FILM Involuntary

Het rauwe beeld

In de Zweedse film Involuntary van Ruben Östlund is er één camerabeweging te vinden, en dat is ook nog geen echte, maar een shot vanuit een bewegende ambulance. Montagesnitten zijn er op één hand te tellen. Om duidelijk te zijn: deze film heb ik ademloos uit gekeken, 137 minuten lang. Want ondanks het gebrek aan een dynamische mise-en-scène blijkt het beeld even veerkrachtig als dat in werken van frenetieke filmers als Danny Boyle (Slumdog Millionaire).
Östlunds visuele stijl bestaat bij de gratie van de vier kaders; ieder beeld in zijn film (behoudens de rijdende ambulance) is statisch, waarbij de indruk wordt gewekt dat iemand achteloos ergens een camera heeft neergezet, misschien om zichzelf te filmen, maar daarna vergat die weer uit te zetten. Het effect is desoriënterend: minutenlang kijkend naar personages die met elkaar praten met hun rug naar de camera; of een extreem wijd shot van een veld waarin iets cruciaals met een personage gebeurt. Maar wat? De camera weigert de beweging de diepte in, het beeld in. Ook de lens komt niet in actie voor een zoom. Door het rauwe beeld heeft de kijker geen greep meer op wat hij ziet, en ontstaat een bevreemdende, beklemmende cinematografische taal. En dat is opwindend.
Involuntary heeft een vaste structuur met vijf zijdelings aan elkaar verbonden verhaallijnen: een verjaardagsfeest waarop de vader van een gezin in het gezicht wordt geraakt door vuurwerk; een touringcar waarin een bekende actrice onderweg is samen met gewone mensen; een lerares die ziet hoe een oudere collega een jongen op school afranselt; twee geblondeerde tieners feestend voor een webcam en later dronken op straat, en een groep mannelijke vrienden die een paar dagen er op uit zijn in de natuur.
Het gebrek aan drama is bedrieglijk. Onder de oppervlakte van Östlunds strakke vormgeving broeit er véél. In die zin heeft Involuntary veel weg van Festen, de Deense film die een paar jaar geleden een belangrijke prikkel was voor de komst van het beruchte en inmiddels in ongenade geraakte, Noord-Europese Dogma-manifest van minimalistische, ‘pure’ cinematografie. Net als in Festen komen in Involuntary verborgen emoties en geheimen langzaam, bijna per ongeluk, naar boven drijven. Deze onderkoelde stijl representeert een haast obsessieve naleving van het adagium show, don’t tell. Dat is mooi. Östlund introduceert het hoofdthema, ‘verplichting’, op terloopse wijze met een prachtige scène waarin de lerares haar kinderen laat zien hoe iemand door sociale druk genoodzaakt zou kunnen zijn iets tegen zijn of haar zin te doen. Dit idee keert vervolgens in de hele film terug, overigens niet zonder een flinke dosis ambiguïteit. Een jongeman, die met zijn vrienden feestviert in de natuur, wordt geconfronteerd met homoseksuele gevoelens. Maar komt dat doordat hij die emoties echt heeft, of door de groepsdruk, aangejaagd door een vriend die ogenschijnlijk wél gay is?
Zo wordt de film langzamerhand duisterder en schemert er een diepere betekenis door. De strakke, verstikkende vormgeving blijkt thematisch perfect te passen. Het woord ‘involuntary’ is een eufemisme, het suggereert iets ergers, en dat is de mogelijkheid te worden geforceerd iets tegen je zin te doen, al dwingt niemand je er actief toe en zelfs al geloof je er in je diepste wezen niet in. Dit proces kan zich alleen in het hoofd van iemand afspelen, en hoe angstwekkend dat kan zijn, laat Involuntary zien.

Te zien vanaf 26 februari