Het rijk van rijnders (2)

Vorige week probeerde ik te betogen dat er onder het toneelstuk Angst & ellende in het Rijk van Kok weliswaar een aantal ideëen sluimert, maar het blijven spoken - drama wil het almaar niet worden.

Een van de centrale spoken in dit stuk is de dreiging dat over tien jaar Nederland zal worden bedolven onder het Islamitisch Fundamentalisme. De bijbel, ons nationale handboek voor politiek correct gedrag, zal worden vervangen door de koran. Zelfs politici van sociaal-democratische komaf slaan uit deze ontwikkeling een listig politiek slaatje. Tot zover de korte samenvatting van het voorafgaande. Voor we tot de feitelijke uitvoering van deze theatrale onderneming komen, eerst nog een korte opmerking over de titel van dit stuk. Die verwijst naar Angst en ellende in het Derde Rijk, een collage van scènes die Bertolt Brecht eind jaren dertig in ballingschap schreef over Hitler-Duitsland. Die collage bevat prachtig - en ook nu nog speelbaar - materiaal. De titelverwijzing is pretentieus. Het stuk wil zich meten met een klassieke tekst. Nu zal dat negentig procent van de toeschouwers worst wezen - bijna niemand kent Brechts tekst meer. Desalniettemin zeg ik namens de minderheid van die tien procent: Vleugel & Vorstenbosch, U dient zich diep te schamen om zo'n titel te schofferen. Volgend probleem: is de opeenhoping van scènes in Angst & ellende in het Rijk van Kok ook geregisseerd? Antwoord. Driewerf: neen! Er is sprake van een oude homoseksueel (gespeeld door Kees Hulst). Hij speelt het cliché van een oude homoseksueel. Er is een louche ex-vriend (gespeeld door Hugo Koolschijn). Hij speelt een louche homo, pedofiel en biseksueel. Koolschijn speelt ont-zet-tend louche. Koolschijn schildert rode tulpen rood. Hij heeft nog een maatje, Eddy (vormgegeven door Jasper Boeke). Zijn opkomst is al quasi-griezelig: de eerste tekst van Eddy is: ‘Hallootjes’ - kent U die mensen die in 'het wereldje’ de term 'gezelli’ hanteren, als ze eigenlijk 'gezellig’ bedoelen? Zoiets is het. Dan is er nog de PvdA-politica, mevrouw De Wilde, lid van de Tweede Kamer (Janni Goslinga). Wat had ik een medelijden met die actrice! Ze moest een karikatuur-van-een-karikatuur neerzetten. Hopeloze onderneming. Na een opkomst van vijf minuten was het een bekeken zaak. En toen moest ze nog ruim een uur! En - o, gossie - de Marokkaanse acteur Minoun Oaïssa, als de Derde-Wereld-Verpleger, die de arme oude flikker Aldo ging verzorgen. Hij had van de schrijvers een scène gekregen - ziekenhuis, Aldo in coma geschopt, Kariem - zo heet-ie in het stuk - loopt redderend en kneuterend rond het ziekenhuisbed - waarin hij het een en ander over de moeilijke positie van de moslim-homo’s moest komen vertellen. Bekentenistoneel uit de jaren zeventig. Een tekst die niet te spelen is. Op mijn locale televisiekanaal heeft die arme Oaïssa - mooie naam trouwens, maar ja, 'what’s in a name’? - nog verteld dat-ie zo enorm van de rol heeft genoten. Rol? Hoezo: rol? Wat die jongen te doen krijgt is niet het spelen van een rol, het is de opdracht vier pagina’s tekst op te zeggen. Ik zou het zelfs geweigerd hebben als ik een uitgeprocedeerde Koerd was. Met als argument: dit is geen rol, dit is een snol. Is dit stuk geregisseerd? Zou wel moeten. Nederlands eerste regisseur staat op de affiches. De avond dat ik er was - IJmuiden, vroeg in mei - speelde Gerardjan Rijnders zelf mee - hij viel in voor Hajo Bruins, die op die dag in het huwelijk trad. De artistiek leider in een bijrol. Het hielp niet echt. Hij speelde niet, het was een brief-opbrenger wat-ie liet zien. De mise-en-scène was trouwens ook belazerd. Patronaatstoneel uit de jaren vijftig. Om een beroemde regel uit Gerardjan Rijnders’ tekst Liefhebber te citeren: 'Dat komt maar op/ Dat gaat maar af.’ Nou, zo ging het dus: het kwam maar op, het ging maar af. Waarom, waartoe, waarheen, wat heeft U te melden - toch geen verkeerde socratische vragen - ik had werkelijk geen idee waar ik naar heb zitten kijken. John Lanting had er meer uit gebakken. Mijn eindconclusie is: razernij. Hoe komt het dat het eerste theatergezelschap van Nederland, waar het meeste subsidiegeld in wordt geïnvesteerd, zo'n rotstuk überhaupt op het repertoire neemt? Vraagteken! Wanneer je niet meer weet wat je moet maken, waarom hef je jezelf dan niet op? Waarom doormodderen met goedkope rommel? Ik vond Srebrenica een paar jaar terug (ook al zo'n vreselijke tekst van het duo Vleugel/Vorstenbosch) al een ramp, maar dit is een omgekeerde aardbeving van de omvang negen op de schaal van Richter - een-negende op een schaal van niks. Is er echt niemand meer die de leiding van Toneelgroep Amsterdam tegen zichzelf in bescherming wil nemen? Of ben ik gek aan het worden - ik stik in de socratische vragen - en is deze ver-soap-isering van het Nederlands toneel langzamerhand mode aan het worden? Ik mag het toch waarachtig niet hopen.