Het was al geen lekker jaar voor Shell: de lockdown deed de vraag naar brandstoffen instorten, aandeelhouders zagen hun dividend verdampen, Nigeriaanse boeren dwongen een schadevergoeding af wegens lekkende pijpleidingen, op de dag van de aandeelhoudersvergadering publiceerde het Internationaal Energie Agentschap een rapport dat stelt dat het klaar moet zijn met het aanboren van nieuwe olievelden, en nu oordeelde de rechtbank in Den Haag ook nog eens dat de energiemaatschappij zich te houden heeft aan het klimaatakkoord van Parijs en daarom haar CO2-uitstoot sneller moet verminderen dan het concern zelf van plan was. Het is dat hij een vorstelijk salaris ontvangt, anders zou je bijna medelijden krijgen met topman Ben van Beurden.

De Haagse rechter leek zich bewust van het gewicht van haar woorden. De hele wereldpers keek mee en er was direct een Engelse vertaling van het vonnis beschikbaar. In de bestuurskamers van andere multinationals zal dat document nauwgezet bestudeerd worden. Ze zullen lezen dat deze uitspraak bevestigt wat een groeiende groep juristen al langer betoogt: wie te weinig doet aan het tegengaan van klimaatverandering brengt mensenrechten in gevaar. Dat geldt voor overheden en dat geldt ook voor bedrijven.

De verweren van Shell veegde de rechtbank grotendeels van tafel. De oliemaatschappij kan zich niet langer verschuilen achter de consument, want het is simpelweg niet voldoende om de maatschappelijke ontwikkelingen te volgen, oordeelde de rechter. Er moet meer gebeuren. Het internationale concern heeft een ‘enorme CO2-uitstoot’, groter dan die van menig land (inclusief Nederland), en dat brengt verplichtingen met zich mee. De verplichting om de CO2-uitstoot in 2030 te verminderen met netto 45 procent ten opzichte van 2019, om precies te zijn.

‘Dit is een dubbele overwinning’, zei Roger Cox – dezelfde advocaat die verantwoordelijk was voor de even baanbrekende Urgenda-zaak – na afloop van de zitting. Deze uitspraak heeft namelijk niet alleen gevolgen voor Shell, maar voor grootvervuilers overal ter wereld. Het argument dat nog viezere concurrenten het gat opvullen als Shell te ver op de troepen vooruit zou lopen, vond de rechter niet overtuigend: ook andere landen en bedrijven hebben een verplichting om de klimaatdoelen van Parijs te halen.

De hoofdroute naar verandering is en blijft strenger ­klimaatbeleid

Milieudefensie-directeur Donald Pols vindt het nog ‘te vroeg’ om te speculeren over nieuwe rechtszaken. Liever gaat hij eerst in gesprek, maar als dat niets uithaalt, sluit hij een gang naar de rechter zeker niet uit. In de nieuwe Groene vindt Pols een lijst met bedrijven bij wie hij als eerste op de koffie kan. Onderzoeksjournalisten Luuk Sengers en Evert de Vos brachten de grootste vervuilers van Europa in kaart. ‘Slechts honderd bedrijven zijn verantwoordelijk voor driekwart van de broeikasgassen die de industrie in Europa in de atmosfeer brengt’, concluderen zij. Boven aan de lijst staat staalproducent ArcelorMittal, gevolgd door twee cementmakers. Shell staat op plek zeven.

Een rechtszaak is een uiterste redmiddel en een traag proces (Shell heeft al gezegd een hoger beroep te overwegen) en daarom zijn er andere middelen nodig om vervuilers tot verandering te dwingen. Door als groene aandeelhouders de druk op te voeren, bijvoorbeeld. Dat probeert Mark van Baal met zijn initiatief Follow This. In 2016 diende hij voor het eerst een motie in die Shell tot snellere verduurzaming moest aansporen en ontving 2,7 procent van de stemmen. Bij de afgelopen aandeelhoudersvergadering was die steun gegroeid tot dertig procent. Bij de Amerikaanse oliemaatschappijen ConocoPhillips, Phillips66 en Chevron wist Follow This zelfs een meerderheid van de aandeelhouders achter zich te krijgen. In de kern is hun boodschap dezelfde als die van de Nederlandse rechter: olieconcerns moeten hun beleid in overeenstemming brengen met de klimaatdoelen van Parijs.

Ook bij Exxon, nummer vier op de lijst van Europese vervuilers, grepen activistische aandeelhouders de macht. Op de dag van het Shell-vonnis werden twee kandidaten van beleggingsfonds Engine No. 1 verkozen in de tienkoppige raad van bestuur. Engine No. 1 is geen milieuclub, maar een commerciële investeerder die begrijpt dat het ook uit financieel oogpunt verstandig is om van koers te veranderen. De huidige directie heeft in hun ogen ‘geen overtuigend plan om de mondiale transitie naar schone energiebronnen te overleven’.

Maar de belangrijkste route naar verandering is en blijft strenger klimaatbeleid. En daaraan heeft het tot nu toe ontbroken, tonen Sengers en De Vos. Het is aan de politiek te wijten dat de Europese industrie jarenlang gratis uitstootrechten kreeg, waardoor veel bedrijven niet betaalden voor maar verdienden aan hun vervuiling. Het goede nieuws is dat de Europese Commissie het emissiehandelssysteem (ets) wil aanscherpen. Maar het slechte nieuws is dat ‘niemand met verstand van zaken nog denkt dat het ets voldoende is’, aldus energie-expert Oliver Sartor.

Informateur Mariëtte Hamer ontving onlangs een brief van de ‘social tipping points-coalitie’. Zoals het klimaatsysteem kantelpunten kent die de opwarming versnellen, zo bestaan er ook maatschappelijke kantelpunten die de oplossingen versnellen. Het is aan het volgende kabinet om zo’n positief sneeuwbaleffect te creëren, schrijft de coalitie, door te stoppen met het subsidiëren van fossiele brandstoffen, te investeren in een groene infrastructuur en burgers te betrekken bij energiecoöperaties. Dat is geen geringe opgave, maar misschien kan de uitspraak in de klimaatzaak tegen Shell het beslissende zetje zijn dat de sneeuwbal aan het rollen brengt.