Het rustgevende ritme van de geschiedenis

PHILIP ROTHS roman Operatie Shylock (1993) begint met een beschrijving van een hopeloos gespleten hoofdpersoon - niet toevallig met dezelfde naam als de schrijver - als iemand die met serieuze zelfmoordplannen rondloopt. Waar komen die suicidale neigingen vandaan?

Het antwoord is een ultrakorte verhandeling over chemie, lichaam en geest. ‘Het schijnt dat alle ellende die ik zojuist heb beschreven werd veroorzaakt door de slaappil die ik iedere avond innam, de stof benzodiazepine triazolam, die verkocht wordt onder de naam Halcion, de pil die er de laatste tijd van wordt beschuldigd dat hij over de hele wereld mensen krankzinnig maakt.’

William Styron waarschuwt in Darkness Visible (1990), zijn persoonlijke verslag van een depressie die hem in 1985 overviel, tegen dezelfde Halcion-waanzin, die hem bijna het leven kostte. En evenals Roth is hij verbijsterd over het feit dat hem dit 'rustgevende middel’ werd voorgeschreven jaren nadat het, in elk geval in Nederland, vanwege de rampzalige bijwerkingen verboden was. In zijn indrukwekkende relaas, dat helaas ontsierd wordt door de typisch Amerikaanse gewoonte met Grote Namen te koketteren, signaleert hij dezelfde gespletenheid in zijn persoonlijkheid die Roth in Operatie Shylock literair uitbuit. Styron beschrijft de wanhoop voorbij de wanhoop wanneer hij een tweede ik, dat zich als het ware heeft losgemaakt van zijn gekwelde lichaam en geest, zijn lijdende ego in zijn gang naar totale destructie koel maar nieuwsgierig laat observeren. Hij wil zichzelf wegwissen, hij vernietigt zijn dagboek en probeert een afscheidsbrief te schrijven, wat niet lukt. Styron begrijpt Cesar Pavese’s laatste woorden: 'Een daad. Geen woorden meer. Ik zal nooit meer schrijven.’ Styrons redding komt niet van de taal maar van de muziek. Ten einde raad bekijkt hij, ’s avonds alleen in de woonkamer, een video en hoort de slotklanken van Brahms’ Alt-rhapsodie, die hem een steek in zijn hart bezorgen. De lezer komt later te weten waarom: zijn moeder, die stierf toen Stryon dertien was, was een verdienstelijk zangeres. Haar had hij in gedachten toen hij Brahms hoorde.

Styrons depressie was niet alleen het gevolg van overmatig Halcion-gebruik en het afzweren van de alcohol, maar had ook een genetische oorsprong. Vanaf zijn faulkneriaanse debuut Lie Down in Darkness (1951) zijn alcohol en zelfmoord ('het landschap van de depressie’) niet weg te denken uit zijn romans, met Sophie’s Choice als hoogtepunt. Styrons vader 'streed jarenlang tegen de Gorgo’ en moest tijdens Styrons jongensjaren af en toe worden opgenomen. Styrons ontwijking van de dood, waarna hij zich zeven weken lang in een psychiatrische inrichting liet opnemen, is een verlate hommage aan zijn moeder. Zijn depressie was ondermeer het gevolg van onvoltooide rouw. 'Die verstoring en dat vroege verdriet - de dood of verdwijning van een ouder, vooral de moeder, voor of tijdens de puberteit - duikt in de literatuur over depressies herhaaldelijk op als een trauma dat soms bijna onherstelbare emotionele schade kan berokkenen.’

Tegen die achtergrond heb ik A Tidewater Morning (1993) gelezen, een verhalenbundel die als Dag van de liefde - de titel van het openingsverhaal - in een rammelende Nederlandse vertaling (het Engels klinkt veel te nadrukkelijk door) verscheen. Alle verhalen worden achteraf verteld door een man die de jongen die hij is geweest nauwlettend waarneemt. Waarnemen, dwars door de tijdlagen heen, wordt verwerken. Hoofdpersoon is Paul Whitehirst, een jongen uit de streek Tidewater in de zuidelijke staat Virginia, 'dat oer-Amerikaanse domein waar het land al meer dan een eeuw door de tabaksteelt was uitgeput, braakgelegd en verwoest…’, zoals het tweede verhaal 'Shadrach’, spelend in het 'versleten, troosteloze jaar’ 1935, de streek omschrijft.

IN HET TITELVERHAAL is Whitehurst een twintigjarige marinier op een troepentransportschip die in 1945 betrokken is bij een schijnaanval op Okinawa. Gespeeld verlangen naar erotisch geladen geweld wordt afgewisseld door herinneringen aan een jeugd. Eerder dan door kamikazepiloten wordt de jonge marinier overvallen door melancholie en triestheid. Hobbes’ traktaat Leviathan, waarin de staat een reuzemonster wordt, groeit uit tot een metafoor voor de oorlogzuchtige menselijke natuur. Whitehursts vader werkte mee aan de bouw van oorlogsschepen ('behemoth’). 'Ik weet zeker dat ik uitgerekend door de herinnering aan de wanhoop van mijn vader opeens de meedogenloze kracht besefte waarmee de geschiedenis de mensheid verslindt en terugbrengt tot een verzameling anonieme nummers, waaronder ik.’

In het verhaal 'Shadrach’ speelt de dan tienjarige Paul een bescheiden waarnemersrol. Shadrach is een stokoude ex-slaaf die aan de vooravond van zijn dood na een lange voettocht terugkeert naar de streek waarin hij lijfeigene was. Het wordt een tocht waarin oude en nieuwe slavernij, racisme en profetie op de achtergrond meespelen, maar de essentie van de terugkeer van Shadrach is het hervinden van de vroegere onschuld, los van welke onderdrukkende macht dan ook. 'Shadrach’ is een bijna klassiek zuidelijk verhaal waarin Styron andermaal eer betoont aan zijn meester: William Faulkner.

Het slotverhaal, 'Een ochtend in Tidewater’, is het hoogtepunt van de bundel. Het is 1938. Paul Whitehurst loopt voor een hongerloontje een krantenwijk, Hitler staat op het punt om Praag in te nemen. Maar die wereld vol dreigende oorlogssituaties wordt verdrongen door een andere onherroepelijkheid: de dood van de moeder. Het verhaal is prachtig opgebouwd: het relaas van de zoon die opstaat tegen de man die zijn karige krantenloon betaalt, wordt afgewisseld met cursief gezette fragmenten die dialogen tussen zijn vader en moeder zijn, allerlaatste gesprekken met een ondertoon van ruzie en vertwijfeling. Zoon en vader komen in opstand tegen de monsters die hun leven bedreigen. Voor de vader, die zweert bij Voltaire en Schopenhauer, is dat het geloof, dat niets kan uitrichten tegen de ziekte die zijn vrouw sloopt. De zoon demonstreert zijn machteloosheid tegenover de dood door zijn kranten in de rivier te gooien.

De gespletenheid die Styron in Darkness Visible signaleert, wordt in dit slotverhaal een ruimere blik, een camera die uitzoomt waardoor de oudere man de jongen die hij vroeger was van veraf kan waarnemen en bestuderen. Die jongen meent zijn stervende moeder te horen zingen, een hymne van Brahms: 'Ist auf deinem Psalter,/ Vater der Liebe…’ Als ze zo zingt, blijft ze leven, is zijn gedachte tijdens 'dit bevrijdende moment van uitzinnige vreugde’. Maar het is een illusie, het is een plaat die zijn vader heeft opgezet. De stem is die van Lotte Lehmann, zijn moeders lievelingszangeres.

IN HET SLOTAKKOORD van Styrons verhaal, dat voor mij een directe verwijzing van het reddende moment in Darkness Visible is, vallen binnenwereld en buitenwereld, maar ook vroeger en later, jongen en man, weer samen. De literatuur blijkt voor de oudere Paul Whitehurst, die ik zonder veel reserve het alterego van William Styron noem, een manier 'om aan het ondraaglijke te ontsnappen. Soms kunnen we het wegfantaseren. Ik herinner me dat ik verbijsterd de woorden herhaalde die hij (de vader gb) me voorzei - “Toch zal ik alleen overwinnen!” - terwijl mijn innerlijke stem andere woorden formuleerde om de angst van dat moment te verdringen. Mijn naam is Paul Whitehurst, het is elf september 1938: Praag Verwacht Ultimatum Hitler. Zo, op het rustgevende ritme van de geschiedenis, liet ik mezelf langzaam opstijgen door de hete, dichte schaduwen van het vertrek. En van daaruit, even hoog zwevend als de onsterfelijke componisten, keek ik onaangedaan naar de rouwende vader en de jongen die hij in zijn armen hield.’

Styron weet in dit slotakkoord de duisternis die hij gezien heeft om te zetten in iets wat ik ernstige lichtheid zou willen noemen. Dit slotverhaal is niet aleen een verlate hommage aan zijn moeder, maar vooral een eerbetoon aan de literatuur die het verleden weet te herschrijven tot een draaglijke last.