Backpacken in Palestina

Het Ramallah-syndroom

Europese rugzaktoeristen laten de kibboetsen in Israël links liggen. Tegenwoordig is de ‘politieke tour’ in Ramallah populair.

Medium ramallah

De zitkamer van hostel Area D, op de bovenste verdieping van het Maliki-gebouw, biedt een weids uitzicht over Ramallah en omgeving. Aan de zijkanten van de ramen staat in kleurige letters aangegeven waar de gasten op uitkijken: ‘Vluchtelingenkamp Am’ari’, ‘illegale nederzetting Psagot’, ‘West-Jeruzalem’. Het geeft de gasten van Area D in één oogopslag een beeld van de belangrijkste facetten van het Israëlisch-Palestijnse conflict. De eigenaar van het hostel is Mike, een 33-jarige Europeaan. Zijn achternaam en land van herkomst geeft hij liever niet prijs. ‘Ik wil zo anoniem mogelijk blijven. Als bekend wordt dat ik een hostel in Ramallah run, krijg ik problemen op de Israëlische luchthaven. Misschien kom ik dan zelfs het land niet meer in.’

Mike, die vanwege zijn werk voor een hulporganisatie al jaren in Ramallah woonde, zag het toerisme – en daarmee het aantal backpackers dat op zijn bank de nacht doorbracht – flink toenemen. Van lieverlee besloot hij in 2013 zelf een hostel te beginnen, Area D, een typisch internationaal jongerenhostel ten oosten van de fruitmarkt in het centrum van Ramallah.

De naam van het hostel verwijst naar de verdeling van de Westelijke Jordaanoever volgens de Oslo-akkoorden uit 1993. Area A staat onder controle van Israël, Area B wordt bestuurd door de Palestijnse Autoriteit, maar staat onder Israëlische militaire supervisie. Area C valt volledig onder de Palestijnse Autoriteit. ‘De naam van het hostel roept meestal vragen op bij de gasten. Dat is een mooie aanleiding om het over de politieke situatie te hebben’, legt Mike uit.

Het is de vraag of toeristen in Ramallah zo’n voorzet nodig hebben. Palestina is geen voor de hand liggende vakantiebestemming en trekt vooral geëngageerde rugzaktoeristen, vrijwilligers en studenten en academici op studiereis. Wie nietsvermoedend op het vliegveld van Tel Aviv aankomt en bij de douane meldt dat het reisdoel Ramallah is, wordt meteen ontgroend. Er volgt een lang en vaak intimiderend verhoor. Chris el Alami (39), de eigenaar van Hostel in Ramallah, de directe concurrent van Area D, wil ‘niemand adviseren om te liegen’. Toch denkt hij dat het beter is om te zeggen dat je gaat ‘zuipen in Tel Aviv’, omdat de Israëlische autoriteiten bijzonder achterdochtig zijn. Een enkele keer worden toeristen die toegeven naar Palestina te gaan op het eerste vliegtuig terug naar huis gezet.

Als de reiziger via minstens één checkpoint is aangekomen in Hostel in Ramallah staan hem dagelijks tours te wachten. ‘Zo gaan we twee keer per week hiken en elke vrijdag is er de “politieke tour”. Daar vragen de gasten zelf om, ze willen geen standaardvakantie als ze hier komen’, weet El Alami. ‘Dus dan bezoeken we bijvoorbeeld de afscheidingsmuur en Palestijnse families thuis. Mensen willen Palestina ontdekken, maar wel op een veilige manier.’

Veiligheid, of in ieder geval het gevoel veilig te zijn, is essentieel voor de groei van het toerisme in Palestina. Hostel in Ramallah heeft een capaciteit van 45 gasten in zowel slaapzalen als aparte kamers. El Alami heeft plannen om uit te breiden naar driehonderd slaapplekken, maar voorlopig lijkt dat te optimistisch. Vandaag heeft hij twintig gasten. ‘Vorig jaar stortte door de Gaza-oorlog het toerisme natuurlijk in’, vertelt hij, ‘en ook nu is het door de oorlogen en onrust in de buurlanden niet optimaal.’

Area D heeft vijftig bedden, waarvan er momenteel slechts zes bezet zijn. Ook Mike wijt dat aan de spanningen in de regio. ‘We moeten het vooral hebben van mond-tot-mondreclame. Het werkt het beste als mensen van vrienden horen dat het veilig is in Ramallah. Want dat is een probleem, mensen zijn bang om te komen.’

Het hoofd van het bureau voor bemiddeling voor kibboetsvrijwilligers, Aya Segi, zit op haar kantoor in Tel Aviv. Ze heeft het druk, maar niet omdat het aantal aanmeldingen zo hoog is. Ze is de enige overgebleven medewerker van het bemiddelingsbureau. De kibboetsbeweging heeft te maken met een sterke daling van het aantal buitenlanders.

De oorlogen in de regio spelen ook hier natuurlijk een rol en bovendien kunnen jongeren tegenwoordig in tal van andere landen in Afrika en Azië vrijwilligerswerk doen. Als belangrijkste reden voor de ineenstorting van haar markt noemt Segi echter ‘de slechte pr voor Israël in de media’. ‘We worden zo kwaadaardig neergezet. Israël is alleen nog een bestemming voor mensen met een sterk karakter. Alleen zij kunnen zich over die negativiteit heen zetten.’

‘We worden zo kwaadaardig neergezet. Israël is alleen nog een bestemming voor mensen met een sterk karakter’

Het bemiddelingsbureau krijgt aanvragen uit zo’n vijftig landen. De vrijwilligers worden aan een kibboets gekoppeld en het bureau regelt de visa en verzekeringen. Tijdens het verblijf worden er ook seminars georganiseerd over de holocaust, de Israëlische samenleving en, een enkele keer, over het conflict. Segi: ‘Als we over de politieke situatie vertellen, doen we dat objectief. We geven gewoon de feiten zoals ze zijn. We laten op de kaart zien hoe smal Israël is en hoe klein de afstand tot de Palestijnse gebieden. Of we vertellen over de gevaren wanneer terroristen Israël binnen zouden komen.’

Ook de herkomstlanden van de vrijwilligers heeft Segi ingrijpend zien veranderen. ‘Vroeger kwamen er meer Europeanen, vooral uit Scandinavië. Na de jaren negentig is dat veranderd. Nu komen ze vooral uit Zuid-Korea, Zuid-Afrika, India en de VS. Het enige Europese land dat nog in de top-vijf staat is Duitsland.’ Waarom Israël zo’n populaire bestemming voor Zuid-Koreanen is? ‘Deze vrijwilligers zijn vaak christenen’, legt Segi uit, en Zuid-Koreanen zien Israël als een voorbeeld. ‘Ook Zuid-Korea heeft vijandelijke buren.’ Het aantal Nederlandse kibboetsvrijwilligers schommelt de laatste paar jaar rond de 25.

Toen de 36-jarige Jorn Stenekes uit Leiden in de winter van 2013 en 2014 vrijwilligerswerk deed bij een kibboets in de omgeving van Jeruzalem was hij er de enige Europeaan. Het overgrote deel van zijn collega-vrijwilligers kwam uit Zuid-Amerika en de VS. ‘Een joodse collega gaf me de tip om een paar maanden naar Israël te gaan. Van vrienden kreeg ik wel enkele negatieve reacties. Israël blijft een lastig onderwerp op een feestje.’ Hoewel Stenekes het in eerste instantie wat eng vond om Palestina te bezoeken, viel het hem erg mee. ‘In steden als Bethlehem en Jericho zijn de mensen erg gastvrij en blij met buitenlandse toeristen.’

Het gastvrije karakter van de inwoners van de Westelijke Jordaanoever heeft ook op criminologe Lydia de Leeuw (29) diepe indruk gemaakt. In 2010 en 2011 deed ze vrijwilligerswerk als docent Engels en muziek in een vluchtelingenkamp in Nablus. ‘De militaire bezetting brengt sluimerende spanning en onzekerheid met zich mee en gaat gepaard met vernederingen bij checkpoints en nachtelijke arrestaties. Maar hoe mensonterend de omstandigheden ook zijn, je wordt altijd warm onthaald met koffie en thee.’

Volgens George Rishmawi is die gastvrijheid exact de aantrekkingskracht die Palestina op buitenlandse reizigers heeft. De Palestijnse toerisme-expert meent dat de Westelijke Jordaanoever zich vooral moet richten op community based tourism: een vorm van toerisme waarbij de plaatselijke bevolking voorziet in de behoeften van de reizigers. Wie de nacht doorbrengt bij een familie thuis krijgt inzicht in het leven en de gewoonten van een local. De plaatselijke bevolking profiteert er economisch van. Dat de internationale animo voor de kibboetsen terugloopt, verbaast hem niet. ‘De kibboets is al lang niet meer community based, maar vooral een commerciële onderneming. Bovendien zijn buitenlanders zich tegenwoordig meer bewust van de politieke situatie in Palestina dan een paar decennia geleden. En dus komen ze hierheen.’

Voordat de Gaza-oorlog uitbrak toonden de toerismecijfers inderdaad een opwaartse trend. In de eerste zes maanden van 2014 brachten zo’n 357.000 hotelgasten 855.000 nachten door op de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, een stijging van dertig procent vergeleken met het jaar ervoor.

In 2014 was Bethlehem de populairste bestemming in Palestina, gevolgd door Jericho, Jenin en Hebron. Dat Ramallah niet in deze top-vier staat, is niet verwonderlijk. De stad heeft weinig culturele bezienswaardigheden – een uitzondering als het prachtige Mahmoud Darwish-museum daargelaten – en is geen christelijk bedevaartsoord. Maar dat maakt de stad juist zo aantrekkelijk voor jonge backpackers: in tegenstelling tot Bethlehem, dat jaarlijks een miljoen toeristen trekt, kom je hier geen afgeladen bussen met gepensioneerde Amerikanen en Russen tegen. Ramallah is ook de meest liberale stad van Palestina: lang niet alle islamitische vrouwen dragen een hoofddoek, de cafés die (op papier) door christenen worden gerund, schenken alcohol, en er is zelfs een kleine gay-scene.

‘Ik spreek ondertussen al van het Ramallah-syndroom’, zegt Chris terwijl hij een rondleiding door zijn hostel geeft. ‘Mensen komen met lage verwachtingen, maar vervolgens vinden ze het hier zo geweldig dat ze hun ticket cancelen. Dan blijven ze hier nog langer, soms zelfs nog enkele weken, om vrijwilligerswerk te doen.’ Jenny, een 26-jarige Zwitserse, is de huidige vrijwilligster. Ze legt een moestuin aan in de tuin van het hostel. ‘Misschien kunnen we er ooit mensen uit de buurt van te eten geven’, zegt Chris lachend. Boven de deur hangt het logo van Hostel in Ramallah, een vrolijk figuurtje dat met een Palestijnse sjaal om zijn nek de wereld over reist. ‘We wilden op ons logo graag verwijzen naar Ibn Battuta, de eerste Arabische ontdekkingsreiziger. Maar we vonden dat hij er wel een beetje anders moest uitzien. Zo’n oudere man met een baard vinden veel mensen toch maar eng.’ Eenmaal op de bovenste verdieping aangekomen, laat Chris het eco-dakterras zien. De kleurige bloembakken zijn gemaakt van plastic flessen, de banken van pallets. In de verte kun je Tel Aviv zien liggen.

Mike is blij dat in de jongste versie van de backpackersbijbel Lonely Planet wordt gesteld dat de kans om in Ramallah problemen tegen te komen ‘onwaarschijnlijk’ is. ‘Het is mijn doel om het imago van de stad te verbeteren. Ik wil dat mijn gasten kunnen zien hoe normaal mensen hier hun leven leiden, onder zulke abnormale omstandigheden.’ De eigenaar van Area D ziet het vaak gebeuren dat pro-Israëlische toeristen hun mening bijstellen als ze eenmaal in Ramallah zijn geweest. ‘Niet dat ze meteen activist worden, maar ze zijn wel positief verrast. Het leven is hier zo anders dan ze hadden gedacht.’


Beeld: De receptie vanhet Area D-hostel (Edmée van Rijn).