Het recht op de vrije keuze van drugs

Eén ding moeten we hem nageven: Jacques Chirac heeft wel gevoel voor humor. Onlangs wendde de Franse regering zich tot haar gewaardeerde Nederlandse collega’s met het verzoek een poster die oproept tot matiging van alcoholgebruik uit de circulatie te nemen. Deze zou ‘negatieve associaties met de champagne-industrie oproepen’.

De Nederlandse regering is de zo onheus bejegende Franse wijnboeren uiteraard onmiddellijk tegemoet gekomen. De gewraakte poster is teruggetrokken. Immers, ‘wij zijn niet tegen alcohol, alleen maar tegen onverantwoord gebruik ervan’. Ondertussen echter zijn telers van nederwiet wel hun waar in de sloten gaan storten om de nieuwe hoge boetes te voorkomen. Met de richtlijnen van het Openbaar Ministerie van begin oktober is de jacht op deze vaderlandse boeren ingezet. Wie meer dan vier of vijf plantjes heeft staan, en meer van TL dan van sfeerverlichting houdt, is al het haasje. De norm van aankoop van wiet in koffieshops was al van dertig naar vijf gram teruggebracht.
De dreigingen die ons van overheidswege boven het hoofd hangen zijn nog niet altijd voelbaar. Er zijn ook verlichte gemeenten, zoals Delfzijl en Bussum, die het cannabisbeleid juist verder liberaliseren. Maar er is wel degelijk sprake van een heuse verscherping van het beleid. Ook tegen het gebruik van de zogenaamde 'hard drugs’ wordt plots fermer opgetreden. Het bezit van een paar gram speed en een paar pillen ecstasy zal voortaan vervolgd gaan worden. Men is bezig met een proefproces om gedroogde paddestoelen te kunnen verbieden.
Onlangs is Nederland er ook mee akkoord gegaan niet alleen de wetgeving maar ook de 'praktijk van de drugsbestrijding’ in Europees verband te harmoniseren. Volgens Hedy d'Ancona zou dit de doodsteek voor de Nederlandse aanpak kunnen betekenen. Wat de Nederlandse regering voor ogen staat lijkt ondertussen wel duidelijk. Het gedoogbeleid van cannabis wordt stap voor stap net zo ver teruggebracht tot de Franse kritiek is verstomd. Desnoods blijft er in heel Nederland maar één koffieshop open waar, uitsluitend op koninginnedag, 0,1 gram wiet per persoon op medische gronden wordt toegediend. En als Chirac dan eindelijk tevreden zwijgt, gedogen we in de praktijk rustig verder, want dat doen ze in Frankrijk immers feitelijk ook.
Maar zo simpel liggen de zaken niet. Er is een war on drugs gaande en die wordt gevoerd met de bittere, genadeloze intensiteit van een echte oorlog, een Heilige Oorlog tegen het Verderf. Eén gevalletje, uit de bakermat van de oorlog, Amerika: een eenentwintig-jarig zwart gettomeisje dat drie maal met crack is betrapt, wordt tot levenslange opsluiting veroordeeld, zonder mogelijkheid van strafvermindering. In de Verenigde Staten zijn straffen van vijfentwintig jaar detentie inmiddels normaal geworden. Bij verdenking kunnen huizen en eigendommen in beslag worden genomen. Wie alleen al in kleine kring over mogelijk toekomstig drugsgebruik praat, kan 'conspiracy to commit a crime’ ten laste worden gelegd. Het lijkt stalinistisch Rusland wel!
Trouwens, in dat Rusland krijgt een negentienjarig Brits meisje dat 4,5 kilo cocaïne bij zich had, zes jaar dwangarbeid opgelegd. In Singapore krijgen gebruikers en handelaren stokslagen of de strop. Welnu, Nederland is geen eiland. Het Amerikaanse echtpaar Mooring dat twintig jaar wegens een kleine wietplantage boven het hoofd hangt, zal binnenkort worden uitgeleverd. In Nederland beseffen wij alleen nog niet ten volle wat er om ons heen gaande is, omdat de situatie voor kleingebruikers hier nog altijd niet acuut bedreigend is. Ondergetekende gaat vanavond in de huiselijke sfeer een lijntje speed nuttigen en voelt zich thans niet bedreigd. Maar schijn kan soms bedriegen.
Het meest beangstigende van de huidige situatie is dat beleidsmakers als Sorgdrager en Van Mierlo ongetwijfeld maar al te goed weten dat drugsgebruik bepaald niet onvermijdelijk tot de ondergang leidt. Zij weten dat de meeste gebruikers van 'hard drugs’ als speed of cocaïne dit probleemloos doen. Zij komen immers zelf uit sociale milieus waar dat op grote schaal gebeurt. In stilte weten zij dat het adagium 'Geniet, maar drink met mate’ net zo van toepassing is op cocaïne als op champagne. Zij weten dat de gevangenzetting van handelaren in heroïne of cannabis precies hetzelfde is als wanneer men de slijter op de hoek in de boeien zou slaan. Dit roept echter de volgende, onthutsende vraag op: als de beleidsmakers in het volle besef van de onrechtvaardigheid van hun beleid bereid zijn dit voort te zetten en zelfs te verscherpen, tot waar is men dan bereid te gaan? Waar is de grens?
Ik ben ervan overtuigd dat er maar één weg is om de waanzin die thans over de wereld raast, te stoppen. En dat is dat wereldwijd zo veel mogelijk mensen luid en duidelijk gaan verklaren zelf tot genoegen drugs te gebruiken en niet van plan te zijn daarmee te stoppen. Er is niets mis met het gebruik van cocaïne of LSD. Om even te citeren: 'Wij zijn alleen tegen onverantwoord gebruik ervan.’ Zolang men een ander niet hindert, is men vrij. De alpinist kan leven met een helm, maar niet met een verbod op zijn sport omdat de dames en heren van de oude stempel het te gevaarlijk vinden.
De drugsproblematiek vormt in feite een van de grootste mensenrechtenproblemen van deze tijd. Over de hele wereld zitten miljoenen burgers gevangen, maar hun gevangenschap wordt erg genoeg niet als onrecht onderkend. Het recht om die roesmiddelen te gebruiken die men wenst, is echter net zo verbonden met de souvereiniteit van het individu als het recht op het vrije woord. Ik doe met mijn lichaam wat ik wil. En het verbod op drugs is even weerzinwekkend als het muilkorven van de pers. Een cocaïnehandelaar hoort net zo min in de gevangenis als een Chinese dissident.
Aan de Internationale Verklaring van de Rechten van de Mens zou het recht op gebruik van zelfgekozen genotsmiddelen moeten worden toegevoegd. Clinton en Chirac, get off my back, fous le camp, sodemieter op!