Het publiek als getuige

De hele wereld bereisde hij, honderden uitvoeringen per jaar zag hij om de meest bijzondere dansvoorstellingen naar Nederland te halen. Na tien jaar artistiek leiderschap is Marc Jonkers nu voor het laatst verantwoordelijk voor de programmering van het Holland Dance Festival in Den Haag. Het Holland Dance Festival vindt plaats van 4 tot en met 21 oktober in Den Haag.
‘IK HEB MIJ altijd aangetrokken gevoeld door processen van verandering. Daarom vind ik beweging interessanter dan statische beelden en ga ik liever naar een dansvoorstelling dan naar het museum.’ Marc Jonkers zit aan tafel in het kantoor van de Komische Oper in het voormalige Oost-Berlijn. Sinds kort is hij er directeur van het Tanztheater van de Komische Oper en maakt hij zich sterk om een eigentijds dansgezelschap van de grond te tillen. Daar zal hij binnenkort al zijn aandacht op kunnen richten. Maar nog een keer ligt de selectie van choreografen en dansgezelschappen voor het Haagse Holland Dance Festival in Jonkers’ handen.

Jonkers: ‘Het enige selectiecriterium is mijn eigen fascinatie. Ik ben gefascineerd door mensen die de danstaal veranderen. Mensen die zo ver in de kunstvorm gaan dat ze een nieuwe manier van communiceren vinden. Eerst worden ze door niemand begrepen, zoals bij elke vreemde taal. Maar na verloop van tijd verstaat iedereen de bewegingen. Dat brengt de kunst in ontwikkeling.’ Volgens Jonkers zijn er maar weinig choreografen op de wereld die echt vernieuwend zijn: 'De een maakt zijn choreografie op muziek, de ander gebruikt muziek als een zelfstandig onderdeel van de voorstelling. Dat is een ander accent, maar nog geen nieuwe taal.’
HET BEGON ALLEMAAL met de organisatie van het Spring Dance Festival in 1978. Marc Jonkers was net teruggekeerd uit New York, waar hij zelf een aantal jaren had gedanst. De Amerikaanse vernieuwingsdrang sprak hem aan. Zoekend naar nieuwe mogelijkheden in de bewegingskunst, had Jonkers in New York geprobeerd moderne dans te combineren met andere hedendaagse kunstvormen. Hij danste op de klanken van poezie, danste door geprojecteerde filmbeelden, of op en rond een beeldhouwwerk. Toen hij terugkeerde naar Nederland, vond hij de dans in de Lage Landen maar saai: een brave voortzetting van oude tradities. Daar besloot hij wat aan te doen: hij richtte het succesvolle Spring Dance Festival op.
Op het internationale festival nodigde hij dansgroepen uit die, naar zijn mening, op een nieuwe manier met dans omgingen. Zo hoopte hij Nederlandse dansers en choreografen op nieuwe ideeen te brengen. 'De rechtvaardiging van een festival is dat er impulsen van uitgaan. Dat dansers en choreografen zich er door geinspireerd voelen. Ik organiseer de festivals dus niet in de eerste plaats voor een algemeen publiek. Het publiek is alleen getuige.’
De toeschouwer als getuige van de vernieuwing. Maar wat als hij er niets van begrijpt? Veel moderne dansvoorstellingen zijn niet erg toegankelijk. Moet een choreograaf er niet voor zorgen dat iedereen begrijpt wat hij wil zeggen - een voorstelling is immers gemaakt voor publiek?
Jonkers: 'Een choreograaf moet totaal onafhankelijk zijn van het publiek en de toeschouwers gewoon confronteren met wat hij hen wil laten zien. En dat is niet altijd wat het publiek aangenaam vindt. Een kunstenaar poneert, die komt niet met een afgewogen stuk. Moderne dans vraagt een relatie die bevochten moet worden. Toen ik zelf nog danste, vond ik het prettig als het publiek mijn voorstelling waardeerde, maar daar deed ik het niet voor. Het was nooit mijn streven het publiek te behagen. In dansen vond ik vooral een vervulling van mijzelf. Als het voor jezelf kwaliteit heeft en aankomt, dan bereik je ook het publiek.’
Vervulling of niet, Jonkers stopte met dansen nadat hij een blessure had opgelopen. Hij had geen zin bij het dansen altijd pijn te lijden en is zich helemaal gaan richten op het organiseren van festivals. Naast het Spring Dance Festival en het Holland Dance Festival verzorgde hij ook jaarlijks het dansprogramma van het Holland Festival. Jonkers: 'Het is de tragiek van de dans. Tegen de tijd dat je rijpheid bereikt in je houding ten opzichte van jezelf, anderen en het bestaan, moet je ophouden omdat je instrument niet meer in vrijheid kan handelen. Ik noem mijzelf een bemiddelaar van de dans. Niet de choreograaf, maar de bemiddelaar moet de vertaling naar het publiek maken. Ik hoop altijd dat wat ik waardevol vind aan een voorstelling, ook herkend wordt door het publiek.’
Meestal geeft Jonkers het publiek een duwtje in de rug: via de media vertelt hij waarom hij een dansgroep bijzonder vindt en wat voor de choreograaf de uitgangspunten waren bij het maken van de voorstelling. Wanneer er gezelschappen komen uit landen waarmee het Nederlandse publiek nog onbekend is, plaatst Jonkers de voorstelling in zijn context door de culturele achtergrond te schetsen.
Niet altijd lukt het Jonkers om een brugfunctie te vervullen. 'Ik heb wel eens een Duitse choreograaf uitgenodigd die choreografisch theater maakt. Het was een maatschappijkritische voorstelling waarin onrecht verbeeld werd met veel geweld, bloed en hakenkruizen. Dat werd door het Nederlandse publiek totaal niet geaccepteerd en wakkerde zelfs anti-Duitse gevoelens aan. Toch zie ik het als mijn bemiddelende taak om ervoor te zorgen dat ik het onverwachte en ongewone laat zien. En dat staat vaak tegenover de financiele belangen, die gediend zouden zijn als je rekening houdt met wat het publiek wil.’
Soms sluit zijn keuze echter precies aan bij de wensen van het publiek. 'Toen ik de destijds nog onbekende choreograaf Forsythe uitnodigde, zat er tijdens de premiere slechts een handjevol mensen in de zaal. Maar het aantal toeschouwers verdubbelde bij elke voorstelling, omdat het succes zich als een lopend vuurtje verspreidde.’
JONKERS’ VOORKEUR gaat duidelijk uit naar eigentijdse dans. 'Daarin houdt men zich niet meer bezig met een bepaalde stijl te perfectioneren, zoals in het klassiek ballet. Het is belangrijker geworden om een eigen stijl te ontwikkelen. Klassiek ballet is een museumkunst. Alleen als het perfect wordt gedanst, kan ik ervan genieten, want dan drukt het vrijheid uit. In de perfectie zie je de beheersing van de materie.’
Klassiek ballet suggereert dat het de aardse zwaartekracht ontstijgt. Het schijnbaar zweven en het leven naar een hoog schoonheidsideaal stamt uit de romantiek. In moderne dans zie je dansers juist vallen en tegen muren oplopen. Jonkers: 'Tegenwoordig zijn we realistischer. Daardoor kunnen we ons handhaven. Moderne dans is aardgebonden. Het accepteert de aarde waarop we leven, waarop je je kunt afzetten en waarin je kunt woelen. Realiteit en kunst liggen dichter bij elkaar. Vroeger was pure esthetiek belangrijk, nu de idee. In het klassieke ballet kun je nog carriere maken als je een voorbeeldig instrument bent. In moderne dans niet, daarin moet ook de persoonlijkheid van het individu spreken.
Kunst is een spiegel van de tijd. Onafhankelijk van elkaar zijn choreografen op verschillende plekken van de wereld met dezelfde thema’s bezig. Op dit moment zie je overal geweld terugkomen. Alsof alles wat te maken heeft met fijnzinnigheid en fijngevoeligheid niet meer toereikend is om de ander te bereiken.’
Ook de dynamiek van de dans gaat volgens hem met de dynamiek van de tijd mee. 'Vroeger werd Het zwanenmeer veel langzamer gedanst dan nu. In Amerika heeft men zelfs hele stukken uit Het zwanenmeer gesneden, zodat alleen die delen overblijven waar tempo in zit. In Europa noemen we het barbarisme als je fragmenten uit de context van het traditionele kunstwerk licht. Maar voor een Amerikaan staat niets vast en zijn er geen taboes. Dat leidt vaak tot smakeloosheid, maar soms ook tot herwaardering van bestaande waarden, of tot nieuwe waarden.
Nederlandse danskunst is daarentegen heel voorzichtig. Wij durven niet ver te gaan en zullen daarom nooit de uitvinders zijn van een nieuwe taal. Als parasieten zuigen we de ideeen op die we ergens anders hebben opgedaan en verwerken die op onze eigen manier. Nederlanders zijn de bloedzuigers van de danskunst.’