Televisie: ‘Hier zijn wij’

Het publiek

Claudia de Breij – Hier zijn wij. Regie Suzanne Raes © Hans Peter van Velthoven

Hier ben ik! heet een voorstelling van Claudia de Breij, die niet verder kwam dan try-outs. Hier zijn wij heet de documentaire die Suzanne Raes over de totstandkoming maakte. De tweede productie al waarin we een intensief repetitieproces vlak voor de climax zien eindigen in desillusie (na Before/After van choreograaf Guy Weizman). Voor de filmers zal zoiets ook een deceptie zijn, maar zij hebben de ‘winst’ van een dramatische ontknoping. En Claudia en Guy hebben, in tegenstelling tot ontelbare lotgenoten, nog een schrale troost: ‘We hebben de beelden nog.’

De ‘ik’ uit de theatertitel is Heintje Davids. De ‘wij’ uit de filmtitel zijn Claudia, Michelle Samba (drummer) en Abdelhadi Baaddi (beatboxer en danser), de kleine cast. ‘Heintje wat?’ vraagt Abdel zogenaamd verbaasd. Heintje Davids (1888-1975) was ‘variétéartiest’, die vederlichte muze met liedje, dansje, komische sketch. Geboren in een familie van kermisartiesten, die ook de beroemde Louis voortbracht. Alle kinderen mochten het toneel op, behalve Heintje, want die was volgens haar ouders ‘klein en lelijk’. Waar gebeurd, maar Claudia vertelt niet dat vader Davids later Louis preste om samen met Heintje op te treden. Natuurlijk moet de afwijzing traumatisch zijn geweest.

De titel, Hier ben ik!, is overwinningskreet, gevolgd door – ‘en ik mag er zijn’. Op de bühne. Maar er is diepere betekenis: Heintje, joods, mocht er vanaf 1940 helemaal niet meer zijn – letterlijk. Louis was in 1938 al overleden, Heintje dook onder en kreeg later te horen dat broer Hartoch, pianist, en zus Rika, revuezangeres, in 1943 in Sobibor waren vermoord. Ze vertelt het in een Mies Bouwman-interview. Zoals we haar vaker zien, in speelfilm, bioscoopjournaal, bij optredens. Steeds is dat betekenisvol in het kader van de vertellingen – die van Claudia, die van Suzanne. Bij begin al, als Heintje vertelt dat ze gek wordt als ze wat dagen geen mensen ziet, en Claudia dat niet alleen herkent (wie niet?), maar ook toegeeft dat ze ook vóór corona onhandelbaar werd als ze een tijd niet optrad (‘geef die vrouw een theater’, riep haar echtgenote dan). Wat weer een brug is naar Heintje, die na elk definitief afscheid van haar publiek het nog een keertje over deed: ze kon gewoon niet zonder.

Kern van alles is dat De Breij de wissel-Davids-ring kreeg van Herman van Veen. Die kreeg Heintje in 1948 als eerste van de stad Rotterdam, samen met een oorkonde waarin ook Hakkie en Rika genoemd worden. Het lukt Claudia niet een lied over die twee zonder tranen te zingen.

Overigens: het ‘wij’ staat voor tallozen meer, die in kleur, geaardheid, geloof afwijken van dominante opvattingen en regels. De Breij wilde een keer niet uitleggen hoe de wereld in elkaar steekt, zegt ze – het publiek moest het zelf maar invullen. Maar ze kan het niet laten. Gelijk heeft ze. ‘Blij dat ik gay ben. Heb er niet voor gekozen, maar als jij zegt dat het niet mag, ga ik er nog trots op zijn ook. Wegwezen.’


Suzanne Raes, Claudia de Breij – Hier zijn wij, NTR Het uur van de wolf, maandag 26 april, NPO 2, 20.25 uur