Toneel: ‘The Picture of Dorian Gray’

Het ravijn van de ziel

Recent waren er vier nieuwe bewerkingen te zien van The Picture of Dorian Gray, en ook een vijfde is aangekondigd. Oscar Wilde’s klassieker over schoonheid en authenticiteit blijft intrigeren.

Noord Nederlands Toneel, Dorian © Reyer Boxem

Dat er fotografie bestaat om het leven mee te documenteren, stemt niet alleen maar vrolijk. Genadeloos tonen foto’s van tien, twintig jaar terug hoe jong je er toen uitzag. Beter die plaatjes wegstoppen en jezelf wijsmaken dat de tijd op jou geen vat heeft.

De hoofdpersoon in Oscar Wilde’s roman The Picture of Dorian Gray verstopt zijn portret op zolder en gooit er een doek overheen. Het is een schilderij; het boek is uit 1870. Maar het portret is geen getuigenis van zijn verloren jeugd. Wilde laat de wens uitkomen die de geportretteerde twintiger uitspreekt als hij beseft dat zijn afgebeelde schoonheid momentaan is. ‘Was ík maar degene die altijd jong blijft, terwijl het schilderij oud wordt’, roept hij uit. En dat is wat er gebeurt. Terwijl het knappe uiterlijk van de echte Dorian door de jaren heen onaangetast blijft, ondergaat zijn verstopte portret een grimmig verval. Het is een geheim dat aan hem vreet. Zijn ziel raakt getormenteerd en zijn leven raakt op drift. De uitgekomen wens brengt geen geluk maar eenzaamheid en verveling.

Bij Wilde is de behouden jeugd van zijn hoofdpersoon een kwestie van schrijversfantasie met een tikje gotische horror. Een hedendaagse lezer weet dat je met botox, fillers, straktrekoperaties, implantaten en vetafzuigingen een heel eind kunt komen. De roman lijkt de uitwerking hiervan te voorspellen. Wilde bezingt de voordelen van een rimpelloze huid, waar de cosmetische industrie en haar gebruikers wel bij varen. Maar de sinistere wisselwerking tussen Dorians persoon en zijn portret werpt de schaduw vooruit van het effect dat de toenemende verjongingstechniek op de menselijke verschijning heeft. Hoe jeugdiger het voorkomen wordt van onze ouderen, hoe verstopter hun individuele persoonlijkheid raakt achter een griezelig eenvormig masker. De uncanny valley, de huivering die optreedt als robots of poppen te veel op mensen lijken, is ook op de gebotoxte mens van toepassing.

In de muziektheaterproductie Dorian Gray van Ulrike Quade en Silbersee is het ‘portret’ van de titelfiguur een gemechaniseerde pop. Een witte, bedrade sculptuur, gemaskerd met het gelaat van bariton Job Hubatka, die er als Dorian Gray ook uitziet als een oningevulde, popachtige gestalte. Schilder Basil, die in Wilde’s boek het portret vervaardigt, is hier een kunstenaar die uit liefde voor Dorian diens evenbeeld heeft gemaakt. Musicus André Lourenço brengt de levensgrote robotpop tot leven door deze te bespelen, als pop en als instrument, want de sculptuur is voorzien van sensoren die geluid genereren. Maar als de kunstmatige Dorian in beweging komt, een hartenklop en een stem krijgt, verliest het menselijke origineel juist zijn fysieke kracht. Verlangend naar het eeuwige leven geeft hij zich over aan het experiment van ene Henry.

Silbersee en Ulrike Quade Company, Dorian Gray © Casper Koster

Bij Wilde is Lord Henry Wotton een societyfiguur die Dorian met een duivels genoegen opstookt om alles te doen waar hij zin in heeft, want van de verleiding kom je alleen af door eraan toe te geven. In de voorstelling is Henry een biotechnicus die in de jongeman een ideaal proefkonijn ziet voor dna-modificaties die hem het eeuwige leven moeten geven. Maar dat eeuwige leven is een virtuele flakkering: Dorian danst alleen nog maar via zijn virtual reality-bril met zijn geliefde Sybil. Zijn lichaam ligt intussen slap op de vloer.

De voorstelling, die half oktober in première ging, brengt Wilde’s toekomstbeeld nog een stapje verder. De duizelingwekkende paradoxen die de hoofdpersonages uit het boek in hun salongesprekken verwoorden zijn verdwenen. Daarvoor in de plaats is de duizeling van de technologische mogelijkheden gekomen: het gelaagde muzikale landschap van zang, ritme en geluidsvervorming wordt opgeroepen door de spelers die met sensoren en keelmicrofoons zijn toegerust en die allemáál half mens, half robot zijn. En Dorian Gray is niet alleen bang voor de dood, maar ook voor het leven: ‘Waarom beginnen aan iets wat het begin is van het einde?’ zingt Hubatka terwijl hij in embryohouding op een uitvergrote speaker ligt.

De productie van Ulrike Quade en Silbersee is de vierde bewerking van Wilde’s roman die in relatief korte tijd in de Nederlandse theaters te zien is. De volgende is al weer aangekondigd: de samenwerking tussen straatdansgroep ISH en Het Nationale Ballet wordt volgend seizoen na het hallucinerende Grimm vervolgd met een voorstelling naar dit boek.

Je snapt wel wat The Picture of Dorian Gray kunstenaars juist nu te bieden heeft. Het gaat over onze obsessie met mooie mensen, die wij volgens Wilde ook mooie eigenschappen toedichten. Over de vraag wat authenticiteit nog betekent in een wereld waarin echt en namaak steeds moeilijker van elkaar te onderscheiden zijn. Over het verlangen naar hedonisme bij gebrek aan een moreel houvast en over het belang van de pose die je ‘natuurlijke zelf-zijn’ tot een illusie maakt. Ver voor de opkomst van de performance-art en de reality-tv laat Wilde Henry Wotton beweren dat Dorian Gray van zijn leven een kunstwerk heeft gemaakt. Tegelijk onderstreept hij de waarde van een écht kunstwerk, want het is Basils schilderij dat Dorian een spiegel voorhoudt, en hem niet alleen zijn uiterlijke schoonheid toont maar ook het ravijn van zijn ziel.

Wie in een kunstwerk de diepte zoekt van zijn eigen innerlijk, doet dat voor eigen rekening

Een gestaag veranderend portret is in het digitale tijdperk geen schrijversfantasie meer; videokunst laat al een halve eeuw beelden morphen en tegenwoordig staan er op elk mobieltje apps die gezichten vervormen. Toch is dit element uit het boek dat zo tot de verbeelding spreekt in geen van de recente theatervoorstellingen daadwerkelijk gerealiseerd. Misschien omdat het tonen van het behekste schilderij de verbeelding plat slaat; de vervorming kan immers ook de projectie zijn van degene die het schilderij beziet. Wilde stelt dat kunst niet het leven reflecteert, maar de geest van de beschouwer. Wie in een kunstwerk de diepte zoekt van zijn eigen innerlijk, doet dat voor eigen rekening.

In de jongerenvoorstelling Starring #21: Dorian Gray die de Toneelschuur vorig seizoen uitbracht, was de aantasting van het portret slim vereenvoudigd. Een manshoog doek van een gestileerd gezicht vormde aanvankelijk de achterwand van een klein toneeltje. Toen het schilderij aan de buitenwereld werd getoond, werd het doek weggetrokken en stond daar de Dorian-acteur met zijn rug naar de zaal en zijn gezicht naar een tribune vol leeftijdgenoten, die zijn knappe voorkomen hardop bewonderden. Later bekeek Dorian angstig het doek in zijn handen, waarbij het gezicht door de verkreukeling werd vervormd. In de regie van Loek de Bakker ging Wilde’s vertelling over jongeren die liever feesten dan nadenken, en over een jongen die door bewondering verhardt en de verdoving van drugs en snelle seks verkiest boven Sybil en Basil die hem werkelijk liefhebben.

In de voorstelling Creation (Pictures for Dorian) die het Berlijnse kunstenaarscollectief Gob Squad in september in Rotterdam presenteerde, werden lege schilderijlijsten over het podium gereden waarmee de spelers zichzelf en elkaar konden kadreren. Wilde’s stelling dat een kunstenaar in elk werk zichzelf portretteert, was aanleiding voor de drie Gob Squad-kunstenaars om in zes Rotterdamse gastspelers – het materiaal waar zij tableaus mee creëerden – te zoeken naar herkenning. Drie van hun projectie-objecten waren jong, de andere drie al flink op leeftijd. De drie performers, allemaal in de veertig, moesten zich dus zowel verhouden tot hun ‘vroegere’ als tot hun ‘toekomstige’ zelf.

In de grote schouwburgproductie Dorian van het Noord Nederlands Toneel zien we alleen de achterkant van het behekste schilderij. Regisseur Christophe Coppens en tekstschrijver Javier Barcala plaatsen de vertelling in de hedendaagse kunstscene.

Het toneel is bevolkt met gehaaide kunstkopers, orerende critici, met reality-sterretjes, influencers en opgedraaide followers. Henry Wotton werd de extravagante kunstmaecenas Bambi Pelecano, smakelijk vilein vertolkt door Bien De Moor. Basil is kunstenaar Ava van Ravenstein, net als bij Wilde de gewetensvolle tegenpool van de duivelse Henry-figuur: verontrust over de verwording van haar leerling Dorian en zoekend naar de inhoud van haar eigen kunstenaarschap. Maar de oprechtheid die Veerle van Overloop haar meegeeft, is relatief. Ze wil niet als vrouwelijk kunstenaar worden weggezet – ‘Wat heeft mijn vagina te maken met mijn kunst?’ – maar schildert nu gezichtsloze mannen omdat ze zegt ‘diep gewaar’ te zijn van ‘het kwaad in mannen’. Intussen probeert ze net als Pelecano Dorian Gray te bezitten, en lijkt ze blind voor haar obsessie met hem. Coppens, die behalve regisseur ook modeontwerper en beeldend kunstenaar is, laat Van Ravenstein rondsjouwen met obscure stoffen objecten en Pelecano paraderen met uitzinnige kostuums.

Het toneel is een expositieruimte met kunstwerkparodieën, waarin de arme Sybil-figuur door Dorian wordt op- en afgereden als een van zijn objecten. Opgeteld bij alle onechte, kwakende personages levert dat een geheel op waar de toeschouwer moeilijk grip op krijgt, maar dat wel fascineert door de leegte achter alle bombarie.

Het enige authentieke is aanvankelijk Dorian Gray, door Bram van der Heijden neergezet als een sprankelende, onschuldige jongeman die zijn gespierde torso ontbloot zonder dat hij beseft hoe hij zijn omgeving daarmee betovert. Zijn echte naam is Igor Popovic, hij is een vluchteling uit Oost-Europa tegen wie zijn mecenas zegt dat hij recht heeft op alles wat ‘wij’ hebben. Hij ontpopt zich tot een narcistische, Jeff Koons-achtige megaster met een miljoenenomzet.

Zijn meesterwerk is een neukmachine, waarin zijn nieuwste vriendin, een voormalige pornoactrice, vrolijk naar het publiek wuift terwijl er dildo’s richting haar mond en kruis bewegen. Het lukt Van der Heijden om in dit opgedraaide panopticum de toenemende zielsbeknelling van Dorian Gray invoelbaar te maken.

Een geheimzinnige figuur in dit circus is de oude butler van de mecenas, een zwijgzame getuige van Dorians verwording die toevallig ook Igor heet. Als Dorian Gray uit pure wanhoop een pistool richt op het portret dat hij is gaan haten, springt vanachter het omgekeerde doek de butler te voorschijn, nu net zo (schaars) gekleed als hij. Met een simpel staaltje theater krijgt de onthulling van Dorians portret alsnog magie. En als de oude man en Dorian elkaar tegelijkertijd doodschieten, is dat het einde van zowel de leeggezogen kunstenaar als de figuur die al die tijd zijn innerlijk verbeeldde: iemand die niet op de voorgrond had willen staan en anderen van dienst had willen zijn.


Dorian Gray, Ulrike Quade/Silbersee, t/m 19 december op tournee; ulrikequade.nl. Dorian, NNT, t/m 14 december op tournee; nnt.nl