Het raadsel vergroot

Het voordeel van verhalen boven romans is dat – mits ze goed zijn, die verhalen – iedere zin er één is. Binnen luttele bladzijden moet er iets in gang worden gezet, en ook weer afgewikkeld.

Medium robes

Het nadeel is dat – en we gaan er nog even van uit dat ze goed zijn, die verhalen – er in het geval van een bundeling zoveel betekenis in het geding is dat je je afvraagt hoe deze recht te kunnen doen. Een roman is er simpel bij. Ik heb me verbaasd over de verhalen in de bundeling Hier wonen ook mensen, over de ontwikkeling van een schrijverschap dat daverende vormen heeft aangenomen. Patricia Duncker schreef naar aanleiding van de verhalen van Alice Munro: een goed kort verhaal moet eerder een verontrustende dan een geruststellende ervaring zijn. Het zijn eigenlijk van die gemakkelijke termen: ‘verontrustend’, ‘geruststellend’. Nog even, en je hebt het over ‘troostend’. Rob van Essen is deze categorieën voorbij. Zijn verhalen zijn hartverscheurend en technisch perfect. Precies in die combinatie toont zich zijn kunst, die even warm als koud is.

Neem het verhaal Dit is wat ik je beloof, over een man die zijn leven aan zich voorbij heeft laten gaan. Er waren kansen, maar hij zag ze niet, of nam ze niet in ieder geval. Aan het oppervlak is het een verhaal zoals je dat het liefst zou willen doorvertellen, ik heb dat ook gedaan nadat ik het had gelezen, ik zou dat het liefst weer doen. Het is spannend, vermakelijk, sexy als het perfecte broodje-aapverhaal, of een eigentijds sprookje van Grimm. Heel precies en fijngevoelig geschreven, afstevenend op de waarheid.

Boud samengevat: nerd wordt geconfronteerd met meisjeslust. In afwachting van het meisje waarom het hem gaat, laat hij zich de escapades met haar vriendinnen aanleunen. En verbaast zich over hun lichamen. ‘Je kunt ze met je ogen uitkleden, dacht ik, maar dan weet je nog niets.’ De beloning die hij voor zichzelf in het vooruitzicht had, in de gedaante van het écht leuke meisje, blijft uit. Jaren later daagt het hem wat er mis ging, als gevolg van een onverhoeds weerzien met een van die vriendinnen. Van Essen laat zijn personage vervolgens naar huis gaan op een mooie zomeravond, langs volle terrassen. Salteriaans zou ik bijna zeggen, maar het is Van Essens: ‘De terrassen zaten vol mensen voor wie de avond nog maar net was begonnen. Ze dronken uit grote glazen en zaten in wolken van gepraat en gelach. Het was een avond vol beloften, en veel van die beloften zouden dezelfde avond nog worden ingelost. Je kon het zien in de blikken die werden uitgewisseld, je hoorde het in de stemmen en in het gelach. Dit is wat ik je beloof, zei de avond, waarom zou je langer wachten.’

In het titelverhaal blikt de ik-verteller terug op een vakantie in Portugal met zijn vader en zijn oom Evert. De laatste heeft zich in een eerder verhaal al laten kennen als een nogal aanwezige figuur die zijn levensmotto aan zijn neef opdringt: ‘Er kan altijd wat gebeuren, als je maar oplet.’ Terugkijkend beseft de verteller op reis te zijn geweest met twee mannen die allebei in de rouw waren: de een om zijn vrouw, de ander om zijn favoriete zus. Waar oom Evert blijft uitblinken in dadendrang oefent de vader zich in afwezigheid. ‘Mijn vader liet zich zwijgend meevoeren en wekte de indruk dat hij zich ergens anders bevond.’ Dat die vader ondertussen in Portugal vanwege een grote fysieke gelijkenis wordt aangezien voor de meest gehate persoon van het moment – een scheidsrechter die ten onrechte een fataal doelpunt had afgekeurd – maakt zijn stoïcijnsheid des te navranter, en de opgewektheid van oom Evert wanhopiger. Het is in eerste instantie geestig maar uiteindelijk diep droevig, zoals de vader wordt geattaqueerd, de oom probeert te redderen, en de verteller in z’n eentje achterblijft, bevangen door één radeloze, hopeloze gedachte: dat zijn moeder hem moet komen halen.

De verteller die telkens terugkeert in de verhalen is de-man-die-er-niet-bij-hoort

De verteller die telkens terugkeert in de verhalen is de-man-die-er-niet-bij-hoort, zijns ondanks, de-man-die-dat-misschien-ook-wel-niet-wil. Waarom is hij niet ooit ‘gewoon’ in de zorg gaan werken? Of postbode geworden? Een regelmatig leven gaan leiden zonder ophef? Ondertussen lijkt hij toch echt dat leven te leiden, raakt hij buiten zijn wil betrokken bij kleine en grote mysteriën. Oom Evert had gewoon gelijk natuurlijk: goed opletten, dan gebeurt het.

‘Het voordeel van verhalen’, merkt de verteller op in een van de twee verhalen die over een vroegere collega gaan, ‘is dat je ze kunt vullen met herinneringen, zonder dat je te maken hebt met dingen als karakterontwikkeling.’ Zoals in meer verhalen is er een meta-toon, orerend, iets tussen nuchter en grappend in, over hoe je iemand het beste kunt kennen, en dat als iemand dood is je eigenlijk altijd denkt diegene als geen ander te hebben gekend. Het verhaal Hoe ik Scipio leerde kennen is een wonder van akelige nuchterheid, en toch ook een tribute. Hoe krijgt hij het voor elkaar, Rob van Essen, telkens die twee uitersten in zijn verhalen te herbergen: vertellen hoe het zit en tegelijkertijd het mysterie intact houden.


Medium bore

Rob van Essen: Hier wonen ook mensen. Verhalen_. Atlas Contact, 223 blz., € 21,99_


Beeld: Rob van Essen. Salteriaans?