De politiek voert economisch symboolbeleid

Het schrikbewind van de austerians

Nederland blijft maar bezuinigen terwijl de economie krimpt. Rutte II negeert waarschuwingen en voorstellen van kritische economen. De business case voor meer conducteurs en perronwachten. ‘Deze agenda is zooo 2007.’

Laatst reisde ik met de trein vanuit Zwolle terug naar Amsterdam. De rit verliep comfortabel, probleemloos en in vrijwel totale afzondering. De weinige passagiers kozen hun zitplaatsen op maximale afstand van elkaar. Ook tijdens de overstap in Hilversum verspreidden zij zich over de doodstille en verlaten perrons. Een conducteur vertoonde zich niet, net zo min trouwens als eerder die dag op de heenreis, in een tjokvolle spitstrein. Wel is er cameratoezicht in de treinstellen, zo vertellen de borden met de NS-huisregels in de gangpaden. Het treinpersoneel heeft geen toegang tot de beelden, zo vermeldt de begeleidende tekst. Kennelijk vond iemand dat geruststellend klinken.

Politiek en politici zijn zo dominant aanwezig in het nieuws dat je snel vergeet hoe ver de overheid zich uit de publieke ruimte heeft teruggetrokken, en hoe sterk wij ons gedrag daarop hebben aangepast. Soms passeren er berichten, over een conducteur of treinreiziger die is gemolesteerd zonder dat iemand ingreep. Zou het geen idee zijn, in de week waarin wij massaal de doodgetrapte grensrechter Richard Nieuwenhuizen herdenken, een deel van het verloren terrein te heroveren met meer zichtbaar aanwezige conducteurs en perronwachten? Altijd minstens met z’n tweeën, zodat ze er nooit alleen voorstaan? Fitte vijftigers en zestigers zijn geknipt voor dat werk: geduld, wijsheid en levenservaring helpen in de omgang met lastige passanten. Natuurlijk zouden al die extra NS’ers veel geld kosten. Maar we zouden ook twee vliegen in één klap slaan: én een veiliger en meer gastvrije publieke ruimte, én extra werkgelegenheid. Ook voor de ouderen, die de komende jaren langer zullen moeten doorwerken maar juist steeds moeilijker aan zinvol betaald werk komen.

Het zijn dit soort noties die je mist in het debat over de crisis in Nederland. Maandag stelde De Nederlandsche Bank haar vooruitzichten naar beneden bij. De Nederlandse economie zal dit jaar krimpen met één in plaats van 0,6 procent, en volgend jaar met 0,6 procent, in plaats van de eerder verwachte groei met datzelfde minimale percentage. Groeien doet de economie pas weer in 2014, maar dan zal het bruto binnenlands product volgens dnb nog steeds 1,7 procent lager uitkomen dan in 2008. Nederland presteert daarmee beduidend slechter dan Duitsland, België en Frankrijk, merkt dnb-directeur Job Swank op in NRC Handelsblad. En welke conclusie trekt Swank? Nederland moet ‘alles op alles zetten’ om het begrotingstekort alsnog te reduceren tot de drie procent van het bbp die in de eurozone als maximum geldt, de grens die door alle euro­landen al jaren met voeten wordt getreden. ‘Dat betekent dus extra ombuigen of bezuinigingen naar voren halen.’

Nederland blijft geregeerd worden door austerians. De term is afgeleid van austerity, de Engelse benaming voor een economisch beleid dat op een crisis voornamelijk reageert met sanering van de publieke financiën. In zijn eerder dit jaar verschenen boek End This Depression Now! verbaast de Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar Paul Krugman zich over de moderne herrijzenis van de austerians, ofschoon uitvoerig is komen vast te staan dat hun aanpak de Grote Depressie vanaf 1929 heeft verdiept en verergerd.

vvd, cda, pvda, d66, GroenLinks, ChristenUnie en sgp – ook in Nederland heeft een historisch unieke monstercoalitie van links tot rechts zich op zulk beleid vastgelegd. sp en pvv zijn de enige dissidenten. Het regeerakkoord van Rutte I, het Catshuis-akkoord, het Kunduz-akkoord en het regeerakkoord van Rutte II kozen hoofdzakelijk voor steeds verdere bezuinigingen en – vooral – lastenverzwaringen op de korte termijn, met gelijktijdige veronachtzaming van de noodzakelijke hervormingen die de Nederlandse economie op de lange termijn gezonder moeten maken. Met voorbijgaan aan de adviezen van een groeiend koor van economen en instituten als Centraal Planbureau, Internationaal Monetair Fonds en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.

Tot dat koor behoren Bas Jacobs en Ivo Arnold van de Erasmus Universiteit Rotterdam en Lans Bovenberg van de Universiteit van Tilburg. Rutte II zette eindelijk stappen in de goede richting, zo erkennen zij alle drie. Het nieuwe kabinet sleutelt aan de woningmarkt, de arbeidsmarkt, de pensioenen en de almaar stijgende kosten van de gezondheidszorg. Maar het blijft een politiek van te laat en te weinig. ‘Dit is zooo de agenda van 2007’, verzucht Jacobs. ‘Wij roepen al vijftien jaar dat er in die dossiers knopen moeten worden doorgehakt.’ Arnold stoort zich net als Jacobs aan de eenzijdige focus op het ‘cyclische’ begrotingstekort: ‘Nederland is en blijft financieel een van de meest solide eurostaten. Neem liever maat­regelen die de overheidsfinanciën op de middellange termijn écht sterk verbeteren.’

nederland heeft vooral een ‘balansprobleem’, zo stelden de drie economen in een serie artikelen in hun vakblad ESB, op hun blogs en de opiniepagina’s van de kranten: hoge schulden waar te weinig bezittingen tegenover staan. Onze gezamenlijke hypotheeklast behoort tot de hoogste ter wereld, afgezet tegen de omvang van de bevolking. Oorzaak is de fiscale subsidiëring van het eigen woningbezit via de hypotheekrenteaftrek, die de Britten niet voor niets al in de jaren tachtig geleidelijk afschaften, tijdens een oplopende conjunctuur. Nu de waarde van onze woningen daalt, komen steeds meer hypotheken ‘onder water’ te staan.

Overheden en centrale banken houden de rente extreem laag, in de hoop dat consumenten en bedrijven geld blijven lenen en zo de bestedingen op peil houden. Dat doen zij slechts mondjesmaat en de commerciële banken zijn ook niet bepaald scheutig met goedkope kredieten – die hebben zo hun eigen problemen. Bovendien treft de lage rente particuliere spaarders en pensioenfondsen. Consumenten en pensioenfondsen proberen daarom te ‘ontschulden’, door extra te sparen, af te lossen op hypotheken, pensioenpremies te ver­hogen en pensioenen te verlagen. Dat geld spenderen zij niet, waardoor bedrijven hun omzet zien verminderen en hetzelfde gaan doen: contanten hamsteren in afwachting van betere tijden. Ook de banken delen in de misère. De hypotheken vormen hun grootste balanspost, en die financieren zij met de spaartegoeden van hun klanten. Tussen die twee gaapt een groeiend gat, mede door de lage rente.

Voeg daarbij de steeds strengere kapitaal­eisen aan banken en pensioenfondsen, om een nieuw systeemfalen als in 2008 te voorkomen, en het beeld is compleet: iedereen ontschuldt vooral. ‘Waarom moet de overheid dat dan ook doen?’ vraagt Bas Jacobs zich vertwijfeld af. ‘De koopkracht krimpt voor het vierde jaar achtereen, cumulatief met zo’n vier procent’, constateerde hij eind september in ESB. Dat komt vooral door de lastenverzwaringen onder Rutte, bij elkaar 16,75 miljard euro voor de periode 2011-2013. De bestedingen van Nederlandse consumenten blijven gelijk, terwijl die van de overheid volgend jaar afnemen met 0,75 procent. Ondanks 4,25 procent meer export en 3,25 procent meer investeringen van bedrijven groeit ons bbp daardoor in 2013 slechts ‘met een magere 0,75 procent’, schreef hij toen, voordat dnb haar groeiramingen verder naar beneden bijstelde.

‘Zowel consumenten als bedrijven zijn vooral bezig met het verminderen van hun financiële risico’s’, constateert Arnold. ‘Dan moet de overheid juist zorgen voor een investeringsimpuls.’ Verdere bezuinigingen en lastenverzwaringen werken averechts in zo’n klimaat, als gevolg van wat economen ‘uitverdieneffecten’ noemen. Lagere bestedingen leiden bijvoorbeeld tot lagere belastinginkomsten, die de beoogde opbrengst van de publieke kortingen weer grotendeels tenietdoen. Het Kunduz-akkoord mikte op dertien miljard euro ‘saldoverbetering’ van publieke inkomsten en uitgaven in 2015. Door de uitverdieneffecten bleef daar slechts vijf miljard van over, zo betoogden Jacobs en Bovenberg in ESB van 11 mei.

Rutte II wil vooralsnog niet extra gaan bezuinigen, zoals Swank van dnb adviseert. Maar wat de kritische economen blijven missen is een integrale visie op de Nederlandse economie. Ook dit kabinet toont ‘onvoldoende oog voor het op orde brengen van de finan­ciële architectuur’, stelden Jacobs en Bovenberg begin november op het economenblog ­MeJudice. Tegenover de hoge hypotheekschuld staan veel hogere pensioenbesparingen. Bovenberg en zijn Amsterdamse collega-hoogleraar Arnoud Boot lanceerden een plan om de pensioenfondsen de hypotheken van de banken te laten overnemen, zonder de pensioenen verder aan te tasten. Bas Jacobs behoort tot de ondertekenaars van een economenvoorstel om de Nederlandse woningmarkt weer op gang te brengen, door zowel het eigenwoningbezit als de huurmarkt aan te pakken. De Vereniging Eigen Huis en woningcorporatiekoepel Aedes presenteerden een vergelijkbaar plan. Waarom neemt de politiek die voorstellen niet gewoon over?

Jacobs pleit ervoor met de opbrengst van de afbouw van de hypotheekrenteaftrek de belasting op arbeid te verlagen, zodat bedrijven weer mensen aannemen. Dan dalen de werkloosheid én de WW-uitkeringen, een bezuiniging die wel ten goede komt aan de economie. Rutte II verlaagt de ontslagvergoedingen, en de duur en hoogte van de WW-uitkering. Dat is goed, maar maak ook oudere werknemers minder duur – schaf bijvoorbeeld automatische periodieken af. ‘De loonstructuur is het grootste probleem van de Nederlandse arbeidsmarkt’, vindt Jacobs. ‘De overheid zou de kansen moeten vergroten voor ouderen om werk te vinden.’

Hetzelfde geldt voor de kosten van de gezondheidszorg – het moeilijkste van de grote dossiers, denkt Jacobs. Het kabinetsplan om de hogere inkomens drastisch hogere zorgpremies te laten betalen, sneuvelde op een volksopstand onder de vvd-aanhang. Maar volgens Jacobs is een correctie op de solidariteit in de zorg onvermijdelijk. ‘Solidariteit bestaat bij de gratie van uitsluiting’, zegt hij. ‘Je kunt niet solidair zijn met iedereen. Dan wordt het systeem onbetaalbaar, en brokkelt het politieke draagvlak af.’ Het kabinet zal de burgers moeten leren wennen aan een eigen bijdrage naar draagkracht in de zorgkosten, linksom of rechtsom. ‘Wie meer zelf kan betalen, zal meer moeten betalen. Als de zorgkosten doorgroeien op het huidige niveau maken ze in 2050 27 procent van het bbp uit, tweeënhalf keer zo veel als nu.’

Het dossier dat het meest opzichtig blijft liggen is dat van de banken. Nooit waren bankiers zo impopulair, maar de politiek benut die kans niet. De Verenigde Staten dwongen hun banken fors af te schrijven op toxic assets zoals rommelhypotheken. De eurozone liet dat na. De Nederlandse banken hebben voor tientallen miljarden aan leegstaande kantoren op hun balansen staan. Tot dusver nemen zij hun verliezen niet. ‘De politiek voert te veel symboolbeleid’, vindt Jacobs. ‘Hogere bank- en transactiebelastingen, en een bankierseed. Maar wat moeten we nou met die banken? Zijn ze te groot? Moeten we het zakenbankieren afscheiden van sparen en kredietverlening?’

Ja, concludeerden Engeland en de VS. Beide landen voerden nieuwe wetten in van die strekking. Maandag presenteerden zij het sluitstuk van deze strengere aanpak. Dreigen hun wereldwijd opererende grootbanken ooit opnieuw om te vallen, dan komen hun moederholdings onder curatele van de toezichthouders die zullen zorgen voor een ordelijke liquidatie. De topmanagers zullen dan worden ontslagen en de rekening zal worden verhaald op de aandeel- en obligatiehouders van die banken, niet op overheden en belastingbetalers, zoals in 2008 en 2009 gebeurde.

Sinds maandag zijn multinationale grootbanken niet langer too big to fail. Nooit eerder besloten de belangrijkste bancaire toezichthouders op aarde tot zo’n nauwe samen­werking. De VS en het Verenigd Koninkrijk herbergen twaalf van de 28 global systemically important financial institutions oftewel GSifi’s die de wereld telt. Hun nieuwe aanpak zal daarom vanzelf de maatstaf worden voor het bankentoezicht elders. Nederland hoeft die alleen maar over te nemen. Wat let de austerians? Plannen te over, die ruim baan maken voor nieuwe conducteurs.