Het reptiel in mij

In het algemeen heb ik niets tegen reptielen, laat staan tegen zoogdieren en al helemaal niets tegen de mens. Maar het feit dat mijn brein een ratjetoe van drie breinen blijkt te zijn, kan ik niet accepteren. Daar waar de anderen hun psychische ongemakken wijten aan een ongelukkige jeugd, ga ik een stapje verder en klaag de evolutie aan.

Mijn reptielebrein zorgt ervoor dat ik onophoudelijk allerlei soorten behoeften wil stillen. Dus ik vreet en ik zuip en ik ga naar de hoeren. De resten van mijn zoogdierbrein zorgen vervolgens voor de emotionele kater en de bijbehorende spijt. Mijn mensenbrein beredeneert tenslotte feilloos, dat ik een lul-de-behanger ben.
Met andere woorden: de mens beschikt over drie motoren - en dat moet fout gaan. Als de een gas wil geven, staat de ander op de rem. Nog anders gezegd: het brein is niet alleen maar verstand!
Vandaar dat het zo moeilijk is de mensheid de gewoonste dingen aan het verstand te brengen. Mijn vrouw, bijvoorbeeld, wil niet begrijpen dat niet ik, maar de reptiel in mij haar blijft bedriegen, dat het zoogdier in mij wel degelijk van haar houdt en de mens in mij diep medelijden heeft. Met ons allebei.