Nader bekeken

‘Het schrijvershuis’ brengt wisselende televisie over boeken

Medium 16dec tessa de loo   david pefko
Tessa de Loo en David Pefko © NTR Cultura

Hoe ‘doe’ je boeken op de televisie? Niet zoals Sylvana Simons die er ooit te hoog mee greep. Maar zeker ook niet zoals Boudewijn Büch die het bestond een complete serie over Goethe te maken zonder het ooit over de inhoud van ‘s mans werk te hebben, daarmee de titaan uit Weimar terugbrengend tot niet meer dan object van zijn aanstellerige en opdringerige obsessie – even (on)belangrijk als de dodo die hem zo opwond. We hebben het natuurlijk veel beter meegemaakt dan dat: met Hans Gomperts (maar die kennen alleen wij hoogbejaarden nog), met Adriaan van Dis in schrijversinterviews en Michiel Zeeman als leider van een belezen panel. In populaire vorm hebben we het boekenclubje van DWDD, waar veel op wordt afgegeven, omdat het te oppervlakkig is en, net als de top-tienen en boekenprijzen, te weinigen een te grote verkoop bezorgt. Maar mij lijkt aandacht voor het boek door oprechte liefhebbers (want dat zijn ze, naast verkopers) nooit weg, zeker niet in een programma voor breed publiek. Ook al moet het dan snel, sneller, snelst in die hyperactieve formule. De keus van deze winkeliers is trouwens vaak interessanter dan die van de DWDD-redactie en -presentator, gezien de gebruikelijke, overbekende en louter goedgebekte auteurs die daar voor eigen verkoop mogen aanschuiven. En natuurlijk ligt er op zondagochtend onder alles het stevige fundament van VPRO’s Boeken, gesprekken met schrijvers over hun meest recente boek. Eerst door Wim Brands, nu door Jeroen van Kan en Carolina lo Galbo gevoerd. Nu brengt de NTR een nieuw project: Het schrijvershuis. Uit te zenden op NPO Cultura en dat zit niet in ieders basispakket – maar alom wordt ook geschreven over HBO- en Netflix-producties, dus waarom niet een keer over deze Hollandse waar?

Het betreft een heus, landelijk huis, van alle gemakken voorzien. Bijna dan, want David Pefko en Tessa de Loo vonden de keukenuitrusting tijdens het bereiden van hun maaltijd incompleet en Adriaan van Dis, die kokkerelde met Nina Polak, miste een keukenrol. Drank is er juist volop en dat heeft effecten. De opzet: twee schrijvers brengen een namiddag, avond en ontbijt samen door. Hun gesprekken, binnen en rond huis, worden gefilmd en tot een uitzending van bijna veertig minuten geknipt. Er is geen gespreksleider, wel zijn er korte momenten waarin een van de betrokkenen, kennelijk desgevraagd, iets in de camera zegt over hoe zij/hij de ander en het verloop ervaart. In beide tot nu gemaakte uitzendingen gaat het nadrukkelijk om de ontmoeting tussen ‘oud en jong’. Ondertitel: Twee generaties onder een vreemd dak. In het geval van Pefko & De Loo is er volgens Pefko sprake van een kloof. Dat hij kookt lijkt me eigentijds, dat zij daar niet het minste bezwaar tegen heeft ook, dus daar kan het niet aan liggen. Al in een openingsmonoloogje vertelt Tessa dat ze als belangrijk verschil tussen hen ziet dat haar hoofdpersonen ergens voor vechten, terwijl die van hem langzaam afzakken en zich daar niet tegen lijken te verzetten. Een interessante tegenstelling, die literair werk en wellicht wereldbeeld betreft, maar die vervolgens niet meer expliciet aan de orde komt.

In datzelfde proloogje laat ze weten enthousiast te zijn over Pefko’s Daar komen de vliegen maar dat het daarna gelezen Het voorseizoen haar deed slikken. Onappetijtelijk: een dikke, kale, door zijn vrouw verlaten hoofdpersoon met pornoverslaving die verliefd wordt op een hoertje. ‘Daar gaan we weer’, had ze over dat laatste gedacht. Als Pefko gearriveerd is, na in zijn eigen proloog haar boeken ‘een beetje ouderwets, maar in taal modern’ genoemd te hebben, kan het gesprek beginnen. De Loo prijst Vliegen door een vergelijking met Philip Roth te maken, die hij gevleid accepteert. Dan noemt ze haar onbehagen over Het voorseizoen. ‘Dat snap ik’, zegt hij. Maar hij vindt het juist ontzettend mooi dat het boek een compleet beeld van iemand geeft en dat is nu eenmaal lelijk, rauw en vooral schaamtevol. En wat ‘daar gaan we weer’ betreft: dat was precies zijn gevoel bij haar laatste roman Liefde in Pangea naar aanleiding van een ‘borderlinesk’ meisje en zelfmoord. Tessa is verbluft: zelfmoord cliché? Ja, bovendien had hij het boek een Kasteelroman gevonden, maar bij herlezing openbaarde zich juist veel schoonheid, kunde en originaliteit. Zoiets heet geloof ik ‘wisselbaden’ – van ijskoud naar heet – en mensen schijnen daar enorm van op te knappen, maar die indruk krijg je hier toch niet.

David vindt het vervelend dat Tessa een vragenlijstje voor het gesprek heeft gemaakt, maar overigens blijft hij net binnen de grenzen van beleefdheid. Zij doet ook haar best. Als blijkt dat hij, net als een van zijn romanfiguren, een dubbelleven leidde zonder dat zijn toenmalige vriendin dat door had (hij was zogenaamd makelaar, omdat vriendin dat acceptabel vond, maar leefde van handel in schilderijen die ze walgelijk vond), bekritiseert ze David, maar beklaagt hem ook: ‘Je voelde je niet gekend.’ Ze kent niet veel jonge schrijvers en vraagt hem een door de redactie neergezet rijtje portretten aan haar voor te stellen. Hij noemt weinig enthousiast namen (waaronder die van Nina Polak), zegt bij Hanna Bervoets ‘op zich nog wel een prima schrijfster’, brandt Philip Huff af en schoffelt Liza Spit onder. Die schreef het meest overschatte, meest verkochte en minst gelezen boek van vorig jaar. ‘Echt niemand heeft dit gelezen, niet om door te komen. Alleen 160.000 keer gekocht omdat het hip was. Gewoon bagger.’

Tja, ik had bedenkingen bij Het smelt maar het was behoorlijk lelijk, rauw en schaamtevol en, vind ik, geen bagger. Pefko blijkt dan pas op stoom gekomen, kotst op de DWDD- en BN’er-cultuur en kiest als voornaamste object van weerzin en razernij een jonge tv-presentator die een gedichtenbundeltje uitbracht dat prompt zestig- tot zeventigduizend keer verkocht. ‘De Tim Hoffman-kanker’. We moeten niet denken dat hij jaloers is. Dat denken we wel maar tegelijk begrijpen we het als menig serieus auteur wanhopig wordt van matige tot slechte verkoop terwijl troep over de toonbank vliegt. Pefko denkt erover te stoppen en weer de kunsthandel in te gaan. De Loo is zo aardig hem de volgende dag in een afscheidsbriefje te verzoeken dat vooral niet te doen. Maar echt goed komt het tussen die twee niet meer nadat Pefko het bestaan heeft zijn Hoffman-exemplaar in de open haard te verbranden. Waar hij, met kater aan het ontbijt, wat spijt over heeft.

Spektakel dus, maar ik ben weinig over boeken en schrijven en veel over het personage David te weten gekomen. Wiens werk me daardoor niet trekt. Waarmee ik mezelf en hem misschien tekortdoe, want onaangename types hebben prachtboeken geschreven. En wat De Loo vindt van Pefko’s kale man vond de oude garde auteurs en recensenten in de jaren veertig van Frits van Egters. Dat van het aandeel van Tessa de Loo weinig beklijft zal deels door incompatibilité te verklaren zijn, maar valt toch ook wat tegen. Enfin, wie houdt van ongemakkelijke confrontaties kijke.

Wie een waardige, informatieve, soms ontroerende ontmoeting wil zien, bekijke de logeerpartij van Nina Polak en Adriaan van Dis. Ze kenden elkaar niet persoonlijk, wel van geschrifte. Dubbelliefde van Van Dis was voor de jonge Nina van wezenlijk belang. Als Polak afscheidswoorden aan Van Dis schrijft (onderdeel van de programmaformule) en begint met ‘Lieve Adriaan’, dan is dat geen loze aanhef maar gevolg van een intens, openhartig samenzijn en gegroeide wederzijdse sympathie. Ze zijn respectvol over elkaars werk, thematieken, levensdilemma’s. Deels herkennend, deels inlevend. Ze zijn voorzichtig (Polak: ‘Mogen we het over somberheid hebben?’ Van Dis: ‘Eventjes.’ Van Dis: ‘Hoe gaat je nieuwe boek heten?’ en meteen schrikt hij: ‘Als je dat wilt zeggen’), maar juist daardoor ontstaat een sfeer van oprechtheid en openhartigheid: door hem/haar word je niet gekwetst.

Over de zeer persoonlijke, besproken zaken wil ik het hier niet hebben. Behalve dan dat ze door de manier waarop ze gebracht en ontvangen worden nergens het gevoel van ongewenste intimiteiten en voyeurisme bij de kijker wekken. Tussen hen is geen kloof. Wel uiteraard verschil. Van Dis ziet hoe moeilijk het is voor jonge auteurs om aandacht en lezers te krijgen, met als gevolg dat weinigen van schrijven kunnen leven. Polak werkt vier dagen voor De Correspondent en moet lang vrijaf nemen om zich op haar nieuwe roman te concentreren. De meesten van haar collega’s zullen dat herkennen. De vraag is natuurlijk hoe erg dat is, maar Van Dis vindt het betreurenswaardig en wenst haar ten afscheid letterlijke en figuurlijke ruimte voor het échte schrijven.

Van Dis vraagt of Polak met collega’s omgaat. ‘Misschien is dat het leuke van jullie generatie, die solidariteit met elkaar’ (zou hij inmiddels van Pefko gehoord hebben?). ‘Wij macho’s gunden elkaar de roem en het geld niet.’ Polak: ‘Misschien ook uit verzet tegen de vijandigheid van jullie generatie. Wij dachten: zo hoef je niet met elkaar om te gaan. Ik lul maar wat.’ Als het gelul is, dan rust Gods zegen erop, lijkt me. De vriendschap van het jongeschrijfsters-gilde is jaloersmakend. Van Dis en Polak gaan aan de whisky. 'Dappere angsthaas’ Adriaan: ‘Op de durf.’ Nina: ‘Op lef. Op mijn dertiende schreef ik in mijn dagboek dat dat het belangrijkste was. Het is nog steeds niet helemaal tot me doorgedrongen.’ Ik zou zeggen: op Het schrijvershuis – hopend op meer afleveringen. Hoe wisselend van niveau ook.


Het schrijvershuis. NPO Cultura.
Zaterdag 9 december rond 21.30 uur: Adriaan van Dis en Nina Polak.
Zaterdag 16 december rond 21.30 uur: Tessa de Loo en David Pefko.