HET SCHULDGEVOEL VAN DE DERDE GENERATIE

Ondanks het feit dat tegenwoordig weer vlaggen mogen wapperen in Duitsland en dat steeds meer mensen bij voetbalwedstrijden luidkeels het volkslied meezingen, hebben veel Duitsers nog steeds moeite met een gevoel van trots op het vaderland. Alleen het woord al, vaderland, heeft voor velen nog steeds een beladen, bijna onheilspellende connotatie.
Al vroeg leerden we op school hoe snel het fout kan gaan met die trots. Klassikaal lazen we boeken en keken we naar films over vriendschappen tussen joodse en ‘arische’ kinderen die plotseling niet meer met elkaar mochten spelen, over de aardige joodse buurman die altijd snoep uitdeelde en ineens verdwenen was, over vrienden die uit elkaar groeiden omdat de een naar de Hitlerjugend ging en de ander niet. Iets ouder gingen we gezamenlijk naar Schindler’s List. Popcorn en frisdrank waren uiteraard verboden. We moesten op een waardige manier kijken naar de gruweldaden, het leed en de misdrijven die in de film getoond werden.
Eén opdracht op school is me het meest bijgebleven: vraag aan je grootouders wat zij hebben gedaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Met beklemd gemoed vertelde mijn oma dat ze het bij de BDM (de Hitlerjugend voor meisjes) eigenlijk ontzettend naar haar zin had gehad, dat ze graag het Horst-Wessel-lied zong en dat er natuurlijk een foto van Hitler in de woonkamer hing. Ineens kwam het Duitse verleden heel dichtbij. Ik schaamde me. Voor de ‘domheid’ van mijn oma, voor het feit dat mijn familie ook gewoon de andere kant heeft opgekeken en uiteindelijk voor het hele Duitse volk.
De generatie van mijn ouders had deze ervaring al veel eerder. Het heeft lang geduurd totdat mijn vader met zijn eigen vader, die bij de Wehrmacht had gezeten, vrede kon sluiten. Het onbegrip en waarschijnlijk ook de schaamte voor de eigen ouders waren te groot.
Maar ook mijn generatie heeft dit schaamtegevoel nog collectief meegekregen. Op school leerden we ons eigen volk kennen als een volk van daders. Ook wie niet actief had meegevochten was juist door zijn passiviteit medeplichtig aan de wandaden. We waren jaloers op die ene klasgenoot die een verzetsstrijder in zijn familie had. Allemaal bereikten we het punt waarop het verleden van de eigen familie niet meer te scheiden was van het gezamenlijke Duitse verleden uit de geschiedenisles.
Soms lijkt het dat hoe meer je weet, hoe groter het gevoel van schuld en schaamte is. En we wílden alles weten. Juist omdat dit verleden voor ons, voor mijn generatie, al veel meer tot de geschiedenis behoorde dan voor onze ouders. Maar schuld- en schaamtegevoel zijn ook diep verankerd in ons bewustzijn en onze relatie met het vaderland.

GEBOREN IN DUITSLAND IN 1983