Melkert en de PvdA

Het primaat van de politiek

Ad Melkert verklaarde zich als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ooit fervent voorstander van het Nederlandse overlegmodel. De rol van de polderpartners in de affaire met de Europese subsidies moet hem tot andere inzichten brengen.

Het mag geen toeval heten dat Jacques Monasch, campagnestrateeg van de Partij van de Arbeid, ook aanwezig was op de ingelaste persconferentie van Ad Melkert, afgelopen maandag in Den Haag. Toch mocht de link tussen de opvolging van Wim Kok en het op enkele punten vrijpleiten van Melkert door het onderzoeksrapport van oud-president van de Rekenkamer Henk Koning maandag nog niet worden gelegd. Het in de Thorbecke-zaal van het Tweede-Kamergebouw verzamelde journaille accepteerde gelaten dat de PvdA het not done had verklaard tot de dag waarop Kok zijn toekomstplannen bekend zou maken, te spreken over de mogelijkheden van opvolgingskandidaat Ad Melkert.

Natuurlijk, iedereen wist dat het een met het ander van doen heeft. Wim Kok die besluit zich een derde termijn verkiesbaar te stellen als lijsttrekker van de Partij van de Arbeid zou immers de eerste werkelijk opzienbarende en tegendraadse beslissing uit zijn carrière nemen. Bovendien, waarom anders geeft fractievoorzitter Melkert, in de hoedanigheid van oud-bewindsman, zo snel een verklaring af, terwijl de zittende minister in het Nederlands staatsrecht nog altijd eerstverantwoordelijk is? Niet alleen omdat Melkert door «een aantal zeer suggestieve berichten (…) echt geraakt» was. Daar komt bij dat de presentatie van het rapport-Koning na de bekendmaking van de datum waarop Kok het partijbestuur over de toekomst zou inlichten, niet voor niets vervroegd is naar afgelopen maandag, alhoewel Koning zelf volhoudt dat het kabinet hem verzocht had eerder met de resultaten naar buiten te komen omdat aanstaande vrijdag de miljoenennota in de ministerraad besproken wordt.

Maar terwijl elke terechte vraag omtrent de toekomst van de pvda-fractievoorzitter officieel uit den boze was, zinspeelde Ad Melkert zelf wel regelmatig op een mogelijke toekomst als partijleider. Hij vond het «hartverwarmend om te merken dat zo veel mensen in de moeilijke weken die achter mij liggen pal achter mij zijn gaan staan». Hij besloot zijn persverklaring met de veelzeggende mededeling dat al die steun hem «heel veel vertrouwen voor de toekomst» gaf.

Het gaat te ver om te zeggen dat Melkert volledig is vrijgepleit, wat hij zelf graag wil doen geloven. De conclusies van onderzoeker Henk Koning logen er niet om. De resultaten — de duizenden mensen die dankzij de Europese subsidies aan werk werden geholpen, waarop ook Melkert uit en te na wijst — mogen dan naar tevredenheid zijn, door «een slordige uitvoering en een gebrekkige kwaliteit van de informatie over die uitvoering», zoals Koning schrijft, is veel misgegaan. Van «grootschalige fraude of misbruik» is Koning niets gebleken en de subsidies uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) zijn volgens hem grotendeels aangewend voor de eigenlijke doelen, de werkgelegenheidsprojecten.

De Arbeidsvoorziening, die door Melkerts CDA-voorgangers verzelfstandigd werd en als beheerder van de arbeidsbureaus met de Europese subsidies aan de haal ging, heeft echter op alle fronten gefaald. En de minister van Sociale Zaken heeft daarop niet tijdig gereageerd. «De Arbeidsvoorziening heeft nagelaten adequaat zorg te dragen voor een ordelijke en controleerbare administratieve organisatie en maatregelen van interne controle», meldt Koning. En: «In haar rol als aanvrager en uitvoerder van projecten is de Arbeidsvoorziening ernstig tekortgeschoten.»

Geheel volgens de toen geldende CDA-mores die bij voorkeur de «overheid op afstand» zagen geplaatst, werd het maatschappelijk middenveld verregaande verantwoordelijkheid toebedeeld. Hoewel er ministeriële verantwoordelijkheid gold, kon de minister niet langer direct invloed uitoefenen op het beleid van het «zelfstandig bestuursorgaan». In het bestuur van de Arbeidsvoorziening zaten de sociale partners, niet de meest ideale beheerders van overheidsgeld, zoals ook al bleek uit de WAO-cijfers.

Melkerts opvolger Klaas de Vries kwam in het najaar van 1999 dan ook met een volledige herziening van het uitvoeringsdeel van het socialezekerheidsstelsel, waarbij de sociale partners buitenspel werden gezet en het primaat van de politiek moest terugkeren. De «overheid op afstand» had afgedaan. Het kwam De Vries indertijd op een heuse ruzie in het poldermodel te staan. Met name de vakbondsvoorzitters Lodewijk de Waal (FNV) en Doekle Terpstra (CNV) bliezen hoog van de toren. Ze dreigden elke vorm van samenwerking op te zeggen en beschouwden de «onhaalbare» plannen als een «poging tot zelfmoord» van het kabinet.

Het kabinet was echter nog springlevend toen De Vries en zijn opvolger Vermeend, zij het met enige aanpassingen, de voorstellen door het parlement loodsten. De onenigheid met sociale partners was inmiddels in der minne geschikt, en op 1 april van dit jaar werd de Arbeidsvoorziening opgeheven.

De Europese subsidies zijn sindsdien ondergebracht bij ESF Nederland, een agentschap dat direct onder het ministerie van Sociale Zaken valt. De minister van Sociale Zaken heeft zo niet langer een louter formele ministeriële verantwoordelijkheid, maar kan ook weer van dichtbij invloed uitoefenen op het te voeren beleid en, belangrijk, gemakkelijker toezien op de verantwoording van de Europese subsidiestromen. Voor de Europese Commissie maakt dat trouwens allemaal niets uit. Wat voor beheersconstructies ook gecreëerd worden, Brussel houdt de Nederlandse regering te allen tijde verantwoordelijk. Den Haag moet hoe dan ook een fors bedrag terugbetalen. Volgens de rekenmeesters in Europa 440 miljoen gulden, volgens Henk Koning veel minder, maar nog altijd ten minste 71 miljoen.

Eind 1994 zou Ad Melkert als minister van Sociale Zaken persoonlijk hebben voorgesteld een structurele bezuiniging van 400 miljoen op de Arbeidsvoorziening te compenseren met een deel van de Europese subsidies. Geld dat bedoeld was om door middel van concrete projecten mensen aan het werk te helpen, zou mogelijk in de exploitatie van de Arbeidsvoorziening gestopt zijn, meldden enkele dagbladen eerder deze maand. Alleen na dit «goedmakertje» (de Volkskrant) zouden FNV en CNV deel blijven uitmaken van het bestuur van de Arbeidsvoorziening.

Het verhaal over de deal van Melkert was in de wereld gebracht door S. van de Poll, indertijd FNV-onderhandelaar en P. Hazenbosch, die namens het CNV het overleg voerde. Lodewijk de Waal en Doekle Terpstra hadden, hoewel ze persoonlijk niet aanwezig waren bij de besprekingen in 1994, ieder een eigen stellige visie op wat Melkert indertijd gezegd zou hebben. Daags voordat ook minister Vermeend een verdedigingslinie voor Melkert aanlegde, verklaarde PvdA-lid De Waal dat de toenmalige minister geen onduidelijkheid liet bestaan over de besteding van het geld. «Hij heeft die avond wel degelijk duidelijk gemaakt dat het geld besteed moest worden aan projecten. Hij heeft heus niet gezegd: stop die centjes maar lekker in je eigen apparaat. Er is niet zomaar wat aangerommeld», meende De Waal te weten.

«Het heeft mij verbaasd dat, terwijl het onderzoek de andere kant op ging, sommige van de sociale partners met andere conclusies kwamen», zei onderzoeker Koning maandagochtend. Bewijzen voor de constructie die Melkert december 1994 in het heetst van de strijd om de paarse bezuinigingen op de Arbeidsvoorziening zou hebben voorgesteld, heeft hij niet gevonden. Geen fraude dus, geen «Italiaanse toestanden». Wat betreft het falen van de sociale partners in de leiding van de Arbeidsvoorziening stak de FNV de hand in eigen boezem, ditmaal echter niet verwoord door De Waal, maar door zijn medebestuurder Agnes Jongerius.

Vlak voor de gewraakte besprekingen aan het eind van 1994 sprak Ad Melkert in de Tweede Kamer de woorden: «Ich bin ein Rheinlander». Hij wilde laten zien dat hij het overlegmodel, het Rheinlandse model, een warm hart toedraagt, ondanks de beoogde terugkeer van de politiek onder Paars. In HP/De Tijd zei Melkert hier ooit over: «Het sociaal-economische debat werd toen heel erg gedomineerd door de liberalen. Die hadden geen vertrouwen in de overlegeconomie en zouden de politiek het wel eventjes laten regelen. Ik vond dat ik alleen effectief beleid kon voeren in een zo nauw mogelijke samenwerking met de sociale partners en maatschappelijke organisaties. De liberale wind is snel gaan liggen, en dat vind ik winst.»

Het was de tijdgeest, verklaarde Melkert maandag na de presentatie van het rapport-Koning. Vrijwel iedereen wilde in 1994 de «overheid op afstand» en «samen met sociale partners de hoge werkloosheid te lijf». De verschillende affaires waarbij werkgevers en werknemers al te zeer een eigen opvatting hadden over de wijze waarop met de over heids miljoenen gegoocheld kon worden, brachten een kentering in dit denken teweeg. Melkert citeerde maandag het rapport van de commissie-Van Dijk die in 1995 onderzoek deed naar het bestuur van de Arbeidsvoorziening. «Het is curieus te moeten constateren dat partijen die zelf (vrijwel) geen financiële bijdrage leverden en als medebestuurders evenmin in staat waren een deugdelijk finan cieel beheer binnen de organisatie te realiseren, zoveel bezwaren hadden tegen controle op doelmatigheid door de minister.» Het in de beleving van vooral D66- en VVD-bewindslieden doorgeslagen corporatistisch CDA-denken is op Sociale Zaken uitgeroeid met het door De Vries en Vermeend doorgevoerde nieuwe stelsel voor de uitvoering van de sociale zekerheid. «Daarmee is met terugwerkende kracht ook erkend dat essentiële bevoegdheden op te grote afstand waren geplaatst», vindt Rheinlander Melkert tegenwoordig.

Het laatste kabinet-Lubbers haalde de extra Europese werkgelegenheidssubsidies binnen als doekje voor het bloeden na klachten over de relatief hoge contributie aan Brussel. Terwijl in Nederland doorgaans tamelijk keurig met overheidsgelden wordt omgesprongen, lijken wat Europese afspraken betreft andere maatstaven te gelden, meldde onderzoeker Henk Koning maandag. Nederland is «een belangrijk stuk soevereiniteit kwijtgeraakt», constateerde hij, maar dat is nog niet tot iedereen doorgedrongen. Zo vertoont de esf-affaire opvallende gelijkenissen met de Securitel-affaire waarbij de D66-ministers Sorgdrager en Wijers in 1997 hun excuses moesten maken. Toen was verzuimd bijna vierhonderd Nederlandse wetten aan te melden bij de Europese Commissie, waardoor ze in Nederland niet rechtsgeldig zouden zijn. Nederland voelde als een van de grote Europese betalers weinig verplichtingen jegens Europa. Koning constateerde tot zijn niet geringe verbazing dat het Nederlandse parlement zich ook pas werkelijk druk is gaan maken over de Nederlandse problemen met het Europees Sociaal Fonds op het moment dat de financiële claim kwam.

Als de Tweede Kamer volgende week terug is van vakantie en over Konings bevindingen gedebatteerd kan worden, zal blijken of de Kamer zelf nog onderzoek gaat doen naar de verantwoording van de Europese subsidie stromen. Koning heeft gezegd te verwachten dat vervolgonderzoek «geen nieuwe inzichten» oplevert. Hij zegt alle beschikbare bronnen voor zijn onderzoek gebruikt te hebben. Daar komt bij dat niet alleen de PvdA, de felste tegenstander van een parlementair onderzoek, in de beklaagdenbank kan komen, ook zal dan ongetwijfeld worden gekeken naar de verrichtingen van Melkerts voorganger Bert de Vries (CDA).

De Socialistische Partij is op dit moment de enige partij die ronduit pleit voor een parlementair onderzoek of parlementaire enquête, het zwaardere middel, waarbij betrokkenen onder ede gehoord kunnen worden. De andere partijen, de PvdA uitgezonderd, laten hun oordeel afhangen van het kamerdebat. Dat geldt ook voor d66, dat aanvankelijk bij monde van Bert Bakker meldde dat de ESF-affaire «erger dan fraude» is, maar nu slechts de nadruk legt op «het kwetsbare polderdenken waarin de uitvoering van het beleid zo gesplitst en versplinterd zijn dat niemand meer echt verantwoordelijk is». Met deze constatering lijkt D66 in Melkert een medestander gevonden te hebben. Wim Kok, als personificatie van het poldermodel en behept met een lang vakbondsverleden, zou zich wel twee keer bedenken voor hij de sociale partners op de kast joeg.

Voor Melkert en de PvdA blijft het in de lucht hangen van een vervolgonderzoek riskant. Campagnestrategen als Jacques Monasch zullen in opdracht van de PvdA inmiddels bezig zijn een creatief antwoord te zoeken op de ongetwijfeld harde aanvallen die Melkert, wanneer het PvdA-congres hem in december tot lijsttrekker zou kiezen, bij een lijsttrekkerschap te verwerken krijgt.