Het rijk van rijnders (1) toneel

De afdeling dramaturgie van een groot gezelschap heeft onder andere als taak toneelteksten te selecteren. Toen ik het stuk Angst & ellende in het Rijk van Kok van het duo Vleugel/Vorstenbosch twee keer had gelezen, was mijn eerste gedachte: wat zou die afdeling dramaturgie bij Toneelgroep Amsterdam eigenlijk uitvoeren? Hebben ze stront in hun ogen, zitten slapen misschien? Geen idee!? De feiten dan maar. Het stuk snijdt veel, maar in ieder geval vier thema’s aan (‘actuele problemen in de Nederlandse samenleving’ meldt het programmaboek).

  1. Een zestigjarige homoseksueel (Aldo) is bang voor de ‘islamisering’ van Nederland en de gevolgen voor homo’s. Die angst wordt gevoed door zijn werkster, die in Almere woont, en daar ook haar portie xenofobie meekrijgt. 2. Een vroegere vriend van Aldo (Roy) komt tijdelijk bij hem inwonen. Langzaam wordt duidelijk dat deze Roy 'iets’ in kinderporno doet. Daarin speelt het jongetje Gabriël een rol, zoontje van huiseigenaar Driekje de Wilde, kamerlid voor de PvdA. Aldo past vaak op Gabriël - zijn souterrain heet de 'crèche’ van het huis. Roy neemt die rol geleidelijk over en ontvoert de jongen Gabriël uiteindelijk. 3. De oude en bange homo Aldo wordt door een maatje van Roy het ziekenhuis in geslagen, waar hij - in coma? - zijn Grote Schuld bekent in een vlaag van homoseksuele zelfhaat. 4. In de eindsprint van het stuk onthult de PvdA-politica dat ze zelf tot de islam is toegetreden, onder het motto: 'If You Can’t Beat Them, Join Them’. De huishoudster doet mee. Ze was al ontslagen en ruikt een nieuw baantje. Einde. Doek. Dit zijn geen thema’s, dit zijn ideëen. Les één in het handboek voor toneelschrijven leert dat je eigen lievelingen in een tekst moet kunnen schrappen ('kill your darlings’). Hier niks van gemerkt: god, wat hebben die twee schrijvers het met zichzelf getroffen! Les twee voor dat ideëen zelden voedingsbodem zijn voor intrigerend toneel. Deze feiten worden door het duo Vleugel/Vorstenbosch in Angst & ellende in het Rijk van Kok pijnlijk gedemonstreerd. Het stuk is een fragmentatiebom, maar dan zónder ontsteking. De flarden vliegen alle kanten op, ze raken geen enkel doel. Het stuk is een ideëen-pakhuis, gebouwd op drijfijs. Laten we één deel van dit pakhuis proberen te beschrijven: de dreigende 'islamisering’ van Nederland - over tien jaar is vijfentachtig procent van Nederland tot de islam bekeerd, dus fundamentalistisch en dus extreem anti-homo. Er zijn globaal twee mogelijkheden. Een: het duo Vleugel/Vorstenbosch meent dit echt. Dan verdient Guus Vleugel postuum een draai om zijn oren, en Ton Vorstenbosch billekoek. Twee: het duo Vleugel/Vorstenbosch probeert met deze toneeltekst de kwadratuur van dramatische ironie uit. Wij, de toeschouwers, horen de personages racistische taal uitslaan, maar wij, nogmaals: de toeschouwers, moeten voortdurend beseffen dat de schrijvers van dit stuk eigenlijk niet menen wat ze zeggen, want ze willen ons op het spoor van het tegendeel zetten. In dat geval zijn alle teksten - citaat uit de programmabrochure - een poging tot 'een satirisch pamflet’. Wanneer de tweede veronderstelling juist is, hadden de auteurs een écht satirisch pamflet moeten schrijven. En naar de opiniepagina van de krant sturen. Dat bespaart ons, mij, het theaterpubliek, een avond vol ergernis. Ik vrees echter dat optie één de werkelijkheid is: de auteurs menen wat ze zeggen. En precies dát maakt deze onderneming zo pijnlijk, wat heet: smerig, vies, vunzig. Ik wil niet de 'politiek correcte’ recensent spelen, maar ik wil op deze plek wel gesignaleerd zien dat het ongecensureerd braken van politiek incorrecte uitspraken niks, ik herhaal: helemaal niks bijdraagt tot welk debat dan ook. Het is rotzooi. Een slecht beschreven mestvaalt vol beroerd geformuleerde angst & ellende, die nergens vandaan komt en die ook nergens heengaat. Kortom: nep-drama. En dan hebben we het nog niet gehad over de voorstelling zelf. Maar daarover volgende week meer.