MARTIN REINTS, LOPENDE ZAKEN

Het ritme van de gebeurtenissen

Martin Reints, Lopende zaken, € 15,-

Over het water in het kanaal
gaan golven

en aan de manier waarop de golven
over het kanaal gaan
kun je zien dat er een schip voorbij is gekomen

iemand anders staat te luisteren
naar de voortzoevende auto’s en de vrachtwagens
over de weg onder het water door

en iemand anders zit in een geparkeerde auto
te kijken naar de langzame tocht van de wolken

boven het wijde water
en de grazige weiden.

Medium 9789023457220

Flinterdun, vederlicht en schaamteloos oppervlakkig is de poëzie van Martin Reints (1950), en op het eerste gezicht lijkt ze nergens over te gaan. In eerdere bundels, en dat zijn er maar weinig, stonden vaak lange gedichten die luchtig en ongrijpbaar van observatie naar observatie meanderden en de lezer in een zen-achtige staat van ontvankelijkheid brachten, waarbij de vraag wat de gedichten betekenden niet erg relevant leek. Reints’ poëzie drong zich niet op, deed geen ferme uitspraken over de toestand van de wereld, onthield zich van de expressie van allerindividueelste emoties en wekte de indruk losjes gecomponeerd te zijn. Die terloopsheid ging echter gepaard met uiterste precisie. Hoe onbetekenend Reints’ mededelingen ook waren, de formulering was buitengewoon subtiel. Het lezen van de eerste vier bundels had een bevrijdend effect. Er ging een wereld open.
Toen ruim vijf jaar geleden Ballade van de winstwaarschuwing verscheen, stelde die bundel enigszins teleur. Hij miste spankracht en bij de meeste gedichten bleef het wonder uit. Achteraf kan vastgesteld worden dat Reints op zoek was naar een nieuwe vorm, die hij in Lopende zaken gevonden lijkt te hebben. Alle gedichten passen op één pagina, ze zijn bondig en strak gestructureerd, terwijl de lichtheid van het denken is gebleven, niettegenstaande een tamelijk zware thematiek: vrijwel al deze gedichten behelzen een somber memento mori. J.C. Bloem schreef: ‘het is even / Tussen twee stilten luid geweest’. Reints zegt het in Oponthoud zo:

nu u hier bent
weet u nog niet waar u straks zult zijn
en al niet meer waar u eerst was

zolang het duurt

Op het omslag van Lopende zaken staat een houtskooltekening van Katja Stam die geïnterpreteerd zou kunnen worden als een grauw doorkijkje tussen twee berkenstammen, een diffuse ruimte tussen twee onwrikbare mijlpalen. In dat mistig domein tasten wij ons kortstondig een weg, zij het dat nooit valt uit te sluiten dat de wereld aan gene zijde niet noemenswaardig van de onze verschilt:
de wereld aan deze kant van de deur
is dezelfde als de wereld die je binnenstapt
wanneer je door de deur gaat

het land klinkt in, het water stroomt
de rietkraag golft in de mist

Ofschoon de existentiële symboliek er in veel gedichten dik bovenop ligt, zouden we ze tekortdoen door alleen dat aspect te zien, want de stap naar buiten, de tocht naar wat nog open ligt, de stilte na het gesprek representeert ook een mentale en poëticale houding. In het eerste gedicht onderbreekt de dichter zijn werk 'omdat het kennelijk al onderbroken is in je hoofd’, om op te staan, door de gang te lopen en naar buiten te gaan. Dit suggereert dat wat in de bundel staat niet datgene is waaraan de dichter heeft zitten werken. Deze poëzie biedt zicht op een universum buiten de taal. De dichter is geen navelstaarder, maar staat open voor het onverwachte. Tweemaal in de bundel waait er een krant over straat: Reints’ woorden laten zich meevoeren op de wind en maken geen aanspraak op eeuwigheid.
In deze gedichten heeft de tijd geen lineair verloop. De dichter wil 'een rol spelen in de kringlopen’, hij is onderhevig aan 'het ritme van de gebeurtenissen’ en 'het ritme van het ziek zijn en het gezond zijn’. Handelingen en gedachten vertonen een fugatische structuur, waarbij de afzonderlijke stemmen op verschillende momenten inzetten, maar gezamenlijk een polyfone werkelijkheid scheppen. 'Passeren/ en gepasseerd worden,’ noemt Reints het. Werd in het eerste gedicht werk onderbroken omdat het blijkbaar al onderbroken was, elders zien we 'nieuwe agendapunten ontstaan/ terwijl de bespreking van de oude agendapunten nog/ moet beginnen’, en is sprake van een 'plotseling voornemen/ terwijl de uitvoering van het vorige voornemen nog aan de gang is// gebeurtenissen/ gedurende andere gebeurtenissen’. Typerend bij al deze formuleringen is de ogenschijnlijk onhandige herhaling van woorden, die de ritmiek van het bestaan aan het licht brengt. De 'regen, nee de sneeuw, nee de regen’, zegt Reints, en 'het heelal dijt uit, krimpt in en dijt weer uit’.
Ook al benadrukt de dichter het cyclisch karakter van de tijd, hij houdt toch al rekening met de onvermijdelijke afloop: 'ja, en volgens mij zal het voortduren zolang het tot zijn einde wordt gebracht’. Daarom wil hij 'voorbereidingen getroffen hebben/ en lopende zaken tot een einde brengen’.
In Herfstnacht, een van de indrukwekkendste gedichten uit de bundel, gebeurt bijna niets. Het begint te regenen, een regendruppel spat uit elkaar op de waslijn, een andere schampt de vuilnisbak en slaat te pletter op een tegel, weer een andere komt op het blad van een esdoorn terecht en zal 'als het zover is’, tussen het gras verdwijnen, 'op een andere plek dan waar/ straks het esdoornblad gaat landen’. Dit is sublieme vanitas-poëzie. Tien jaar geleden had ik niet kunnen vermoeden dat Martin Reints de J.C. Bloem van de 21ste eeuw zou worden.

MARTIN REINTS
LOPENDE ZAKEN
De Bezige Bij, 40 blz., € 15,-
Bij het aquaduct