Serie: Watchmen

Het regent inktvissen

Watchmen speelt zich af in een wereld die niet de onze is, en toch ook weer wel. Een superheldenserie over angst, identiteit en racisme.

Regina King als Sister Night © Mark Hill/HBO

Het was een wonderlijke botsing tussen twee werelden, toen regisseur Martin Scorsese vorige maand verklaarde dat hij de superheldenfilms van Marvel niet als cinema beschouwde. De recordbrekende spektakels rondom Iron Man, Spider-Man, Black Panther en noem het maar op waren volgens hem ‘closer to theme parks than they are to movies’. Die uitspraak trok veel aandacht, er kwamen onvermijdelijke tegenreacties en er was bijval, maar wat eigenlijk nog het opvallendst was aan Scorsese’s woorden: dat ze de afgelopen jaren niet veel vaker door Hollywood-prominenten waren uitgesproken.

Want natuurlijk, wie het heeft over films in de 21ste eeuw kan de dominantie van superheldenfilms niet negeren, de miljardenindustrie die door Marvel heel secuur is opgebouwd rond een almaar uitdijend universum – maar het is daarnaast ontegenzeggelijk waar dat die films vasthouden aan strikte en vrij sleetse formules, qua toon, tempo, vormgeving, spanningsboog, personages. Een paar Marvel-films bekijken is genoeg om ze allemaal te kennen. Het publiek weet bij voorbaat wat het krijgt. Pretparken, inderdaad.

Een probleem daarvan is, zoals Scorsese zelf ook al aangaf, dat Marvel zo voor velen het beeld van cinema bepaalt en verrassendere films uit de bioscopen duwt. Een ander nadeel is dat moderne superheldenverhalen hierdoor nog maar op één manier verteld lijken te kunnen worden: niet te zwaar of complex, met af en toe een komische kwinkslag, ten slotte een ronkend gevecht.

Watchmen trekt zich van geen van deze eigenschappen iets aan en laat daarmee zien hoe intrigerend de beslommeringen van een hedendaags stel helden ook kunnen zijn. De serie, gebaseerd op de gelijknamige en roemruchte graphic novel (1986) van schrijver Alan Moore en tekenaar Dave Gibbons, draait net als het origineel om superhelden die vooral menselijk zijn. Ze gaan gebukt onder twijfels en morele bezwaren, ze bezitten nadrukkelijk geen superkrachten – en ze verenigen zich ook nog eens stiekem, want ze blijken anno 2019 verboden, deze vigilantes die onrecht te lijf willen gaan. Het gevecht waarin ze zich in deze serie begeven is bovendien uitermate warrig.

We bevinden ons in Tulsa, Oklahoma, 34 jaar na de oorspronkelijke striproman. Het verhaal draait, grof samengevat, om de strijd die is losgebarsten tussen een hoofdzakelijk zwart politiekorps en een gewelddadige sekte genaamd The Seventh Kavalry (‘just the klan with different masks’, merkt iemand aan het begin van de serie op). Gekleed in kenmerkend wit, van kruin tot voet, plant deze Kavalry hoe ze agenten kan uitschakelen, die veiligsheidshalve tijdens het werk hun gezichten bedekken – terwijl de watchmen intussen stiekem The Seventh Kavalry proberen te ontrafelen. Het gevolg is een staat van permanente paranoia: wie hoort bij wie, welk gezicht schuilt achter welk masker, wat doet het met iemands identiteit als hij of zij zich steeds moet verbergen?

En: kan een van de personages, anders dan ikzelf als kijker, werkelijk overzien wat er allemaal gebeurt en broeit?

Het voelt onvolledig om Watchmen af te doen als een superheldenserie, ook al zijn er genoeg metafysische elementen. Dan regent het bijvoorbeeld inktvissen. Of blijkt de hyperintelligente, voormalige watchman Adrian Veidt alias Ozymandias (een vertrouwd goed spelende Jeremy Irons) door robots vastgehouden te worden op Mars. Maar dit zijn zijpaden, en uiteindelijk gaat het in Watchmen – ondanks ook enkele schietpartijen en actiescènes – over diepmenselijke, actuele thema’s: angst en achterdocht, de zoektocht naar identiteit, woekerend racisme in Amerika. Al moet aan dit laatste meteen worden toegevoegd: dat Amerika lijkt weliswaar sterk op het land dat wij kennen, en de vele opgevoerde personages worstelen met onderwerpen die een groot deel van het hedendaagse debat bepalen, toch is de wereld die ons wordt voorgeschoteld anders dan de onze. Zo staan sigaretten officieel te boek als drug, New York is een onaantrekkelijke, tamelijke desolate stad als gevolg van een buitenaardse inktviscrisis dertig jaar terug waarbij miljoenen doden vielen – tegenwoordig worden er reclames uitgezonden om mensen terug te lokken naar de stad. De Vietnam-oorlog is intussen, zoals al bleek uit de oorspronkelijke Watchmen-comics, wel gewonnen, waarna Vietnam een staat van Amerika werd – in de loop van de serie krijgt dit onderdeel meer belang. Nixon werd wel herkozen. De huidige president van Amerika? Een progressieve Robert Redford.

Dergelijke details – er vallen er meer te noemen, er worden zelfs hele fora mee volgeschreven door fervente Watchmen-fans – zijn niet in de serie gestopt om aandacht te trekken of af te leiden. Integendeel: ze openbaren zich juist in de kleinste bijzinnetjes of in onopvallende uithoekjes van het decor, en ze dragen doelgericht bij aan de vervreemdende beklemming waarop Watchmen als graphic novel al een patent had. Wat we zien is net niet onze wereld, maar toch ook weer wel.

Watchmen onderzoekt wat er gebeurt als iedereen zijn buren dag in dag uit in de gaten houdt

Scenarist Damon Lindelof (Lost, The Leftovers) heeft zich met merkbaar genoegen en zelfvertrouwen uitgeleefd op de serie, die zelfs op de onbegrijpelijkste momenten een doordachte indruk wekt. Moeiteloos schuift de maker zijn zelfgecreëerde personages naar voren. De hoofdrolspelers uit de oorspronkelijke beeldroman mogen af en toe ook nog meedoen, maar op de achtergrond; het gaat om de jongere en nieuwe figuren. Zoals Angela Abar alias Sister Night (sterke rol van Regina King) – een voormalige agente die in het dagelijks leven een bakkerij bezit maar vooral bezig is met haar strijdlustige bestaan als watchman (watchwoman?). Jaren terug kwam ze bijna om bij wat inmiddels The White Night wordt genoemd en waarmee de oorlog tussen politie en Seventh Kavalry losbarstte. Leden van de Kavalry gingen hierbij bruut het politiekorps van Tulsa te lijf, waar Abar toen werkte, en zij overleefde als een van de weinigen.

Deze aanslag is fictie, voor de goede orde, maar wel uiterst realistische, krachtige en schrijnende fictie, zeker wanneer elders in de serie een verwante episode wordt opgerakeld die – als je hem online nazoekt – wel helemaal echt gebeurd blijkt, ook in Tulsa, in 1921 ditmaal: de zogeheten Black Wall Street Massacre. Een gehele zwarte wijk wordt hierbij platgebrand met vuurbommen uit vliegtuigen – naar schatting sterven er honderd tot driehonderd zwarten, nog eens achthonderd moeten naar het ziekenhuis. De daders zijn zonder uitzondering wit en horen bij de maffia en de kkk. Niemand wordt opgepakt.

Tim Blake Nelson als Looking Glass © Mark Hill/HBO

De cruciale vraag wanneer een oud verhaal een modern jasje krijgt, is niet hoe het nieuwe werk zich precies verhoudt tot het origineel, maar waarom men zich er uitgerekend nu over buigt. Anders gezegd: wat heeft dit verhaal over superhelden zonder superkracht te zeggen over de hedendaagse wereld? Wat wil de serie duidelijk maken door zo’n verzonnen moderne racistische oprisping naast een historische gebeurtenis te plaatsen: dat er sindsdien in wezen niet zo veel is veranderd, dat dit weer kan gebeuren? Welke spiegel houdt Watchmen ons voor?

Geen al te nadrukkelijke, gelukkig. Ondanks alle verwijzingen naar onze echte wereld – en naar de kleine verschillen tussen dit universum en het universum dat we op het achtuurjournaal zien – is Watchmen geen serie die zichzelf tussen hedendaagse krantenkoppen plaatst of expliciet stelling neemt. De naam Trump valt niet – al wordt op de online fora stellig beweerd dat Donalds vader Fred Trump een rol speelt bij de kkk-flarden in de verleden tijd – en zelfs de bevlogen personages houden zich verre van idealistische oneliners. Ook in dat opzicht is dit allesbehalve een pretpark: de serie biedt geen afgebakende clou, nergens word je als kijker bij de hand genomen richting concrete antwoorden.

Dat neemt niet weg dat Watchmen onmiskenbaar een serie is over deze tijd, over thema’s die juist min of meer uitgeput leken, maar die in het Trump-tijdperk weer volop zijn gaan gisten. ‘After three years of peace’, merkt een agent op wanneer hij onderzoek doet naar de Seventh Kavalry, ‘we convinced ourselves they were gone.’ Het is een veelzeggend zinnetje dat van toepassing lijkt op alle centrale thema’s uit Watchmen en ook op veel grote politieke ontwikkelingen die vandaag de dag plaatsvinden

Waar in Moore’s oerverhaal de centrale spanning school in het bekende Koude-Oorlog-sentiment, met Rusland als klassieke aartsvijand, strijden de nieuwe watchmen niet meer tegen een grote buitenlandse mogendheid, maar tegen hun nabije omgeving. Overal bekijken mensen elkaar met groeiend wantrouwen, de overheid vertoont fascistische trekjes, na een jarenlange sluimerslaap blijkt racisme prominenter dan decennialang werd gedacht – veelzeggend is ook dat Moore’s oorspronkelijke watchmen stuk voor stuk witte mannen waren terwijl nu alle seksen en huidskleuren door elkaar ten tonele verschijnen. Dat maakt de serie veel politieker dan het bronmateriaal, wat op de fanfora overigens ook tot de nodige verontwaardiging heeft geleid en zelfs de bijnaam Wokemen in het leven riep.

Watchmen is geen hapklare parabel voor de huidige samenleving, daarvoor zitten deze negen afleveringen te slim in elkaar en worden werkelijkheid en verzinsels met te veel genoegen door elkaar gehusseld. Wel is dit een serie die tien jaar geleden niet gemaakt had kunnen worden. Een serie die onderzoekt wat er gebeurt als iedereen zijn buren dag in dag uit wantrouwend in de gaten houdt, wanneer meer en meer mensen maskers gaan dragen en het recht in eigen hand nemen, wanneer angst en woede maar blijven woekeren, wanneer raciale conflicten weer vaker met excessief geweld worden afgehandeld en daar nooit fatsoenlijk tegen wordt opgetreden.

De interessante vraag die te midden van dit alles naar boven komt, is hoe we ons moeten verhouden tot mythen zoals de watchmen – en niet te vergeten: tot onze eigen geschiedenis. Of eigenlijk tot de vraag wie het verhaal van die geschiedenis vormgeeft en vertelt, en of we daar misschien ooit iets van kunnen opsteken.


Het eerste seizoen van Watchmen is nu te zien bij HBO