`het regeerakkoord is onuitvoerbaar’

Die man is veel te lastig, vond de PvdA- leiding. Toch is hij nu weer op een verkiesbare plaats voor de Eerste Kamer terechtgekomen. Niet dat Willem van de Zandschulp meer volgzaamheid heeft beloofd. ‘De partij moet behalve aan marketingtechnieken ook weer wat meer aan diepte-investeringen gaan doen.’
WILLEM VAN DE Zandschulp is een man van constanten. Hij doet al vijfentwintig jaar hetzelfde (vormings)werk, hij zat vijftien jaar in het bestuur van de PvdA en is nu al meer dan vijftien jaar lid van de Eerste Kamer. Zijn sociaal-democratische opvattingen zijn sinds hij in 1966 lid werd van die partij ook niet aanzienlijk gewijzigd. Maar omdat de politieke modes nog wel eens wisselen, bevindt hij zich nu eens rechts en dan weer links van het centrum. Op het ogenblik geldt hij als links-radicaal omdat hij als een van de weinigen in de partij oog heeft voor de belangen van de zwaksten in de samenleving.

Twee jaar geleden, in de zomer van 1993, leidde dat tot spannende taferelen in de Eerste Kamer. Bij de behandeling van de wijziging van de WAO eiste hij garanties voor de positie van degenen die tussen de wal en het schip terecht dreigden te komen. Hoewel sommigen mopperden dat hij zich uiteindelijk liet afschepen met zoniet een dode, dan toch een chronisch zieke mus, is zijn pal- staan voor de WAO'ers nu beloond. Het PvdA-congres, vorige maand in Maastricht, zette hem - tegen het voorstel van het partijbestuur in - hoog op de kandidatenlijst voor de Eerste Kamer. Vooral vanwege zijn bewezen deskundigheid op het gebied van sociale zaken en werkgelegenheid. ‘Willem is een onmisbare schakel tussen oud en nieuw’, betoogde een groep medestanders uit het hele land.
ZIJN WERKKAMER IN Utrecht ligt vol papieren, boeken en rapporten. Hij zit in een oude leunstoel en trekt voor hij zijn gematigd geformuleerde antwoorden geeft voortdurend bedachtzaam aan zijn pijp. Toch verraadt het glimmen van zijn ogen dat zijn herverkiezing op het PvdA-congres een enorme triomf voor hem was.
Van de Zandschulp: 'Ach, een enorme triomf… Ik vond het wel een opmerkelijk resultaat, maar hoe je dat politiek moet interpreteren? Sommige mensen vonden de sanering van de zittende Eerste-Kamerfractie misschien iets te fors en anderen zullen hebben gedacht: “Willem is tenminste een herkenbare sociaal-democraat gebleven, laten we die maar houden bij alle woelingen en vernieuwingen.” ’
Maar ook uw optreden in de WAO-kwestie zal daarbij een rol hebben gespeeld.
'Inderdaad, dat is waar. De WAO heeft natuurlijk diepe sporen in de PvdA getrokken. Ik denk dat de overgrote meerderheid van de partijleden vindt dat de partij dat niet goed heeft aangepakt en ik behoorde tot degenen die althans nog enig tegenwicht hebben geboden.’
U was uiteindelijk toch teleurgesteld over de afloop?
'O zeker. Kijk, het voorstel van het kabinet-Lubbers-Kok zoals dat tot stand was gekomen in die mallotige zomer van 1991, deugde niet. Het voorstel was een radicale ingreep in de hoogte van de WAO-uitkeringen, maar dat is er door de Tweede Kamer uitgehaald voor de lopende gevallen en voor de nieuwe gevallen is dat WAO-gat bijna overal herverzekerd. De facto stelt het dus eigenlijk niets voor. Wat veel harder ingrijpt dan iemand heeft voorzien, is de herbeoordeling van WAO'ers volgens een strikter arbeidsongeschiktheidscriterium, maar daar ging het debat die zomer helemaal niet over. Dat is ook zo curieus. Men had gedacht dat 21 procent zou worden afgeschat of ingetrokken; dat is het dubbele geworden. De uitkeringsinstanties hebben zo op hun donder gekregen dat ze nu overreageren, waardoor er weer nieuwe problemen ontstaan. Waarover ik me in 1993 vooral heb opgewonden toen de voorstellen in de Eerste Kamer kwamen, was de toegankelijkheid van de aanvullende verzekeringen voor mensen die niet verzekerbaar zijn. We hebben toen als Eerste Kamer geeist dat er een waarborgfonds voor die groep zou komen.’
En toen was de schrik weer dat ze daarvoor een viermaal zo hoge premie moesten betalen.
'Het is tweeeneenhalf keer de normale premie geworden. Dat is nu eenmaal het probleem: als je het op de particuliere markt gooit, blijft er van het solidariteitsbeginsel niet zoveel over. Concurrentie en solidariteit staan op gespannen voet met elkaar. Daarom vind ik ook dat dit soort verzekeringen niet geprivatiseerd moet worden. Ziekte en arbeidsongeschiktheid zijn risico’s die je collectief moet verzekeren, met behoud van een groot solidariteitselement.
Wat nu in het regeerakkoord voor het paarse kabinet over de ziektewet en de WAO staat, is op veel punten niet doordacht en daar komt men pas achter nu men dat gaat uitwerken. Men zal gas terug moeten nemen, anders gaat het weer fout. De ziektewet wordt volgens de tekst van het regeerakkoord zo ongeveer afgeschaft, de werkgever moet z'n werknemers tijdens ziekte het loon maar doorbetalen. Maar op die manier vallen veel groepen buiten de boot, oproepkrachten bijvoorbeeld en andere flexi-krachten. Zijn die dan tussen twee banen door niet voor de ziektewet verzekerd? Nee, de ziektewet moet blijven bestaan, anders vallen er te grote gaten. Zoiets kun je niet eventjes op een namiddag in een regeerakkoord regelen. Over die wetten is echt wel nagedacht. Als je daaraan gaat sleutelen, verandert er zoveel op het gebied van beroepsrecht, toezicht - dat moet je buitengewoon zorgvuldig doen.
Of ik weer zal moeten dwarsliggen in de Eerste Kamer, kan ik nu beslist nog niet overzien, maar als de letterlijke tekst van het regeerakkoord zou worden uitgevoerd, dan onstaan er opnieuw grote problemen, dat zeg ik wel.’
VAN DE ZANDSCHULP mag dan in de Eerste Kamer meestal in de luwte van de grote politiek verkeren, hij is wel een van de weinige vertegenwoordigers van de studentenbeweging uit de jaren zestig die het zo lang in de landelijke politiek heeft weten uit te houden. De meesten van hen hebben het nooit verder gebracht dan gemeenteraadslid of wethouder.
Hij werd in 1940 geboren in Bennekom, gemeente Ede. Hij groeide op als een echte plattelandsjongen, zoon van een gereformeerde kleine boer, een van de kleine luyden van de Antirevolutionaire Partij. De huisarts vond dat Willem niet naar de ambachtsschool maar naar het gymnasium moest. Het duurde twee jaar voor hij daar tussen de kinderen van de notabelen zijn boerendialect had afgeleerd. Hij ging in Utrecht geschiedenis studeren en toen in 1963 de studentenvakbeweging werd opgericht meldde hij zich daar onmiddellijk bij aan, blij dat hij een hoop flauwekul die hij zich moeizaam had eigengemaakt had ('Je mocht niet meneer de voorzitter zeggen, dat moest Meneer de Praeses zijn’) weer kon afzweren.
Hij kwam vanuit de universiteit en de Vietnamacties in het politiek vormingswerk terecht - vandaar dat hij z'n studie niet afmaakte en naar de sociale academie ging. Het opmerkelijke is dat hij nog altijd in het vormingswerk zit. Zijn centrum - het vormingscentrum Trijn van Leemput, naar een Utrechtse heldin - heeft zich bij alle bezuinigingen kunnen handhaven omdat het 'niet de pretentie had met vormingswerk de revolutie te bewerkstelligen’. Het werk is wel enigszins veranderd. Hij geeft nu vooral cursussen op het gebied van sociale zekerheid aan WAO'ers, vrouwen in de bijstand, sociale raadslieden, medewerkers van wetswinkels en maatschappelijk werkenden.
Van de Zandschulp: 'Natuurlijk ben ik in de loop van de tijd iets gematigder geworden, vooral in de vijftien jaar dat ik in het partijbestuur zat. In de studentenbeweging gold ik als een reformist omdat ik in 1966 lid werd van de PvdA, maar voor Utrechtse begrippen was ik erg links en radicaal. Toen ik in het partijbestuur kwam, behoorde ik tot de linkervleugel, maar ik vind dat je in zo'n functie verantwoordelijk bent voor het geheel. Bovendien, ook al was ik het niet altijd met Den Uyl eens, hij had wel argumenten en een overtuigend verhaal, het was altijd goed om naar hem te luisteren. Toen de partij naar links bewoog, in de jaren zeventig, leek het of ik tot het centrum behoorde, want ik ben nooit antiparlementair geweest. Maar nu de partij als geheel naar het centrum opschuift, kom ik automatisch weer op de linkervleugel terecht.’
Hoe komt het dat het politieke klimaat zo enorm is veranderd?
'De massawerkloosheid die sinds halverwege de jaren zeventig weer opspeelt, heeft een gigantisch effect gehad op het denken en voelen van mensen. Die toename en ook de hardnekkigheid ervan is onvoldoende voorzien. De wereld is nu een markt geworden en dat verklaart voor een deel de crisis in de sociaal-democratie. Die heeft z'n successen juist behaald in het vormgeven van de nationale verzorgingsstaat. Maar het kapitaal heeft zich geinternationaliseerd en de marges van de nationale overheden brokkelen daarmee steeds verder af. Zweden heeft het nog het langst volgehouden, maar in 1990 is ook daar het sociaal-democratische model ingestort.
Ik ben niet anti-Europees, maar de Europese Gemeenschap is in zekere zin de overwinning van het marktdenken. Op sociaal gebied is er op Europees niveau weinig gedaan. Moderne computerbedrijven zijn niet aan een vestigingsplaats gebonden zoals de vroegere zware industrie, die kunnen overal naar toe gaan, dus worden daar concessies aan gedaan.
Natuurlijk is er ook wel iets scheefgegroeid met de welvaartsstaat, ik ben niet tegen elke correctie daarop. De WAO heeft op grote schaal gefunctioneerd als afkoopsom voor het recht op arbeid. Mensen die wel iets mankeerden maar die in een rustiger tempo best nog op een andere plaats hadden kunnen werken, kwamen daar massaal in terecht. Maar om daar iets aan te doen hoef je niet aan hoogte en duur van de uitkeringen te morrelen, dat kan met ontslagbescherming, preventie en reintegratie.
Ik ben er ook niet tegen rechten en plichten wat sterker aan elkaar te koppelen en strikter om te springen met uitkeringen. Maar je moet er wel over nadenken hoe dat op een zorgvuldige en verantwoorde manier kan gebeuren en dat is in de zomer van '91 beslist niet gebeurd. Het werd plotseling mode om de WAO aan te vallen. Macro-economen en topambtenaren hielden ineens globale verhalen zonder dat ze die wetten en alle complicaties kenden. Brinkman riep om meer daadkracht, de kranten schreven over de stroperige staat en dan moeten er plotseling knopen worden doorgehakt. Dat gebeurt dan meestal niet op de meest verstandige manier. Het is onzin daarvoor de schuld aan een persoon te geven.
Natuurlijk, Elske ter Veld is tamelijk eigenwijs, maar ik heb het altijd tamelijk goed met haar kunnen vinden, ook al waren we het over de WAO absoluut oneens. Haar positie als staatssecretaris was onhoudbaar geworden, maar dat lag niet alleen aan haar, in zekere zin is de hele partij daarvoor medeverantwoordelijk. We gaan daar, nu zij ook in de Eerste Kamer komt, niet over vechten. De afspraak is dat zij daar geen sociale zekerheid gaat doen.
Door de WAO-kwestie is het sociaal gezicht van de PvdA ernstig geschaad, het heeft de partij dwars door de ziel gesneden. Het ging ook om onze eigen bewindslieden, Wim Kok voorop. Ik besefte wel dat het schaatsen op dun ijs was. Ik heb die concessie van Wallage, die Elske ter Veld toen als staatssecretaris was opgevolgd, ook pas op het allerlaatste moment losgekregen. Het had mij ook de politieke kop kunnen kosten, bij wijze van spreken.’
En de zijne?
'Dat weet ik niet. Ik vertolkte wel het standpunt van de fractie, maar je kunt erover speculeren hoe lang ik dat had kunnen volhouden als die concessie niet was gekomen. Wat dan de gevolgen waren geweest, dat weet je allemaal niet. Natuurlijk heb ik in alle stadia gezamelijk met de fractie geopereeerd, maar hoe de hazen gaan lopen als de duimschroeven meer worden aangedraaid, dat weet je niet.’
Wallage dreigde toch met aftreden?
'Hij heeft een uitspraak gedaan die je zo kon interpreteren. Maar dat wilde ik niet, daarom heb ik dat wat weggewoven. Hij was nog in de slag met de verzekeraars over het waarborgfonds, die keken vanaf de publieke tribune toe hoe dat allemaal afliep. Het maakte wel wat uit dat ik me in het onderwerp had verdiept en een gezaghebbend woordvoerder van de hele Eerste Kamer was geworden. We slaagden erin het boven de partijpolitieke tegenstellingen uit te tillen. In de Eerste Kamer zoeken we nog wel eens naar consensus. Het was een stevige politieke kwestie, maar dit was een redelijk punt, dat kon niemand ontkennen. Het ging om een in omvang niet zo grote groep, misschien 17.000 mensen, die voor het dichten van het WAO-gat nergens terecht kon of alleen tegen een extreem hoge premie. Dat is nog steeds een heel belangrijk punt, dat ook een rol speelt bij komende debatten.
Ik ben geen aanhanger van privatisering van sociale verzekeringen, maar voor de ziektekostenverzekering is dat nog niet van de baan. De toegankelijkheid van de verzekering is daarbij een kardinaal punt en de overheid is de enige die dat kan afdwingen. Als je voor privatisering van ziektewet, WAO of ziektekostenverzekering kiest, zul je moeten weten hoe het zit met de toegankelijkheid van de aanvullende verzekeringen voor de mensen die grote risico’s lopen. In het regeerakkoord wordt de positie van de chronisch zieken nu in elk geval genoemd als speciaal aandachtspunt.’
'HET GEZICHT VAN de PvdA is op het ogenblik onvoldoende duidelijk. Ik denk dat de mensen er wel voor te winnen zijn dat het instandhouden van een hoog niveau van sociale zekerheid een algemeen belang is en dat niet iedere uitkeringsgerechtigde een potentiele fraudeur is. Je zou als partij met nieuwe oplossingen moeten komen voor maatschappelijke knelpunten. Dat Bolkestein af en toe scoort in de media vind ik niet zo erg, dat is een voorbijgaand verschijnsel. Maar ik zou als partij behalve in marketingtechnieken wat meer diepte-investeringen willen doen. Als je als eerste een uitgewerkt plan hebt voor maatschappelijke problemen, kun je een voorsprong nemen in het debat.
Je ziet nu al dat het regeerakkoord in deze vorm niet uit te voeren is. Het is een compromistekst waarin heel wat voetangels en klemmen over het hoofd zijn gezien. Het is absoluut uitgesloten dat per 1 januari 1996 de privatisering van de ziektewet en de WAO-variant in werking treden. Zo'n buitengewoon ingewikkelde zaak kun je nooit op zo korte termijn op fatsoenlijke wijze regelen. De letterlijke tekst van het regeerakkoord is meer dan een brug te ver. Dan kun je je niet laten ringeloren omdat toen bij wijze van compromis haastig iets is afgesproken waarvan niemand de gevolgen kon overzien.’