Samen voor ons eigen

Het ‘samen’ wil niet vlotten

Het motto van het kabinet, ‘Samen werken, samen leven’, stokt op tal van terreinen. Zelfs binnen het kabinet loopt de samenwerking moeizaam. De onrust in de PvdA brengt de stabiliteit van de coalitie in gevaar.

cda, pvda en ChristenUnie bereikten vorige week weliswaar overeenstemming over de begroting, ze worstelen met vier hoofdpijndossiers.

Zo is het ondanks alle mooie woorden over dialoog met de samenleving vooralsnog niet gelukt met de woningbouwcorporaties afspraken te maken over de financiering van de opknapbeurt van de probleemwijken. Het kabinet heeft er nu voor gekozen de corporaties via de vennootschapsbelasting te dwingen mee te betalen. Dat leidde meteen tot het opzeggen van het overleg door de koepel van de corporaties, Aedes. Voor het succes van de wijkaanpak is het kabinet echter afhankelijk van diezelfde corporaties, omdat die de concrete plannen moeten uitvoeren. Het is het klassieke dilemma tussen draagvlak zoeken en de knoop doorhakken.

Politiek gevoeliger ligt het ontslagrecht. Was tijdens de vorige kabinetsperiode op sociaal-economisch terrein de afschaffing van de vut het hete hangijzer, nu is dat de versoepeling van het ontslagrecht. Er is echter één groot verschil: het vorige kabinet was het onderling eens over de noodzaak van de vut-maatregel en drukte deze in hoofdlijnen door toen daar verzet tegen kwam.

Ook dit kabinet loopt aan tegen verzet van de vakbeweging. De dialoog is dus ook op dit punt al mislukt. Als kabinet nu doordrukken is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan: de pvda is onderling verdeeld gebleven over de versoepeling, ook al heeft ze er in het regeerakkoord mee ingestemd. Door het verzet van de vakbeweging barst die interne verdeeldheid weer naar buiten. Dat je tegenwoordig niet meer werkloos zou zijn maar ‘in between jobs’ vindt de ene pvda’er modieus gepraat, de andere vindt die term echter wél passen nu werknemers niet meer veertig jaar bij één baas blijven.

Als het kabinet de versoepeling doorzet, is de vraag hoe de pvda-achterban zal reageren, zeker als het maatschappelijk verzet zich bundelt. Een na de verkiezingen toch al verzwakte pvda die de hete adem van de sp in de nek voelt en een partijvoorzittersstrijd tegemoet gaat die de verschillende stromingen binnen de partij wel eens verder uit elkaar zou kunnen drijven, kan dat mogelijk niet aan.

Het volgende heikele onderwerp is het referendum over het nieuwe EU-verdrag. Het ‘samen’ uit het motto van dit kabinet betekende niet op voorhand dat alle stemgerechtigde Nederlanders opnieuw mogen meebeslissen over de toekomst van Europa. In hun verkiezingsprogramma’s waren het cda en de cu tegen een referendum, de pvda was op papier voor, maar is in wezen verdeeld. De hete aardappel werd tijdens de formatie doorgeschoven naar de Raad van State. Nu het advies van de Raad aanstaande is, voelen de regeringspartijen aankomen dat het adviescollege de vraag of het nieuwe EU-verdrag een referendum vereist niet expliciet zal beantwoorden. Ze zullen er toch zelf over moeten beslissen. pvda-kamerlid Luuk Blom had, tijdens een discussie op de Haagse Uitmarkt, opnieuw een buitenstaander in het vizier die het kabinet uit de brand moet helpen: oppositiepartij vvd. Blom gokt erop dat de liberalen in de Eerste Kamer tegen een referendum zullen stemmen, waardoor er daar geen meerderheid zal zijn. Dat scenario voorkomt dat de interne verdeeldheid binnen de pvda tot problemen leidt, al zei Blom dat er niet expliciet bij.

Het vierde hoofdpijndossier is de militaire missie in Uruzgan. cda- en cu-politici hebben al laten blijken vóór verlenging te zijn. Het heeft het zoeken naar een land dat Nederland volgend jaar augustus wil aflossen in de Afghaanse provincie niet gemakkelijker gemaakt. Zelfs het vinden van een partner die met de Nederlandse militairen wil samenwerken, lukt tot nu toe niet.

De uitlatingen over de verlenging waren voor de binnenlandse politiek bedoeld, want ook op dit dossier is de pvda intern verdeeld. De voorstanders van verlenging vinden dat de Afghanen nu niet in de steek gelaten kunnen worden. De tegenstanders verwijzen naar de expliciete afspraak met het vorige kabinet dat de missie twee jaar zou duren.

Dit voorjaar is de pvda ondanks het zetelverlies toch gaan regeren, omdat – in de woorden van partijleider Wouter Bos – de asielzoekers, huurders, wao’ers, bewoners van de achterstandswijken en het milieu niet kunnen wachten. De pvda zou in de regering kunnen laten zien dat ze ergens voor staat. Maar waarvoor is dat? Nu het over concreet beleid gaat, laaien de meningsverschillen in de pvda op.

Op Prinsjesdag zal de koningin mooie zinnen formuleren over koopkracht, veiligheid en milieu. Maar de werkelijkheid is dat de pvda door de onderlinge verdeeldheid een onzekere schakel is in de coalitie. De kiezer waardeert dat pvda-getob niet. In de peilingen staat de partij op dertien zetels verlies. Bos hoopte dit voorjaar dat angst voor nog meer zetelverlies zijn partij niet zou verlammen. Dat gebeurt ook niet: het vergroot juist de onrust.