Het roze streepje

Haar obsessionele verhouding met J.M. Coetzee en zijn werk zette Kristien Hemmerechts aan tot het schrijven van een spiegelversie van zijn roman In ongenade. Daarin draait ze de rollen, en de seksualiteit, van mannen en vrouwen om.

Het is al jaren duidelijk dat Kristien Hemmerechts een obsessionele verhouding heeft met zowel de persoon John Coetzee als met het werk van deze Nobelprijswinnaar. Zo schreef ze in 2010 in J.M. Coetzee persoon en personage, een bundel artikelen voor de zeventigjarige Coetzee, waaraan ik zelf ook meewerkte, een intrigerend semi-autobiografisch verhaal, over haar ontmoetingen met hem. Eén keer gaf zij een etentje voor hem en zijn vrouw. Dat leek een succes te worden, tot zij hem een bepaalde vraag stelde, die hij onverwacht openhartig beantwoordde. ‘Ze waren allebei van het antwoord geschrokken en het gesprek was gestokt. Kort nadien waren hij en zijn vrouw van tafel opgestaan en naar huis gegaan.’

Waar gingen vraag en antwoord over? Hemmerechts is wel zo kies om dit niet expliciet te vermelden, maar uit de hele context blijkt dat het om agressieve mannelijke seksualiteit draaide. Al in 2010 had zij Coetzee in het pamflet De man, zijn penis en het mes scherp aangevallen vanwege de seksuele gedragingen van David Lurie, de hoofdpersoon uit zijn roman In ongenade. Hierbij gaat ze als vanzelfsprekend uit van de gelijkstelling tussen de auteur en zijn romanpersonage, voor een letterkundige min of meer een doodzonde. Coetzee zou volgens haar te weinig kritisch tegenover zijn personage hebben gestaan, een beschuldiging die ze in een recent interview nog eens overdeed met de opmerking dat ‘hij het eens is met zijn hoofdpersoon’. Waarom Coetzee zich bijvoorbeeld niet eerder uitdrukt in Elizabeth Costello, een oudere schrijfster die hij soms als een soort alter ego gebruikt, maar die Hemmerechts verafschuwt, legt ze niet uit.

Een duidelijke obsessie dus. Hoe ga je daarmee om? Je kunt in therapie gaan, maar als schrijfster er ook een roman aan wijden. Dat heeft Hemmerechts nu gedaan in Alles verandert. Of dit de obsessie heeft opgelost, betwijfel ik, maar het heeft in elk geval een uiterst leesbaar en verrassend verhaal opgeleverd.

Alles verandert is op ingenieuze wijze het parallelverhaal van In ongenade, waarbij de rollen van vrouwen en mannen zijn omgedraaid. Iris Verdonck, de hoofdpersoon, is als literatuurwetenschapper de tegenhanger van David Lurie. Zij geeft in Brussel het college TransSexLit, waarin onderzocht wordt wat er verandert wanneer de rol van mannelijke hoofdpersonen in de literatuur door vrouwen zou worden overgenomen. Geen wonder dat het eerste boek dat zij behandelt In ongenade is. Onverwacht blijkt de omkering ook (literaire) werkelijkheid te worden. Net als Lurie vergrijpt Verdonck zich aan iemand, aan Agnieszka, een Poolse studente die van haar afhankelijk is; ze wordt eveneens aangeklaagd en geschorst. En zoals Lurie zich hierna terugtrekt op het Zuid-Afrikaanse platteland bij zijn dochter Lucy doet Verdonck dat in Vlaanderen bij haar zoon Peter. De omgekeerde parallellie wordt hierna moeilijk. Want terwijl Lucy door drie zwarte mannen wordt verkracht, gebeurt dit met Iris zelf, die door drie zwarte vrouwen, die waarschijnlijk afkomstig zijn uit een naburig asielzoekerscentrum, wordt overweldigd en mishandeld.

Het zou te ver voeren om tot in details te laten zien hoe het verhaal in Alles verandert zich verder ontrolt als de omgekeerde spiegeling van In ongenade. Over het algemeen is het overtuigend, maar soms gaat Hemmerechts te ver. Want terwijl het goed voorstelbaar is dat de blanke Lucy in de Zuid-Afrikaanse context zich ondergeschikt maakt aan de heersende zwarte meerderheid lijkt dit nauwelijks te kunnen opgaan voor Peter die vrijwillig knecht wordt van de Afrikaanse asielzoekers die de lakens gaan uitdelen in Vlaanderen.

Medium in ongenade 11 12 c2 a9 jan versweyveld
Ik vermoed dat Hemmerechts haar obsessie met Coetzee niet van zich af heeft geschreven

Spannend is de in de hele roman volgehouden spiegeling van mannelijke en vrouwelijke seksualiteit. Terwijl Hemmerechts in De man, zijn penis en het mes de agressieve mannelijke benadering van seks nog contrasteert met de veel vriendelijker vrouwelijke variant blijkt uit Alles verandert dat vrouwen ook tot uiterst gewelddadige seksuele handelingen in staat zijn. Het pamflet van Hemmerechts zou gespiegeld kunnen worden als De vrouw, haar vuist en de dildo. Ook al worstelt Iris even met het idee dat ze haar studente verkracht, toch verdwijnt haar vuist in de vagina van Agnieszka. De dildo is alomtegenwoordig in de roman, niet alleen als instrument voor genot, maar ook als wapen. Iris geeft haar veertienjarige zoon zelfs een dildo cadeau om zijn vriendinnetjes er plezier mee te doen. Mannelijke en vrouwelijke seksualiteit blijken zo beide gelijkelijk met agressie en geweld verbonden te zijn. Hemmerechts heeft gelijk dat dit in de romans van Coetzee voortdurend gethematiseerd wordt. Nu ze dat zelf ook doet, gebeurt dit wel op een directere en, als ik mag zeggen, plattere manier dan bij de Nobelprijswinnaar. Bij Coetzee is er sprake van een alles overweldigende oerkracht, die het rationele handelen van zijn personages omvergooit, die altijd mysterieus en ongrijpbaar blijft. Bij Hemmerechts wordt er weinig aan de fantasie en het mysterie overgelaten. Vooral ‘het roze streepje tussen de schaamlippen’ komt in vele variaties terug als Iris aan haar studente denkt.

Ook voor wie In ongenade niet kent is Alles verandert een intrigerende roman, die een aandachtige lezing verdient. Wel vermoed ik dat Hemmerechts hiermee haar obsessie niet van zich af heeft geschreven. Daar heb ik een aantal redenen voor. In een recensie in Trouw merkt Annemarie van Niekerk met recht op dat Iris een kille, jaloerse en agressieve vrouw is. Hoe dat zo gekomen is blijft volgens de recensente in Alles verandert onopgehelderd. Dat lijkt mij niet te kloppen. De Hemmerechts van vroeger komt hier toch bijna onopgemerkt om de hoek kijken, want de man krijgt uiteindelijk de schuld en de vrouw is vooral slachtoffer. De vader van haar kinderen, de goeiige Rinus, van wie Iris gescheiden is, penetreerde haar vaak in haar halve slaap. Ze liet hem begaan, maar beleefde het als een verkrachting. Voor een erg feministisch ingestelde vrouw lijkt mij dit een vreemd gedrag. Kan zij haar partner niet uitleggen wat ze zelf fijn vindt? Ze laat Rinus en andere mannen maar stilzwijgend hun gang gaan.

Wanneer Iris ook stelt dat haar kinderen eigenlijk het product zijn van een verkrachting begrijp je als lezer ook waarom zij zich tegenover hen zo onaangenaam en hard gedraagt. Terwijl David Lurie onhandig maar wel omzichtig met Lucy omgaat, zeurt Iris Verdonck voortdurend over het gedrag en vooral de kleding van haar volwassen zoon. Ze dwingt hem zelfs zijn oude spullen weg te gooien om er netter uit te zien. Peter ergert zich hier mateloos aan. Maar ja, uiteindelijk is Rinus als verkrachter hier kennelijk het meest schuldig aan.

Een tweede reden waarom de obsessie van Hemmerechts met Coetzee volgens mij niet echt is opgelost, vind ik in de inhoud van het TransSexLit-college dat Iris geeft. Het gaat bijvoorbeeld ook over Lolita van Nabokov en Madame Bovary van Flaubert. Maar nergens noemt Iris Verdonck andere boeken van Coetzee waarin dit principe van de seksuele omkering al helemaal uitgewerkt is. In Mr. Foe en Mrs. Barton neemt de vrouw uit de titel volledig de plaats in van de heroïsche Robinson Crusoe van Daniel Defoe, terwijl Elizabeth Costello als schrijfster beroemd is geworden met de feministische roman The House on Eccles Street, waarin de vrouw van Leopold Bloom uit Ulysses van James Joyce het verhaal vertelt. Dit zijn merkwaardige omissies, waarachter zich toch nog een obsessie zou kunnen verschuilen.

Maar misschien vergis ik mij en is de obsessie inderdaad verdwenen. Het antwoord zou kunnen liggen in de opdracht van Alles verandert. Die luidt: voor John M. Coetzee. Bij een opdracht is het een goede gewoonte om de persoon die vermeld wordt hier uitdrukkelijk voor te vragen. Ik vermoed dat Kristien Hemmerechts dit niet heeft gedaan. Maar wanneer dit wél gebeurd is, wanneer Coetzee inderdaad dankbaar is voor dit boek dat aan hem is opgedragen, is er kennelijk niet alleen sprake van een knap verteld, spannend verhaal, maar ook van een beklemmende therapeutische roman.


Beeld: Toneelgroep Amsterdam speelt In ongenade van J.M. Coetzee. Foto Jan Versweyveld