Het revolutionaire veemgericht

Op 21 november 1869 werd in een Moskous park Ivan Ivanov vermoord. Het lid van het ‘Verbond van de Wraak van het Volk’ werd er door zijn kameraden van verdacht een politiespion te zijn. Of was hij het slachtoffer van de paranoia die eigen is aan ieder geheim genootschap? Een queeste met Dostojevski als gids.
JE MOET ER wat moeite voor doen. De metrorit naar het station Timirjazevskaja, in het verre noordwesten van Moskou, is al een hele zit. Dan volgt nog een fikse wandeling over een soort campus naar de landbouwacademie. En daar kom je tot de ontdekking dat het park dat achter het hoofdgebouw ligt, het park waar het allemaal om begonnen is, wegens renovatie is gesloten.

Niks van aantrekken. Je wurmt je door een halfslachtig afgegrendeld hek en loopt op goed geluk door het park naar waar je de vijver vermoedt. Die blijkt niet moeilijk te vinden. En dan, niet ver van het water, zie je haar: de kleine, kunstmatige grot, zojuist gerestaureerd en van nieuwe tegels voorzien. Ze ziet er knus uit, een ideale plek om schaduwrijk te picknicken. Of om in het duister ervan een moord te plegen…
Op de avond van 21 november 1869 drentelen drie mannen onrustig voor de grot heen en weer. Ze spreken niet veel, wisselen hooguit enkele afgebeten zinnen uit. Totdat ze de lang verbeide voetstappen horen naderen. Snel trekken ze zich terug in de donkerste hoek van de grot. Twee gestalten komen behoedzaam binnenschuifelen, Ivanov voorop. Met een schreeuw springt Netsjajev naar voren en werkt Ivanov tegen de grond. Terwijl de anderen de armen en benen van de ongelukkige in bedwang houden, beukt Netsjajev erop los. Dan zet hij zijn handen op de keel van zijn slachtoffer en vermorzelt diens strottehoofd. Vloekend staat Netsjajev op, haalt tot verbijstering van de anderen een revolver tevoorschijn en schiet Ivanov, geheel ten overvloede, nog een kogel door het hoofd.
Terwijl zijn drie handlangers totaal ontzet en trillend van de zenuwen het lijk richting vijver beginnen te slepen, kijkt Netsjajev kalm toe. Onhandig proppen ze de twee klaargelegde stenen onder Ivanovs kleren en rollen het dode lichaam over de rand het water in. Tergend traag zinkt het naar de bodem. Onderwijl spreekt Netsjajev zijn verzenuwde bentgenoten toe: ‘Heren, nu gaan we uiteen. Zonder twijfel moet u dat vrije en trotse gevoel ondervinden dat verbonden is met het vervullen van een vrijwillig aanvaarde plicht. Jullie zijn geroepen een gemeenschap die aan ouderdomszwakte lijdt en door stilstand begint te stinken, te vernieuwen. Jullie hele streven moet er voorlopig op gericht zijn dat alles ineenstort: het rijk en zijn moraal. Overblijven zullen alleen wij, die ons erop hebben voorbereid de macht over te nemen. Er staan ons nog vele duizenden Ivanovs te wachten.’
ALS NETSJAJEV nog even langer had gesproken, zouden ze hebben kunnen zien hoe het lijk alweer langzaam kwam bovendrijven. Nu was het de politie die de volgende dag de levenloze Ivanov uit het water viste. In een van diens zakken troffen ze een kwitantie aan, die regelrecht naar de boekhandel leidde waar de samenzweerders plachten samen te komen. Al snel werd een van de daders ingerekend, die onmiddellijk een volledige bekentenis aflegde, waarin hij Netsjajev als aanstichter en uitvoerder van de moord aanwees. Sergej Netsjajev, zo bekende hij, is de leider van hun revolutionaire cel met de illustere naam 'Verbond van de Wraak van het Volk’; het slachtoffer, de ex-student Ivan Ivanov, was ook lid van het verbond, maar werd er door Netsjajev van verdacht de groep te hebben willen aangeven bij de 'Derde Afdeling’, de tsaristische veiligheidsdienst.
Onmiddellijk vaardigde de politie een arrestatiebevel uit. Maar Netsjajev was er toen al lang vandoor, naar Zwitserland, waar zijn ideologische goeroes en zijn geldschieters zaten. En terwijl zijn kameraden zuchtten in de kerkers van de beruchte Loebjanka-gevangenis, stond Netsjajev al weer in Geneve op de stoep van de revolutionaire oudgedienden Nikolaj Ogarjov en Michail Bakoenin om bij hen geld los te peuteren voor de wederopbouw van de revolutionaire beweging te Moskou.
Was Ivanov werkelijk een spion? Of was hij, zoals sommigen uit zijn directe omgeving beweerden, gewoon de enige die het waagde de ongenaakbare Netsjajev bij tijd en wijle tegen te spreken? We weten het niet. Het enige wat we weten is dat Netsjajev nogal snel was met zijn verdenkingen. Netsjajevs revolutionaire systeem was gebouwd op achterdocht tegen alles en iedereen. Wantrouwen, verdachtmaking en verraad waren de belangrijkste wapens in zijn revolutionaire arsenaal. En niet te vergeten de leugen. Netsjajev was een teugelloze fantast, die zijn goedgelovige mecenassen in West-Europa wijsmaakte dat hij de spin in het web was van honderden ondergrondse cellen in Rusland, terwijl hij het handjevol aanhangers waar hij in werkelijkheid in Rusland over beschikte aan de neus hing dat hij een gigantische internationale beweging vertegenwoordigde, luisterend naar de naam 'Europese Revolutionaire Alliantie’, een spookorganisatie die alleen bestond in de verhitte breinen van Netsjajev en Bakoenin.
En ze trapten er allemaal in. In Rusland maakte hij zijn slachtoffers onder de jonge, snel ontvlambare intellectuelen waar het land altijd zo rijk aan is; en speciaal ontvankelijk waren de dames onder hen, die hij in zijn ban bracht met zijn broeierige blik en zijn totale ondoorgrondelijkheid. In West- Europa waren het de verbannen idealisten uit de jaren veertig, zoals Bakoenin, Ogarjov en Herzen, die hij met zijn fantastische vertellingen om de tuin leidde. Van hen was het alleen Herzen die al snel doorhad met een notoire oplichter van doen te hebben. Hij leefde echter niet lang genoeg om de anderen van zijn oordeel te overtuigen. Zij bleven in Netsjajev geloven, totdat deze een ernstige misstap beging door de vijfentwintigjarige dochter van Herzen, Nathalie, te verleiden met geen andere bedoeling dan om in de erfenis van haar vader te kunnen graaien. Na een regelrechte aanranding, want geen middel was Netsjajev te dol, wees zij hem resoluut de deur en hing ze zijn wangedrag aan de grote klok.
DE AFFAIRE MET Herzens dochter opende eindelijk de ogen van Bakoenin. En dat terwijl hij toch allang beter had kunnen weten. Hij had immers zijn zegen gegeven aan Netsjajevs beruchte Catechismus van de revolutionair, dat met de volgende ijzingwekkende woorden opent: 'Een revolutionair heeft zijn leven aan de dood gewijd. Persoonlijke belangen kent hij niet, noch persoonlijke gevoelens en genegenheden. Niets behoort hem toe, zelfs niet zijn naam. Hij wordt geheel en al beheerst door een en kel doel, een enkele passie: de revolutie.’ De toegewijde revolutionair, zo vervolgt de catechismus, heeft met alle wetten, met iedere moraal gebroken; hij kent slechts een onverbiddelijke wet, die van de totale vernietiging. En die eist van hem dat hij bereid is 'zichzelf te gronde te richten en met eigen hand alles uit de weg te ruimen wat het bereiken van het doel in de weg staat’.
Al is de toon wat scherper, de imperatief wat categorischer, uiteindelijk verwoordt die catechismus precies dat wat Bakoenin al jarenlang zelf had verkondigd. Maar pas toen Netsjajev bereid bleek het credo van de vernietiging ook op zijn eigen mensen, ja zelfs op zijn politieke mentors toe te passen, begon Bakoenin de absurditeit van zijn eigen opvattingen in te zien. De moord op Ivanov was hij nog bereid te verdedigen, de onbeschaamdheid tegenover Herzens dochter zette hem al zwaar aan het denken, maar toen Netsjajev persoonlijke brieven van hem ontvreemdde en hem daar vervolgens mee begon te chanteren, brak bij hem eindelijk het licht door.
Meteen begon hij iedereen in zijn omgeving voor Netsjajev te waarschuwen. Vrienden van hem bij wie hij Netsjajev nota bene hoogstpersoonlijk had aanbevolen, stuurde hij per ommegaande een brandbrief: 'We hebben hier van doen met een man die even meedogenloos is voor zichzelf als voor alle anderen. (…) Hij heeft zichzelf er allengs van overtuigd dat een krachtige en onverwoestbare revolutionaire organisatie gefundeerd moet zijn op de destructieve tactieken van Machiavelli en het totalitaire systeem der jezuieten - geweld is de basis, leugen de ziel. (…) Zodra je hem bij een vriend introduceert, zal hij onmiddellijk beginnen met tweedracht tussen jou en hem te zaaien. Je vriend heeft een vrouw, een dochter; hij zal proberen ze te verleiden, ze zwanger te maken, teneinde ze van de gangbare moraal los te weken en ze tot revolutioniare afkeer van de samenleving aan te zetten. (…) Ik heb er zo'n spijt van hem jou adres te hebben gegeven dat ik je ernstig moet aanraden tijdelijk een ander onderkomen te zoeken, zodat hij je niet weet te vinden.’
EENS TE MEER werd duidelijk dat er een enorme kloof was ontstaan tussen twee generaties Russische opstandelingen: de bedaagd-intellectuele garde van denkers en twijfelaars uit de jaren veertig, die voornamelijk in politieke praatgroepen samenschoolde, en de ronduit terroristische garde uit de jaren zestig, die zich in conspiratieve cellen organiseerde. En niemand was zo goed in staat de diepte van die kloof te peilen als de man die voor zijn deelname aan een van die vroegere praatgroepen eerst ter dood was veroordeeld en toen te elfder ure naar een Siberisch strafkamp was gestuurd, om daar jaren later gelouterd uit terug te keren, geheel overtuigd van de onzinnigheid der revolutionaire drijverij. In een briljante roman, misschien wel de beste maar in ieder geval de meest sardonische politieke afrekening ooit geschreven, maakte hij korte metten met zowel de oude als de nieuwe garde politieke dwarsliggers.
Dramatisch hoogtepunt van die roman is de gebeurtenis die, op het moment dat de schrijver aan het boek werkte, heel Rusland in de ban hield: de kille veemmoord in het Moskouse park op de jonge Ivanov. De verbijsterend koele woorden, vol revolutionair pathos, die Netsjajev na de moord tot zijn handlangers sprak en die hierboven werden aangehaald, stammen dan ook niet uit de werkelijkheid, niet uit een of ander politierapport of ooggetuigeverslag, maar uit de desbetreffende roman: Boze geesten van Fjodor Dostojevski.
Hoezeer de schrijver de revolutionaire ontsporingen van de beide generaties aan het hart ging, blijkt wel uit de moeizame weg die hij aflegde voordat de roman zijn uiteindelijke vorm kreeg. Aanvankelijk zou de hoofdpersoon een van de veertigers zijn, de aan totale politieke en morele verwarring ten prooi gevallen liberaal Stepan Trofimovitsj Verchovenski. Maar na eindeloos ploeteren, herschikken en herschrijven dook een nieuwe hoofdpersoon op, Nikolaj Stavrogin, een typische, zij het nogal depressieve vertegenwoordiger van de heethoofdige zestigers, die door Verchovenski’s zoon Pjotr met listen en lagen tot de revolutie wordt verleid. Om Stavrogin gaat het nu even niet, wel om Verchovenski junior, want die werd door Dostojevski geheel en al gemodelleerd naar de persoon van Sergej Netsjajev.
Dostojevski laat Pjotr Verchovenski een klassiek 'vaders en zonen’-conflict uitvechten met zijn oude heer, een conflict waarin de schrijver de schuld aan Pjotrs politieke extremisme geheel en al in de schoenen schuift van Stepan Trofimovitsj’ liberale lankmoedigheid. Nadat de vaders zich van het traditionele Rusland hadden losgemaakt, gingen de zonen over tot de vernietiging ervan. Dat is de sombere politieke slotsom waartoe Dostojevski in zijn roman komt. Het zijn de veertigers, de 'vaders’, dat wil zeggen de Herzens, de Bakoenins, en niet te vergeten de Toergenjevs, die de Netsjajevs hebben voortgebracht, de 'zonen’ die amok lopen tegen de traditionele orde en op hun weg alles van waarde vernietigen. Ja, vooral Ivan Toergenjev moet het bij Dostojevski ontgelden, de schrijver die in zijn roman Vaders en zonen de onvergeeflijke zonde beging een moreel ontwortelde figuur te scheppen, Bazarov geheten, die al spoedig de held van de Russische jeugd werd en het land met een golf van nihilisme overspoelde. Wie Bazarovs zaait, zal Verchovenski’s oogsten, luidt de niet mis te verstane boodschap van Boze geesten. Vertaald naar de historische realiteit: wie Bakoenins zaait, zal Netsjajevs oogsten.
EN MET ONZE KENNIS van de twintigste-eeuwse geschiedenis kunnen we daar aan toevoegen: wie Marxen zaait, zal Stalins oogsten. Want de moord op Ivanov, door niets anders gemotiveerd dan door conspiratieve paranoia, is het prototype van het revolutionaire veemgericht, het proefmodel voor de moorddadige zuiveringen die later op massale schaal zouden worden uitgevoerd door zulke onversneden Netsjajev-adepten als Lenin en Stalin. Niet voor niets was Boze geesten ten tijde van Stalins grote zuiveringen verboden lectuur. Een man, ooit een overtuigd bolsjeviek, die in die jaren dertig ondanks het verbod toch de hand had weten te leggen op een exemplaar van het boek, herinnert zich: 'Het waren angstaanjagend onthullende avonden. We lazen elkaar “Boze geesten” voor en konden onze oren niet geloven: we wisten het allemaal al, we hadden er allemaal in geloofd, we kenden het maar wat goed uit eigen ervaring. We onderbraken elkaar bij bijna iedere bladzijde: “Hoe is het mogelijk? Hoe kon de schrijver dat allemaal voorzien?” ’
Tja, hoe heeft Dostojevski dat allemaal kunnen voorzien? Zo veel voeling met de jaren-zestiggeneratie had hij nu ook weer niet. Netsjajev en zijn soortgenoten heeft hij nooit persoonlijk ontmoet. Wel had hij een stiefzoon, Pavel Isajev, een nietsnut die weliswaar alle kenmerken van de ontwortelde jeugd vertoonde, maar daar niet dezelfde nihilistische consequenties uit had getrokken als Netsjajev en zijn radikalinski’s. Integendeel, Pavel was een eersteklas klaploper, die toen zijn stiefvader op zijn sterfbed lag, alleen maar kwam opdagen om zijn jaarlijkse toelage veilig te stellen.
Droomde Dostojevski van een zoon die van zijn morele dwaalwegen zou terugkeren naar het oude geloof der vaderen? Die het liberalisme der veertigers en het nihilisme der zestigers zou afzweren om zich in zijn vaders armen te werpen en hem om vergeving te smeken? Hij zou hem die terstond hebben geschonken. Want 'er zijn geen grenzen aan de grootmoedigheid van vaders’, zegt Dostojevski in de roman The Master of Petersburg van de Zuidafrikaanse schrijver J. M. Coetzee.
IN DIE ROMAN probeert Coetzee door te dringen in Dostojevski’s wanhoop over de verloren generatie van zijn zoon. Daarvoor moet hij de werkelijkheid wel enig geweld aandoen. Coetzee laat Dostojevski’s stief zoon onder verdachte omstandigheden om het leven komen en de schrijver een queeste ondernemen naar de ware toedracht. Die queeste brengt hem in contact met Netsjajev, van wiens Verbond van de Wraak van het Volk Pavel, tot Dostojevski’s niet geringe onsteltenis, lid blijkt te zijn geweest.
Is Pavel net als Ivanov door Netsjajev vermoord vanwege vermeende wankelmoedigheid? Of is hij, zoals Netsjajev keer op keer verzekert, door de Derde Afdeling om het leven gebracht? Netsjajev voert de schrijver mee naar de plek des onheils: een oude, vervallen geschutstoren bij de haven van Petersburg. Samen staan ze op de trans, de plek waar Pavel naar beneden is gestort. Geduwd? Door wie dan? Of is Pavel uit vrije wil gesprongen, omdat hij geen uitweg meer zag uit het morele niemandsland waar Netsjajev hem naar had meegelokt? Netsjajev tart Dostojevski, zegt hem dat de waarheid er niet toe doet, dat de revolutie nu eenmaal offers eist. De schrijver durft amper naar beneden te kijken, naar het plaveisel waarop Pavel te pletter sloeg. Hij durft geen blik te werpen in de kloof die hem van zijn stiefzoon scheidt, in de duizelingwekkende afstand tot een verzoening met hem.
Een schrijver wanhopig op zoek naar verzoening met een zoon die aan nihilisme te gronde is gegaan, zo zet Coetzee Dostojevski neer. Waarom? Wat fascineert een schrijver uit Kaapstad zo aan een generatieconflict dat zich meer dan een eeuw geleden en een halve wereld bij hem vandaan heeft afgespeeld?
Coetzee schreef The Master of Petersburg kort nadat zijn homoseksuele zoon zich van het leven had beroofd door van een balkon te springen.
Vaders en zonen, het blijven werelden van onmetelijk verschil.