Britse verkiezingen: Scottish National Party

Het Schotse onderscheid

Met de buik vol van decennia neoliberaal beleid uit Westminster en met een potentere anglofobie dan ze zelf willen toegeven, maken ook de Schotten zich klaar voor de Britse stembusgang.

De Schotse premier Nicola Sturgeon en Alyn Smith, SNP-kandidaat voor Stirling, voeren campagne. 30 oktober © Jeff J. Mitchell / Getty Images

De slager van Fallin wil niet met me praten. Volgens de sticker op de etalageruit verkoopt hij de beste steak and kidney pies van Schotland, maar zijn winkel in de hoofdstraat van het voormalige mijndorpje is leeg. ‘Ik haat journalisten en ik verscheur m’n stembiljet.’ ‘Waarom?’ krijg ik er nog net uit voordat hij me de deur uitzet: ‘Dunnae get met started – you’re all as bad as each other.’

In de minisuper ernaast is de caissière welwillender. Gaat ze over twee weken stemmen? ‘No way’, zegt ze terwijl ze de krasloten van de klant voor me afrekent. Ze heeft toen ze achttien werd één keer gestemd, maar hield het meteen weer voor gezien: ‘It’s no use, nothing ever changes. I keep myself to myself and get on with it.’

In de zestig jaar dat ze hier woont vertrokken haar twee broers, die vroeger in de mijnen werkten, naar het buitenland. Op zoek naar een beter leven. Want hier is niets, vertelt ze. Ze is blij met haar baan, ze komt ervan rond, maar velen hier hebben het een stuk moeilijker. Ze heeft gelijk: de voedselbank zag hier de afgelopen jaren een flinke toename in klandizie. En tien procent van haar dorpsgenoten gebruikte vorig jaar geld uit de gemeentelijke crisispot voor schrijnende armoede. Een decennium bezuinigingen op de bijstand heeft mensen kopje-onder geduwd.

Hm, denk ik. Is er in Schotland dan niets veranderd sinds ik in 2009 midden in de crash in Glasgow studeerde?

Ik zag het destijds helemaal voor me. Lange regenachtige avonden in knusse kroegen met nieuwe vrienden voor het leven, weekenden lang wandelen in de Highlands, paars gekleurd door de heide, studeren in een van de oudste studentensteden van het Verenigd Koninkrijk. De realiteit overviel me. De aanblik van tienermoeders die ’s ochtends bij de bushalte wodka in hun flesjes cola-light goten, kroop onder mijn huid. In de eerste maand van mijn verblijf sprong een man voor mijn ogen van een viaduct. Dit was misère à la Trainspotting, de klassieker van Irvine Welsh, verfilmd in 1996, waarin een groep jongeren in Edinburgh steeds verder omlaag wordt getrokken door drugs en stedelijke armoede.

Natuurlijk: herinneringen zijn op z’n best selectief, zo niet vertekenend. Maar toch. Elke keer dat ik mijn broertje bezoek, die sinds zijn opleiding aan de toneelacademie in Glasgow woont, zie je dezelfde ellende. Van de 5,5 miljoen Schotten leefden er in 2018 ruim één miljoen onder de armoedegrens, relatief drie keer meer dan in Nederland. Het afgelopen jaar kromp de economie en nam de werkloosheid toe, net als de ongelijkheid in welvaart en in gezondheid: mannen in arme wijken sterven gemiddeld dertien jaar jonger dan in rijkere delen. De oorzaken van dit zogeheten ‘Glasgow-effect’ zijn sociaal-economisch. In vergelijking met Noord-Engelse steden als Manchester en Liverpool komt onder arme Schotten, veelal Glaswegians, weggestopt in slecht onderhouden hoogbouw, zelfmoord en dood door alcoholmisbruik twee keer zo vaak voor. Het aantal drugsdoden ligt er drie keer zo hoog.

Geen wonder, zou je denken, dat de Schotse onafhankelijkheidspartij snp al meer dan tien jaar de grootste is van het land. Is ongelijkheid immers geen vruchtbare grond voor nationalisme? Volgens de laatste peilingen sleept de partij bij de landelijke verkiezingen van volgende week 50 van de 59 Schotse zetels binnen, en de steun voor onafhankelijkheid is historisch hoog.

Toch lijkt de beweging op papier weinig op het regressieve soort nationalisme dat in andere delen van Europa welig tiert. Sterker nog, snp-voorvrouw Nicola Sturgeon zegt niks van het woord ‘nationalisme’ te willen weten, ze vreest verkeerde associaties. ‘We’re the national party, not the nationalist party’, benadrukte ze afgelopen zomer tijdens een interview op het Edinburghse Fringe Festival. Haar snp is progressief: ‘De armoede aanpakken, daar gaat het ons om. We zijn bovendien pro-EU, pro-migratie, en we zijn vooral van plan om eindelijk te breken met het Westminster dat al lang geen Schotse doelen meer dient.’ Heeft ze gelijk? vraag ik me af. Is onafhankelijkheid echt de oplossing voor Schotlands problemen?

‘He who holds Stirling, holds Scotland’, luidt een oud gezegde over het kiesdistrict waar Fallin onder valt. Vroeger gold dat vooral vanwege de strategische ligging van het gebied tussen de Highlands en de Lowlands en de steile, praktisch onneembare rots die boven de omliggende dorpjes uittorent. Talloze veldslagen werden er uitgevochten (ook de Schotse patriot William Wallace versloeg er in 1297 de Britten). Maar ook nu is Stirling als swing district een cruciale zetel.

De kiesregio is niet alleen politiek verdeeld, maar ook emblematisch voor de Schotse ongelijkheid. Aan de ene kant zijn er de relatief rijke forenzenstadjes als Stirling en Dunblane, van oudsher Tory-gebied, aan de andere kant de oude mijngemeenschappen, waaronder Fallin, tegenwoordig terrein van de snp. Volgens gemeentelijke statistieken kent Stirling zowel de meest welvarende als de armste delen van Schotland.

Gevoelsmatig zijn de verschillen gigantisch: in Fallin zijn er de uitgestorven winkels zoals die van de slager, omringd door lage barakken in grijs grindsteen; in Dunblane zijn er drukbezochte boekenwinkels met glas-in-lood-ramen en gezellige cafés. Het uitzicht op de grijze ruggen van de Ochil-bergen lijkt de enige overeenkomst.

Ik ontmoet in Fallin niet alleen de slager en de caissière, maar ook Alyn Smith. De snp-politicus, een jaar of veertig, draagt het moderne Schotse tenue dat je zo vaak ziet: groene waxjas, donkere spijkerbroek, wollen trui, een flesje van de eindeloos populaire Schotse energiedrank Irn Bru in de hand. Smith zetelt nu nog in Brussel, maar moet door de Brexit naar Westminster verkassen. Althans dat hoopt hij, eerst nog even winnen volgende week.

Hoe denkt hij het verdeelde district te gaan winnen? vraag ik Smith terwijl we samen schuilen onder de partytent van het campagneteam in het centrum van het dorp, waar de papieren Schotse vlaggetjes voor de kraam verregenen. ‘Heel simpel’, antwoordt hij, ‘iedereen is hier helemaal klaar met Westminster.’

Ik merk het inderdaad vaker tijdens mijn bezoek: er lijkt een diepe en universele frustratie te heersen over het rechtse ‘Engelse’ Westminster van Boris Johnson dat onherkenbaar is geworden voor het Schotse electoraat.

‘Onafhankelijkheid gaat hier niet over bloed en bodem, of over identiteit en etniciteit. Het Schotse leven gaat over een gevoel van collectiviteit, over voor elkaar zorgen. Over alles wat Westminster tegenwoordig niet meer is’, vervolgt Alyn Smith.

Mannen in arme wijken sterven gemiddeld dertien jaar jonger dan in de rijkere delen

Het is een opmerking die doet denken aan de analyse van Linda Colley, hoogleraar geschiedenis aan Princeton. In Acts of Union and Disunion, een radioserie die ze rond het Schotse onafhankelijkheidsreferendum in 2014 voor de bbcmaakte, legt ze uit hoe het Schotse nationalisme een reactie is op het failliet van Britishness. Door het uiteenvallen van het Britse rijk, waar de Schotten en de Engelsen lange tijd in gelukkige unie van profiteerden, bleef de welvaartsstaat over als laatste anker van een gezamenlijk gevoel van ‘Britsheid’. Jarenlang maakte het niet zoveel uit of er Conservatieve socialisten of sociale Conservatieven aan de macht waren: staatsbedrijven, sterke vakbonden en hoge belastingen, dat was de Britse naoorlogse consensus. Maar daar is nog maar weinig van over. En, zegt Colley, er kwam niets voor in de plaats: de Engelsen namen een afslag naar rechts en de linkse Schotten raakten verweesd.

Smith lijkt de diagnose te onderschrijven. Terwijl we onder een gele snp-paraplu een van de council estates inlopen, voegt hij eraan toe: ‘Eigenlijk zijn er maar twee woorden nodig om te snappen wat er hier aan de hand is: Margaret Thatcher.’ Onder de Britse premier veranderde het Schotland van de jaren tachtig inderdaad drastisch. Behalve de gas-, elektra- en waterbedrijven en de Britse spoorwegen verkocht Thatcher ook de kolenmijnen en de staalindustrie; sectoren waar bijna een derde van de Schotten in werkte, relatief meer dan in andere delen van het VK. Door de privatisering verloor Schotland tussen 1976 en 1987 bijna een derde van zijn industriële capaciteit, honderdduizenden raakten hun baan kwijt. Ondertussen werd de Britse grond naar de markt gebracht. Brett Christophers berekende in zijn boek The New Enclosure: The Appropriation of Public Land in Neoliberal Britain uit 2018 dat waar in 1979 de helft van de Schotse huizenmarkt sociaal verhuurd werd, de helft van Schotland nu in handen is van een kleine vijfhonderd private eigenaren die naar believen de huren opkrikken.

‘De Schotse way of life, het gevoel van gemeenschap in de sociale huurwoningen in mijnstadjes als Fallin, maar ook rondom de scheepswerven op de rivier Clyde in Glasgow: weg was dat alles’, zegt Alyn Smith. Schotse steden herstructureerden zich, commerciële ontwikkeling werd aangemoedigd, voormalige mijngemeenschappen werden weggestopt in geïsoleerde hoogbouwprojecten. Het gevolg: armoede, alcohol, drugs en een hele hoop ellende, kijk Trainspotting er maar op na.

En de Conservatieven? Die kwamen er in Schotland nooit echt bovenop. De Schotse Tories vaardigden in 2014 slechts één parlementslid af naar Westminster. Alleen onder het relatief progressieve leiderschap van de uit de workingclass afkomstige en lesbische Ruth Davidson leefde de partij even op, waaronder in Dunblane. Sinds Davidson eind augustus opstapte, onder andere uit verzet tegen de harde Brexit-koers, keldert de partij weer in de peilingen. (De weerzin tegen Johnson was onder de Schotse Tories zo groot dat ze een stop-Boris-plot beraamden, met de codenaam Operation Arse: ‘We noemden het zo opdat voor iedereen duidelijk was over wie we het hadden’, lichtte een van de muiters toe.)

Ook Labour krijgt voor het neoliberale beleid sinds de Scottish born premiers Gordon Brown en Tony Blair de rekening gepresenteerd. Steeds meer Labour-stemmers kiezen de snpthe Scots are serious about their socialism.

Sinds de decentralisatie en de oprichting van het Schotse parlement in 1998 vaart Schotland waar het kan een koers links van het midden. Waar in Engeland de privatiseringsdrang doordrong tot in het onderwijs – het collegegeld stijgt er gestaag – betalen Schotse studenten nog altijd geen penny. In tegenstelling tot Engeland zijn medicijnen er geheel gratis, net als ouderenzorg.

Maar dat is lang niet genoeg, zegt Smith. ‘Er is nog steeds niet genoeg werk, de crisis van de jaren tachtig is hier nog steeds voelbaar.’ Terwijl de armoede uit de hand loopt en alle 32 districten van Schotland bij de Europese verkiezingen in mei op de linkse snp stemden, schuift Boris Johnson verder op naar rechts. ‘We krijgen in Westminster nooit wat we willen omdat we altijd in de minderheid zijn. Dan is het toch niet meer dan normaal dat wij onafhankelijkheid willen.’

Meer dan de helft van de Schotten stemde in 2016 tegen vertrek uit de EU © Merlin Daleman

Tot zover de klassenstrijd, want een deel van het Schots nationalisme gaat wel degelijk over identiteit. In aanloop naar het referendum van 2014 waren flashmobCeilidhs (Keltische dansfeesten) een vast onderdeel van het pro independence-campagnerepertoire. Uit het niets verzamelden zich op centrale pleinen in Glasgow en Edinburgh grote groepen patriotten voor een traditionele Schotse huppelpas. Maar ook buiten campagnetijd is het raak: wandel op een doordeweekse middag richting Sauchiehall Street in het centrum van Glasgow en je hoort de doedelzakken al van verre. Toen ik afgelopen week door het zakendistrict liep zag ik een groep Keltische centaurs, half Highlander, half bankier. Van boven in keurige jassen en dassen, leren aktetassen in de hand, van onder in kilt en kniekousen. Maar de Schotse identiteit is meer dan volksmuziek en klederdracht.

Een veel gehoord verwijt vanuit het better together-kamp dat in 2014 campagne voerde tegen onafhankelijkheid, is dat de snp en consorten zich te veel beroepen op het ‘Schotse exceptionalisme’. Op het idee van Schotten als oud, nobel volk. Intrinsiek egalitair en hooghartig, beter dan de rest van het VK.

De lezingen over de oorsprong van de Schotse houding lopen uiteen. Volgens sommigen zit het egalitaire diep ingebakken in de volksaard: de Schotse monarchen kwamen hier immers van de mensen, en niet, zoals bij de Engelsen, van God. Anderen leggen het uit als een residu van de achttiende-eeuwse Schotse Verlichting, met haar afkeer tegen een onrechtvaardige en onredelijke autoriteit. Volgens weer een groep is het een reactie op thatcherism: de Schotten zijn vooral tolerant, sociaal-democratisch en civiel en ze zijn bereid om zich af te zetten tegen ‘the wicked witch from the west’, zoals sommigen Thatcher hier noemen. Een combinatie wellicht, wie zal het zeggen. Opvallend, als je er eenmaal op let, is het er zeker.

Scotland’sFuture, het document waar de snp in 2014 het onafhankelijkheidsplan in uitwerkte, is een treffend voorbeeld. De inleiding steekt ronkend van wal met: ‘Ons nationaal verhaal is door de generaties heen gevormd door waarden als compassie, gelijkwaardigheid en een ongeëvenaarde toewijding aan verheffing en educatie. Het is op grond van deze waarden van compassie en gelijkwaardigheid dat wij ons beroepen op het “Schotse onderscheid”.’

Als ik Smith vraag hoe het toch kan dat het Schotse nationalisme ideologisch zo afsteekt tegen xenofobe varianten zegt hij: ‘We zijn uitzonderlijk tolerant en verwelkomend omdat we zelf een volk van migranten zijn, we weten hoe het is om ergens nieuw te zijn.’ Maar ook zegt hij: ‘We zijn gewoon anders.’ Engelse vlaggen zijn griezelig, een symbool van haat en uitsluiting, Schotse vlaggen zijn progressief, legde een Schotse vriend me laatst uit. Neal Ascherson, een beroemde Schotse publicist, omschreef de Schotse nationalistische beweging als een opstaan van de sophisticated Schotten tegen de primitieven in Londen.

Het is een, weliswaar goedaardig, superioriteitsdenken dat ik ook terug hoor bij m’n broertje en zijn arty toneelschoolvrienden. De groep, bestaande uit zangers, schrijvers, muzikanten en acteurs die als ze niet voor gigs naar Londen moeten in Schotse cocktailbars rondhangen, zeggen dat het uncool is om tegen Schotse onafhankelijkheid te zijn. Sowieso geldt: wie jong is kiest onafhankelijkheid, alleen onder 55plus-stemmers was er in 2014 een meerderheid voor de unie.

Maar hoe lang blijft een gevoel van superioriteit, hoe civiel ook, ongevaarlijk? vroeg de zwarte Schotse publicist en feminist Claire Heuchan zich onlangs terecht af in The Guardian. Leidt denken in termen van ‘wij’ en ‘zij’ vroeg of laat niet tot problemen? Sturgeon mag dan zeggen dat ze geen trek heeft in ‘nationalisme’ en dat er voor anti-Engelse gevoelens geen plek is in haar onafhankelijkheidsbeweging, de spandoeken met teksten als ‘England Get Out of Scotland’ zijn toch echt deel van de demonstraties. Pro-onafhankelijkheid-haatblogs zijn er genoeg. Rond het vorige referendum nam het aantal geweldsdelicten van Schotten tegen Engelsen met vier procent toe.

Wandel naar het centrum van Glasgow en je hoort de doedelzakken al van verre

En dan nu, met de buik vol van decennia neoliberaal beleid uit Westminster, en met een potentere anglofobie dan ze zelf willen toegeven, maken de Schotten zich klaar voor een stembusgang. Een stembusgang die niemand behalve Boris Johnson echt wilde, als volgende hoofdstuk in de Brexit-saga. Sturgeon waarschuwt alvast voor ‘de meest rechtse regering die we gedurende mijn leven hebben gehad, waarschijnlijk inclusief de Thatcher-regeringen’. De peilingen geven haar gelijk.

Vraag het een visser in Peterhead, een klein dorpje aan de winderige Schotse noordoostkust, en hij is misschien de EU liever kwijt dan rijk. De groep Schotten die droomt van een VK als onafhankelijke kuststaat, vrij van verstikkende Brusselse wetten, bestaat, maar is een verspreide minderheid. 62 procent van de Schotten stemde in 2016 namelijk tegen vertrek uit de EU, en in geen van de Schotse kiesdistricten was een meerderheid voor leave. Sindsdien veegde Westminster alle Schotse voorstellen voor een compromis in de vorm van een zachte Brexit van tafel. In de gemeenschappelijke markt blijven? Of in de douaneunie dan? – no siree!

De voorkeur van veel Schotten is begrijpelijk: de EU verzachtte de pijn na Thatchers privatiseringen, de structuurfondsen van de EU lapten de werkgelegenheid weer enigszins op. Er werden met Europees geld infrastructuur en nieuwe industrieterreinen aangelegd. Brussel financierde omscholingsprojecten. En niet alleen in de steden, maar ook in de Highlands.

Geen wonder dus dat de snp, die pro-EU is, afgelopen maand ter afsluiting van een driedaags partijcongres haar eerdere zinspelingen op een tweede referendum, ‘Indyref2’, concretiseerde: ‘In 2020 móet er een tweede referendum komen.’ Gaat het deze keer wel lukken?

Dat de Schotten er in 2014 per kleine meerderheid voor kozen om in het VK te blijven, had voor velen te maken met behoud van de status quo. En vooral, o ironie, met het behouden van de voordelen van de gemeenschappelijke markt en andere EU-privileges. ‘Stap uit het VK en we stappen uit de EU’, luidde het belangrijkste argument van de pro-VK-campagne. Een Schotse aanvraag voor EU-lidmaatschap zou jaren duren, en zonder garantie op succes. De toenmalige voorzitter van de Europese Commissie Barroso was geen fan van het idee: een onafhankelijk Schotland lidmaatschap verschaffen zou een precedent scheppen voor Catalonië. Hij zag de chaos zich al ontspinnen.

De Brexit draait de situatie om: bij een nieuw referendum wordt een stem tegen onafhankelijkheid naar alle waarschijnlijkheid een stem vóór vertrek uit de EU, een belangrijke reden dat de steun voor het VK in Schotland afneemt. Hoewel er zorgen bestaan over verstoorde handel met Engeland, de belangrijkste Schotse afzetmarkt, blijkt uit een recente peiling van The Independent dat veel Schotten denken economisch beter af te zullen zijn binnen de EU dan in een post-Brexit-VK. En ook uit Europa klinken positievere geluiden over een Schotse aanvraag – zeker als de Schotten het, in tegenstelling tot de Catalanen, netjes houden en het constitutionele pad bewandelen. Als de Schotten hun onafhankelijkheid rond krijgen voor het einde van de transitieperiode naar een uiteindelijke Brexit-datum, is een aanvraag al helemaal kansrijk, meldden betrouwbare bronnen aan The Guardian.

Een andere significante ontwikkeling is dat na de nederlaag van 2014 de snp als partij enorm groeide. Een week na de uitslag had de partij er vijftigduizend leden bij gekregen en werd daarmee in één klap de derde grootste politieke partij in heel het VK. Twee procent van het Schotse electoraat is lid, een relatief gigantische groep: als je alle leden van alle politieke partijen in Engeland bij elkaar optelt, kom je niet in de buurt. Ook los van de Brexit groeit dus de steun, een trend die sowieso al even gaande was: aan het begin van het decennium was steun voor onafhankelijkheid nog 23 procent, in 2014 45 procent en nu komen de peilingen op 50 procent.

Het enthousiasme voor onafhankelijkheid is voelbaar, bij de bevlogen vrijwilligers bij Alyn Smith’ campagnestand, en toen ik ’s avonds bij mijn broertje en zijn vrienden aan het diner zat in Glasgow. De tv móest aan: Nicola Sturgeon ontmoette namelijk bij bbc’s Question Time haar politieke rivalen. Toen ze haar pleidooi voor een onafhankelijk Schotland besloot met ‘We want to be in charge of our own future’ klonk er aanmoedigend gejoel aan tafel – ik wist niet wat me overkwam. Dit is dus de generatie voor wie ‘Brits’ een hol begrip werd, dit zijn de ‘nieuwe Schotten’.

Nu is de vraag: gaat Westminster Indyref2 goedkeuren? Het vorige referendum werd uitgeschreven onder de voorwaarde dat het een ‘once in a generation event’ zou zijn. Maar volgens Sturgeon is de Brexit dusdanig ingrijpend dat het een nieuwe volksraadpleging legitimeert. Van Johnson kreeg ze vorige maand alvast nul op het rekest – en dat terwijl het de Tory-achterban weinig kan schelen: Lord Ashcroft, een Conservatieve donor, peilde eind oktober dat meer dan driekwart van de Tory-leave-stemmers de Brexit belangrijker vindt dan Schotland in het VK te houden.

Mocht de snp haar zin niet krijgen voor een referendum in 2020, dan zijn de ogen gericht op de Schotse parlementsverkiezingen in 2021. Als de partij dan net zo hoog scoort als bij de Europese verkiezingen in mei, toen ze alle 32 Schotse districten won, zeg dan nog maar eens nee. De Schotse geest gaat niet terug in de fles.

Als de Brexit iets heeft bewezen dan is het dat een referendumuitslag akelig polariserend kan zijn. Kan Schotland een verdeelde referendumuitslag wel goed laten landen? Kunnen de Schotten zonder de koningin en de bbc? Schotland mag onafhankelijkheid zien als een antwoord op de puinhopen van de Brexit, maar een nieuw referendum creëert net zoveel problemen als het oplost, zou je denken. Ook de uiterst moeizame scheiding van de EU baart zorgen: als een relatie van 46 jaar al zo moeilijk te verbreken is, hoe maak je je dan in hemelsnaam los uit een huwelijk dat al 312 jaar duurt?

The _proof__ of the pudding is in the eating,_ ook als het gaat om het waarmaken van de Schotse egalitaire droom. Gerry Hassan, onderzoeker aan de Universiteit van Dundee en schrijver van het boek Caledonian Dreaming, waarschuwt dat de progressieve Schotse consensus, de mythe van egalitarisme, vooral kon bestaan bij de gratie van de neoliberale vijand Engeland. Wat blijft ervan over als die straks wegvalt?

Tot nu toe laat het track record van de snp te wensen over. De geletterdheid onder basisschoolkinderen neemt af, het lerarentekort stijgt. Toen Sturgeon onlangs werd gevraagd om een voorbeeld van snp’s herverdelingsbeleid te noemen, stond ze met haar mond vol tanden – effectieve maatregelen die ongelijkheid en armoede bestrijden, blijven uit, ook binnen de beperkte ruimte die het Schotse parlement daarvoor heeft.

Als ik door het diep verdeelde Stirling en Glasgow loop, denk ik: staat zelffelicitatie kritische zelfreflectie in de weg? Alyn Smith en Nicola Sturgeon mogen dan zeggen dat ze alles anders zouden doen, maar ook hier is men kennelijk in staat om anderen – Engelsen– af te keuren; ook de Schotse bestuurders halen niet alles uit de kast om ongelijkheid in Stirling en Glasgow recht te trekken, en het waren ook Schotse stadsbesturen die ten tijde van Thatcher de arbeiders wegstopten in geïsoleerde woningbouwprojecten.

Toen Ierland in 1926 net een paar jaar onafhankelijk was van het VK, zei de Ierse dichter W.B. Yeats tegen zijn door burgeroolog verscheurde land: nu moet Ierland naar zijn eigen fouten gaan kijken, stoppen met wijzen naar de fouten van de Engelsen. Hij zei: Ierse nationale ijdelheid moet plaats maken voor nationale trots. IJdelheid verdraagt geen zelfkritiek, trots wel. Pas dan is een natie volwassen.

Als de onafhankelijkheid er uiteindelijk komt, zal het externaliseren van problemen en verzet tegen Engeland plaats moeten maken voor daadwerkelijke aanpak van de gigantische sociale ongelijkheid in Schotland.