Het regent

Kluun wist niet dat hij ooit schrijver wilde worden. Mulisch vindt dat je geen schrijver kán worden: je bent het of je bent het niet. Truman Capote daarentegen wilde altijd al schrijver worden, en maakte er geen geheim van daar ook zijn stinkende best voor te hebben gedaan. Op de een of andere manier wordt het schrijverschap in Nederland, zeker vergeleken met dat in de Verenigde Staten, graag met een mystieke allure omgeven. Je hebt het of je hebt het niet, dit van God gegeven talent. Is er in Amerika een complete schrijfindustrie actief, met boeken, scholen, clubs en cursussen, in Nederland wordt altijd nog een beetje neergekeken op aspirant-schrijvers die het kennelijk niet op eigen kracht kunnen.
Toch zou je er versteld van staan hoeveel redelijk gerenommeerde schrijvers ook hier te lande ooit een opleiding volgden aan de schrijversvakschool. Zelfs dichters, die het bij uitstek lijken te moeten hebben van hun ongeleid-projectielschap, blijken er niet voor terug te deinzen in klassenverband wekelijkse opdrachten te maken. En waarom ook niet? Als íets het schrijverschap uiteindelijk ten goede komt, is het wel discipline en uithoudingsvermogen. Zozeer dat ik wel eens denk dat niet het punt is ‘hoe word ik schrijver’, maar meer: ‘hoe blijf ik dat’.
Misschien door een literair agent in de arm te nemen, die je in tijden van armlastigheid kunt koppelen aan een wasmiddel. Paul Sebes is de man in Nederland die er prat op gaat schrijvers als Jessica Durlacher en Marjan Berk aan Omo te hebben gelieerd en Aaf Brandt Corstius aan Achmea. Hij vermeldt het trots in een boekje dat hij onlangs op de markt bracht: Bestseller: Wat elke beginnende schrijver moet weten. Het is een slim boekje, omdat na lezing slechts één conclusie mogelijk is: zonder Paul Sebes kom je er niet. Het is ook een raar boekje (zeg ik een beetje beducht, want ook ik behoor tot de stal van Paul Sebes, maar ja, wie eigenlijk niet), omdat er van die schrijftips in staan die je vooral niet moet opvolgen. Neem nu mijn eigen advies dat ik op verzoek van Sebes aanleverde: ‘Begin nooit een hoofdstuk met dat iemand wakker wordt; laat ook nooit een personage door een raam naar buiten kijken en constateren dat het regent.’ Zoals een oplettende collega die door het boekje bladerde en mijn tip las, onmiddellijk met gevoel voor dramatiek riposteerde: ‘En De avonden dan? Dat had dan zeker niet geschreven mogen worden?’
Ai. Ieder hoofdstuk in De avonden begint inderdaad met het ontwaken van Frits van Egters, en het regent er geloof ik continu. Daar zit je dan met je gouden tip.
Paul Sebes heeft mijn stelregel ondergebracht in de paragraaf ‘Zoek steeds iets nieuws: vermijd clichés’. Misschien begint daar het probleem al. Mijn schrijftip is gebaseerd op mijn ervaring van jaren her met het lezen van manuscripten die ongevraagd naar een uitgeverij werden gestuurd. Negen van de tien keer begon zo’n manuscript met het ontwaken van de held, en de tiende keer met het arriveren op Schiphol, want dan was het een reisverhaal. Zeldzaam suf proza, dat afgezien van het afgezaagde begin ook verder in geen enkel opzicht kleur kreeg, noch door een sterke schrijfstijl noch door een wurgende verhaalwending.
Maar op zich is er natuurlijk niks mis met clichés. Sterker nog: de ware kunst is het om clichés nieuw leven in te blazen, en ze op een onverwachte manier in stelling te brengen. ‘Zoek steeds iets nieuws: vermijd clichés’ is op zich alweer een cliché.
De auteur van De avonden wist dat als geen ander. In Zelf schrijver worden, de op schrift gestelde Albert Verwey-lezingen die Gerard Reve in 1985 hield als gastschrijver aan de Universiteit van Leiden, omhelst hij het cliché omdat het, zoals hij schrijft, het bevrijdende heeft van iets dat niet meer ter discussie staat. Én een cliché heeft iets geruststellends, omdat de lezer in de echte of de voorgewende imbeciliteit van de auteur zijn eigen banaliteit herkent, aldus Reve. Houd het cliché in ere, besluit de schrijver.
Om er dan zelf nog maar ’s een cliché tegenaan te gooien: om dat met verve te kunnen doen, moet je wel Gerard Reve heten. En als een beginnende schrijver íets moet vermijden, is het hem na te willen doen.