van klaar. Maar op dat moment ging de oorlog al de laatste fase in.

Gedurende de eerste vier oorlogsjaren was het decoderen van de Enigma-boodschappen te danken aan het werk van de Polen. De onderlinge uitwisseling van de cryptologische gegevens tussen de Amerikaanse en de Britse inlichtingendiensten, waaronder ook die betreffende Enigma, was reeds in juli 1940 op gang gekomen en werd in november van dat jaar officieel bekrachtigd. Sinds die tijd kon ook het decoderen van de boodschappen van de Japanse Purple-codeermachine aanzienlijk worden versneld.


HOE IS HET na de oorlog diegenen vergaan, die voor de ware Big Bang in de ontwikkeling van de computertechnologie hebben gezorgd? Zoals eerder vermeld kwam Jerzy Rózycki in 1942 bij een scheepsramp om. Henryk Zygalski bleef in Groot-Brittannië wonen waar hij overleed in 1978 na jarenlang wiskunde te hebben gedoceerd. Marian Rejewski keerde in september 1946 terug in Polen. Na een reeks weinig spectaculaire banen ging hij in 1967 vervroegd met pensioen en schreef hij zijn mémoires en de wetenschappelijke verhandeling De wiskundige basis van het breken van het Enigma-cijferschrift. In hetzelfde jaar verscheen in Polen het boek van Wladyslaw Kozaczuk, De slag om het geheim, waarin voor het eerst melding werd gemaakt van het feit dat de Poolse cryptologen het Enigma-geheim al voor de oorlog hadden gekraakt.

De echte publicatiegolf kwam pas op gang in 1973 met het verschijnen van Enigma ou la plus grande énigme de la guerre 1939-1945 van Gustave Bertrand. De Poolse bladen schonken daar veel aandacht aan, waarbij voor het eerst de namen van de Poolse specialisten werden vermeld.

Aan Britse zijde had men meer moeite om de Poolse inbreng in het kraken van Enigma te erkennen. Eind 1974 verscheen The Ultra Secret van F. Winterbotham, de toenmalige chef van het Ultra-netwerk. Hij wilde doen geloven dat een in Duitsland werkzame Pool een Enigma-machine zou hebben gestolen ten behoeve van de Britse geheime dienst. Dit absurde verhaal werd een jaar later bewerkt door de Britse auteur A.C. Brown, die beweerde dat een Poolse ingenieur genaamd Lewinski in 1938 het Enigma-geheim aan Alan Turing zou hebben verkocht in Warschau.

De Amerikaanse historicus David Kahn uitte felle kritiek op de Britse voorstelling van zaken, maar de eenmaal opgeroepen beelden bleken hun eigen leven te gaan leiden. De jongste editie van de Encyclopedia Brittannica spreekt onder het kopje ‘Enigma’ met geen woord over de Poolse bijdrage. In Robert Harris’ Enigma komen uitsluitend de Poolse plaatsnamen met de werkelijkheid overeen. Daar staat tegenover een terloopse opmerking van een van de personages: ‘Uiteindelijk zouden we zonder de Polen de Enigma misschien niet eens gebroken hebben.’

Anno 2000 krijgen Marian Rejewski, overleden in 1980, Henryk Zygalski en Jerzy Rózycki in eigen land alsnog de verschuldigde eer. De Poolse premier Buzek stelde kort geleden voor de drie postuum te onderscheiden met het hoogste nationale ereteken. Daar zou nog wel een Britse bij kunnen.

Uiteindelijk waren het de Polen die ervoor hebben gezorgd dat Churchill zijn befaamde, hart onder de riem stekende war speeches heeft kunnen houden. Zijn moed werd ongetwijfeld mede bepaald door het feit dat hij te allen tijde kon rekenen op zijn dagelijkse portie gedecodeerde Enigma-berichten, het best bewaakte geheim van de Tweede Wereldoorlog.