Onderzoek: Stikstof- en ammoniakuitstoot

Het prijskaartje van de stank

De ‘warme sanering’ van de varkenshouderij, die landbouwminister Carola Schouten vorige week in de Kamer verdedigde, is goed voor de boeren en hun buren, maar kwetsbare natuurgebieden schieten er niet veel mee op.

Varkensstal in Noord-Brabant © Michiel Wijnbergh / ANP

Met een windvlaag komt ook de stank. Een dikke zurige walm prikt in onze neusgaten – ammoniak, afkomstig van varkenspis en -poep. ‘Dit is nog niks’, lacht Jan Jochems als hij onze gezichten ziet. ‘We hebben geluk vandaag. Als de wind echt deze kant op staat, kun je hier niet zitten.’ Naast Jochems’ tuin met het formaat van een klein park staan achter een rijtje bomen op nog geen veertig meter afstand twee grote bouwvallige schuren met gaten in de daken. Binnen worden zo’n vijftienhonderd varkens opgefokt.

Jochems (64) heeft ook Wim de Jong (69) in zijn tuin uitgenodigd. Ze strijden al jaren samen tegen dezelfde boer, die twee vestigingen heeft: een in Rijsbergen, waar we nu zijn, en een in Sprundel, waar De Jong woont. Ze hebben niets tegen boeren, benadrukken ze. Ze zijn zelfs in deze streek opgegroeid als boerenzonen; hun vaders hadden gemengde bedrijven mét varkens. ‘Iederéén hield hier varkens’, zegt De Jong. ‘Maar dat waren er hooguit een paar honderd en daarmee was je al een grote boer. Nu hebben boeren er duizenden.’

‘Natuurlijk zitten boeren óók in de val’, nuanceert Jochems. ‘Ze hebben hoge hypotheken bij de Rabobank en moeten steeds meer produceren omdat ze met de lage vleesprijs per varken maar weinig verdienen. Tegelijkertijd hebben ze echter schijt aan hun omgeving, ze doen alles zo goedkoop mogelijk en plegen nauwelijks onderhoud. En wij zijn daarvan de dupe.’

‘Neem die luchtwassers’, vult De Jong hem aan. ‘Ik heb boerenbeurzen bezocht en deed net of ik er eentje wilde kopen. Zo kwam ik erachter dat alleen de duurste luchtwassers doen wat ze beloven en de stank écht verminderen. De meeste boeren kopen wassers die veertigduizend euro per stuk goedkoper zijn en de lucht veel minder zuiveren.’

Vorig jaar ging het bij De Jong helemaal mis. De luchtwasser op nog geen 130 meter van zijn erf begaf het. Een mengsel van ammoniak en zwavelzuur spoot over zijn tuin. Bloemen en planten stierven, de hele moestuin kon weg, de bladeren van de bomen verkleurden. De Jong had vijfduizend euro schade. ‘Controlediensten die normaal niet komen als je belt vanwege de stank, stonden nu opeens wél op de stoep’, vertelt hij. ‘Want er was nu een acuut gevaar voor de volksgezondheid.’ De stal is echter weer vol in bedrijf. ‘Die luchtwasser is gewoon weer opgeknapt en voor de rest is er niets veranderd. De boeren zijn hier nu eenmaal de baas’, verzucht De Jong.

Voor zijn medestrijder Jochems gloort er inmiddels hoop. Na een procedure van maar liefst negen jaar vernietigde de Raad van State de milieuvergunning van zijn buurman. En omdat de oude vergunning was verlopen, moest het bedrijf eigenlijk meteen sluiten – alleen door corona werd de bedrijfsvoering nog een paar maanden toegestaan. De boer koos eieren voor zijn geld en heeft een aanvraag ingediend voor een opkoopregeling voor varkensboeren. ‘Hij kan er dan twee villa’s neerzetten’, vertelt Jochems, ‘dus hij wordt er ook niet slechter van.’

Jaarlijks stopt zo’n 3,5 procent van de varkensboeren en minister van Landbouw Carola Schouten heeft besloten deze ontwikkeling te versnellen. Begin juni stuurde ze een regeling voor een ‘warme sanering’ van de varkenshouderij naar de Tweede Kamer. Kosten: bijna een half miljard euro.

Deze regeling is goed voor de boeren en hun buren, maar kwetsbare natuurgebieden schieten er niet veel mee op, blijkt uit onderzoek van De Groene Amsterdammer. De minister heeft 127 gemeenten aangewezen waar varkenshouders gebruik kunnen maken van de opkoopregeling: zogenaamde ‘concentratiegebieden’. Maar in veruit de meeste van deze gemeenten is er helemaal geen ernstig ammoniakprobleem, zo blijkt uit ons onderzoek.

Emissieregistratiedata van het rivm laten zien dat ruim de helft van de gemeenten die onder de opkoopregeling vallen niet tot de vuilste gemeenten van Nederland behoren. En weersatelliet Suomi meet boven twee derde van de opkoopgemeenten minder ammoniak in de lucht dan elders in Nederland (zie kader).

Van de opkoopgemeenten die wél ernstig vervuild zijn, heeft meer dan de helft helemaal geen kwetsbare natuur binnen haar grenzen. Met andere woorden: de regeling helpt vooral boeren in minder vervuilde gebieden of op grote afstand van kwetsbare natuur. Het geld gaat niet naar gebieden waar de nood het hoogst is.

‘Burgers delven altijd het onderspit omdat de regels zijn opgesteld met de belangen van boeren in het achterhoofd’

Dat het milieu en de natuur niet vooropstaan bij de regeling, blijkt ook uit het feit dat niet alle boeren in gebieden met extreem veel ammoniak in de lucht en dicht bij kwetsbare natuur van de regeling gebruik kunnen maken. Wij tellen negen gemeenten met een nijpend probleem waar de veehouders naast de regeling grijpen.

Over het onderzoek

We hebben verschillende data vergeleken en verschillende kaarten van Nederland over elkaar heen gelegd. Eerst hebben we de 127 opkoopgemeenten vergeleken met een ranglijst van gemeenten met de grootste ammoniakuitstoot, op basis van de Emissieregistratie van het RIVM. Daaruit kwam naar voren dat meer dan de helft van de opkoopgemeenten niet tot de gemeenten met de grootste uitstoot behoort.

Vervolgens hebben we satellietbeelden van Suomi op de gemeentekaart van Nederland gelegd. Suomi is een weersatelliet van de NASA en de National Oceanic and Atmospheric Administration die onder andere dagelijks metingen doet naar de ammoniakconcentratie in de atmosfeer. In Nederland is TNO betrokken bij de analyse van de metingen. In april maakte TNO een kaart met de resultaten boven Nederland openbaar. Zo konden we 65 gemeenten identificeren waar de ammoniakconcentratie het hoogst is.

De derde kaartlaag die we hebben aangebracht, is die van kwetsbare natuurgebieden in Nederland: Natura 2000-gebieden, Beschermde Natuurmonumenten en Nationale Parken. Deze gegevens komen respectievelijk van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Alterra en het Samenwerkingsverband Nationale Parken. Hierdoor werd zichtbaar welke gemeenten kwetsbare natuur binnen hun grenzen hebben.

Met grote passen loopt Johan Remkes op 8 juni over het Binnenhof, als een man met een missie. Hij heeft zojuist samen met een groep deskundigen zijn eindadvies overhandigd. Als zijn kraakheldere aanbevelingen worden opgevolgd, halveert de stikstof- en ammoniakuitstoot van de Nederlandse veestapel in de komende tien jaar en krijgen zieltogende natuurgebieden een reële kans op herstel. Dat is hard nodig, stelt de adviesgroep, want ‘de staat van de natuur in Nederland is slechter dan in veel andere EU-lidstaten’.

‘Maatwerk’ en ‘dwang’ zijn twee nieuwe componenten in het slotrapport die in vorige adviezen ontbraken. ‘Regionale stikstofplafonds’ en ‘gebiedsspecifiek maatwerk in de buurt van Natura 2000-gebieden’ zijn volgens de opstellers noodzakelijk om de inmiddels in de wet vastgelegde halvering van de stikstofvervuiling ook daadwerkelijk te realiseren. Én het desnoods gedwongen uitkopen van grote ammoniakuitstoters, zoals koeien-, varkens- en kippenboeren.

Omdat ammoniak veelal dicht bij de bron neerslaat moet het accent komen te liggen op bedrijven minder dan een kilometer van een kwetsbaar natuurgebied. ‘Uitkoop van veehouderijen heeft alleen zin als het gaat om bedrijven met een relatief grote depositielast nabij kwetsbare en relatief zwaar belaste natuur.’ Dus adviseren de deskundigen onder leiding van Remkes om ‘heel selectief om te gaan met uitkoop of verplaatsing en hiervoor niet te werken met generieke maatregelen gebaseerd op louter vrijwilligheid’.

Het contrast met de varkensregeling van Schouten kan dus haast niet groter. Dat is een generieke maatregel waaraan álle varkenshouders in het zuiden en oosten van Nederland kunnen deelnemen, als ze tenminste aantoonbaar geuroverlast veroorzaken. Tot nu toe hebben vooral kleine boeren een aanvraag ingediend. Ze kunnen gemiddeld aanspraak maken op een vergoeding van 1,12 miljoen euro. Dat ze grootvervuiler zijn, of dicht bij een natuurgebied zitten, is geen eis.

‘Dit is het enige waar het kabinet het eens over kon worden’, reageert Laura Bromet, landbouwwoordvoeder van GroenLinks in de Tweede Kamer. ‘Dit voorstel stond al in het regeerakkoord en was met name bedoeld om de volksgezondheid in die gebieden te verbeteren. Daar is nu gewoon een stikstofdoelstelling aan vastgeplakt.’ Dat Schouten de stank in bijvoorbeeld Noord-Brabant wil aanpakken is goed, vindt Bromet. ‘Maar er hangt wel een groot prijskaartje aan. Bovendien willen we niet dat alleen de kleine boeren stoppen, die dat misschien toch al van plan waren, en er alleen megaboeren overblijven.’

Naar het voorbeeld van de stoppersregeling voor varkens heeft minister Schouten inmiddels ook een regeling voor melkveehouders en kippenboeren aangekondigd, die begin volgend jaar van kracht moet worden.

Jan Jochems en Wim de Jong zijn inmiddels hun vertrouwen in het openbaar bestuur kwijt. Ze hebben zich met twintig medeburgers aangesloten bij een rechtszaak tegen de staat. ‘Boeren worden zó voorgetrokken, burgers delven bij juridische procedures altijd het onderspit omdat de regels zijn opgesteld met de belangen van de boeren in het achterhoofd’, stelt Jochems. Hij geeft een voorbeeld. ‘Een boer mag drie keer zoveel stankbelasting per vierkante meter veroorzaken als een industrieel bedrijf. En als hij oude stallen heeft zelfs acht keer zoveel.’

Tegen deze ongelijke behandeling tekenen ze nu protest aan. ‘Volgens deskundigen hebben we een goede kans en we zijn bereid jaren door te gaan’, klinkt het strijdbaar, terwijl een nieuwe windvlaag een stoot ammoniak de tuin in blaast.