Deradicalisering door middel van familietherapie

‘Het salafisme is geen organisatie die je kunt uitschakelen’

Theoloog en sociaal werker André Taubert deradicaliseert Hamburgse salafisten en weerhoudt hen ervan naar Syrië te reizen. ‘De veiligheidsdiensten alleen kunnen dit probleem niet oplossen.’

Medium gettyimages 118633737

De winkelstraat tegenover station Hamburg-Altona is exemplarisch voor koopzones in minder chique buitenwijken van Europese grote steden. Betaalbare ketens, wedkantoren en koffietenten bedienen een gemengde clientèle, onder wie veel inwoners met een Migrationshintergrund. Oost-Europeanen, maar ook veel mensen met familiewortels in Turkije, Noord-Afrika of het Midden-Oosten.

Verscholen achter de deur van een onopvallend flatje zetelt een bijzonder adviesbureau: Legato, voor ‘systematisch uitstapadvies’. Doelgroep: radicale moslims. Legato is de nieuwste van een handvol deradicaliseringsposten in Duitsland, dat in tegenstelling tot Frankrijk, België, Nederland, Engeland en Spanje nog geen slachtoffer is geworden van jihadistische terreur. Maar de Bondsrepubliek is zich ervan bewust dat zij net zo goed doelwit is. Sinds begin deze eeuw verijdelden de veiligheidsdiensten ten minste elf aanslagen. Mohammed Atta, aanvoerder van het team dat de aanslagen van 11 september 2001 plande en tot uitvoering bracht, radicaliseerde als student in Hamburg en trof daar de eerste voorbereidingen voor de aanval die de wereldwijde war on terror zou ontketenen.

De radicale islam is sindsdien allerminst uit Hamburg verdwenen. De zevenkoppige organisatie van Legato is dan ook druk sinds ze in juli door de stadstaat in het leven is geroepen om salafisten te deradicaliseren en te voorkomen dat ze naar Syrië reizen. Zo’n honderd gevallen heeft de praktijk in behandeling, ongeveer een vijfde van het totale aantal ‘geweldsbereide’ salafisten dat naar schatting in de Noord-Duitse havenstad leeft. Duitsland telt volgens de autoriteiten zo’n drieduizend moslimradicalen die op internetfora en in chatboxen de gewapende strijd verheerlijken en verklaren mee te willen vechten, wat overigens lang niet altijd betekent dat het ook zo ver komt.

‘Het probleem is hier relatief groot’, zegt Legato-directeur André Taubert, theoloog en sociaal werker, ook wel Religionspädagoge in het Duits. ‘Ongeveer zestig jongeren uit Hamburg zijn in de voorbije jaren naar Syrië gereisd. Dat is vergelijkbaar met de cijfers uit Berlijn, maar die stad is twee keer zo groot.’

Het stadsbestuur van Hamburg besloot Legato op te zetten vanwege goede resultaten van een voorloper in Bremen. Daar begon Taubert in 2012 met een ‘deradicaliseringspraktijk’, gefinancierd door de landelijke overheid. Naar eigen zeggen vertrok geen van de salafisten met wie hij werkte naar Syrië. Bovendien kreeg Taubert een goed beeld van het wereldje en de motieven voor radicalisering. Dat helpt weer om jonge salafisten uit de gevarenzone te halen.

Want hoewel Taubert benadrukt dat veiligheidsdiensten hard nodig zijn om het gevaar van aanslagen te minimaliseren, zeker als het gaat om teruggekeerde Syrië-gangers, is het naar zijn idee ‘absurd’ om te denken dat zij het probleem kunnen oplossen. Net zo min als een oorlog tegen IS dat kan. ‘Het salafisme is geen organisatie die je kunt uitschakelen’, zegt hij. ‘Radicalisering is een proces. Om daar zicht en greep op te krijgen moet je in gesprek met de omgeving. Ook om ervoor te zorgen dat je wordt geïnformeerd als het dreigt echt mis te gaan met iemand.’

Sinds de aanslagen in Parijs staat terreurbestrijding vanzelfsprekend weer volop in de aandacht. Politici vallen over elkaar heen om meer bevoegdheden en personeel te eisen voor veiligheidsdiensten en politie, terwijl een ongemakkelijke militaire alliantie is opgetuigd om IS in het hart te raken op zijn grondgebied in Syrië en Irak. Een strijd dus op twee fronten.

De gronden voor radicalisering zijn vaak doodordinair. Vrijwel altijd blijkt er sprake van persoonlijke crises

Maar die aanpak biedt geen oplossing voor de voortdurende aanwas van jonge, Europese moslimfundamentalisten die de maatschappij waarin ze zijn opgegroeid verwerpen en bedreigen. Ook zijn veiligheidsdiensten en het leger niet de aangewezen partijen om geradicaliseerde jongeren te deradicaliseren en los te weken uit het salafistische wereldje. Ze bestrijden twee verschijningsvormen van IS, namelijk het zogenoemde kalifaat met zijn eigen territoir en de terreurorganisatie, maar hebben geen vat op de derde: de ideologie en haar aantrekkingskracht.

Peter Neumann, directeur van het International Centre for the Study of Radicalization in Londen, waarschuwt daarom al langer dat veel Europese overheden, waaronder de Duitse, een ‘te eendimensionaal’ begrip van veiligheid hebben. ‘Politie, justitie, geheime diensten – dat is veiligheid voor hen’, zei Neumann in een recent interview in Die Welt. ‘Sociaal werkers zijn daarentegen niet volledig te controleren en ze dragen geen uniform.’ Maar juist initiatieven als Legato weerhouden tientallen mensen ervan naar Syrië te reizen, denkt de radicaliseringsexpert, die daarom net als Holger Münch van de Nationale Opsporingsdienst in Duitsland een krachtenbundeling bepleit van veiligheidsdiensten en sociaal werk.

De benadering van Legato verschilt niet wezenlijk van de professionele omgang met andere probleemjongeren. Want de radicale islam mag weinig gemeen hebben met de westerse leefwijze, volgens Taubert zijn de gronden voor radicalisering vaak doodordinair. Vrijwel altijd blijkt er sprake van persoonlijke crises, groot en klein. Een vriendin heeft het uitgemaakt. Of het lukt niet een baan te vinden. Ook zware trauma’s als misbruik of geweld komen regelmatig voor. Taubert: ‘Daar speelt de salafist op in: “Geen wonder dat het niet lukt, want de maatschappij wil jou niet. Maar wij hebben de oplossing.”’

Jonge allochtonen komen gemakkelijk in aanraking met de radicale islam in een stad als Hamburg, waar salafisten regelmatig op straat staan om korans uit te delen en hun boodschap te verkondigen. Bovendien zijn de thema’s ‘moslim in de westerse wereld’ en ‘discriminatie’ volgens Taubert op dit moment zeer veelbesproken op sociale media die voor iedereen toegankelijk zijn, ook voor fundamentalistische predikers.

‘Zelfs voor jongeren die geen enkele binding hebben met het geloof is deze thematiek nooit ver weg’, zegt de pedagoog. ‘Grote delen van de maatschappij zien mensen met een allochtoon uiterlijk nu eenmaal als moslim en die perceptie wordt sterker naarmate de polarisatie toeneemt, bijvoorbeeld door terroristische aanslagen. Dus vroeg of laat stellen zij zichzelf de vraag: ben ik inderdaad moslim en wat betekent dat eigenlijk?’

Als een jongere zich eenmaal voelt aangesproken door het salafisme kan het snel gaan, stelt Taubert. Soms zijn zes weken genoeg om iemand volledig te bekeren. Meestal duurt het zo’n drie maanden. Radicalisering is een zelfversterkend proces: ‘Zo’n jongen schrikt mensen af met zijn radicale ideeën en heeft op zijn beurt het gevoel dat zijn omgeving hem niet meer moet. Het salafistische wereldje is dan al gauw de enige plek waar hij zich geaccepteerd voelt. Hij raakt geïsoleerd.’

Taubert noemt het voorbeeld van een gymnasiummeisje zonder veel vrienden dat na een paar mislukte verkeringen haar toevlucht zocht in de fanatieke islam. De school en haar klas reageerden begrijpelijkerwijs afwijzend. Toen ze vervolgens in niqaab naar de les kwam, werd ze geschorst, dat was immers verboden. Het meisje wist dat dit zou gebeuren want ze kende de regels. Maar ze hield vol dat ze was buitengesloten omdat ze haar geloof wilde belijden en in die lezing werd ze gesteund door haar geloofsgenoten, die daarmee hun greep op haar verstevigden.

Als een jongere zich eenmaal voelt aangesproken door het salafisme, kan het snel gaan. Soms zijn zes weken genoeg

Taubert waakt ervoor jonge salafisten in een slachtofferrol te drukken, of te spreken van hersenspoeling. Als er al sprake is van hersenspoeling, stelt hij, dan doen ze dat zelf. Zij zijn het die complicerende gedachten wegspoelen en kiezen voor de gemakkelijke antwoorden van de radicale islam. Zij zijn het ook die kunnen besluiten om weer los te komen van de salafistische scene en dat in veel gevallen uiteindelijk ook doen, aldus Taubert.

De sleutel daartoe is de familie, zegt hij. Zijn advies geldt door de bank genomen dan ook niet de salafisten zelf als wel bezorgde ouders, broers of docenten. De directe omgeving dus, die bij Legato aan de bel trekt wanneer ze de greep op een radicaliserende verwant verliest en vreest dat hij – of zij in een enkel geval – naar Syrië vertrekt. ‘Vraag een geradicaliseerde moslim waarom hij de westerse maatschappij verafschuwt, en hij zal je de eenvoudige antwoorden geven die het salafisme hem heeft geleerd, namelijk dat hij een goede moslim wil zijn en dat die mogelijkheid hier niet bestaat’, zegt Taubert. ‘Ouders, broers en zussen kunnen vertellen wat er werkelijk aan de radicalisering voorafging.’

Begrip van de aantrekkingskracht van het salafisme is volgens Taubert belangrijk om thuis een einde te maken aan eindeloze confrontaties over geloof en het contact van de omgeving met de salafist beetje bij beetje te herstellen. Komt hij uit zijn isolement, dan wordt een vertrek naar Syrië of in het ergste geval terreur steeds minder verleidelijk.

Deradicalisering door middel van familietherapie dus eigenlijk. In een serie gesprekken met mensen uit de directe omgeving proberen medewerkers van Legato de persoonlijke geschiedenis van de salafist boven tafel te krijgen en duidelijk te maken dat afwijzing en religieuze discussies het probleem alleen maar vergroten. Familieleden moeten inzien dat niet het geloof zelf maar de onderliggende crisis moet worden aangepakt en dat een begripvolle houding, hoe moeilijk ook, de beste manier is om dat te bereiken.

In ongeveer driekwart van de gevallen lukt het familieleden om met hulp van Legato weer greep te krijgen op de salafist, stelt Taubert. ‘Maar verwacht niet dat zo’n jongen na een paar weken zegt dat hij het allemaal verkeerd heeft gezien en de radicale islam volledig afzweert. Vergelijk het met de extreem-linkse activisten van ruim dertig jaar geleden. Ook nadat sommigen het geweld hadden veroordeeld, duurde het vaak tientallen jaren voordat ze konden toegeven dat het gedachtegoed gevaarlijk was.’

Hij ziet meer overeenkomsten met extreem-links uit de jaren zeventig, bijvoorbeeld het element van verzet tegen de ouders. Dat zou verklaren waarom het merendeel van de salafisten geen religieus verleden heeft. ‘Veel extremistische jongeren verwijten hun ouders afvalligen te zijn’, zegt Taubert. ‘Een gematigd islamitische opvoeding blijkt daarom opvallend genoeg een goede preventie.’

De pedagoog erkent dat de benadering van zijn bureau niet in alle gevallen het gewenste effect heeft. Sommige salafisten, zeker zij die terugkeren uit Syrië, zijn daarvoor al te diep in het gewelddadig fundamentalisme verstrikt en te zeer losgezongen van oude vrienden en familie. Wel kunnen sociaal werkers als Taubert veiligheidsdiensten helpen om deze extremisten in het vizier te houden. ‘We hebben een groot netwerk en delen onze informatie met de autoriteiten’, zegt hij. ‘De samenwerking in Hamburg en Bremen is goed.’


Beeld: Salafistische bijeenkomst in Hamburg. Foto Christian Augustin / Getty Images