Het rode huis van oranje

Verbazing alom toen de koningin Wim Kok als informateur aanwees. En weer kreeg de mythe van de Rode Koningin nieuw leven ingeblazen. Maar is Beatrix niet gewoon een heel goede strateeg?

ZO EENS IN DE vier jaar krijgen de Nederlanders ingepeperd dat ze in wezen nog altijd in een curieus operettelandje leven. Vooral progressief gestemde geesten plegen geirriteerd en afwijzend te reageren als hun wordt voorgehouden dat de monarchie in Nederland nog altijd een niet geringe macht vormt, maar tijdens het mystieke ritueel van de kabinetsinformatie kunnen ook zij er niet omheen.
Het zijn de weken, soms maanden, dat de democratische verworvenheden van een eeuw arbeidersstrijd terzijde worden geschoven en het bestuur van het land zich weer hermetisch achter de paleismuren terugtrekt. In het schimmige rijk van de kabinetsformaties heeft de vorstin het voor het zeggen, en even kan er weer aan de oude grandeur van de werkelijke soevereine macht worden gesnoven. Op het uur U van de democratie, tijdens de geboorteweeen van een nieuw kabinet, is het de koningin die onontwarbare knopen doorhakt. De hoge heren van politiek Den Haag kunnen haar slechts als lakeien terzijde staan. Alle democratische voorspelbaarheid valt weg, parlementaire opzetjes en dito listen sneuvelen, de verbeelding is voor de volle honderd procent aan de macht. Wanneer het informatiespel begonnen is, worden politici gereduceerd tot nietige stervelingen, die slechts kunnen bidden voor hun toekomst.
Hoe verrassend dat kan uitpakken bleek verleden week, toen Beatrix tegen alle adviezen in Wim Kok belastte met het schrijven van een ‘regeerprogramma op hoofdlijnen’. Pal nadat informateur Tjeenk Willink zijn missie had beeindigd met het advies een VVD'er tot zijn opvolger te benoemen, sloeg Beatrix een geheel nieuwe weg in, CDA en VVD in verbijstering achterlatend. De liberalen en christen-democraten hadden zich al verheugd op een rondborstig rechts minderheidskabinet, maar kregen de deksel op de neus.
'Ik vraag me af van welke partij de Oranjes lid zijn, D66 of PvdA’, sneerde een - natuurlijk anonieme - parlementarier van CDA-huize. Een fractiegenoot beschuldigde de vorstin van 'confrontatiepolitiek’. Elco Brinkman wist voor het oog van de camera’s zijn verdriet en teleurstelling niet te verbergen. Openlijk zette hij vraagtekens bij de keuze van de koningin, wat voor een politicus met zijn achtergrond (alle ruzies tussen Abraham Kuyper en Wilhelmina ten spijt) natuurlijk geen pas geeft: het is alsof je Ronald Reagan opeens de vrije markt hoort afvallen, of Hirsch Ballin de onfeilbaarheid van de paus.
Ook Wim Kok zelf bleek totaal verrast door zijn uitverkiezing. Nog nauwelijks bekomen van de schrik daalde hij van de trappen van paleis Huis ten Bosch af, achtervolgd door al even verbaasde verslaggevers. In de Oranje-gezinde Telegraaf kreeg de vorstin er geducht van langs voor haar onbezonnen daad.
DE ALGEHELE CONSTERNATIE is tekenend voor de geheugenzwakte van pers en politiek. Vijf jaar geleden liepen de gemoederen eveneens hoog op over de wijze waarop Beatrix zich in het informatiespel stortte. In augustus 1989 kwam de Nijmeegse hoogleraar parlementaire geschiedenis P.F. Maas in het blad Beleid en Maatschappij met een belangwekkende publikatie over de rol van Beatrix in de kabinetsformatie van 1981, haar eerste grote klus sinds ze de troon besteeg. Geheel tegen de zin van verkiezingswinnaar Van Agt benoemde de vorstin toen de antirevolutionair W.F. de Gaay Fortman tot kabinetsformateur, met het klemmende verzoek te komen tot een CDA-PvdA-kabinet. Van Agts kandidaat voor die functie, Piet Steenkamp, werd rucksichtslos genegeerd. Volgens Maas had Beatrix zich in een later stadium voor deze 'coup’ geexcuseerd tegenover een getergde Van Agt.
Maas, die zijn inlichtingen van Van Agt zelf had verkregen, werd van alle kanten onder vuur genomen vanwege zijn gebrek aan discretie tegenover het staatshoofd. Maar hij zou niet de laatste zijn die een boekje open deed over het politieke stuntwerk van de vorstin. In 1986 verklaarde Beatrix tegenover intimi dat ze het 'jammer’ vond dat de PvdA opnieuw niet tot regeermacht was gekomen. 'In die partij zitten zoveel goede mensen, die mee zouden moeten doen’, zou ze hebben gezegd. In het Vrije Volk meldde een vetrouweling van de koningin: 'Ze voelt zich een beetje de directeur van de BV Nederland en in die functie wil ze de hele onderneming actief mee laten werken. Daarom vindt ze het slecht dat de PvdA zo aan de kant staat.’
Zo ontstond de mythe van Beatrix als 'de rode koningin’, een legende met de hardnekkigheid van die van het monster van Loch Ness. Op geregelde tijden duikt hij op in de media, maar het realiteitsgehalte ervan is nog altijd hoogst discutabel.
Het gedonder begon al in 1976, toen het Amerikaanse weekblad Time onder de kop 'A Pink House of Orange?’ de noodklok luidde over 'de linkse politieke neigingen’ van de kroonprinses en haar echtgenoot. 'Sommige mensen in Nederland zijn er inderdaad bezorgd over dat links pogingen onderneemt om het Huis van Oranje te veranderen in een soort roze huis’, zo wist het blad te melden. Nu was het een verhaal met een hoog gehalte aan journalistieke innovatie (zo wist de correspondent ook te melden dat de Oranje-vijandige journalisten Wim Klinkenberg en Willem Oltmans beiden KGB-agenten waren), maar de toon was gezet. Het verhaal over de progressieve inborst van Beatrix zou een constante worden in alle latere berichtgeving.
Een en ander getuigt van een wel erg benauwde visie op de taak van een eigentijds monarch. Als vorstin staat Beatrix boven het gekijf tussen links en rechts. Zij heeft andere belangen, in de eerste plaats het veiligstellen van de constitutionele monarchie. En dat project is niet gebaat bij een links blok dat in de oppositiebankjes allengs verder aan het radicaliseren slaat.
Het recente tromgeroffel van een jonge PvdA-hond als Rick van der Ploeg, die voorrekende hoe de omvorming van het koninkrijk tot een republiek de belastingbetaler een slordige twee miljard gulden zou schelen, moet pijn hebben gedaan aan de koninklijke trommelvliezen. Met dergelijke 'nieuwe wilden’ in de sociaal-democratische gelederen is het voor Beatrix van groot belang om de rooien met regeermacht aan de borst te drukken. Dat zegt niets over haar private politieke overwegingen; het tekent haar meer als strateeg.
Hetzelfde deed ze ook toen de ontwapeningsbeweging in het Nederland van de jaren tachtig tot een politieke factor van belang werd. If you can’t beat them, join them, moet de monarche hebben gedacht. 'Daar zit bij Beatrix een flinke scheut nuchtere calculatie in’, zei een (weer: anonieme) politicus daarover in NRC Handelsblad. 'De liefhebbers van raketten zitten toch wel in de koninklijke koffer, maar voor de tegenstanders moet een koningin meer moeite doen, dat is ook in het belang van de monarchie zo.’
Nee, er zit geen undercover-socialiste op de Nederlandse troon. Qua karakter staat Beatrix zeer dicht naast haar grootmoeder Wilhelmina, ook al zo'n bovenpolitiek opererende monarche. Beatrix is in allereerste instantie een autrocrate, zoals de Daily Telegraph ooit opmerkte: 'Ze heeft iets van het autoritaire karakter van haar grootmoeder Wilhelmina. Als Beatrix de troon zal overnemen lijkt een ding zeker: het Nederlandse hof zal nieuw en ander leven worden ingeblazen.’
En zo gebeurde het ook. Beatrix stelde er bij haar troonsbestijging prijs op dat de antieke etiquetteregels die haar moeder Juliana had afgeschaft, weer in acht werden genomen. Niks geen 'mevrouw’; voortaan werd er gewoon weer 'majesteit’ gezegd.
Als kroonprinses bleek Beatrix al gevoelig voor dit soort standsverschillen. Toen ze in de jaren vijftig tijdens haar eerste persconferentie - in de Verenigde Staten - verklaarde dat ze recentelijk op een Grieks jacht met veel mede-royalty en grootindustrielen zo had genoten omdat ze er eindelijk tussen 'my own people’ had vertoefd, barstte de egalitaire verontwaardiging los. Er was een lange tekstverklaringssessie van de RVD voor nodig om de brand te blussen.
NAASTEN VAN BEATRIX weten dat ze als kroonprinses vreselijk heeft genoten van een tocht door de Surinaamse binnenlanden in 1958, toen ze door de bosnegers van Albina als een godin werd aanbeden. Een bericht uit Het Parool van dat jaar: 'De bosneger, deze vreemdsoortigste aller Nederlandse onderdanen, heeft nog het oude, onvervalste geloof in het koningschap, dat bij de meeste westerlingen al sinds lang verloren is gegaan. Voor hem is deze jonge prinses reeds met alle macht der goden begaafd om de zieken te genezen, de gezonden ziek te maken en het dorp ongeluk of welvaart te brengen. De koning is nog de grote tovenaar, die ziener of rechter die hij onvoorwaardelijk gehoorzaamt.’
In eigen land heeft de eigengereide houding van Beatrix altijd veel irritatie opgeroepen. De keuze voor Claus von Amsberg als echtgenoot is natuurlijk de meest bekende aanleiding geweest. Voor de toenmalige PvdA-voorzitter G.M.N. Nederhorst was het reden om zeventig partijgenoten per brief in te lichten over het autocratische temperament van de toekomstige vorstin. 'Het koningschap begint in ons land een betwiste zaak te worden’, aldus Nederhorst toen. 'Radio en tv verstoren elke illusie en brengen het vorstenhuis op de begane grond, met de daaraan verbonden vrije kritiek en openlijke discussie. Mijns insziens betekent dit het einde der constitutionele monarchie. Wilhelmina was de laatste vorstin die met ijzeren plichtsbetrachting haar taak heeft vervuld. Juliana lukt dit al minder (affaire-Hofmans) en Beatrix staat volledig vreemd tegenover de harde eisen die het koningschap stelt. Ook aan haar is de twintigste eeuw niet voorbijgegaan, getuige haar opvatting van hetgeen zij als privacy beschouwt. Dat een jong meiske op een Duitser verliefd raakt, kan niemand haar kwalijk nemen. Dat zij als toekomstige draagster van de kroon bij het eerste symptoom van genegenheid die boven vriendschap uitgaat, niet direct contact heeft opgenomen met het Kabinet om zich ervan te vergewissen of het politiek verantwoord was hiermee door te gaan was een fout van de eerste orde.’
Nimmer wenste Beatrix water bij de koninklijke wijn te doen. Bij de jaarlijkse onderhandelingen over de verhoging van de koninklijke wedde stelde ze zich altijd keihard op. Een andere veelgenoemde illustratie van de koninklijke hardnekkigheid is dat Beatrix in 1976, midden in de hoogtijdagen van het Lockheed-schandaal, zonder enige mededeling aan de regering-Den Uyl het regeringsvliegtuig Fellowship vorderde voor een prive- reis met echtgenoot.
En onmogelijk kan worden volgehouden dat Beatrix met haar keuze voor Kok nu echt haar politieke nek uitsteekt. De PvdA heeft de afgelopen decennia toch meermalen bewezen dat ze het Huis van Oranje - als het er werkelijk op aankomt - door dik en dun wil steunen. Op de momenten dat de Nederlandse monarchie werkelijk op wankelen stond, waren het sociaal-democratische premiers die zich als onverschrokken bodyguards voor de koningin opstelden.
Dit monsterverbond van rood en oranje is een tamelijk recente vinding. Ferdinand Domela Nieuwenhuis, de rode dominee, had in 1886 een jaar gevangenisstraf wegens majesteitsschennis gekregen: hij voerde permanent oorlog tegen het huis van Oranje in zijn blad Recht Voor Allen. Twaalf jaar later, toen Wilhelmina meerderjarig werd, weigerde hij in zijn Baarnse woning de vlag uit te hangen, hetgeen hem kwam te staan op een dronken menigte in lynchstemming die klompen door zijn ruiten wierp en de hele nacht voor zijn deur danste.
Hoewel ze later heel wat aan radicaliteit verloren, hielden de socialisten tot de Tweede Wereldoorlog grote afstand van het koningshuis. Op Koninginnedag hield de rode familie de kinderen thuis. Vandaar ook dat Pieter Jelles Troelstra weigerde 'hoera’ te roepen toen premier Heemskerk op 22 december 1908 bekend maakte dat er een geboorte van een koningskind (Juliana) op til was en dat de monarchie voor uitsterven was behoed. Troelstra wees de voorzitter erop dat er 'leden in deze Kamer zijn, die in het zopas medegedeelde geen aanleiding vinden, om zich voor deze demonstratie verantwoordelijk te stellen’. Het was een afgemeten commentaar, maar genoeg om voor grote opschudding te zorgen op de kamerbankjes. 'Dit gaat u stemmen kosten’, riep de liberale parlementarier IJzerman de SDAP-voorman toe.
In november 1918 riep Troelstra de revolutie uit. In Rotterdam hing de rode vlag reeds aan het stadhuis, en zelfs de conservatief-liberale pers, zoals in De Telegraaf, begroette de socialistische machtswisseling instemmende geluiden. In Amsterdam werd Ferdinand Domela Nieuwenhuis, de oude vijand van de Oranjes, tijdens een revolutionaire bijeenkomst in de Diamantbeurs door juichende arbeiders op de schouders genomen.Om het tij te keren organiseerde het Oranjekamp een demonstratieve aanhankelijkheidsbetuiging aan Wilhelmina en Juliana. Voordien zorgvuldig geinstrueerde medewerkers spanden de paarden uit de koets van de koninklijke familie en trokken de koets eigenhandig verder, een ritueel dat op diverse andere plaatsen in het land werd herhaald. Juliana, negen jaar oud, werd bij die gelegenheden als een bezwerende pop voor de ogen van de menigte gezwaaid. De revolutie was gebroken, en Troelstra zou het Wilhelmina nooit vergeven.
EEN ANDERE SOCIALIST, de Tweede- Kamernotulist Willem Drees, knoopte de les juist goed in de oren. Het was onder zijn leiding dat de relatie oranje-rood een stevige werd. De knetterende paleisoorlog tussen Juliana en Bernhard over de rol van Greet Hofmans had makkelijk tot de val van de monarchie kunnen leiden als Drees zich niet zo koningsgezind had getoond. Joop den Uyl verrichtte een soortgelijke dienst met het kanaliseren van de Lockheed-rampspoed. Het was trouwens niet de eerste keer dat Den Uyl het Huis van Oranje met zijn expertise terzijde stond. Zo vertaalde Den Uyl, toen nog medewerker van de Wiardi Beckman- stichting, in 1948 de memoires van Felix Kersten, een oude huisvriend van de Oranjes. Kersten was een Finse manueel therapeut die in de jaren twintig op handen werd gedragen door de creme de la creme van Duitsland. In Nederland werd hij lijfarts van prins Hendrik, zoals hij ook Wilhelmina veelvuldig behandelde. In de oorlog zou Kersten het tot lijfarts van het gevreesde SS-hoofd Heinrich Himmler schoppen, en dat leverde hem na de nederlaag van de Duitsers de beschuldigingen op dat hij een nazi was. Kersten verdedigde zich met het verhaal dat hij in de nabijheid van Himmler vele mensen het leven had gered. Zo zou hij Himmler het plan om het Nederlandse volk naar Polen te deporteren uit het hoofd hebben gepraat. Het Nederlandse koningshuis stelde zich pal achter Kersten op en beloonde hem met een ridderorde.
Den Uyl stak in het voorwoord van zijn vertaling van Kerstens boek (Klerk en beul, Himmler van nabij) ook de loftrompet over de man, die echter een paar jaar later als een ware bedrieger werd ontmaskerd door Loe de Jong. Later achterhaalde brieven van Kersten toonden aan dat hij ook na de oorlog een forse sympathie had voor het nazisme en dat hij op vriendschappelijke voet stond met tal van hoge SS'ers. Kersten maakte van zijn goede relatie met het huis van Oranje gebruik door gratieverlening of strafvermindering te bepleiten voor tal van in Nederland veroordeelde nazi’s. Dat Den Uyl zich indertijd voor Kerstens karretje heeft laten spannen is een minpuntje in zijn carriere. Maar het verklaart wellicht waarom hij een potje kon breken bij het Nederlandse vorstenhuis.
HET HEEFT ER ALLE schijn van dat ook Wim Kok zich als een trouwe premier zal opstellen. Hij borduurt voort op een reeds oud patroon. Discretie en bovenpartijpolitiek regeren liggen de huidige PvdA-voorman zeer goed, zoals al eerder is gebleken. Ongetwijfeld zal hij de innige band die Ruud Lubbers met Beatrix had (onlangs nog bezongen in een lyrisch artikel in Elsevier) moeiteloos kunnen continueren.
Maar de illusie dat hij in wezen een partijgenote tegenover zich heeft, kan hij beter laten varen. Rood en Oranje zijn door de geschiedenis tot elkaar veroordeeld, maar tot een fusie zal het nooit komen.