Het roomse mysterie televisie

Op de verjaardag van ons buurmeisje mocht ik mee naar haar kleuterschool. Enerzijds de verlokking van snoep, anderzijds angst voor vrouwen in zwarte gewaden, met bleke gezichten, gevat in stijve witte rand en zwarte sluier. Het mochten dan geen heksen zijn, zonder mijn moeder durfde ik niet langs hun deur. Geen herinnering rest aan dat bezoek, behalve een bijna naakte man aan de muur, spijkers door handen en voeten, bloed overal - en paniek. Het was de eerste kennismaking met katholicisme; en met een door niets verzachte verbeelding van lijden en wreedheid. Ik zag (net als de Afghaanse zeelui in Elsschots Dwaallicht) wat roomse kinderen, begreep ik later, niet zagen, voor wie dat beeld vanzelfsprekend was als het affiche aan de muur dat hooguit opvalt wanneer het er niet meer hangt. Werelden scheidden ons - die crucifix was daarvan het symbool.

Die vreemde wereld, waar ik toen een glimp van opving, is het object van een grote documentaire-serie bij de KRO: Katholieken in de twintigste eeuw. De eerste aflevering bood meer dan voldoende om ‘in te tekenen’ op de hele reeks. 'Al was het alleen maar vanwege prachtige archiefbeelden’, wilde ik schrijven, maar dat zou het programma te kort doen. De 'talking heads’ daar tussendoor (onder wie Kees Fens en Michel van der Plas - als getuigen gediskwalificeerd door Antoine Bodar, want weliswaar 'kinderen van God zoals wij allen’ maar ook 'oude knarren, levend van hun stelligheid en getuigend van hun gefrustreerdheid’) boden inzichtgevende verklaringen en beschouwingen. De verbindende teksten, van kerkhistoricus Ton van Schaik, zijn helder. Minder enthousiast ben ik over het feit dat ze worden gesproken door Maartje van Weegen - niet vanwege haar persoon, maar omdat ik zelden overtuigd raak van de noodzaak een zichtbare gids in te schakelen die de kijker bij de hand neemt. Wie middelt tussen maker en kijker staat vaak ook enigszins tussen hen in. Wat is er toch tegen 'off-screen’-commentaar? Of moet het prestige dat een bekende presentator aankleeft de kijkcijfers opkrikken? Bodars kritiek verrast niet: wie zich orthodox katholiek noemt, priester is en het adagium 'eeuwig gaat voor ogenblik’ huldigt, zal het negatiefs dat over zijn kerk wordt gezegd al gauw onder 'ogenblik’ scharen. Maar veel van die kritiek was op- en terecht, al golden veel aspecten ervan in meerdere of mindere mate evenzeer de andere zuilen. Een goed historisch project behandelt de verschijnselen in de context van tijd en plaats. Voor een oordeel daarover is één aflevering te weinig. Maar Fens en Van der Plas zou ik nou juist niet gefrustreerd willen noemen. Voor zover ze kritiek uiten richt die zich deels op inhumane aspecten van geloof en kerk (vanuit waarden die ik juist 'eeuwig’ zou willen noemen, als zoiets al zou bestaan) en deels op de modieuze banaliteit die de kerken binnenkwam als reactie op de leegloop. Overigens wordt hun houding juist gekenmerkt door respect voor en heimwee naar die deels verdwenen wereld. Nestgeur uiteraard; de grandioze esthetiek die hun traditie voortbracht; rituelen; zingeving; maar ook het besef dat 'bevrijding’ uit kluisters tegelijk verlies meebrengt. Van der Plas spreekt in dat verband over 'overschatting van heden en toekomst’ en 'veronachtzaming van het verleden’. Aardig dat Van der Plas het wegvallen van de traditie als verklaring voor toenemend egoïsme ziet, terwijl een andere getuige juist die traditie uitgesproken egoïstisch noemt vanwege de uitsluitende gerichtheid om zelf in de hemel te komen. Het programma geeft oorzaken voor de revolutionaire geloofsafval. Tot mijn verbazing ontbrak de geografische mobiliteit. Maar hoeveel verklaringen ook, het blijft raadselachtig dat een haast complete generatie het eeuwenoude geloof van hun vaderen kon afleggen als was het een badjas. + Het allochtoon video circuit. Reportages en documentaires betreffende migranten. De enige plek waar je, pakweg, iets te weten komt over Berbertaal en -geschiedenis (recent twee delen over Abdelkrims Rif-republiek). NPS, zaterdag 17.00 uur, Nederland 3.